DE HEIDE WORDT NATTER

Tussen alle drukke bezigheden van dit weekend door maken we tijd voor weer een stukje Drenthepad. Niet te ver, zo’n dikke tien kilometer lijkt prima om de dag te beginnen en tegelijkertijd energie over te houden om de werkklus van de afgelopen dagen naar behoren af te ronden. Welgemoed gaan we op stap. Het is weliswaar fris met zo’n vijf graden, maar er is weinig tot geen wind en de zon laat zich zelfs af en toe voorzichtig zien. Aan de (weer)omstandigheden ligt het niet!

Dreigende wolken, fris en een beetje zon (RK)

Ons startpunt is snel gevonden en even later lopen we over een zogenaamde ‘MTB route’, een zanderig en modderig pad. Ik leer dat elke mountain bike route één kleur heeft voor de moeilijkheidsgraad, waarbij groen staat voor gemakkelijk, blauw voor gemiddeld, rood voor moeilijk en zwart heel moeilijk is. We laten de groep fietsers passeren en buigen af naar rechts alwaar we de eerste tekenen zien dat de heide hier inderdaad erg nat is. Het Dwingelderveld, waar de hele omgeving deel van uitmaakt, is dan ook het grootste natte heideveld van Europa. Oorspronkelijk waren hier volop natte laagten, maar vanaf 1910 werden in dit gebeid sloten en greppels gegraven om het terrein te ontwateren. Hierdoor konden bomen worden aangeplant om in de toekomst hout te kunnen oogsten. Het gevolg was dat de natte plekken verdroogden en op den duur zelfs helemaal verdwenen. In 2003 is Staatsbosbeheer begonnen met herstelwerk. Voortschrijdend inzicht laat zien dat de sloten en greppels weer gedempt moeten worden om de natte delen, zeer waardevol en belangrijk voor de Drentse natuur, terug te winnen. De voormalige landbouwgrond is daarmee weer veranderd in natuur. Door het dempen van de sloten en het afgraven van de bovenste laag van de bodem is het gebied natter geworden en door de afgegraven grond te verwerken in een geluidswal langs de A28 is het gebied eveneens weer wat stiller geworden. Op de geluidswal is een uitkijktoren gemaakt in de vorm van de kop van een Drents heideschaap, een kenmerkend punt wat ook goed te zien is vanaf de snelweg. De schapenkop is het logo van het Dwingelderveld.

Eindelijk de jeneverbes in volle glorie gespot

We lopen langs de schaapskooi waar de schapen dicht bij elkaar op het veld staan. Het lijkt erop dat ze vandaag geen rondje over de heide gaan lopen. Schapen vormen hier al heel lang een onderdeel van het landschap. De dieren eten de grassen en de uitlopers van de heidestruiken zodat vergrassing wordt ingeperkt en heideplanten de mogelijkheid krijgen zich te verjongen. Bij het ene heideveld lukt dit beter dan bij het andere, maar mogelijk ligt dit ook aan de intensiviteit van het schapen hoeden?

Onderweg zien we twee grafheuvels. Op een verklarende paaltje de tekst dat het hier gaat om zowel grafheuvels als schuilplaatsen. In de grafheuvels, gemaakt van plaggen, werden de belangrijkste doden van een familie bijgezet. Ze werden begraven in kisten gemaakt van uitgeholde boomstammen. Wat er met de minder belangrijke leden van de familie gebeurde, wordt hier niet vermeld. Dat intrigeert me wel, want wanneer ben je belangrijk genoeg om hier te mogen liggen? 

Verklarende tekst bij de grafheuvels

Op onze route verder richting de daadwerkelijke heide wordt ons pad opeens onbegaanbaar. Overal ligt water en het lijkt praktisch onmogelijk om met droge voeten verder te lopen. Vindingrijk als sommigen zijn wordt er van dichtbij gelegen takken een soort stapsteen gemaakt, waardoor we toch allemaal droog aan de overkant komen.

Met de hulp van een ‘stapsteen’ over het water (RK)

Blij met een dooie mus? Een tegemoetkomende wandelaar waarschuwt ons voor de waterpartijen verderop in het bos. We aarzelen even, maar bedenken ons dat wij vandaag niet door het bos zullen lopen, wij gaan toch dwars over de heide? Helaas voor ons blijkt het betreffende pad afgesloten te zijn. Normaal gesproken zien we dan ook aanwijzingen voor een alternatieve route, maar daarvan is deze keer geen sprake. Is er geen alternatieve route of is er geen communicatie geweest tussen de verschillende belanghebbende partijen?

Hoe nu verder? (EJK)

Goede raad is duur. We kunnen ons langs de afzetting wurmen, maar wat wacht ons dan verderop langs de route? Op het kaartje in ons boekje zien we een alternatief dat niet eens ver om lijkt te zijn. We lopen dan wat meer langs het veld, maar dat hoeft beslist niet minder mooi te zijn, toch? We missen dan wel de 12 meter hoge Benderse berg waar de Drentse schrijver Anne de Vries onder meer het kinderboek ‘Bartje’ geschreven heeft. Het boek ging over een jongetje dat opgroeide in een groot arm Drents arbeidersgezin rond 1935. De familie at vaak bruine bonen, want die waren goedkoop. In de beroemdste scene uit het boek stonden weer bruine bonen op het menu. Voor het eten moest eerst gebeden worden, maar Bartje wilde God niet bedanken voor bruine bonen. Hij vond ze niet lekker, dus volgde zijn beroemde geworden zin: ‘Ik bid nie veur brune bonen’.

We besluiten de gok van de alternatieve route te wagen en lopen verder richting bosrand waar we uitkomen op een parkeerplaats van waaruit diverse wandelroutes verdergaan. Dat lijkt veelbelovend! We lopen verder over een zandpad en zien in de verte de kerktoren van Ruinen boven de bomen uitsteken. We gaan in ieder geval weer in de goede richting.

