BEUKEMOA’S BLOKJE (Ommetje Vierhuizen)

Dit ommetje is uitgezet rondom Vierhuizen (Gronings: Vaaierhoezen), een dorp wat vroeger aan een zeedijk lag. De plaats dankt haar naam, weinig verrassend, aan de vier stenen huizen die er rond 1525 stonden. De (slaper)dijk ligt er nog steeds, maar al in de middeleeuwen is het dorp verder van de zee komen te liggen. Door de aanleg van de Kerkvoogdijpolder om het stuk tussen de Westpolder in het noorden en de Panserpolder in het zuiden te dichten, kwam er tevens een eind aan de visserij in het dorp. De zware tocht over het wad, van het schip naar het dorp, deed vele vissers besluiten uit te wijken naar naburig Zoutkamp wat nog wel een directe verbinding had met zee. Toch bleef Vierhuizen lange tijd wel het belangrijkste dorp in de streek, want in Vierhuizen stond, in tegenstelling tot Zoutkamp, een kerk!

marnegebied_vierhuizen2.gif

 Drie polders in het westen van Groningen (bron: internet)

De Kerkvoogdijpolder stond ook bekend als de Kerke-, Pastorie- of Vierhuisterpolder. Het gebied behoorde n.l. toe aan de kerk van Vierhuizen en zou oorspronkelijk samen met de Westpolder worden ingedijkt. Echter door een langdurig meningsverschil met de kerkvoogdij (vandaar de naam) over de verdeling van de kosten werd het gebied pas veel later (ruim vijftig jaar) ingedijkt. De Panserpolder is overigens genoemd naar de gelijknamige borg die tot 1769 bij het dorp hoorde. Waarschijnlijk is de naam van de borg ontleend aan de naam van de bewoners. Tijdens de 80 jarige oorlog was Jochem Panser borgheer. Hij vocht afwisselend aan de kant van de geuzen en aan die van de Spanjaarden. In 1581 werden echter zijn schathuis (van oorsprong de veestal bij een Groninger borg) en de keuken door de geuzen verwoest, waarmee de liefde voor die kant aanmerkelijk bekoelde. In de 17e eeuw kwam de borg met alles wat erbij hoorde in het bezit van Anna Lewe, een bekende naam in deze streken. De familie Lewe was een vooraanstaande familie met veel invloed, zoals b.v. het recht een dominee te benoemen. Onduidelijk is wanneer de borg werd afgebroken. Bij de kerstvloed van 1717 zou er nog sprake zijn van een borg op deze plaats, want tijdens deze overstroming zou daar een dienstmeisje gered zijn van de verdrinkingsdood, getuige het volgende verslag: ‘By Ulrum, op de Panster, was een Meyd agter in ’t huus en rieds in ’t waater, dog hier had het waater geen plaats voor deese Meyd, dies smeet een golf derselver op een losse Koe, die met de Meid naar ’t binnen huus stapte, in ’t welk de een sowel als de andere werd behouden.’ Zie je het voor je? Op de plaats van het vroegere borgterrein is later een boerderij gebouwd, die eveneens Panser wordt genoemd en tussen het dorp en deze boerderij is (uiteraard) nog een kerkpad aanwezig. Ook tussen Zoutkamp en Vierhuizen loopt een kerkpad. Tot bijna halverwege de 19e eeuw trokken de Zoutkampers wekelijks via dit kerkpad naar Vierhuizen om de dienst bij te wonen. In 1836 werd de bouw van de kerk in Zoutkamp voltooid en kwam een einde aan deze wandelgang.

_DSF44315641520190610-Edit.jpgKerk Vierhuizen (foto: IK)

Het spreekt voor zich dat wij bij de kerk beginnen. Deze tufstenen (stenen uit vulkanische as) kerk stamt uit de 13e eeuw. ‘Deze kerk stond op een wierde, zodat het godshuis tegen de grillen van de zee beschermd zou zijn.’ Met het verglijden van de tijd heeft de kerk toch veel te lijden gehad van weersinvloeden. Om geld in te zamelen heeft ‘de kerk’ meegedaan aan een ‘live tv programma’ van de BankGiro Loterij in 2006. Laten ze nu de finale winnen. Dankzij deze actie kon de kerk in 2007 volledig worden opgeknapt. Toch mooi. In de kerk vind je de wapens van de familie Lewe terug, waarvan Anna in 1620 een klok schonk aan de kerk. Volgens overlevering stond er oorspronkelijk een ‘zware tufstenen zadeldaktoren’ naast de kerk, welke in de middeleeuwen zou zijn gemetseld met behulp van stenen afkomstig uit het verdwenen dorp Maddens of Maddenze. Maddens wordt nog genoemd in 1475 (inkomstenlijst bischop van Munster) en in 1970 werd vier meter uit de dijk van de Kerkvoogdijpolder een grote steen met specie resten gevonden. De naam komt echter niet meer voor op de lijst van 1559. Het dorp lag buitendijks en is vermoedelijk in de tussenliggende periode onder geslibd. Het blijft echter onzeker of hier ooit een dorp heeft gelegen en of deze in verband stond met de naam Maddenze. Helaas werd de toren in 1843 afgebroken en werd de nieuwe toren op de kerk gebouwd. Nu herinnert slechts de oude windwijzer aan ‘het mysterie van het verdwenen dorp’

_DSF44325641620190610-2-2-bewerkt-bewerkt.JPGGedenksteen (foto: IK) 

Op het kerkhof zien we een gedenksteen voor slachtoffers van de overstroming van de Westpolder op 30 januari 1877. Deze polder ten noorden van Vierhuizen werd gebouwd tussen 1873 en 1876 en ligt op de grens tussen de Waddenzee en de vroegere Lauwerszee. Zowel tijdens de aanleg als net na voltooiing werd de polder getroffen door een zware stormvloed. Van de laatste doden (14 in totaal) werden 13 (bewoners) begraven in een massagraf op dit oude kerkhof. Het veertiende slachtoffer was een logeetje en werd in de buurt van haar familie begraven.

