Bud to brew

Na een wat onrustige nacht (zoveel indrukken) op tijd weer op. Vandaag staat er weer van alles gepland, al hebben we geen idee hoe laat we van start gaan. Indian Stretchable Time  (IST) is een bekende term voor ‘een flexibelere en meer ontspannen houding ten opzichte van stiptheid en deadlines in India’. Het weerspiegelt het culturele besef dat 2 minuten ook 15 of 20 minuten kan betekenen en dat deadlines beïnvloed worden door prioriteiten, relaties en gebeurtenissen in plaats van door strikte schema’s. Dat er zelfs een officiële term voor is zegt genoeg! We (her)kennen het en installeren ons, na de Indiase variant van het ontbijt (we laten de cornflakes met warme melk links liggen), lekker buiten op het terras.

Als vanouds weer in room 1: Bougainvillia

Al snel staan Rajesh (factory manager) en Mutu van de buitendienst voor ons. Mutu zal ons vandaag op sleeptouw nemen. Zijn plan is om eerst naar de Nestle demo plantage net buiten Cherambadi te gaan, vervolgens de Wentworth Estate fabriek te bezoeken en als laatste wat theeplukkers te traceren zodat we een volle onderdompeling krijgen van ‘bud to brew’. Dat klinkt als een plan!

Sajeesh wordt opgetrommeld en al snel rijden we achter Mutu en zijn tweede man (?) naar de plantage waar theoretische en praktische uitleg wordt gegeven aan kleine theeboeren hoe ze de grond en hun planten beter kunnen verzorgen met als resultaat een betere opbrengst. Dit is een relatief nieuw concept (sinds 2017), maar het was volgens Mutu hard nodig.

De demo plantage

Veel kleine boeren zijn laaggeletterd, hebben geen goede materialen en zijn niet op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en inzichten. Hier krijgen ze aanschouwelijk onderwijs. Het gaat vaak om simpele zaken, zoals het gebruik van een veiligheidsbril en de juiste ‘nozzle’ bij het sprayen of een gekalibreerde maatbeker voor het afmeten van de juiste hoeveelheid van wat je ook wilt gebruiken. Ook zijn er weetjes. Er worden willekeurige wortelstokken van de theeplanten gedoopt in een mengsel van jodium en water. Kleurt het snijvlak blauwig, dan is deze theeplant klaar om te worden gesnoeid. Er zit dan voldoende zetmeel in de plant om na het snoeien snel weer uit te botten.

Uitleg gebeurt wel in stijl

De bomen in de theeplantages zijn zilvereiken waar peperplanten tegenaan omhoog groeien. De bomen zijn lang en smal en geven net voldoende schaduw om de theeplanten een ideaal microklimaat te bezorgen. Eigenlijk wisten wij dit stukje al. Nieuw (voor mij) is dat ‘two leaves and a bud’ m name belangrijk is in noord India omdat de theeplantages daar lager liggen en het derde blad vaak een bittere smaak aan de thee geeft. Hier in het zuiden liggen de plantages hoger, 2 bladeren is premium, maar ‘three leaves and a bud’ kan ook en dat is wel zo makkelijk. Die bitterheid ontbreekt hier.

‘Three leaves and a bud’
‘Silver oak’ met een peperplant rondom de stam

Deze theeboer heeft net zoals zijn vele collega’s ongeveer 0.5 – 2 hectare land om te verbouwen. Naast thee verbouwd hij peper, areca (betelnoot) en heeft hij een cacao-, een kokosnoot- en een mangoboom plus een kardemonplant voor eigen gebruik. We mogen alles zien en proeven. Zelfs een bijna rijp peperkorreltje lijkt op zich heel onschuldig in het begin, maar heeft een venijnig pitje achteraf. 

Peper groeit langs de stam van de zilvereik
De mangoboom bloeit op dit moment
Kardemon groeit laag bij de grond
Betelnoot oogst

Dan vindt Mutu het de hoogste tijd voor de volgende stap in het proces. We weten immers nu alles wel van deze fase ……. De Wentworth fabriek is zowel de concurrent als de leverancier van tea waste (tea fiber). Mogelijk als extra inkomsten promoot HML (Harrison Malayalam) tegenwoordig ‘tea factory visits’. Het pad naar de fabriek is echter een uitdaging, dus als ze mikken op grote busladingen vol geïnteresseerden, moet er nog wel het een en ander gebeuren. Deze fabriek uit 1907 is ooit gebouwd aan het water ivm het opwekken van stroom en ligt een behoorlijk eind landinwaarts van de grote weg.