Nat, natter …….. (EJK)
Alsof we langs een kanaal lopen (RK)

Het zandpad is erg nat en grote delen staan zelfs dermate onder water dat we onze weg langs smalle ‘schapenpaadjes’ over de hei moeten vinden. Het maakt het zeker een avontuurlijke tocht al komen we hierdoor minder snel vooruit. Bankjes of andere mogelijkheden om even te pauzeren zijn schaars. Een hoge wal langs de kant brengt uitkomst. Op de meegebrachte plastic vuilniszakken is het prima zitten en kunnen we, uit de wind en in de zon, heerlijk genieten van een kop koffie en een broodje. De stemming zit er nog steeds goed in. We komen hier zelfs andere wandelaars tegen die ons belangstellend vragen of we nog ‘iets gezien hebben’. Ik antwoord wat verbaasd met een opmerking over de omgeving, hetgeen wordt genegeerd. Tegelijkertijd hoor ik naast me opeens ‘wat ganzen’, waarop wel wordt gereageerd. Dit blijkt dus een veelvoorkomende startvraag te zijn tussen vogelaars. Mensen met verrekijkers die elkaar vragen naar ‘gespotte’ vogels in de buurt. Weer wat geleerd!

Even pauzeren (RK)

Opgekikkerd gaan we verder op avontuur. Ons pad lijkt zich te verbeteren, maar dat is slechts schijn. Even later splitst het zich onverwachts, waarna het steeds donkerder en natter wordt. We zien de heide verderop in al haar weidsheid en hopen daarmee op een beter begaanbaar pad verderop. Ondertussen banen we ons voorzichtig een weg langs en door de braamstruiken die woekeren in het dichte kreupelhout. We zijn genoodzaakt langzaam te lopen. 

Het wordt steeds donkerder…..(RK)
Dwars door het moeilijk begaanbare kreupelhout (RK)

Dan blijkt dat we echt in een laagte lopen. De droge(re) heide ligt vlakbij, maar is tegelijkertijd ook onbereikbaar. Waar we ook heen willen, overal liggen diepe natte stukken die niet zo gemakkelijk te overbruggen zijn zonder natte voeten. Onze wandelschoenen zijn zeker goed op vele opstandigheden voorbereid, maar ze zijn helaas niet waterdicht. Dit betekent simpelweg dat we terug moeten en moeten proberen of we ergens een mogelijkheid zien om een short cut te creëren naar een meer begaanbaar paralel pad in de verte. We ploeteren door verschillende weilanden op zoek naar doorgangen die ons naar dat verre pad moeten leiden. Gelukkig wenkt onze vooruit gesnelde man dat zo’n doorgang mogelijk is, waardoor we uiteindelijk op een soort ruiterpad uitkomen. 

Langs de Ruiner Aa (RK)
Het is nog ruim 3 kilometer vanaf hier (EJK)

Google maps laat zien dat de kortste route naar ons eindpunt in Ruinen nu verder langs de Ruiner Aa loopt, waarna we op een verharde weg naar de kerk kunnen lopen. We kiezen ervoor, want onze tien kilometer is ondertussen 15 kilometer geworden en onze snelheid is dermate verlangzaamd door alle ‘ontberingen’ dat we veel langer onderweg zijn dan gepland. 

Ook de weilanden zijn nat (RK)

Terugkijkend was onze keuze misschien niet de beste keuze, maar achteraf oordelen is altijd makkelijk. Het was ontegenzeggelijk wel een prachtige wandeling, vol afwisseling, uitdaging en zelfs een beetje ontbering. We kijken er allemaal met een goed gevoel op terug ondanks het doorstane ongemak. 

GOEDE VOORNEMENS

Het jaar 2021 is een paar dagen geleden afgesloten met, zoals gebruikelijk, de traditionele oliebollen, appelflappen, warme chocolademelk en champagne, terwijl we met elkaar de laatste minuten aftelden tot het oude jaar daadwerkelijk was afgelopen en het nieuwe jaar begon. Wist je dat dit oud-en-nieuw feest haar oorsprong in tradities van 4000 jaar geleden vindt? Het intreden van een nieuw jaar werd vaak gekoppeld aan een vruchtbare periode. Zo begon het nieuwe jaar bij de Babyloniërs en de Romeinen bij het begin van de lente en bij de Egyptenaren op het moment dat de Nijl voor het eerst buiten haar oevers trad. Om hier even verder over uit te wijden….. In het oud-en-nieuw feest van vandaag de dag zijn nog veel sporen te vinden van de viering van de Germanen en de Romeinen. De Germanen vierden het feest o.a. met grote vuren en veel eten en drinken, terwijl Julius Caesar in 46 voor Christus stelde dat 1 januari voortaan het begin van elk nieuw jaar zou zijn, in plaats van het (elk jaar verschillende) begin van de lente. Bij de nieuwjaarsviering zijn wederzijdse gelukwensen en goede voornemens gebruikelijk. Goede voornemens hebben we immers allemaal, al zijn ze bij de één misschien wat duidelijker omschreven en meer uitgesproken dan bij de ander. In januari proberen we immers ons leven weer een beetje te verbeteren, een nieuw jaar voelt dan een beetje als een nieuw begin of een nieuwe start. De ‘omdenkkalender’ zegt op 1 januari van dit jaar heel toepasselijk: ‘Je kunt niet meer terug naar het begin, maar je kunt wel beginnen waar je nu bent en het einde veranderen.’

Een waarschuwing voor de omstandigheden onderweg

Onder de meest populaire goede voornemens staat ‘meer bewegen’ hoog op de lijst. Een instinkertje, want volgens de deskundigen is het iedere dag moeten bewegen geen doel op zich omdat de motivatie dan niet vanuit jezelf komt. Het gaat er vooral om wat je zelf belangrijk vindt. Als je het b.v. doet voor je gezondheid, dan is dát wel je motivatie. Goede voornemens zijn dan nog steeds lastig om vol te houden, wat weer iets te maken schijnt te hebben met onze zogenaamde ‘wilspier’. Ooit van gehoord? Ons brein schijnt nogal veel energie te gebruiken ten opzichte van de rest van ons lijf en gaat bovendien zo efficiënt mogelijk om met dit energieverbruik. Mede daardoor gaan we vaak voor gemak en korte-termijn winst (lees: beloningen) omdat het overwinnen van de moeilijkere route (letterlijk) flink veel meer energie kost. Als je een handeling echter vaak genoeg doet, kosten die handelingen steeds minder energie en heb je er geen wilskracht (geen wilspier) meer voor nodig. De truc zit hem in het inbouwen van belachelijk lage drempels. Dus niet ‘ik wil meer bewegen’, maar beginnen met een challenge dusdanig eenvoudig dat er geen enkel excuus is om het niet te doen. Na een paar weken kun je je drempel dan gemakkelijk wat verhogen en uiteindelijk kun je voldoen aan één van de vele gedeelde wensen voor 2022: ‘12 maanden gezondheid, 52 weken van stil geluk en 365 kommerloze dagen’. We gaan ervoor!

