DE OUDE VISSERSWIJK

De wijk Alfama, de oudste wijk van de stad, ligt op één van de zeven heuvels van Lissabon, tussen Castelo de São Jorge (het kasteel van St. Joris) en de rivier de Taag. In de tijd van de Moorse overheersing (van 711 tot 1147) bestond Lissabon eigenlijk alleen uit Alfama, een oude visserswijk ontstaan aan de rivier. De naam van de wijk komt ook uit de Moorse periode; Alfama komt van het Arabische ‘al hamma’ wat waterbron of fontein betekent. Logisch, want in het verleden lagen er aan de voet van de heuvel vele warmwaterbronnen. Alfama is het enige stadsgedeelte dat de aardbeving in 1755 redelijk goed overleefde. De verklaring hiervoor ligt in het feit dat de wijk gebouwd is op een massief steenplateau. Deze is harder dan de omliggende (lager gelegen) zanderige ondergrond. Bovendien was Alfama een bijzonder compacte wijk. De huizen zijn hier letterlijk bijna tegen elkaar aan geplakt. En dat is dus nog steeds te zien!

Kleurig en dicht op elkaar (RK)

De wijk wordt omschreven als: ‘Alsof de tijd heeft stilgestaan. De schone was wapperend aan de lijn. Een oude man die sardientjes grilt op de hoek van de straat. De inmiddels verkleurde slingers, die men na de feestmaand juni gewoon laat hangen. En een gezette oude vrouw die vanuit haar huiskamer de kersenlikeur Ginjinha verkoopt. Dát is de wijk Alfama in Lissabon.’ Het is ook ‘onze wijk’, omdat wij hier logeren deze dagen, en wij nemen vandaag uitgebreid de tijd om onze wijk beter te leren kennen!

Authentieke mozaïek (RK)

Alfama bestaat uit een labyrint van smalle straatjes, mooie poortjes en pittoreske doorkijkjes. Tijdens het wandelen is er veel te zien: veel gebouwen zijn gekleurd of bevatten authentieke mozaïek. Wasgoed hangt inderdaad vaak dwars door de straten en het is werkelijk een wirwar van nauwe steegjes en oude trappen. Het kan niet anders of je moet hier wel een goede conditie hebben/krijgen. Ik kijk dan ook vol bewondering naar al die oude mensjes die vaak langzaam maar tegelijkertijd ook kordaat hun routes omhoog of omlaag volbrengen. Herhaling, spiergeheugen, zeg het maar. Zij hebben er profijt van!

Smalle steegjes, steile trappen (RK)

De fado muziek (het Portugese levenslied) is ook ontstaan in Alfama. Hebben we dat niet eerder gehoord bij het doorkruisen van een andere wijk? De meest authentieke fado schijn je hier te moeten beluisteren in barretjes die moeilijk te vinden zijn. Wij zien de barretjes waar deze muziek wordt aangeboden bij wijze van spreken op elke straathoek, dus die moeilijk te vinden cafeetjes moeten dan wel iets extra specials te bieden hebben. Misschien dat daar meer de sfeer van fadozangeres Amalia Rodrigues om de hoek komt kijken. Zij staat tenslotte bekend als ‘de koningin van de fado’.

Zoeken en verdwalen 😉

Het leven van Amalia (1920-1999) is het klassieke verhaal van het arme volksmeisje, dat voor een paar stuivers zingt in de kroegen aan de haven, wordt ontdekt en uitgroeit tot een wereldster. Ze groeide op in bittere armoede. Reeds als jong meisje moest ze werken. Ze verkocht bloemen op straat en deed de was voor mensen uit de chique buurten van de stad. In juli 1939 trad ze voor het eerst officieel op. Volgens de recensies van toen ‘past haar pessimistische aard zeer goed bij de melancholie van de fado. Rodrigues wordt gezien als de verpersoonlijking van de Portugese volksaard.’ Zij was daarna van grote invloed op de bekendheid die fado elders in de wereld kreeg. Al snel werd ze Portugals favoriete exportproduct op cultuurgebied. Ze trad op tot ze in de zeventig was en gedwongen door hartproblemen moest stoppen. Eind jaren tachtig trok ze zich terug. Ze overleed in haar huis aan de Rua de São Bento in Lissabon. Bij haar dood werden drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Haar huis is nu een museum met de prijzen die ze won, haar kleding, sieraden en brieven. We zijn, al eerder deze week, langs haar huis alias museum gelopen, maar hebben haar culturele invloed toen niet voldoende geapprecieerd.