De fabriek zelf is sindsdien praktisch niet veranderd. Natuurlijk is er meer aandacht voor veiligheid, hebben ze machines vervangen en verlopen processen soepeler met nieuwere technologie. Desondanks doe je een stap terug in de tijd. Veel handmatig werk, vrouwen tillen grote plastic bakken, met gerolde theebladeren na de eerste droging, van het ene punt naar de volgende bewerking. Gevuld zijn die bakken zeker 15 kg! Anderen vegen constant de vloeren om gevallen bladeren in welk stadium van bewerking dan ook, te verwijderen.

De theebladeren worden in grote bakken opgevangen
Het eerste rollen en drogen
Bakken met zo’n 15 kg op het hoofd
Ook hier veel vrouwen aan het werk

De fabriek ziet er schoon uit en ademt een sfeer als uit een ouderwetse film. We kijken onze ogen uit. We horen dat de thee het moeilijk heeft. Het theeplukken, hoewel inmiddels bijna niet meer handmatig, is geen aantrekkelijk werk (meer), waardoor het aantal personeelsleden is teruggelopen van 600 naar rond de 100. Werken in de koffie (het pukken) is lucratiever, meer seizoensgebonden. De koffieprijzen zijn bovendien nog eens zo’n 2.5 keer hoger per kilo. Vandaar dat veel thee planters overgaan op koffie.

Uitleg van directeur Salman met Mutu in zijn Nescafé shirt daarachter 🤔

We lopen langs en horen details over evaporators, schudders, het zeven etc. en komen tenslotte uit bij de ‘tea tasting’, want dat hoort er altijd bij! Na afloop nog snel een echte kop thee bij de directeur in zijn kantoor en we ‘moeten’ weer door. 

Van licht naar donker en je mag het uitspugen …….
De kenner aan het werk

Salman weet ons te vertellen waar de theeplukkers aan het werk zijn en dat blijkt toevallig op de weg terug te zijn. Het kan niet beter.

De (onze) fabriek op de achtergrond is belangrijk (volgens Mutu)

We zien ze al van verre met hun kleurige kleding midden in het groen. Er is wel heel veel veranderd. De jute zakken zijn vervangen door een gekleurde los geweven variant en de dames (dat nog wel) gebruiken of een soort reuzen knipschaar met een bakje eraan of een soort heggenschaar met eenzelfde bakje. Met de heggenschaar (op batterijen) gaat het werk veel sneller. Een maai met deze schaar levert genoeg op in het bakje om deze meteen in de gekleurde zak leeg te kiepen.

Kijk eens wat ik heb?’

De jongere dames zijn trots op deze vooruitgang en laten ons vol trots hun geautomatiseerde knipmethode zien en horen. De meeste oudere dames vinden dit spannend, het gaat te snel en ze hebben te weinig controle. Zij knippen liever handmatig met de grote schaar. Zij knippen zorgvuldig de tafel rond, de theestruiken zijn in de vorm van een tafel gesnoeid, en legen pas een propvol bakje bladeren in hun verzamelzak.

De paraplu gaat op, ze is klaar om aan het werk te gaan.

Als altijd is de belangstelling voor ons groot. Het is dat wij geen Tamil of Malayalam spreken, anders waren ze beslist gestopt met hun werk. Wij komen niet verder dan ‘vaṇakkam’, het Tamil voor hallo. Dat wordt wel gewaardeerd, gezien de brede glimlachen en de schudbewegingen met het hoofd. Veel dames dragen tegenwoordig ipv een doek een kleine paraplu die met een draagband op het hoofd gedragen kan worden. Voor ons minder mooi, maar voor hen een hele logische keus natuurlijk.