Nat heideveld

Het nieuwe jaar is met een recordwarmte begonnen en ook vandaag schijnt de zon al waait er wel een stevige koude wind. Ideaal om te bewegen! We pakken de draad weer op van het Drenthepad en hopen in de volgende etappes de ronde af te maken. Vandaag loopt ons traject voornamelijk door het nationaal park Dwingelderveld, het grootste aaneengesloten natte heideveld van west Europa en aangewezen als een Natura 2000 gebied. Omdat Drenthe rijk is aan natuur, ook in vergelijking met andere Europese landen, heeft de Europese Unie een stelsel (Natura 2000) ontworpen om onvervangbare natuur in heel Europa te beschermen. Volgens de site is Natura 2000 in de eerste plaats bedacht om de achteruitgang van planten en dieren in onze natuurgebieden te stoppen. De grote variatie in natuurgebieden met de bijbehorende flora en fauna, onze biodiversiteit, staat onder druk door de grote veranderingen in onze maatschappij gedurende de afgelopen decennia. Denk daarbij aan moderne landbouw, meer vrije tijd en een sterk uitgebreid wegennetwerk. Die veranderingen hebben invloed op het gebruik van ons platteland en onze natuur. Natura 2000 wil meer balans brengen in het gebruik van natuurgebieden en hun omgeving, zodat planten en dieren de kans krijgen zich te herstellen. 

We starten in Beilen, waar we langs de torens van de vroegere DOMO (Drentse Onder Melk Organisatie), nu onderdeel van Friesland Campina, het dorp verlaten en het Terhorsterzand oplopen. Dit is een natuurgebied ten zuiden van Beilen wat bestaat uit 60 hectare bos en 120 hectare heide en vennen. Het is nat om ons heen, het grondwater staat hoog en de paden laten vele modderige en waterige stukken zien. We zijn erop gekleed en vervolgen opgewekt het aangewezen pad. Een paar jaar geleden hebben we hier het Zuiderkluft pad gelopen en sommige delen komen ons opeens bekend voor, andere stukken daarentegen zijn volkomen uit onze (mijn) herinnering verdwenen.

Het is nat onderweg, al ziet ons pad er wel iets beter uit
Eentje uit de herkenbare ‘oude doos’ (RK)

Via Smalbroek, een heel klein dorp, komen we aan op het Lheebroekerzand, een onderdeel van het Dwingelderveld. Dit natuurgebied werd in 1906 door Staatsbosbeheer aangekocht en in de eerste decennia van de 20ste eeuw bebost, voornamelijk met naaldbomen. Het was hiermee één van de eerste nieuwe bosgebieden van Drenthe dat voordien bestond uit grote zand- en heidevlakten. Volgens de beschrijving in ons boekje is het bijzonder dat hier duizenden jeneverbesstruiken groeien en op sommige plekken zelfs ware doolhoven vormen. Het wordt toch eens tijd dat ik beter oplet of me in ieder geval beter verdiep in de uiterlijke kenmerken van de jeneverbes, want ze vallen me niet echt op.

Veel naaldbomen (RK)
Ter inspiratie……de jeneverbes (foto: internet)

We zijn 2022 met deze wandeling goed gestart. Ook met het voornemen ‘meer bewegen’, maar vooral met onze voornemens ‘veel genieten’, ‘aandacht hebben voor wat je blij maakt’ en ‘plannen maken’, ook al zijn ze klein of laag drempelig. Gewoon omdat het kan. Het komt zeker goed dit jaar!

HART VAN DRENTHE

We ronden vandaag het traject ‘Hart van Drenthe’ af en terwijl ik overpeins wat voor bijzonderheden ik over vandaag zal vermelden, overkomt me een iets wat me niet zo heel vaak overkomt. ‘My mind went blank’, mijn gedachten bleven hangen in het grijs. Soms heb je immers van die dagen waar je weinig bijzonders van verwacht. Alles om je heen lijkt dan gewoon neutraal, passief en wat grauw. Ik lees dat de kleur grijs iets tegenstrijdigs heeft. Het is de kleur van het veranderlijke, denk aan mist, rook en wolken, maar het wordt tegelijkertijd ook geassocieerd met het onvergankelijke. In die hoedanigheid staat het voor stabiliteit, elegantie en geborgenheid. 

Toch is het gebied waar we doorheen wandelen allesbehalve grijs (lees: neutraal en passief). Het Hart van Drenthe wordt omschreven als ‘een robuust natuurgebied van 4000 hectare aaneengesloten natuur met gevarieerde bossen, tientallen vennen, weidse heidevelden en bronnen van beekdalen’. In deze eindeloze natuur is elk moment van de dag anders. Om de website te citeren: je ervaart hier ‘de mystiek van zon en nevel, de geur van alles wat groeit en bloeit, de afwisseling van open vennen en donker bos, de overweldigende stiltes en het gevoel dat je soms de natuur voor jezelf hebt.’ Zoals hieruit blijkt hebben we hier dus niet te maken met een ‘grijze muis’ (iets onopvallends) en is dit terrein misschien wel het best te omschrijven als een ‘grijs gebied’, waarin de dingen niet eenduidig zijn. Grijs is door haar ingetogenheid mogelijk minder geschikt voor een eerste kennismaking, maar zeker wel voor een ingetogen gesprek. Dat gesprek moeten we dan maar eens aangaan, nietwaar?