_DSF44185640220190609-Edit.jpgDijkgat naar de Kerkvoogdijpolder (foto: IK)

Aan de rand van het dorp zien we een dijkgat met doorgang naar de Kerkvoogdijpolder. Onze route loopt hier niet langs, maar zo’n dijkgat nodigt uit tot een kijkje. Op veel plekken in Groningen vind je naast zo’n dijkgat nog een houten huisje waarin planken opgeslagen worden die vroeger (nog niet eens zo lang geleden) bij storm in het dijkgat werden geplaatst om het water tegen te houden.

_DSF44195640320190609-2-2-bewerkt.JPGAan de rand van Vierhuizen (foto: IK)

We lopen verder langs een prachtig met bomen omzoomd laantje om uiteindelijk in de weilanden te eindigen. Dat hoort immers helemaal bij zo’n ommetje, het gaat met name om het landschap en de bewustwording dat we hier zuinig op moeten zijn

_DSF44215640520190609-2-2-bewerkt.JPGCoulisselandschap (foto: IK)

We zien hier het coulisselandschap ten voeten uit. Alsof je in een kijkdoos kijkt compleet met begrenzing en inschuifstukken om diepte te creëren. Volgens het boekje dus.

_DSF44265641020190610-2-2-bewerkt.JPGOns ‘Beukemoa’s Ploatske’ 🙂 (foto: IK) 

Tot nu toe is ons nog niet helemaal duidelijk waarom dit rondje ‘Beukemoa’s Blokje’ heet. Waar woonde die familie? Wie was Beukema en waarom is zijn naam ‘geëerd’ met een eigen wandelingetje? Vlakbij, grenzend aan, Vierhuizen stond een boerderij: Beukemoa’s Ploatske’. Deze boerderij is inmiddels afgebroken, maar tijdens WOII is hier een vliegtuig neergestort op de akker naast de boerderij, wat aan drie van de zeven bemanningsleden het leven kostte. Naar later bleek was dit een Engelse bommenwerper die net daarvoor zijn lading had afgeworpen boven Duitsland. Op de terugweg werd het vliegtuig getroffen door de luchtafweer van Emden en toen de bommenwerper daarna onder vuur werd genomen door een nachtjager stortte hij neer…..bij Beukemoa’s Ploatske.

Na mijmerend op het terras van ‘Het Lachende Paard’ in het dorp genieten we van een heerlijk wijntje. Al was dit maar een heel kort ‘blokje’ van ongeveer twee kilometer, toch blijven die ommetjes telkens weer verrassend en leren we iedere keer weer een beetje meer over onze provincie. We gaan zeker door met ontdekken!

KIJK OP EZINGE (Ommetje Ezinge)

Ten noordwesten van de stad Groningen liggen de vroegere middeleeuwse eilanden Middag en Humsterland. Middag is een verbastering van ‘Midage’ of ‘mid oog’ wat middelste eiland betekent. Humsterland is afgeleid van ‘Hugumarchi’, ‘Hugmerki’, of iets wat daar op lijkt, wat staat voor woongebied (= marke) van de Hugas (een oude naam voor de Chauken, een Germaanse stam in Noord Duitsland). Het Humsterland laten we vandaag even voor wat het is, want wij gaan op verkenning rond de wierde Ezinge, het hoofddorp van het voormalige schiereiland Middag.

12.3Oude kaart Middag en Humsterland (bron: internet)

Hoe is dit landschap ontstaan? Al in de vroege Middeleeuwen ontstond de Lauwerszee door grote overstromingen vanuit de Waddenzee. Deze overstromingen hadden tot gevolg dat Humsterland een eiland en Middag een schiereiland werd in de monding van de Hunze, het tegenwoordige Reitdiep. Vervolgens slibden de geulen rond de ontstane eilanden langzaam weer dicht door de voortdurende aanvoer van sediment uit de Waddenzee. Vanaf de twaalfde eeuw werden deze eilanden dan ook bedijkt, waardoor beide eilanden weer verbonden werden met het vaste land en ze nu, in het huidige landschap, niet meer als eilanden herkenbaar zijn.

Riepko.Krijthe1-7Vaarsen (foto: IK)

Van oorsprong is dit een agrarisch landschap waarbij de nadruk op veeteelt lag. Landbouw was op de wierde maar beperkt mogelijk, want ’s winters stond alles regelmatig blank. Akkerbouw beperkte zich dan ook voornamelijk tot het ‘Hoogeland’ ten noorden van het Reitdiep. De naam verwijst naar de relatief hoge ligging van de grond door aanslibbing van de zee. Ook tegenwoordig wordt rond Ezinge nog voornamelijk vee gehouden. We zien overal onderweg grote weilanden vol vaarsen (jonge ‘eerste kalfskoeien’ van ca 1.5 jaar, die gedekt zijn maar nog geen tweede kalf hebben gekregen). Ze begroeten ons telkens enthousiast en weten van gekkigheid soms niet wat ze zullen doen om onze aandacht te trekken. Heel vermakelijk.

Riepko.Krijthe1-4Rode Klaver (foto: IK)

Volgens de route beschrijving lopen we niet rondom het dorp zelf, maar lopen we juist in een grote lus ten zuiden van het dorp door ‘één van de oudste in tact gebleven cultuurlandschappen van ons land’ waarin veel karakteristieke elementen bewaard zijn gebleven. ‘Het landschap is een collage van stokoude wierden, waterlopen, wegen, dijken, kavelpatronen en dijktracés’. Dat belooft wat! Dit landschap werd in 2007 aangewezen als (één van de twintig) Nederlandse Nationale Landschappen en het is ook nog eens voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Met andere woorden een bijzonder landschap, wat je optimaal moet waarderen en hoe kan dat beter dan met een wandeling die grotendeels dwars door de weilanden loopt.