We zijn nog maar net weer binnen de poorten op vertrouwd terrein of we worden alweer gebeld of we nog even willen kijken op de berg tegenover ons (voor insiders: de berg van Suresh) om de nieuwste innovatie te zien op het gebied van sproeien. Altijd leuk. Sadiq, volgens hemzelf de beste vriend van Abdu, komt ons halen. We zouden eens kunnen verdwalen ;). Al gauw zien we de oorzaak van alle commotie. Een enorme drone zoeft boven het veld om de theeplanten te voorzien van ‘nutricients’. Wij denken er het onze van en doen een paar flinke stappen achteruit wanneer dat gevaarte op ons af komt zoeven. De baas vertelt trots dat er 4 van deze drones zijn die het werk een stuk eenvoudiger maken en veel minder mankracht vragen. Een win win situatie. 

Het lijkt wel een groot vliegend insect

Teruglopend zien we dat ‘ons’ weegstation is veranderd in een soort overdekt terras, dwz naast een paar brommers staat er ook een gammel tafeltje met een paar plastic stoelen eromheen. Het voorziet in een behoefte, zullen we maar denken. R. wil nog even de berg op, Sadiq wil hem niet alleen laten, maar wil tegelijkertijd ons ook niet uit het oog verliezen. Hij heeft vast de opdracht gekregen om ons gedrieën weer veilig binnen de poort te brengen, denken wij. W. en ik strijken daarom maar neer bij het voor ons nieuwe theestalletje net voor het weegstation aan de weg. In het oog van de wacht aan de overkant (haha) bestellen wij een snack die we, aan een haastig georganiseerd tafeltje, pontificaal voor het cafeetje mogen opeten. Goed voor de klandizie? We krijgen in elk geval voldoende aandacht, vooral W. Hij is tenslotte de man in ons gezelschap. Elk gesprek gaat zo ongeveer als volgt: ‘What’s your name? Where are you from? My name is….. Now I’m going!’ en met een hoofd beweging en een zwaai lopen ze verder. 

Er is keus genoeg

‘S Avonds nog een diner in de guesthouse met Rajesh, zijn vrouw Deepti en hun 2 kinderen van 7 en 10. Heel gezellig en heeft iedereen zich voor ons uitgesloofd! Nandri! (dank jullie wel)

Een gezellige avond samen in de guesthouse

 

The Choladi experience

We komen al een beetje in het ritme van hier. Zomaar om half acht worden we spontaan wakker om nog een laatste keer te genieten van het prachtige uitzicht van ons balkon. Ons (Indiase) ontbijt bestaat deze keer uit idli, vada, sambar (pittige soep op basis van linzen en groenten) en een chutney met kokosnoot. Er wordt niet meer om toast met jam gevraagd en het wordt ook niet meer aangeboden; we horen erbij 😉

We horen erbij 😉

Vandaag gaat het gebeuren, we gaan naar de plek waar we zo’n 30 jaar geleden gewoond en gewerkt hebben. Voor ons een speciale ervaring, maar voor W. ook. Hij heeft geen eigen herinneringen aan zijn tijd hier, maar kent de verhalen, de foto’s, de films etc. Hoe bijzonder is het dan om deze omgeving zelf te zien en te ervaren. Chauffeur Sajeesh rijdt ons soepeltjes naar de brug, die de grens vormt tussen Kerala en Tamil Nadu. Wat ik vergeten was dat je hier ook een echt checkpoint hebt en dat je moet betalen om van de ene staat naar de andere te kunnen reizen.

De brug is de grens tussen Kerala en Tamil Nadu
Checkpoint
Het politie check point staat aan de overkant

Twee bochten verder en we zijn bij de fabriek. Iedereen is iedereen van te voren goed geïnstrueerd. De wacht begroet ons enthousiast. Uiteraard moeten er wel de nodige formulieren worden ingevuld en ondertekend, want ‘rules are rules, sir’ aldus de wacht met een verontschuldigende beweging. Dat begrijpen we helemaal! Als we langzaam over de compound rijden (10 km only, sir), komen we Rajesh (fabrieksdirecteur) en Srimurugan (HR) al tegen die ons, even later, verwelkomen voor de guesthouse. Heel Indiaas met bloemen, toespraken en heel veel foto’s.