Het vroegere huis (nu museum) van Amalia Rodrigues (foto internet)

De hoogtepunten, qua bezienswaardigheden, zijn voor ons vandaag zijn vooral Castelo de São Jorge, Miradouro Porta da Graça en Praça do Comércio met de daarachter gelegen grote winkelstraat. We gaan lopen en dwalen (zonder  kaart en zonder duidelijk plan) dus we zullen ons zeker laten verrassen door wat we nog meer op ons pad aan zullen treffen.

We laten ons verrassen

Bijna meteen zien we de bekende Feira da Ladra, een vlooienmarkt, waar het vroeg in de ochtend al een gezellige drukte is. Dit is volgens insiders ‘één van de oudste vlooienmarkten in Lissabon, waar je naartoe gaat voor alles waarvan je niet wist dat je het nodig had!’ Feira da Ladra betekent letterlijk dievenmarkt. Vroeger was dit namelijk de plek waar dieven hun buit verkochten. Het was daarna ooit een antiekmarkt, maar vandaag de vandaag zijn er kraampjes met uiteenlopende tweedehandse en nieuwe producten waarbij je naast vaste kraampjes ook handelaars tegenkomt die hun waren op een deken op de grond uitstallen. Wij lopen er langzaam langs en besluiten dat die blik op afstand wel genoeg is. Wij zijn immers niet op zoek naar dat ene hebbedingetje of een Portugees tegeltje en willen wel nog zoveel mogelijk uit onze dag halen.

Zomaar een speciaal terrein voor honden

Via omzwervingen komen we terecht bij een uitzichtpunt in de schaduw van het kasteel. Vanaf het Miradouro (uitzichtpunt) Porta da Graça kun je ver uitkijken over de stad. Een ander uitkijkpunt vlakbij, Miradouro das Portas do Sol, is een must voor fotografen. De naam betekent letterlijk deuren van of naar de zon en omdat deze helling op het zuiden ligt, heb je hier de hele dag zon. Vroeger stond je hier trouwens op de grens van de stad.

Miradouro met op de achtergrond Ponte Abril 25 (RK)

Om de stad nog beter van bovenaf te kunnen zien, moet je naar het kasteel boven de heuvel. Dat is dan ook ons volgende doel.

Voor de muren van het kasteel (RK)

De fundamenten van dit Castelo de São Jorge dateren al uit de 6e eeuw voor Christus! Het huidige kasteel (wat ervan over is) werd door de Moren gebouwd op de resten van een vesting uit de 5e eeuw en is daarmee één van de oudste en indrukwekkendste overblijfselen uit de Moorse tijd. Binnen de huidige kasteelmuren woonde vroeger de Moorse elite. In 1147 werd het kasteel echter veroverd door koning Alfonso Henriques. Op de binnenplaats na de hoofdingang staat dan ook ter herinnering een bronzen beeld van deze eerste koning van Portugal, want het kasteel werd het koninklijk paleis in 1255 toen Lissabon de hoofdstad werd van Portugal.