Onze wandeling begint bij Museum Wierdenland. Hier kun je zien hoe het wierden landschap zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. Dit gebied werd al bewoond vanaf 600 v. Chr. Door het stijgende zeewater werden de toenmalige bewoners min of meer gedwongen verhogingen in het land te maken, waardoor de zogenaamde huiswierde ontstond. Soms groeiden verschillende kleine huiswierden samen tot een dorpswierde zoals dat ook in Ezinge is gebeurd. We besluiten nu al dat we bij terugkomst toch ook even het dorp zelf in willen, tenslotte is Ezinge bekend vanwege de opgravingen die hier door de archeoloog Albert van Giffen zijn uitgevoerd. Hierover later meer.

Riepko.Krijthe1-8.jpgLangs de Zuiderweg (foto: RK)

Net buiten het dorp slaan we rechtsaf de Zuiderweg in. Deze historische weg is de oude route naar Aduard. Het bekende klooster in Aduard (Sint Bernardus abdij) werd in 1192 gesticht. Twaalf monniken onder leiding van abt Wybrandus vonden een verlaten wierde met de naam Adduwert (of Adewerd) en zagen daar ‘lichtende verschijnselen’, hetgeen voor hen voldoende aanwijzing was om op die plaats een klooster te vestigen. De monniken hebben de omgeving veel gebracht, want al snel na de stichting van dit klooster begonnen ze aan hun ‘strijd tegen het water’. Inpolderingen, bedijkingen, het plaatsen van sluizen om de ontwatering te bevorderen evenals het graven van sloten en kanalen zowel voor de scheepvaart als voor het opslaan van water werden grootscheeps aangepakt.

Om ons heen zien we de gevolgen van de harde storm die gisteren over heel Nederland en zeker ook over dit gebied heeft geraasd. Overal dikke afgebroken takken langs de weg en volop mensen aan het werk om deze takken en omgevallen bomen op te ruimen. 

Riepko.Krijthe1-6.jpgWierde in het landschap (foto: IK)

Een eindje verderop mogen we het land in, we gaan verder over het grasland van de familie Terpstra. Vanaf het land zien we de vele wierden om ons heen duidelijk liggen. Het doet je beseffen hoe het land hier langzamerhand tot ontwikkeling is gekomen. Regelmatig moeten we een slootje oversteken waar handig een paar planken overheen zijn gelegd met in het midden een betonnen paal. Om de koeien de oversteek te belemmeren? Deze kromme sloten zijn vroegere oude kreken, stille getuigen van het oude getijdenlandschap. De rechte sloten zijn pas gegraven na de bedijking in de 11e en 12e eeuw om een betere waterhuishouding in het gebied te regelen. Ze verbinden de oude kromme sloten met elkaar, waardoor er uiteindelijk vele kleine en onregelmatig gevormde kavels zijn ontstaan die zo kenmerkend zijn voor Middag-Humsterland. De monniken van Aduard hebben hier inderdaad een belangrijke rol gespeeld.

Riepko.Krijthe1-5.jpgPaardenbloempluis (foto: IK)

Behalve wierden en kromme sloten zijn ook dijken beeldbepalend voor dit gebied. De Oldijk is in de 12e eeuw aangelegd als een ringdijk om het schiereiland Middag. Tussen deze dijk en de tegenwoordige weg Saaksum-Den Ham (vroeger eveneens een dijk!) liep n.l vroeger een diepe zeearm tot voorbij Aduard. In de loop van de jaren daarna slibde dit water weer dicht en het (nieuwe) stuk land werd zelfs zo hoog dat het nu hoger ligt dan het vroegere land achter de dijk. Slechts een smalle sloot herinnert nog aan deze eens zo grote zeearm. Op oude kaarten is goed te zien hoe dit hele gebied in de tijd veranderd is.

Op de hoek van de Oldijk als je weer afslaat richting Ezinge staat ’t Verloatje’. Hier heeft een vroegere schutsluis (‘verloat’) gestaan, die tijdens de aanleg van het Oldehoofsch kanaal werd gebouwd (1826). Voor die tijd had het gebied zijn eigen waterpeil en eigen afwatering op het Reitdiep via het Saaksumerzijl. Na de aanleg van het Oldehoofsch kanaal kwam er een verbinding tussen het kleine Saaksumerzijlvest en het grote Aduarderzijlvest. Ter verduidelijking: een zijlvest is de Groningse voorloper van de huidige waterschappen. Door het peilverschil tussen beide zijlvesten bleek een extra sluis noodzakelijk. In 1877 werd het Reidtdiep bij Zoutkamp afgesloten van de zee en werd de sluis weer overbodig. Leuk dat al deze herinneringen bewaard zijn gebleven.

Riepko.Krijthe1-3.jpgGezicht op Ezinge (foto: IK)

Ondertussen komt Ezinge weer in beeld. Ezinge (Gronings: Aisen of Aizing) heeft een beschermd dorpsgezicht. Zoals eerder gezegd is Ezinge bekend vanwege de opgravingen die hier van 1923 tot 1934 zijn uitgevoerd onder leiding van Albert van Giffen. Albert Egges van Giffen (1884-1973) werd door de Drentse bevolking enigszins liefkozend ook wel ‘het Spittertien’ genoemd, aangezien hij destijds in heel Drenthe veel in de grond heeft gespit. Niet alleen in Drenthe, want met zijn opgravingen in Ezinge legde van Giffen als eerste de structuur van een dorp door de eeuwen heen in zijn geheel bloot. Hij ontwikkelde de zogenaamde ‘taartpuntmethode’, waarbij de plek van onderzoek in zowel verticale als horizontale sleuven wordt afgegraven. Op deze manier wordt een maximum aan gegevens verkregen met een minimale verstoring. De kerk met losstaande toren uit de 13e eeuw staat op de rand van de door van Giffen afgegraven wierde. Door de afgraving wordt de hoge ligging van de kerk op de wierde extra benadrukt, hetgeen goed te zien is vanaf de ‘ijsbaan’.

ezinge.jpgKerk van Ezinge (foto: RK)