Lekker officieel, typisch Indiaas

Dan naar binnen, naast elkaar op de bank met een glaasje water om elkaar te leren kennen en het programma van vandaag te bespreken. We horen dat Patrick twee jaar geleden met pensioen is gegaan (ook al 60…) en dat Maria en hij terug zijn gegaan naar Bangalore waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Barati van de guesthouse werkt nu in Nanjangud en van haar zus Anita is eigenlijk niets bekend. Vervolgens maken we kennis met kok Amar en ‘junior’ Deepanker die tegenwoordig samen de scepter zwaaien over de guesthouse. Iedereen wil het zo ontzettend goed doen dat wij alles maar over ons heen laten komen, dat lijkt de makkelijkste manier. We lunchen met een vreemde combinatie van ‘spicy spaghetti and egg fried rice’ als hoofdgerecht, maar het smaakt ons prima. W. is helemaal content wanneer de papadums ook nog op tafel geschoven worden. 

Langzaam maar zeker komt er van alles bij ons naar boven. Er is veel veranderend, maar er absoluut ook nog veel herkenbaars. Zo is het zwembad er nog, zelfs het pierebad voor de kleintjes.

Uitnodigend

De tennisbaan is totaal verwaarloosd, maar wordt deels wel gebruikt als badminton veld. De quarters beneden achter de tennisbaan waar o.a. Marimata, Ciddy en Subash woonden zijn verdwenen en op de compound zelf wonen nu alleen Indiërs.

De (oude) tennisbaan

Alle huizen zijn in tweeën gesplitst, behalve ‘ons’ huis. Fier boven op de heuvel staat het er wel wat vervallen en gehavend bij. Wat zonde. We horen later dat het teveel geld kost om het op te knappen. Na het vertrek van Arun en Usha (in 2000) is er niets meer aan gedaan en hoewel het even als opslagruimte is gebruikt en later onderdak bood aan een ‘lactation room’ (in onze vroegere speelkamer), waar vrouwen in alle rust hun baby’s konden voeden of verschonen, staat het nu dus leeg.

In onze vroegere speelkamer 😅

In allerijl wordt er iemand opgetrommeld om de sleutel te brengen, zodat wij binnenshuis ‘a trip through memory lane’ kunnen maken. Dat is het zeker! Terwijl wij ‘oh-en en ah-en’ kijkt W. nieuwsgierig rond en laat hij zich gewillig op diverse plekken door mij op de foto zetten. Trouwens niet alleen door mij, vanuit de fabriek heeft iemand kennelijk de opdracht gekregen om elke stap minutieus vast te leggen met de belofte dat alle foto’s naar ons gestuurd zullen worden. Leuk!

Toch zeker herkenbaar
W’s oude slaapkamer is bijna onherkenbaar…….
Ons oude bed 😂

Nu we toch bezig zijn, zullen we dan meteen maar door naar de fabriek? Wij zijn overal voor in en gaan dus graag mee. Met veiligheidsschoenen aan, witte jas over de kleding, oordopjes om de nek en haarnetje onder handbereik worden we geïnstalleerd in de ‘conference room’ om twee video’s te bekijken ter voorbereiding op de ‘factory tour’ straks en de ‘tea plantages’ morgen. Mooie beelden en een mooie opbouw. Ze hebben hier echt over nagedacht ;).

Daarna uitleg over de verschillende theesoorten die gebruikt worden: groene thee, zwarte thee en thee vezels. Eigenlijk ‘tea waste’, maar ‘tea fiber’ klinkt natuurlijk beter, zeker als je dit ook in je eindproduct gebruikt. We mogen gedrieën proeven (slurpen), terwijl we ondertussen uitleg krijgen over de soort thee, de combinatie en voor welk land het geproduceerd wordt. Herkenbaar toch?

Theeproeverij
Krachtig slurpen hoort erbij

De fabriek zelf ziet er van binnen prima uit. Schoon, veilig en overzichtelijk. Rajesh vertelt dat de meeste theefabrieken maar een rommeltje zijn (kunnen we beamen omdat we een theefabriek in Bangladesh hebben gezien), maar aangezien Nestle ook babyvoeding etc maakt, liggen de standaarden hier veel hoger. De man die ons hier rondleidt, kent R. nog van 30 jaar geleden. Hij is super enthousiast en neemt R. meteen helemaal onder zijn hoede. Geen detail blijft onvermeld. Rajesh zorgt ervoor dat ook W. en ik de hoofdlijnen meekrijgen. In de fabriek werken nu nog zo’n 5 mensen uit ‘onze’ tijd en die zijn er ook allemaal om hun oude baas de hand te schudden. Hoe leuk is dat?