De eerste koning van Portugal (RK)

Een paar jaar later liet koning Ferdinand de stadsmuur bouwen  Dit duurde even want de stadsmuur had een lengte van 5.400 meter en 77 torens. Dat was ook nodig, want bij aanvallen op de stad was dit het laatste bastion. Rond het einde van de 14de eeuw kreeg het kasteel haar naam van koning João I die getrouwd was met de Engelse prinses Philippa van Lancaster. Sint-Joris, die meestal wordt afgebeeld terwijl hij een draak bevecht, is populair in beide landen. In de 16e eeuw liet koning Manuel I een ander paleis bouwen, namelijk Ribeira Paleis, aan de Taag waardoor dit kasteel een andere functie kreeg. Het nieuwe kasteel raakte echter erg beschadigd na een aardbeving, dus Sint-Joris zou opnieuw het ‘echte’ paleis worden.

Helaas werd Portugal van 1580-1640 veroverd door Spanje en daardoor werd het kasteel opeens een gevangenis en legerkazerne. Kasteel Sint-Joris onderging tenslotte nog een metamorfose want door de heftige aardbeving in 1755 werd het kasteel erg beschadigd. Een jaar later werd het deels gerenoveerd en dat is wat wij nu gaan bekijken, compleet met kanonnen en een prachtig uitzicht over de stad vanaf de hoge verdedigingsmuren. Ze hebben zelfs een terrasje gecreëerd aan de rand van de muur. Hoe leuk is dat! Bij onze rondgang blijkt dat er op één van de torens een periscoop staat, die je kunt gebruiken om de stad (extra) goed te bekijken vanaf deze grote hoogte. Verderop is een heuse zwarte kamer waarin een Camera Obscura de stad in real time laat zien.

Fantastisch uitzicht over Lissabon (RK)
Ook de pauwen binnen de muren trekken de aandacht (RK)

Vanaf het kasteel slingeren we door de stad naar beneden richting het grote plein met de enorme triomfboog. Voordat we daar aankomen kruisen we een ander groot plein, het Praça do Rossio. Rossio (betekent gemeenschappelijk plein) is de populaire naam van het Pedro IV-plein, al sinds de Middeleeuwen één van de hoofdpleinen van de stad. Vroeger stond het bekend als plaats voor executies, stierengevechten, demonstraties en als ontmoetingsplek, echt belangrijke dus. In de Romeinse tijd vonden hier vooral paardenrennen plaats, hetgeen je nu nog steeds kan zien aan de ronde vorm met de 3-baansweg eromheen. Het is sowieso wel een bijzonder plein met in het midden een hoog standbeeld van Pedro IV met aan de voet van de zuil beelden die recht, moed, terughoudendheid en wijsheid voorstellen. Ook is het hele plein bedekt met zwarte en witte mozaïektegels, die de ontmoeting van de Atlantische Oceaan en de rivier de Taag vertegenwoordigen. Al lopend krijg je haast het idee dat de grond onder je beweegt, het idee van rollende golven, toch is dit gezichtsbedrog.

Het Rossio plein
Het lijken net echte golven

Via de Rua Augusta, één van de belangrijkste en bekendste winkelstraten van de stad, lopen we verder naar het grote plein aan het water, het Praça do Comércio. Deze Rua is een royale achttiende-eeuwse boulevard die in zijn geheel autovrij is. De straten zijn eveneens belegd met mozaïek en behalve de grote winkelketens zijn er ook tal van straatverkopers, straatartiesten en menselijke standbeelden te vinden, evenals diverse terrassen in het midden van de straat. Geen wonder dat het hier druk is! Er valt gewoon veel te zien, zeker voor de diehard shoppers onder de toeristen.

Rua Augusta richting boog en grote plein (foto internet)
Er valt genoeg te zien (RK)

Aan het eind van de straat loop je dan onder de Arco da Rua Augusta het grote plein op. De boog is 20 jaar na de aardbeving gebouwd ter nagedachtenis aan deze verschrikkelijke gebeurtenis waarbij veel mensen zijn omgekomen. Op de boog zijn verschillende Portugezen te zien die belangrijk zijn voor de Portugese geschiedenis en daarnaast is ook de rivier de Taag afgebeeld. Dat moet je maar geloven, de boog is te hoog om het een en ander goed te kunnen bestuderen.