Een grappig weetje is nog dat het eerste Nederlandstalige sprookjesboek uit Ezinge komt. Trijntje Soldaats werd in 1794 geboren als Katharina ( Trijntje) Alberts. Ze groeide op in de Torenstraat van Ezinge, waar haar vader een kuiperij had. In 1787 trouwde ze met Andries Cramer, een Duitse soldaat uit Hessen wat haar de naam Trijntje Soldaats opleverde. Lang verhaal kort…. Andries overleed en Trijntje keerde met haar twee kinderen terug naar Ezinge waar ze werk vond als naaister en kinderoppas bij de familie Arends in dezelfde Torenstraat. De huizen zijn nog te vinden in de straat! Onder het verstellen van kleding en gordijnen, vertelde ze kinderen verhalen. Tussen 1800 en 1804 schreef de destijds 11-jarige Gerrit Arend Arends de verhalen of ‘vertelsels’ van Trijntje in een schriftje. Vervolgens verscheen er in 1928 een boek met deze Trijntje Soldaats sprookjes door toedoen van de achter-achter-kleindochter van Arends nadat zij het schriftje tussen haar familiepapieren had gevonden.  

Riepko.Krijthe1-2Gevelsteen Torenstraat Ezinge (foto: IK)

Het dorp heeft veel om trots op te zijn. Wij hebben hiermee zeker een andere kijk op Ezinge gekregen.

EMO’S RONDJE (Ommetje Huizinge)

Acht eeuwen geleden liep abt Emo hier al zijn rondje over de kerkpaden en door de weilanden. Misschien is abt Emo wel de bekendste Nederlander waar je nog nooit van hebt gehoord. Ik heb het hier over Emo van Bloemhof (ca 1175 – 1237), ook wel Emo van Huizinge of Emo van Friesland (het tegenwoordige Groningen) genoemd. Emo is vermoedelijk omstreeks 1175 geboren in het gebied Fivelgo (later Fivelingo genoemd) in Frisia als jongere zoon uit een adellijke familie. Hij ging als kind naar een kloosterschool en studeerde samen met zijn broer Addo, die later pastoor werd in Westeremden, artes liberales (die wetenschappen, welke een ‘liber’, een vrij geboren man, waardig zijn, in tegenstelling met de handenarbeid van een ‘servus’ (slaaf), t.w. muziek, dichtkunst, welsprekendheid, geschiedenis, filosofie, spraakkunst en grammatica), theologie en later kerkelijk en burgerlijk recht in Parijs, Orléans en Oxford. De naam Emo van Friesland zegt vermoedelijk nog steeds weinig Nederlanders iets, maar in Oxford is dat wel anders. Op de website van de beroemde universiteit in die stad staat onder meer geschreven: ‘Eeuwen voordat de grote hedendaagse universiteiten bestonden, verwelkomden wij in 1190 al onze eerste internationale student, Emo van Friesland!’ Na zijn terugkeer werd Emo schoolmeester in Westeremden om vervolgens gekozen te worden tot pastoor van Huizinge. Heb je de wereld gezien om tenslotte te eindigen in een piepklein plaatsje. Klinkt toch bekend, nietwaar? 🙂

Riepko.Krijthe1-20 12.34.05.jpgBlik op Huizinge (foto: IK)

Goed voorbeeld doet goed volgen en wij besluiten zijn rondje te gaan verkennen. Nu moet ik zeggen dat ik tot voor kort nog nooit van het plaatsje Huizinge (Gronings: Hoezen) had gehoord. Het is dan ook maar een heel klein wierdedorp in het noordoosten van Groningen vlakbij Loppersum. De omstandigheden zijn ons welbekend: het dorp heeft maar zo’n 130 inwoners, kent een beschermd dorpsgezicht en is omringd door groen. Alsof we thuis zijn :). Oude namen voor het dorp zijn o.a. ‘Husdongon’, ‘Husdingen’ en ‘Huizinghe’. De betekenis is afgeleid van ‘dinge’ of ‘dynge’ (braakliggend land of nieuw ontgonnen land) en ‘hûs’ (huis, geslacht). Aan de westzijde van het dorp ligt een oud haventje dat in 1917 werd vergroot. In de 19e eeuw werden veel wierden afgegraven om de humusrijke grond als mest te gebruiken op minder vruchtbare gronden. Toentertijd is er aan het einde van het Huizingermaar een haventje gebouwd om de afvoer te vergemakkelijken. Wat ik ook niet wist is dat de klapbrug bij Fraamklap (bij Middelstum) in dit verband eveneens te maken heeft met Huizinge. Het voorvoegsel Fraam verwijst naar de (verdwenen) borg Fraam bij Huizinge. De brug ligt vrij ver van deze voormalige burcht af, maar gaf de plaats aan waar men van het Boterdiep moest ‘afslaan’ om via het Westerwijtwerdermaar en het Huizingermaar bij Huizinge (en dus bij Fraam) te komen. Deze en andere weetjes maken ons ommetje beslist interessanter!

Riepko.Krijthe1Kerkenpad Huizinge (foto: RK)

We starten onze wandeling bij het haventje en slaan bijna onmiddellijk rechtsaf een kerkenpad in. Dit stenen pad leidt ons naar een ‘romanogotisch’ kerkje, de Jans- of Johannes de Doperkerk, dat midden op de wierde staat. Romanogotiek is in feite een nog grotendeels romaanse bouwstijl waarbij gotische vormen werden toegepast en komt vooral voor bij kerken. In de noordelijke Nederlandse provincies, met name Groningen, worden veel kerken tot een aparte romanogotische stijl gerekend, die ook wel bekend staat onder de naam baksteengotiek. Gotiek van de koude grond? De huidige kerk is gebouwd rond 1250, maar toen abt Emo hier rond 1205 pastoor was, moet het nog een houten bouwwerk zijn geweest.