Het is grijs om ons heen (RK)

Volgens boswachters alhier gaat ‘hun’ gebied zich in de komende decennia ontwikkelen naar een natuurlijk boslandschap. Het wordt een gebied waar de natuur zichzelf mag zijn. Het is het brongebied van veel beken in Drenthe waarin water wordt vastgehouden om langzaam haar eigen weg te zoeken naar de beken. De kringloop van het leven krijgt weer gestalte, het wordt een gebied waar de mens wildernis kan beleven, het ‘wildernisgevoel’ kan ervaren. Dat klinkt natuurlijk prachtig, maar voordat de natuur zichzelf kan en mag zijn, moet menselijk ingrijpen in die natuurlijke processen ongedaan worden gemaakt. Hier wordt hard aan gewerkt en het resultaat is dat je nu kunt wandelen in bossen die steeds mooier worden omdat de natuur vrij spel heeft gekregen. 

Wuivende grassen overwoekeren de heide (RK)

We lopen het eerste deel grotendeels over fietspaden met naast ons de laatste restanten van het Hijkerzand. De bijna oranjekleurige lange grassen geven de omgeving een onverwachts vrolijk tintje, het geeft ons een beetje warmte en energie. Zeker nodig, want de wind is koud en guur. Het Hijkerveld is een zogenaamd ‘stiltegebied’. De gedachte dat stilte samen met ruimte en duisternis de grondslag vormt voor onze natuur en daarmee een oerwaarde is die bijdraagt aan de levenskwaliteit van zowel mens als dier, heeft de provincie doen besluiten in Drenthe zo’n 11 gebieden aan te wijzen als stiltegebied. Want waar in Nederland vind je nog een écht stil gebied? Bijna overal wordt de stilte in toenemende mate verstoord door verkeer en allerlei andere menselijke activiteiten. Waar je ook bent, vaak is er het lawaai van een weg, een spoorlijn of een vliegroute duidelijk hoorbaar. De Drentse Natuur- en Milieufederatie (NMF) wil nu dat de provincie Drenthe meer werk maakt van het beleid rond stiltegebieden. Inmiddels zijn er wel elf stiltegebieden, maar veel meer dan de gebieden aanwijzen heeft de provincie in twintig jaar niet gedaan, is hun oordeel.

We lopen vervolgens langs een minder inspirerende ‘overbruggingsweg’ omdat we onder de weg Emmen-Drachten door moeten om bij de Brunstingerplassen te komen.

Onder de provinciale weg door richting de A28

Dit heuvelachtige heidegebied is in het natte seizoen erg drassig en indien nodig kun je ook over het evenwijdig lopende fietspad verdergaan. Wij wagen de gok en lopen dwars door de heide verder over een smal ‘geitenpaadje’. Een paar dikke stenen onderweg zorgen voor een rustpunt waar we ons kunnen warmen aan een dampende kop koffie. De kleine geneugten van het onderweg zijn. 

Kopje koffie?
Via een smal ‘geitenpaadje’ over de heide

Onderweg wandelen we weer door gebied van de grote grazers. We zien ze deze keer niet. Het is hier echter allesbehalve stil of zijn we het stiltegebied alweer uit? Op de achtergrond van alle vennen en grassen zien en horen we de auto’s voorbij razen. Misschien staat de wind verkeerd (voor ons) en horen we het lawaai zo duidelijker, maar hoe dan ook ……. het woord stiltegebied dekt hier de lading niet!

Op de achtergrond raast het verkeer voorbij

Tussen Beilen en Smilde liggen diverse kleine natuursnippers, waarvan de Brunstingerplassen er eentje is. Het is een gebied met oude stuifduinen en schrale heidegronden doorspekt met enkele prachtige vennetjes, waarvan een deel alleen toegankelijk is als wandelaar. Dat vergroot het wandelplezier! Uiteindelijk arriveren we in het dorpje Brunsting, een gehuchtje vlakbij Beilen. Ruim vijf eeuwen geleden is hier door boer Breustinck uit Beilen een boerderij gebouwd. In 1639 woonden hier al 4 boeren, allen uit dezelfde familie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de plek waar zij woonden hun naam kreeg. Hiermee is Brunsting één van de weinige dorpen in Drenthe die naar een familie genoemd is. De familie heeft lang in het dorp gewoond en bekleedde diverse belangrijke posten door de jaren heen. Denk hierbij aan assessor (wethouder), drost (gebiedsbestuurder) en ette (provinciaals bestuurslid). De familie was in de loop der jaren ook erg welvarend geworden. Zo had de familie in de 17e en 18e eeuw niet alleen boerderijen in Brunsting, maar ook in Smilde en Beilen. Lopend van de ene naar de andere plaats, van Beilen naar Smilde, hoefden ze geen stap op andermans grond te zetten. Even na het einde van WOII is het laatste lid van de Brunsting familie uit het dorp vertrokken. 

Mooie paddenstoelen onderweg (RK)

Langzamerhand horen we de A28 steeds duidelijk. We moeten hier overheen om Beilen te bereiken. 

Over de A28

Uit onderzoek is gebleken dat er ongeveer 20.000 jaar geleden rond Beilen al mensen woonden. Omstreeks het jaar 1000 wordt Beilen al genoemd in oorkonden. Ooit werd de naam opgevat als Bijllo, dwz uitgehouwen plaats in het bos, maar waarschijnlijk is het eerder bele, bei, beile, wat zoveel als heuvel(landschap) betekent of bagil (moeras). In de 18de eeuw werd Beilen een pleisterplaats op de route Groningen-Meppel en groeide het uit tot een dorp. In 1820 is het dorp vrijwel geheel afgebrand, alleen de kerk, de school en veertien huizen bleven staan. Door rijkssteun, giften en inzamelingen is het weer herbouwd.

Centrum, het begin van de winkelstraat

We lopen pal achter de geluidswal van de snelweg naar het dorp en slingeren langs straten als de Havenstraat richting het station. Vroeger had Beilen (uiteraard) een haven. Beilen was, door haar centrale ligging, een zeer geschikte marktplaats. De Beilervaart werd in 1790 gegraven omdat de Beiler middenstand graag een goede scheepvaartweg met Meppel wilde door een aansluiting op de Drentsche Hoofdvaart. In die tijd was vervoer over water, ook voor personen, één van de snelste manieren. De wegen waren allemaal zandwegen en lang niet altijd even goed begaanbaar, waardoor een tocht door Drenthe toen ervaren werd als een tocht door een woestenij. Rond 1930 werd de concurrentie van het spoor- en wegvervoer echter te groot. Een oude foto laat een brug zien waarvan de leuning doorloopt tot aan de deur van het café. Het kwam nog wel eens voor dat ‘beschonken’ bezoekers van het café in het donker (er was bijna geen straatverlichting in die dagen) het bruggetje misten en zo in het water belandden. Met een brugleuning die doorliep tot aan de voordeur was het probleem verholpen. 