De officiële (pers)foto na de fabriekstoer

In de kantine is vervolgens een deel van het personeel bij elkaar gekomen voor de ‘cake ceremony’. Niet speciaal voor ons, maar eigenlijk omdat ze de record maandopbrengst van dit jaar gehaald. Beide dingen kun je prima combineren, toch? Je moet een beetje praktisch met de omstandigheden omgaan en zo staan wij daarom met z’n drietjes achter een grote taart die we, ook gedrieën, moeten aansnijden. Valt niet mee met een klein plastic mesje ;).

Na afloop komt iemand op mij afgelopen die mij bedankt voor de goede zorgen voor zijn broer toentertijd. Het blijkt de oudste zoon van onze toenmalige chauffeur Abdu te zijn die nu zelf op de fabriek werkt. Mohammed Shabin (Shabin for short) herinnert mij aan die keer dat ik met zijn vader, moeder en broer naar het ziekenhuis in Mysore ben gereden ivm de gehoorproblemen van zijn broertje. Eigenlijk iets heel normaals, maar het is als iets bijzonders ervaren. Hij herinnerde zich ook de verhalen van zijn vader, vooral over de kinderen en vond het dus ontzettend leuk om W. hier te ontmoeten. Hij heeft wat te vertellen thuis! Abdu is helaas al een paar jaar geleden, veel te jong, overleden. Zijn zoon vond het fijn om van mij te horen dat wij erg op Abdu gesteld waren en hele warme herinneringen aan hem hebben. Dat was wederzijds, is zijn reactie.

De fabriek ziet er minder wit uit vanaf ‘ons’ huis

Hiermee is het nog niet klaar voor vandaag. De Colony (of Quarters, zoals de werknemers compound bij Cherambadi tegenwoordig genoemd wordt) mag niet ontbreken. Hier geldt eigenlijk hetzelfde. Veel is herkenbaar, veel is veranderd. ‘Same same but different’

Tijdens de inauguratie door J&W knalrood

De ‘staff sale’ is verdwenen en daarmee ook R’s inauguratie bord (of steen). Wel houden ze hier nog elk jaar een tekenwedstrijd in zijn naam en hangt er in veel van de huizen nog een ‘echte RK’. Eigenlijk is dat leuker dan een bord met je naam. De ‘recreation club’ bestaat nog wel. Dat roept herinneringen op aan kooklessen, aerobic lessen, Engelse lessen en knutselmiddagen. Allemaal verleden tijd. De omgeving is veel meer ontwikkeld en mensen zoeken hun vertier elders. De speeltuin staat er nog, al lijkt daar ook in geen dertig jaar in te zijn geïnvesteerd?

In de ‘recreation club’
Oude tijden herleven

Verschillende mensen lopen uit hun huis om ons te begroeten. Ze kennen ons niet, maar weten wel dat we hier ooit gewoond hebben en zijn reuze nieuwsgierig hoe wij eruit zien en hoe we reageren. We zien een prachtige tuin, waardoor de ‘garden competition’ door onze gedachten schiet. Verleden tijd. Om ons onduidelijke redenen, iets met een balans tussen Choladi en Najangud en vakbonden, zijn dit soort evenementen verdwenen. Ze maken nu tripjes naar een resort …..tijden veranderen. Ook te zien aan de hoeveelheid auto’s binnen de hekken van de compound. Lege plekken tussen sommige huisjes zijn opgevuld met een overkapping als een soort parkeerplaats.

Iets voor de ‘garden competition’?

Opeens worden we vriendelijk begroet door een man. Terwijl R. z’n hand schudt en een praatje maakt, komt zijn vrouw naar buiten om ons binnen uit te nodigen. We kunnen (willen) niet weigeren. Even later zitten we op kousenvoeten in een piepkleine woonkamer op de beste stoelen, terwijl alle anderen glunderend om ons heen staan.

Heel hartelijk
Typisch

De familie (5 personen) staat op het punt om hun moeder naar huis te brengen in …… Madurai, zo’n 10 uur rijden van hier. We blijven dus maar niet te lang en zien hun even later uitbundig zwaaiend vertrekken in een volgestouwde auto. Wat een dag!