Riepko.Krijthe1-26.jpgSfeerimpressie Janskerk Huizinge (foto: IK)

We vervolgen onze weg en komen langs een begraafplaats net buiten het dorp. Deze werd in 1916 aangelegd nadat het gemeentebestuur het kerkhof rond de kerk had gesloten. Het geheel is nu een Rijksmonument. Het bordje ‘oorlogsgraven’ is bedoeld voor het graf van Egbertus Luitjen Ubbens die op 10 mei 1945 werd gefusilleerd. Volgens het Groningse verzetsarchief heeft hij meegewerkt aan de distributie van koren onder de bevolking en stelde hij levensmiddelen beschikbaar voor gevangenen. Ubbens is op 20 maart 1945 gearresteerd na de vondst van een naamlijst van de Ordedienst (een Nederlandse illegale organisatie tijdens WOII).

Riepko.Krijthe1.jpgOorlogsgraf Huizinge (foto: IK)

Riepko.Krijthe1-12Door de weilanden (foto: RK)

Even verderop gaat het echte werk beginnen, we slaan rechtsaf het weiland in. Een groot deel van dit ommetje voert langs het water en door de weilanden. Er is weliswaar een paadje, maar de grassen en weidebloemen bloeien uitbundig, dus echt goed zichtbaar is het niet. We wandelen langs oude waterlopen, van oorsprong prielen en slenken, die werden verbonden met maren (natuurlijk kronkelende kanalen) en andere gegraven kanalen. Eeuwenlang vormden deze samen de belangrijkste verkeersaders in dit gebied. De trekpaden langs de maren en kanalen waren verhard en met name bedoeld voor de paarden die de schuiten moesten trekken. Dat waren nog eens tijden. Nu is er in de verste verte geen boot, schuit of scheepje te zien. Om ons heen is het volkomen stil op een enkel opstandig gekwetter van een vogeltje na, wanneer we te dicht langs z’n nest lopen, althans dat denken wij.

Riepko.Krijthe1-24.jpgIn mei leggen ….. (foto: IK)

Het is hier wijds met zicht op torenspitsen die dorpjes in de verte doen vermoeden. Over dit wandelingetje is nagedacht, maar over de wijze waarop Emo in zijn dagen het Huizingermaar is overgestoken blijven we gissen, want het speciaal voor dit ommetje aangelegde bruggetje is van behoorlijk recente datum. Was ‘fierljeppen’ toen al een begrip?

Riepko.Krijthe1-25.jpgTorenspits in de verte (foto: IK)

Riepko.Krijthe1-5-1.jpgBrug over het Huizingermaar (foto: RK)

We zijn ondertussen bijna rond, maar waar stond nu die borg? Het blijkt dat Huizinge twee kerkenpaden kent. Over het eerste zijn we al gelopen, het tweede liep door de landerijen vanaf borg Fraam, ten noordwesten van het dorp. Van deze borg is nu helaas niets meer terug te vinden (is waarschijnlijk al in 1738 afgebroken), zelfs geen informatiebord op de plek van weleer. Het kerkpad is wel blijven bestaan en wij mogen (eigen terrein) daar overheen lopen. Aan het einde van het pad, op het punt waar we afslaan terug naar het dorp, staat een zogenaamd ‘wandelbankje’. Dit zijn ‘bankjes die je overal tegenkomt, meestal op het juiste moment om de benen wat rust te gunnen’. Zou dit exemplaar hier geplaatst zijn met zicht op de ‘imaginaire’ borg. Ik kan me er iets bij voorstellen.

Riepko.Krijthe1-16.jpgWandelbankje (foto: RK)

Genietend van de laatste zonnestralen lopen we de laatste meters naar het dorp terug. Boerderij Melkema is de laatste bezienswaardigheid op de route. Deze kop-hals-romp boerderij wordt al in 1371 in de archieven genoemd. De gebouwen in Huizinge worden tegenwoordig echter bedreigd door aardbevingen veroorzaakt door de gaswinning in Groningen. Een zware aardbeving, 3.6 op de schaal van Richter, vormde in 2012 het epicentrum in dit dorp en dat is o.a. goed te zien aan deze boerderij.

Riepko.Krijthe1-17.jpg‘De Plaats Melkema’ (foto: RK)

Het DvhN meldt in januari 2016 dat de NAM de boerderij heeft gekocht omdat ‘het karakteristieke horeca-etablissement in het hart van het aardbevingsgebied’ al enige tijd om veiligheidsredenen gesloten is. Wanneer en op welke wijze ‘De Plaats Melkema’ wordt aangepakt, is nog niet bekend. Volgens een NAM-woordvoerder zijn onderzoeken naar de restauratie van kostbaar erfgoed in volle gang: ‘de aankoop van het pand geeft ons enige ruimte om daarin de goede keuzes te maken.’ Ondertussen is het 2019 en er lijkt nog niet veel te zijn veranderd. Misschien hebben ze teveel aan hun hoofd? Sindsdien zijn er immers nog veel meer aardbevingen geweest met als gevolg heel veel meer schade. Het leed is beslist nog niet voorbij!

Riepko.Krijthe1-21.jpgWuivend gras (foto: IK)

Ondanks het feit dat Emo zelf niet zo gelukkig was in Huizinge, hij had teveel geleerd bij al die universiteiten waar hij niets aan had als dorpspastoor, heeft hij Huizinge voor ons wel op de kaart gezet. Heerlijk zo’n rondje om!

HET OMMETJE IS TERUG (Ommetje Garnwerd)

Als vanuit het niets is er weer dat dagelijkse ommetje en het blijkt toch niet zo oubollig te zijn als eerder gedacht. Inmiddels weten we immers dat wandelen goed is voor de mens en volledig in het vakje ‘gezonde levensstijl’ past. Nu schijnen er zelfs officiële ‘ommetjes’ te bestaan; korte wandelroutes die door de bewoners zelf zijn uitgezet in en rond hun dorp. Zij kennen de mooie kleine paadjes, de historische feitjes en zij maken het landschap toegankelijk voor een ieder die geïnteresseerd is, want een gedeelte van de route gaat over particulier terrein.