Haven van Beilen (internet)

Al met al heeft deze dag door de verhalen en ontdekkingen onderweg toch kleur gekregen. Over kleur gesproken…….. Een bakker uit Beilen ontwierp eens een gebakje waarover hij marsepein plooide ‘gelijk de bolle wangen van een perzik’. De associatie was er eentje van zacht van kleur en lieflijk. Er moest een naam worden bedacht voor dit gebakje. Grootmoeder bracht de oplossing met haar opmerking: ‘Het lijkt wel een kontje!’ Zo is in 1975 het Drents Kontje geboren. In het hart van Drenthe (zoals Beilen ook bekend staat) hap ik met blozende wangen voldaan en tevreden in mijn kontje. Een goed besluit van de dag! Het hart van Drenthe kent letterlijk en figuurlijk kleur zowel in haar natuur als in haar dorp.

Met een Beiler kontje……… (RK)

ELFDE VAN DE ELFDE

De elfde van de elfde heeft een haast magische klank, misschien omdat deze datum verbonden is aan zoveel tradities? Zo herdenken we op 11 november het einde van WOI, ook wel Wereldoorlog of Grote Oorlog genoemd. Elf november bleef daarna bekend staan als ‘wapenstilstandsdag’. Hoe zat het nu precies op die 11e november? Tegen het einde van deze oorlog plande de Duitse marineleiding nog een laatste slag tegen de Britse vloot. De mariniers en zeelieden wisten inmiddels dat dit totaal zinloos was, waarop een rebellie in de Duitse havensteden uitbrak die oversloeg naar het hele land. De Duitse revolutie werd begin november 1918 uitgeroepen. Onderhandelingen, gevoerd door burgers, resulteerden in een wapenstilstand op 11 november 1918, die om 5 uur ‘s ochtends getekend werd, maar pas om 11 uur echt van kracht werd. Tijdens deze laatste zes uur vielen langs beide kanten nog vele slachtoffers, terwijl de overgave al ondertekend was.

De elfde van de elfde is ook de start van het Carnavalsseizoen. Dit is de dag waarop Prins Carnaval bekend gemaakt wordt en waarop de Raad van Elf voor het eerst vergadert over het komende carnaval. Wat is er toch met dat getal elf? Elf wordt in ons land wel gezien als het dwazen- of gekkengetal (beide woorden bestaan ook uit 11 letters!). Volgens sommigen omdat 11 een ‘dwaze’ overschrijding is van 10, het getal van de Tien Geboden, volgens anderen omdat 11 minder is dan 12. Twaalf staat voor volheid (het is een heilig getal) wat elf ‘dwaas’ maakt omdat het nèt niet perfect is. Klinkt logisch als verklaring voor zo’n dol en kolderiek feest als Carnaval, toch? Een leuk weetje: de carnavalsroep ‘Alaaf’ is mogelijk een verbastering van elf.

Andere bronnen beweren echter dat elf niets te maken heeft met dwazen maar veel meer met armoede. In de middeleeuwen werd er ook voor de Kerst gevast, al was dat toentertijd niet zozeer uit religieuze overwegingen, maar meer uit armoede want het vlees uit de slachtmaand (november) moest bewaard worden tot Kerst. Ze begonnen met vasten op 12 november, dus de dag ervoor werden nog snel de niet houdbare producten met veel feestvertoon opgegeten. Waarom de elfde? Omdat het destijds toch al een feestdag was, namelijk Sint-Maarten. Aha, dat is een feestje wat mij zeker bekend voorkomt. St. Maarten is de viering van de naamdag van Martinus van Tours. Hij werd bekend als de soldaat die de helft van zijn mantel aan een arme bedelaar gaf en die na een droom koos om verder te leven als een christen. St. Maarten was vroeger een bedelfeest, deze waren nodig in de moeilijke wintermaanden, en daarmee vooral een feest van de armen. Pas in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw werd St. Maarten steeds meer gezien als een mooie eigen traditie die behouden moet worden. We hopen vanavond inderdaad wat kinderen te horen zingen met hun verlichte lampionnen in de hand. Dat gaat vast lukken!

Prachtige lampionnen (foto internet)

Zover is het echter nog niet. Onze ‘elluf elluf’ staat vooral in het teken van een wandeling door het Drentse landschap. We gaan lopen over de Laaghaler es, we kruisen de A28 en vervolgen onze weg over het karrenspoor door het Laaghaler Veen en nemen de alternatieve route door het Hijkerveld om te eindigen bij een boogbruggetje over het Oranjekanaal.

We starten bij het herinneringscentrum Westerbork en lopen al snel langs het pad waar waarschijnlijk vroeger de spoorweg naar het doorgangskamp heeft gelopen. De spoorlijn Hooghalen – Kamp Westerbork was een tijdelijke spoorweg aangelegd in 1942 als aftakking van de spoorlijn Meppel – Groningen. De spoorlijn had ‘simpel’ als doel om Joden massaal per trein vanuit Nederlandse steden naar doorgangskamp Westerbork te kunnen deporteren en vandaar per trein verder naar de vernietigingskampen. Op regelmatige afstand zien we spoorbielzen waarop een datum en de hoeveelheid mensen die vervoerd zijn naar zo’n vernietigingskamp. Soms met een foto aan de zijkant van de paal om zo’n reis een gezicht te geven. Het is ook deze keer confronterend en haast onvoorstelbaar om je te realiseren hoeveel van deze transporten hier hebben plaatsgevonden. 

De treinreis krijgt een gezicht……….

Het Laaghalerveen (of is het toch het Laaghalerveld?) verderop wordt omschreven als ‘woeste grond’. Dit gebied laat de overgang zien van het oude landschap – het ‘veld’ met heide en veen – naar het tot landbouwgebied ontgonnen terrein. Het is zeker een afwisselend gebied. Door de hoge luchtvochtigheid (98%) hangen de wolken zwaar en laag boven ons en is het hele gebied ‘diezig’ (heiig, nevelig), terwijl de bladeren, takken en grassen rondom ons voorzien zijn van een waas aan glanzende druppeltjes. Met een beetje zon erbij zou je vast het betoverend kunnen noemen, maar helaas laat de zon zich vandaag niet zien. 