Het plein zelf heette vroeger ‘Terreiro do Paço’, het paleisplein. Het is met zijn 36.000 m² één van de grootste pleinen van Europa. Het ligt direct aan de rivier de Taag, wat het hier aangenaam toeven maakt. Voorheen was dit de locatie van het koninklijk paleis. Na de, inmiddels bekende, aardbeving was dit paleis compleet verwoest en het was Marquês de Pombal die besloot hier het nieuwe handelscentrum van Lissabon te maken, dichtbij de scheepswerf ‘Ribeira das Naus’. Het standbeeld van de man in het midden van het plein is Dom Joao I, de koning van Portugal in de tijd dat Marquês de Pombal de leiding had over de wederopbouw. De grote open ruimte wordt omringd door imposante, zonnige gebouwen met opvallende gele gevels, waardoor het plein een opvallende en uitnodigende sfeer krijgt. De gedachte dat dit plein rijkdom en welvaart moest uitstralen is goed gelukt. Je voelt je hier echt klein en nietig op deze grote vlakte.

Tegenwoordig zijn er aan het plein voornamelijk overheidsgebouwen en veel horecazaken te vinden. Verder is het plein een belangrijke vervoershub. Er stoppen meerdere trams en bussen of je kunt ervoor kiezen om vanaf hier in te stappen in één van de vele tuktuks of andere prachtige autootjes voor een meer persoonlijke ervaring. Tot slot vertrekt er vanaf een steiger voor het plein met regelmaat een pendelboot die je naar de overzijde van de Taag brengt, waardoor het geen wonder is dat het altijd een komen en gaan van toeristen op het plein is.

Bijzondere auto’s
Het water roept altijd een reactie op (RK)

Wij gaan voor de tip om ‘wat verkoeling te zoeken na al dat gewandel’ en zoeken een plaatsje op een heerlijk terras met uitzicht over het plein en de mensen die daar rondlopen. Een goed besluit van een paar heerlijke dagen!

Kies iets lekkers …… en geniet (RK)

DE KUNST VAN HET NIKSEN

Even niets doen is om allerlei redenen gezond. Het helpt tegen stress, het maakt je rustiger en zorgt voor een opgeruimd hoofd. De kunst van het niksen is dus eigenlijk zorgen voor je mentale welzijn. De clou is dat je je ontspant en dat daardoor je gedachten mogen afdwalen. Even niks doen maakt ons creatiever en gelukkiger en is een vaardigheid, geen vorm van luiheid. Dit klinkt natuurlijk fantastisch, maar hoe doe je niks? Het klinkt vast gemakkelijker dan het in werkelijkheid is. Zoiets vraagt om een klein onderzoekje, toch?

Heerlijke temperaturen (RK)

Volgens een TV programma met inspirerende verhalen over zingeving en ‘klein’ geluk (zin in morgen) werd Finland voor de 7e keer uitgeroepen tot het gelukkigste land ter wereld. Voor de Finnen is het woord sisu een kernbegrip. Het is een woord dat, net als het Deense hygge (‘gezelligheid’), geen officiële vertaling kent. Het komt van sisus, dat voor ‘kern’ staat en van sisällä, dat voor ‘binnen’ staat. Sisu komt dus neer op iets als ‘dat wat binnen in je zit’ of wat vrijer vertaald: ‘de kracht in jou’. Je kunt het vergelijken met wat de Amerikaanse psycholoog William James (1842 – 1910) de ‘tweede wind’ noemde. ‘Een kracht die ons kan helpen om door te gaan op het moment dat we denken dat we erdoorheen zitten.’ De Finnen hebben het in deze context ook over ‘liike on lääke’, wat zoveel betekent als ‘beweging als medicijn’. Kijk, dat lees ik ook in andere artikelen. Bij tips om niks te doen staan o.a. ook ideeën als op een terras zitten met vrienden en wandelen. Je doet dan weliswaar niet helemaal niks, maar je moet ook niks en daarin schuilt al een groot verschil. Wandelen afgewisseld met een terrasje zijn voor ons deze dagen een gouden combinatie!