Vroeger (nog niet eens zo lang geleden) was wandelen eigenlijk de belangrijkste manier van vervoer. Zo had je b.v. kerkpaden die`s zondags werden gebruikt om naar de kerk te gaan, als er geen gewone weg tussen de woonplek en de kerk aanwezig was, ossengangen (de weg aan de voet van en rondom een wierde), schoolpaden (spreekt voor zich), schouwpaden (openbaar toegankelijk pad langs een watergang waar een vertegenwoordiger van het waterschap de schouw -inspectie- van de sloten kan uitvoeren), trekpaden (paden waar de herders langs liepen) en schapendriften (weg met bermen waarlangs schapen kunnen weiden). Veel van deze historische paden zijn ondertussen verdwenen. Het Landschapsbeheer Nederland heeft daarom een wedstrijd georganiseerd waarbij in elke provincie samen met bewoners twee ‘ommetjes’ gerealiseerd mochten worden. Landschapsbeheer Groningen heeft vervolgens bijna alle ingediende ommetjes (inmiddels 25) in haar provincie uitgevoerd. Van elk ommetje is een folder gemaakt, die naast de route ook een aantal bezienswaardigheden en historische weetjes beschrijft. Daar profiteren wij weer van!

Riepko.Krijthe1-15.jpgLijnen in het land

Geïnspireerd door bevriende lange afstandswandelaars willen wij ‘klein’ beginnen met een korte wandeling van ongeveer zes kilometer. Terwijl het in de rest van Nederland nat en guur is, treffen wij het in het noorden met een koppig zonnetje dat steeds weer een gaatje tussen de wolken probeert te vinden. Heerlijk wandelweer!  Wandelen moet goed zijn om ‘de haast uit je hoofd te halen en dan te kijken wat er over blijft’. We nemen dus de camera’s mee, want het gaat niet aleen om naar wat je kijkt, het gaat tevens en misschien vooral om wat je ziet. Om met Dennie (fotografie leermeester in Bangkok) te spreken: ‘to inspire your vision beyond the cliché images…… look for the unusual…… look for the unique…. look for the beauty that  is not what everyone else sees……. See.’ We gaan ervoor.

Het dorpsommetje Garnwerd Aduarderzijl zal ons langs deels onverharde paden langs het Aduarderdiep naar het sluizencomplex van Aduarderzijl voeren. Vandaar lopen we dan langs de gedeeltelijk afgegraven wierde Antum terug naar Garnwerd. Klinkt goed. De omgeving maakt deel uit van het Nationaal Landschap Middag-Humsterland en was tot en met het begin van de twintigste eeuw, voor de aanleg van de bruggen over het Reitdiep en het Aduarderdiep, zeer geïsoleerd van de buitenwereld.

Riepko.Krijthe1-17.jpgBlik op Garnwerd

We starten in Garnwerd bij Molen De Meeuw. Dit is niet de oorspronkelijke molen van het dorp. Na de kanalisatie van het Reitdiep werd deze molen in 1851 boven op de dijk gebouwd. Een ideale plek niet alleen qua wind, maar ook vanwege de gunstige ligging voor de aan- en afvoer van graan en meel.

Riepko.Krijthe1-10.jpgIn de kerk net onder het orgel

Boven op de kerk (eind 13e eeuw) prijkt een windvaantje in de vorm van een leeuw. Ik denk eerst dat dat te maken heeft met de Nederlandse leeuw, maar het blijkt een referentie te zijn (of een eerbetoon) aan de familie Lewe van Aduard. Ik kan niet precies achterhalen welk familielid hier bedoeld wordt, maar de stamvader van deze familie, Geert Lewe, wordt al sinds 1352 als burgemeester van Groningen vermeld. Later verspreidden de familieleden zich over de Ommelanden, waar zij op borgen van de regio woonden. Vanaf 1814 werden leden van de familie benoemd in de ridderschap van Groningen waardoor zij tot de adel gingen behoren en vanaf 1831 werd voor leden van de familie de titel van baron en barones erkend. Het is maar dat je het weet.

Riepko.Krijthe1-13.jpgVeerhuis Schiftpot

We vervolgen ons pad door een weiland. De rand is keurig gemaaid en ligt uitnodigend klaar voor een ieder die maar belangstelling toont. We lopen richting Schiftpot waar vroeger de verbinding tussen Garnwerd en Ezinge middels een voetveer over het Aduarderdiep was geregeld. De naam verwijst naar het veerhuisje aan de oostkant van het diep en is waarschijnlijk een afgeleide van een ijzeren pot waarin schif (vlasafval) werd gebrand. Vlas werd veel verbouwd in Nederland, voornamelijk op kleigrond, dus ook in het noorden van Groningen. Grappig weetje is dat er zich tot in de jaren dertig tegenover het veerhuis een zogenaamde ‘stille knip’ (illegaal cafe) bevond. Een broodnodige borrelstop onderweg?

Riepko.Krijthe1-12.jpgWaarhuis Aduarderzijl

We blijven ‘de voetjes’ volgen langs het Aduarderdiep en komen tenslotte uit bij het drie eeuwen oude Waarhuis in Aduarderzijl. Aanvankelijk werd het huis gebruikt als rechtshuis (Scheppershuis), later als sluishuis, café en kleinveebedrijf. Tegenwoordig is het ‘omgetoverd tot een klein cultuurparadijsje, waar exposities, concerten, diners en kleinkunst voorstellingen plaatsvinden’. Het huis staat op een heel mooi plekje (er wordt zelfs gesproken over één van de mooiste plekjes), te weten op de kruising van het al eerder genoemde Aduarderdiep, gegraven tussen 1400 en 1430, en het oorspronkelijke Reitdiep. Het Reitdiep (vroeger Groninger Diep geheten) is een diep (heeft betrekking op de waterdiepte welke scheepvaart mogelijk maakt) dat van de Noorderhaven in de stad naar het Lauwersmeer loopt. Reit betekent riet en is mogelijk een verwijzing naar de rietvelden ten noordwesten van de stad Groningen, waar de rivier doorheen stroomt. De monniken uit Aduard hebben het Aduarderdiep indertijd aangelegd om een verbinding te maken met het Reitdiep. Naast het waarhuis kwam het ‘zijl’, hetgeen sluis betekent. Van strategisch groot belang want vanaf hier werd meegewerkt om het waterpeil en het scheepvaartverkeer van en naar Groningen te controleren. Tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568-1648) en tijdens het beleg van de stad (1672) is hier dan ook flink gevochten. Pas in 1974 verloren beide sluizen, er was inmiddels een tweede sluis aangelegd ter bevordering van de waterdoorvoer, hun zee-werende functie. 