Lopen door een ‘diezig’ landschap
Overal druppels, de lucht is zwaar van het vocht vandaag

We vervolgen onze tocht over het Hijkerveld. Voor mij een onbekend gebied, terwijl het toch tot de grootste heidevelden van Drenthe behoort. Grote delen waren tot in de ijzertijd in gebruik als woongebied. De boeren toen maakten gebruik van kleine omwalde raatakkers (celtic fields), kleine, ongeveer rechthoekige of vierkante akkers. Overblijfselen hiervan, grafheuvels en karrensporen wijzen allemaal op vroegere bewoning. Wij zijn natuurlijk geen archeologen en denken van alles te zien, maar weten tegelijkertijd niets zeker, behalve dat het hier enorm weids en stil is. 

Voor de toegang tot het gebied van de grote grazers………
Hoge haast oranje kleurige grassen (RK)
Veel vennetjes (RK)

Tussen de velden met hun tientallen vennen gaat de route verder naar Diependal, waar de vloeivelden en het vloeimeer van de voormalige aardappelmeelfabriek Oranje liggen. De coöperatieve aardappelmeelfabriek werd opgericht in 1913 aan het Oranjekanaal vlakbij Smilde. De fabriek en bijbehorende huizen kregen de naam Oranje. In 1945 werd het complex zwaar beschadigd bij de bevrijding, maar in 1949 heropende de fabriek met zo’n 135 werknemers. De fabriek was in de jaren daarna vaak koploper bij technische ontwikkelingen. Begin jaren ’90 werd de fabriek overgenomen en verbouwd tot wat nu Speelstad Oranje is. Na het sluiten van de fabriek is het vloeiveldensysteem omgevormd tot het vogelreservaat Diependal, waarvan een deel afgesloten is en dient als rustgebied voor de vogels.

Langzamerhand komt ons einddoel in zicht. We horen en zien in de verte auto’s, wat betekent dat ook het Oranjekanaal in de buurt moet zijn. Dit ruim 40 kilometer lange kanaal van Hoogersmilde tot Klazienaveen werd tussen 1853 en 1861 aangelegd ter ontsluiting van het veengebied. Voor de exploitatie van het kanaal werd de Drentsche Veen- en Middenkanaal Maatschappij (DVMKM) opgericht. Aanvankelijk zou het kanaal het Middenkanaal genoemd worden, maar ter ere van koning Willem III werd de naam van het kanaal, met instemming van het hof, gewijzigd in Oranjekanaal. Het Oranjekanaal werd het middelpunt van vervoer. Aardappelen werden afgeleverd bij fabriek Oranje en turf transporteerde men veelal naar Groningen om daar als brandstof te dienen. De turfwinning werd echter geen succes vanwege afwateringsproblemen van het veen op het kanaal. Eigenlijk bleek het project in economisch opzicht een compleet fiasco en daarom werd het kanaal in 1976 gesloten voor scheepvaartverkeer. Wat resteert is een prachtig voormalig scheepvaarttracé dwars door Drenthe met de bijbehorende verhalen.

Zo ook het verhaal over de beruchte schipper Egbert Vosch aka ‘kwaoie Eggie’ van het turfschip Annigje II. Op zoek naar buit joeg hij met zijn schip over het kanaal. Mocht er op het kanaal niets te vinden zijn, dan stapte hij met zijn bende aan wal om postkoetsen te beroven. Op een kwade dag voeren ze naar een klein dorpje aan het Oranjekanaal waar ze, als een daad van zinloos geweld, de kerk in brand staken. Genoeg is genoeg! Volgens het verhaal werd er daarop (letterlijk) van hogerhand ingegrepen. Lang verhaal kort ….. ‘in een angstaanjagende hoos van wind en water werd de Annigje II opgetild en verdween daarop spoorloos. De toenmalige wereld stond voor een raadsel. Het deed sommigen aan ‘de vliegende Hollander’ denken, maar ja …… dat is een legende.’

Langs het Oranjekanaal

Er bestaat trouwens ook nog een ander volksverhaal (legende) over de eerder genoemde relatie tussen ‘elf’ en carnaval. Toen aan het eind van de 18e eeuw de Fransen een deel van ons land bezetten, werd daar stevig carnaval gevierd. De Franse bezetters moesten op de hak genomen worden en daarom zetten de feestvierders Franse steken op en kozen ze de elfde van de elfde als datum voor hun spotfeest. De datum werd gekozen naar aanleiding van de drie principes van de Franse Revolutie: ‘Egalité, Liberté et Fraternité’. De beginletters vormen het woord ‘elf’. De elfde van de elfde maakt veel los.

‘SCHULDIG LANDSCHAP’

We lopen vandaag voor een groot deel door een zogeheten ‘schuldig landschap’, een term bedacht door de Nederlandse kunstenaar Armando (1929-2018) die zelf van dichtbij de verschrikkingen van en rondom een concentratiekamp heeft meegemaakt. Hij verbaasde er zich over dat de natuur tegelijkertijd zo onverstoorbaar bleek voor dit menselijke leed. Zijn aanduiding ‘schuldig landschap’ is geïntroduceerd (en zelfs opgenomen in de Dikke van Dale) ter aanduiding van ‘een lieflijk of fraai ogend landschap waar zich in het verleden niettemin vreselijke gebeurtenissen hebben voltrokken’. 