Je moet helemaal niks……(RK)

We treden vandaag een beetje buiten de toeristische paden en hopen daarmee een beeld te krijgen van het gewone dagelijkse leven in de hoofdstad. We doen wat de instructies ons aangeven. We starten in het ‘romantische Praça das Flores en nemen iets lekkers bij Pau de Canela’. Hoe makkelijk kan het zijn ;). Ook bij de Lisboetas is dit één van Lissabons meest geliefde pleinen vanwege de rust. Een echt buurtpleintje waar de vele bomen tijdens warme dagen verkoeling en schaduw geven en je lekker momentjes tijd voor jezelf kunt pakken op de vele banken rondom een kleine fontein. Vanaf het terras (dat kan hier al!) hebben we goed zicht op het plein en ontdekken we aan de overkant zelfs zo’n typerende kiosk die je hier overal tegenkomt.

De kiosken lijken op prieeltjes en je ziet ze werkelijk overal. De eerste kiosk in Lissabon, geïnspireerd op de kiosken in Parijs, opende haar deuren in 1869. De Quiosque de Refresco is vandaag de dag niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Oorspronkelijk waren ze bedoeld voor de verkoop van kranten en tijdschriften, maar al snel werden het vooral plekken waar mensen elkaar konden ontmoeten. Logisch dus dat je er nu een hapje en vooral een drankje kunt kopen. In de 20e eeuw werden ze een beetje overbodig omdat publieke bijeenkomsten en openbare gesprekken werden ontmoedigd onder het bewind van dictator Salazar. Gelukkig zijn velen inmiddels in ere hersteld en zijn ze tegenwoordig een onmisbaar en alom vertegenwoordigd onderdeel van de lokale cultuur geworden. 

Een collage van diverse ‘quiosques’ (foto’s internet)

We stijgen en dalen door smalle straatjes waarin we verrassende winkeltjes ontdekken. Zo staat de Rua de São Bento bekend om de vele antiekzaken. Sommige van deze winkeltjes schijnen al meer dan drie generaties in handen van dezelfde familie te zijn. Je moet er vaak vlak langs lopen om het als een winkeltje te herkennen, dus niet te snel lopen 😉

De tegeltjes blijven de aandacht trekken (RK)

Wat wel meteen in het oog springt is het grote parlementsgebouw, het Palacio da Sao Bento, waar het Portugese parlement bijeen komt. Een imposant gebouw met marmeren pilaren en versierd met beelden. Oorspronkelijk was dit 16e eeuwse gebouw een Benedictijner klooster en dat kun je je ook goed voorstellen. Twee wachten bewaken het gebouw waar je slechts als voetganger langs mag lopen. Alle verdere toegang wordt verhinderd door hoge hekken. Kennelijk heb je ook hier, op het pleintje voor de hoofdingang, te maken met protestacties. Grote borden met leuzen belemmeren ons uitzicht als we door een smal straatje omhoog lopen, waardoor we toch weer een mooi fotomomentje mislopen ……. 

Het parlementsgebouw (foto internet)

De wijk Sȃo Bento staat verder vooral bekend om de Basilica da Estrela en het er tegenover gelegen schitterende park Jardim da Estrela, vol exotische planten en de nodige cafés. We lopen op ons gemak door het park, zien heel veel schoolkindertjes die kennelijk op een soort schoolreisje of ander educatief uitje zijn. De verschillende groepen hebben verschillende outfits aan. Maar goed ook, anders verlies je snel het overzicht, lijkt me. Naast hoge aloe vera planten en reusachtige cactussen zien we ook een enorme drakenbloedboom.