Riepko.Krijthe1-21.jpgBij de sluis Aduarderzijl

We zijn ondertussen alweer aan de terugweg begonnen. Rest ons nog de wierde Antum. De beschrijving zegt dat de weg van Aduarderzijl naar Garnwerd over de wierde loopt, een wierde met een bijzondere vorm. In het begin van de 20e eeuw werd bijna driekwart van deze wierde afgegraven om de grond elders te gebruiken als vruchtbare grond. Om de grond af te voeren werd zelfs een klein kanaaltje gegraven naar het Aduarderdiep. Tijdens het afgraven werd o.a. een ruitergraf gevonden wat gedateerd is uit de 8e eeuw. Eén boer wilde zijn grond niet laten afgraven en dit stuk ‘torent sindsdien uit als een taartpunt boven het landschap’. Er is dus maar een klein stukje van de wierde bewaard gebleven, deze plek wordt aangeduid met het bordje ‘Antum’.

Riepko.Krijthe1-16.jpgWierde Antum

Het is hier mooi! Dit deel van het Westerkwartier, Middag Humsterland, is dan ook het oudste cultuurlandschap van noord-west Europa. De geschiedenis van deze streek gaat terug naar de vroege ijzertijd, in de 5e of 6e eeuw voor het begin van de jaartelling. In die tijd ontwikkelen zandplaten onder de Waddeneilanden zich tot kwelders met kweldergras, de ideale gronden voor de schapen en runderen van de eerste bewoners. De kwelders overstroomden bij storm, waarop woonheuvels of wierden werden gebouwd en zo is het gekomen……

Riepko.Krijthe1-18.jpgCafé Hammingh in Garnwerd

We zien Garnwerd alweer in de verte liggen. We lopen nog even door het gezellige dorp en genieten van een welverdiend rustmomentje in een lokaal café. Heerlijk zo’n ommetje! Wanneer gaan we weer?

 

ABSTRACT PAKT ?!

Wat betekent het begrip abstract? Abstract is iets dat je niet direct kunt zien of waarvan je niet direct ziet wat het voorstelt. Abstract is daarmee het tegenovergestelde van concreet. Een abstract begrip is b.v. liefde. Liefde kun je niet direct zien, maar liefde is wel een begrip waar veel concrete dingen bij horen. Denk maar eens aan het geven van een zoen.

Het werkwoord abstraheren is afkomstig van het Latijnse woord abstráhere. Dit betekent ‘weglaten’. Meestal gaat het dan om het weglaten van alle onbelangrijke informatie. Ga je dan niet te ver? Ter illustratie lees ik over het volgende ‘probleem/raadsel’: ‘Stel er is een kamer in een flatgebouw op de derde verdieping met daarin één lamp. De lamp wordt bediend door één van drie schakelaars in de hal op de begane grond. Je moet erachter komen welke van de drie schakelaars dat is, maar je mag maar één keer naar boven lopen om te kijken, wat de lamp doet.’ Dit blijkt helemaal niet gemakkelijk op te lossen! Ik moet zeggen dat ik vast te moeilijk denk of misschien niet ver genoeg doordenk? Het probleem is dat je er meestal niet bij nadenkt dat een lamp meer kenmerken heeft dan alleen maar ‘aan’ of ‘uit’, want wanneer je je realiseert dat een lamp behalve licht ook warmte afgeeft als hij aanstaat, is de oplossing niet zo moeilijk meer. Weet je het al? Je zet eerst schakelaar 1 aan, wacht een poosje, zet schakelaar 1 uit en zet schakelaar 2 aan waarop je naar boven loopt. Als de lamp brandt, is het schakelaar 2. Is de lamp uit, maar nog wel warm, is het schakelaar 1. In het overblijvende geval (uit én koud) is het dus schakelaar 3. Het teveel abstraheren van de lamp (alleen ‘aan/uit’) bemoeilijkt in dit geval het vinden van de oplossing.

Toch heeft Michelangelo ooit al gezegd: ‘Schoonheid ontstaat door de zuivering van overtolligheden.’ Heeft hij daarmee misschien al een heel vroege knipoog gemaakt naar de abstracte kunst……? De abstracte kunst wordt namelijk vaak de kunst van het weglaten genoemd, hoewel de werkelijkheid meestal nog wel te herkennen is. Hoe anders is dat bij abstracte fotografie, want bij abstracte fotografie laat je de realiteit meestal helemaal los. Je gebruikt kleuren, lijnen en andere vormen om een bepaalde emotie los te maken of een idee te visualiseren. Interessant gegeven!

Bij abstracte kunst, ook wel non figuratieve kunst, is er geen duidelijke verwijzing naar onderwerpen uit de omringende wereld te herkennen, ook al heeft de kunstenaar zijn werk vaak wel een titel uit de werkelijkheid gegeven. Zoals gezegd gaat het nu om lijnen, vlakken, punten, kleuren en licht, ruimte en vormen in een bepaalde kunstzinnige ordening. Natuurlijk komen deze elementen ook voor in realistische of figuratieve werken, maar dan houden deze elementen verband met het onderwerp en sluiten ze aan bij de waarneming daarvan. Bij een abstracter schilderij wordt de werkelijkheid minder belangrijk en ligt de nadruk juist op de beeldende elementen zelf.