Mystieke omgeving (RK)

We beginnen in Elp en lopen dwars door dit kleine dorp richting Boswachterij Schoonloo, waar de herfst inmiddels flink haar kleuren laat zien. Volgens de website is het hier heerlijk stil en daarmee een weldaad voor mensen die van rust houden. Het is hier inderdaad stil en haast intiem, helemaal omdat de mist nog niet helemaal is opgetrokken. De woorden ‘witte wieven’ spelen meteen door mijn hoofd, dat heeft toch te maken met mist? Vroeger geloofden ze in Nederland absoluut in de witte wieven omdat ze in verband werden gebracht met de opdwarrelende mistflarden, net ontstane mist die door de wind van plaats verandert, uit het drassige land. Het geloof in witte wieven stamt waarschijnlijk al uit de Germaanse tijd. Vrouwen die de gaven van waarzegging en toekomstvoorspelling bezaten, werden toentertijd geëerd. In verschillende landen kregen de dames ietwat verschillende karakteristieken. In Engeland werden ze veelal beschreven als geesten: vrouwelijke spookgedaantes gehuld in witte sluiers. Ze droegen witte kleding en zweefden rond bij hun graf. In Nederland kregen de witte wieven daarnaast karakteristieken mee die ook aan elven of heksen werden toegedicht. De wieven woonden ook hier vaak in de grafheuvels, maar hier werkten ze ’s nachts op het land van de boer in ruil voor een beloning. Het was algemeen bekend dat de witte wieven dol waren op pannenkoeken en als de boer ’s avonds een schotel met deze traktatie op zijn land liet staan was de volgende dag al het overgebleven werk afgemaakt. Dat waren nog eens tijden…….

Zo’n ‘mist web’ valt altijd op

De herfstkleuren om ons heen variëren inmiddels van goudgeel en oranje tot rood, bruin en zelfs variaties in groen, zeker door de vele dennen onderweg. Veel dennen zijn echter ook geel getooid, terwijl ik altijd heb gedacht dat juist dennen het hele jaar door groen blijven. Ik lees en leer dat dennennaalden geel worden door een natuurlijk vernieuwing. Het jaarlijkse biologische proces van ‘naald vervanging’ vindt inderdaad in de herfst plaats, maar in dit proces moeten de jonge takken van de boom wel de gebruikelijke groene kleur hebben. Dat is om ons heen lang niet altijd het geval. We zien complete dennen, volop in de naald, maar werkelijk helemaal geel. Deze dennen kunnen last hebben van een gebrek aan mineralen (arme grond), waardoor de naalden minder groen kleuren en de fotosynthese afneemt. Ter verduidelijking: fotosynthese is het proces waarbij planten water en koolstofdioxide, onder invloed van energie uit licht, omzetten in zuurstof en glucose (suiker). De boom heeft dus te weinig voedingsstoffen om alle naalden in leven te houden en laat zijn naalden afsterven in een poging de stam en de wortels in leven te houden. Het resultaat geeft gele dennen. Niet zo gezond, maar zeker mooi in het geheel plaatje. Geel (goudgeel) als kleur maakt je immers vrolijk, positief en sterk. Kleuren in hetzelfde spectrum, t.w. oranje en rood zijn respectievelijk de kleur van levenslust en vitaliteit en de kleur van warmte, vuur en passie. Geen wonder dat een wandeling temidden van deze kleuren je zoveel energie geeft. Bruin helpt je met je beide benen op de aarde te staan en niet al teveel te denken. Het helpt je het leven simpel en zonder ruis te houden. Donkergroen tenslotte geeft kalmte, het gevoel van zen zijn en het leven verstillen. Dat zijn beslist een fijne toevoegingen. Het hele kleurenpalet is rondom aanwezig en maakt dat we vaak even stilstaan om elkaar op mooie ontdekkingen of een fraai samenspel van kleuren te wijzen. Volgens sommigen (de meer spirituelen onder ons) kun je de energie van de herfst vergelijken met de energie van een zonsondergang of van een afnemende maan. Het proces van de uitgaande zomer energie (yang) naar de ingaande herfst energie (yin) is nog volop in beweging, maar automatisch zijn we allemaal al iets meer naar binnen gericht; zowel letterlijk als figuurlijk. Yin energie is ontvankelijk, kalm en verbonden met de aarde en daarmee anders dan de meer naar buiten gerichte energie (Yang) die ons aanzet tot actie. De yin energie van de herfst brengt de focus naar wat je voelt en denkt. Naar je onderbewustzijn en je intuïtie. Naar alle dingen in jou die niet meteen zichtbaar zijn voor de buitenwereld. 

Goudgele accenten (RK)
Prachtig oranje

Deze overpeinzingen gaan een eigen leven leiden zodra we aankomen op het terrein van de radiotelescopen waar alle communicatiemiddelen moeten worden uitgeschakeld vanwege ongewenste straling. Het duurt nog een tijdje voordat we de 14 parabolische antennes, elk met een doorsnede van 25 meter, daadwerkelijk zien, maar om hun werk goed te kunnen doen, moeten ze in alle stilte ons zonnestelsel en de Melkweg afzoeken naar radiogolven. De WSRT (Westerbork Synthese Radio Telescoop), één van de grootste radio observatoria ter wereld, staat in oost-west richting opgesteld over een totale lengte van bijna drie kilometer. Tien schotels hebben een vaste positie, de vier oostelijke schotels zijn verrijdbaar over een spoor. Door de radiogolven van de afzonderlijke schotels met elkaar te laten interfereren kan een telescoop met een diameter van 2,7 kilometer worden nagebootst. De WSRT is op zijn beurt weer onderdeel van een groot Europees netwerk van radiotelescopen: JIVE, het Joint Institute for Very Long Baseline Interferometry in Europe opgericht in 1993. Imposant! 

Een ongewoon bord (RK)
Veertien radiotelescopen op een rij (RK)

We beseffen ons ook dat we hier langzamerhand lopen in het ‘schuldige landschap’, zoals beschreven door Armando. Aan de natuur kun je niet aflezen dat er tijdens WOII vanuit Westerbork ruim 100.000 joden, 245 Roma en Sinti en tientallen verzetstrijders zijn gedeporteerd. Kamp Westerbork, nu omsloten door bossen, lag tijdens de oorlog in een kaal, ruig, modderig, desolaat landschap. Dit kamp werd, al voor de Duitse bezetting, in opdracht van de Nederlandse regering gebouwd. Zeker na de ‘Kristallnacht’ in 1938 was er een grote stroom vluchtelingen op gang gekomen, waarop de regering besloot een centraal kamp te bouwen voor de opvang van deze vluchtelingen. Aanvankelijk was het de bedoeling het kamp te bouwen rond Elspeet op de Veluwe. Met name het protest van koningin Wilhelmina woog zwaar, zij wilde geen kamp vlakbij Paleis Het Loo in Apeldoorn. Uiteindelijk werd gekozen voor het terrein dat we nu betreden. Saignant detail is dat het geld voor de bouw grotendeels moest worden betaald door de Joodse gemeenschap in Nederland.

Het einde van de spoorlijn
Het huis in de glazen stolp (RK)

Het eerste wat we zien bij het betreden van het voormalige kamp is het monument met de twee omhoogstaande, omgekrulde spoorstaven op 97 bielzen. Deze bielzen verwijzen naar de 93 transporten vanuit Westerbork en vier transporten vanaf andere locaties uit het land. ‘De kampbewoners leefden van ‘dinsdag tot dinsdag’, van transport tot transport. Dat duurde tot 13 september 1944. Toen vertrok de laatste trein met 279 personen naar Bergen-Belsen.’ De meeste treinen reden naar Auschwitz. Andere transporten gingen naar Sobibor, Theresienstadt, Bergen-Belsen en (een veel kleiner aantal) naar de kampen Buchenwald en Ravensbrück. Ergens anders op het terrein is voor elk kamp een teken opgericht met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers. We lopen dwars door het kamp en zien overal aanwijzingen en informatie over wat zich hier heeft afgespeeld. Zo zien we twee gerestaureerde goederenwagons, waarin het hele jaar door de namen en leeftijden van de gedeporteerden te horen zijn. We lopen langs de bewaard gebleven woning van Alfred Konrad Gemmeker, de bekendste commandant van Kamp Westerbork. Het groene huis is nu ‘ingepakt’ in glas ter bescherming (een huis met een stolp) wat een surrealistisch beeld oplevert. Vanwege de slechte staat mag het publiek de commandantswoning niet in, maar al dat glas nodigt uit nadere inspectie……. Het huis werd ooit gebouwd als een tijdelijke woning. Volgens de restaurateurs was het echter wel een erg luxe huis voor een tijdelijke woning, want het had een eigen rioleringssysteem, warm en koud water, een apart toilet, een verwarming en zelfs een lampjessysteem voor de bedienden. Een monument wat zeker de aandacht vraagt bevindt zich op de vroegere appèlplaats van het kamp. Hier staan 102.000 stenen; één voor iedere jood, zigeuner of verzetsstrijder die werd gedeporteerd en niet terugkwam. Het is een indrukwekkend gezicht en het geeft een beklemmend gevoel door de enorme hoeveelheid steentjes, de vele gedenkkeitjes (naar joods gebruik) en de foto’s die elke rij een persoonlijke tint geven.

Een detail (RK)

We lopen stil en onder de indruk verder langs de lange weg richting het herinneringskamp oftewel het museum wat ongeveer 3 kilometer verderop ligt. Langs de weg staan op gelijke afstand van elkaar palen met bordjes. Op elk bordje staan de details van een transport dat vertrok uit het kamp: de bestemming, de datum en het aantal mensen. Confronterend om kilometers lang elke paar meter zo’n paal te zien.

Confronterend

Ons pad buigt af het bos in en we vervolgen onze weg over het Melkwegpad. We starten met de zon en zien meteen diverse volgende blauwe borden langs het pad verderop. Het Melkwegpad is namelijk op schaal, de looptijd van planeet naar planeet is in verhouding met de daadwerkelijke afstand. Meer naar het eind is het soms een eind lopen naar de volgende planeet, het lopen geeft inderdaad een goed besef van de afstanden. Onderweg lopen we eveneens langs het ‘Bos van de Toekomst’. Hier kunnen mensen een boom planten ter herdenking aan een overleden dierbare of als markering van een geboorte, huwelijk of jubileum. Bordjes bij de bomen geven een korte toelichting. Inmiddels begint het donker te worden, we hebben geen rekening gehouden met de net ingevoerde wintertijd. Gelukkig komt Pluto in zicht, de laatste planeet die inmiddels een dwergplaneet wordt genoemd. Tot voor kort waren er negen planeten: Aarde, Mars, Mercurius, Venus, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Pluto wordt sinds augustus 2006 een dwergplaneet genoemd omdat hij deel uitmaakt van een zeer grote familie van ijsdwergen in de Kuipergordel (naar de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper). De Kuipergordel is een gordel van vele miljarden komeetachtige, uit steen en ijs bestaande objecten voorbij de baan van de achtste planeet van het zonnestelsel, Neptunus. Een planeet kun je nu aan verschillende eigenschappen herkennen: een baan om de zon en geen energie productie. Dit betekent dat hij geen licht geeft, zoals een ster. Verder is een planeet bolvormig en is het geen maan. Een dwergplaneet heeft bijna dezelfde eigenschappen. Het enige verschil is dat planeten geen andere hemellichamen op hun baan hebben en dwergplaneten wel. Misschien ten overvloede: Pluto heeft veel hemellichamen om zich heen, vandaar een dwergplaneet. 

Het begin van het Melkwegpad
Een informatieve wandeling

Het is langzamerhand behoorlijk donker geworden en we moeten nog een stukje op de fiets om de auto te bereiken. Normaal gesproken is dit geen probleem en vormt het zelfs een mooie afsluitende activiteit. Vandaag worden we door onze app het bos in gestuurd, waar de paden steeds smaller worden en vooral steeds natter. Dit zijn waarschijnlijk prachtige paden op de mountainbike midden op de dag, maar zo in het donker is het beslist een ander verhaal. Op een gegeven moment zijn we terug bij uitkijktoren Holmers-Halkenbroek en blijkt het fietspad verderop afgesloten te zijn.

Bovenop de uitkijktoren heb je een goed overzicht (RK)

Een ondoordachte actie doet mij languit naast het fietspad, in een modderpoel belanden. De keus om terug te fietsen naar de meer gebaande (lees bredere) paden is snel gemaakt. Negen kilometer later en door en door koud zak ik heerlijk achterover in de auto. Met de verwarming op ‘heet’, mijn stoelverwarming op ‘high’ en met de natte schoenen en sokken onder me kom ik langzaam weer tot mezelf. Het was een heerlijke dag met veel indrukken en leermomenten in dit ‘schuldige landschap’. De volgende keer moeten we alleen wat eerder op de dag beginnen zodat we voor donker weer bij de auto kunnen zijn!