28‘Untitled’ – Kandinsky uit 1910 (bron: internet)

Het was Wassily Kandinsky die in 1910 het eerste abstracte schilderij maakte, althans hij vertelde iedereen dat hij abstractie had uitgevonden. Of dat klopt is een ander verhaal. Zo zette Kazimir Malevich oudere jaartallen op zijn schilderijen om de eerste abstracte schilder te lijken. Het is ook eigenlijk niet zo belangrijk. Belangrijker is dat verschillende kunstenaars tussen 1910 en 1920 bezig waren om hun werken steeds abstracter te maken.

avond-evening-the-red-tree-1910.jpeg‘De Rode Boom’ – Mondriaan (bron; internet)

Eén van de belangrijkste figuren in de (abstracte) kunstgeschiedenis van de 20e eeuw is wel Piet Mondriaan (1872-1944). Zijn werken met zwarte horizontale en verticale lijnen en vlakken in de primaire kleuren (rood, geel en blauw) en de ‘niet-kleuren’ (zwart, wit)  zijn tegenwoordig wereldberoemd. Toch begon Mondriaan zijn loopbaan met realistische landschapsschilderijen. Aan het begin van de twintigste eeuw werden zijn landschappen echter gedurfder in lijn en kleur. In ‘de Rode Boom’ (een van zijn beroemdste vroege werken uit 1910) schilderde Mondriaan een vuurrode boom in een kobaltblauwe setting. Met dit soort kleurexperimenten verliet hij voorgoed zijn eerdere, naturalistische stijl en is hij definitief de weg naar de abstractie ingeslagen.

large-ef91fcee70e050ce156475be344ad93ff34ef0ea.jpg‘Compositie no II’ – Mondriaan (bron: internet)

Mondriaan bleef zoeken naar de essentie van zijn beleving en het vinden van harmonie in zijn werk. Rond 1920 vindt Mondriaan dan zijn definitieve vorm. Hij wil met zijn composities van primaire kleuren, horizontale en verticale lijnen en egale kleurvlakken een gevoel van harmonie oproepen, dat verbonden is met het grotere kosmische evenwicht. Hij wil absolute ‘schoonheid’ creëren. Zijn werken zijn nu geheel abstract, maar eigenlijk is er niets veranderd ten opzichte van zijn landschappen. Mondriaan blijft zoeken naar harmonie, waarbij ieder werk opnieuw een zoektocht is naar een balans tussen kleurvlakken en lijnen. Alleen door deze goed op elkaar af te stemmen vond Mondriaan de puurheid waar hij naar op zoek was.

Ik lees en heb inderdaad ook vaak gehoord dat één van de meest voorkomende reacties op abstracte kunst zoiets is in de trant van: ‘mijn zes jaar oud zou dat gemaakt kunnen hebben’. Dat lijkt misschien zo, maar het is ontegenzeggelijk een feit dat je abstracte kunst moet leren begrijpen. Al is het volgens sommigen eigenlijk heel gemakkelijk en is het enige wat je nodig hebt een open geest en en grote verbeeldingskracht. Daar ontbreekt het mij niet aan, dacht ik……..

Om zelf ook eens te experimenteren met ‘abstract’ kom ik uit bij de abstracte fotografie. Tenslotte zijn ook hier vormen, lijnen en kleuren alles wat je overhoudt als je al het herkenbare uit  een foto weghaalt. Een abstracte foto moet wel altijd een krachtig beeld zijn dat visueel prikkelt en een emotionele reactie bij de kijker uitlokt. Abstracte fotografie is ook een instinctieve kunst. Waardoor wordt jouw aandacht getrokken en welke emotie roept dit op? Leer meer te zeggen door minder te laten zien. Het klinkt zo eenvoudig, maar de praktijk is zoals gewoonlijk ingewikkelder. Gelukkig worden er handvaten gegeven :0.

Als eerste is er de vorm. De vorm is vaak het eerste waardoor je aandacht naar een bepaald onderwerp wordt getrokken.

Dan kleur…. Kleuren spelen een belangrijke rol, niet alleen om de aandacht van een kijker te trekken, maar ook om die aandacht vast te houden. In abstracte fotografie wordt veel gewerkt met oververzadigde en intense kleuren en er wordt vaak gebruikgemaakt van sterke kleurcontrasten. Hmmmm.

Kleurenpracht-op-ijzerKleurenpracht op ijzer’ (bron: internet)

Helaas nog geen eigen foto’s, het vraagt toch iets meer aandacht 😉

Tenslotte spelen lijnen ook een belangrijke rol, want lijnen kunnen de blik door het beeld sturen om zo de aandacht vast te houden of om eventueel de aandacht te sturen naar het belangrijkste onderdeel van de foto. Het moge duidelijk zijn dat het maken van zulke abstracte foto’s veel oefening en misschien (nog) meer verbeeldingskracht vraagt. Het is een andere benadering van de wereld om je heen.

Riepko.Krijthe1-21 copy.jpg

Hoe je dan naar het resultaat moet kijken……. ‘Je laat je ogen over het schilderij dwalen. Je slingert van hoek naar hoek, van boven naar beneden. Je laat je onderdompelen in het oppervlak en laat je ogen dansen over het kunstwerk. Je zou niet moeten proberen om het uiterlijk van het schilderij (of de foto) in je op te nemen, want je zou moeten toestaan dat het werk je meesleurt. Laat je emoties, herinneringen en gedachten de vrije loop. Laat je ogen ontspannen. Heb geen verwachtingen, maar laat je meenemen. Onderzoek de kleuren, patronen, vormen, materialen, het oppervlak, de werking het reliëf, enzovoort. Neem je tijd en laat het schilderij tegen je ‘spreken’.’ Wow, dat klinkt fantastisch toch? Heb je met deze oefening al een titel voor bovenstaande foto gevonden?

Het lijkt me zeker de moeite van het onderzoeken waard of abstract me inderdaad pakt.