Veel schoolkinderen in het park (RK)
Aloe Vera (RK)

Even googelen leert dat dit een plant is die van nature voorkomt op de Canarische Eilanden, Kaapverdië en Madeira, maar de plant is vrijwel niet meer in wilde staat te vinden. De tot 12 m hoge plant wordt gekarakteriseerd door één of meerdere stammen met een relatief dichte, parapluvormige kroon met dikke bladeren. Het is een langzaam groeiende plant, die er tien jaar over doet om een hoogte van 1 m te bereiken. Deze torent hoog boven ons uit en is daarmee dan minstens decennia oud. Dat kan ook gemakkelijk want van dit soort planten wordt aangenomen, dat ze duizenden jaren oud kunnen worden. De naam van de plant heeft een bijzondere verklaring. Als de bast wordt ingesneden of de bladeren worden gekneusd, scheidt de plant een roodachtig hars uit, dat bekendstaat als drakenbloed, omdat werd geloofd dat het bloed was van Europese draken. Eén van de legendes luidt dat de eerste Drakenbloedboom is ontstaan uit het bloed van een draak die gewond raakte in een gevecht met een moedige olifant. Uit de grote druppels bloed ontstond een eigenaardige boom die het bloed van de draak bevatte. Door de jaren heen is de hars gebruikt voor vele doeleinden (het rode sap heeft ook medicinale eigenschappen) en grappig genoeg voegen Italiaanse vioolbouwers het nu nog steeds toe aan de door hen gebouwde instrumenten. 

De drakenbloedboom heeft een verhaal

Omdat we een route lopen ‘off the beaten track’ zijn er op deze wandeling relatief weinig bezienswaardigheden en des te meer cafeetjes en restaurantjes. Keuze genoeg! Amélia Lisboa moet ons echt een vakantiegevoel geven waardoor we hier naar binnen lopen en in een royale binnentuin reflecteren over de opgedane ervaringen tot nu toe.

Het is hier goed toeven

We concluderen dat dit niet de meest inspirerende wandeling is, maar dat ook deze rustige stedelijke omgeving mooie zelfinzichten kan geven omdat je symbolen en metaforen rondom immers vaak naar je eigen leven kunt vertalen. Door het gebruik van onze zintuigen (kijken, luisteren, ruiken en voelen) kunnen we ons steeds weer, ook door kleine dingen, laten verrassen. Dat lukt ook zeker, denk maar aan de drakenboom en de kiosken. 

Er valt altijd wel iets te ontdekken (RK)

De volgende verrassing is de wijk Campo de Ourique, een wijk met een knusse sfeer  waarin ook het ‘kleine broertje’ van Mercado da Ribeira te vinden is. De Mercado de Campo de Ourique trekt steeds meer bezoekers, juist omdat het hier wat kleinschaliger en wat gemoedelijker is, terwijl er wel een grote keuze is in verse producten.

Alles vers (RK)

Een piepklein cafeetje dichtbij kunnen we niet overslaan. Hier serveren ze ‘de beste chocoladetaart ter wereld’, eentje met geheime ingrediënten die smelt op je tong. Onweerstaanbaar toch?

In een piepklein cafeetje (RK)
De taart ‘smelt op je tong’ (RK)

Tot besluit nemen we de authentieke tram 25, die al vanaf 1901 in gebruik is, terug naar de oevers van de Taag. In 1873 werd de eerste paardentramlijn in Lissabon geopend en in 1890 ging hier de eerste kabeltram rijden. Daarbij werd gekozen voor een spoorwijdte van 900 millimeter die behalve in Lissabon alleen maar voorkomt in Linz (Oostenrijk). In 1901 werd de eerste elektrische tramlijn in gebruik genomen. Het elektrische tramnet bleef daarna groeien tot aan de opening van de metro in 1959. Het netwerk telde toen 27 lijnen. Tegenwoordig zijn dat er nog maar 6. Deze nog bestaande lijnen kennen steile hellingen (tot 14%) en krappe bogen. Vooral tram 28 is een toeristische trekpleister, maar tram 25 is een goed alternatief.

In tram 25 (RK)

Langs het grote plein, het lijkt wel de toegangspoort tot de stad, zijn voldoende restaurantjes te vinden voor ‘um aperativo’ in het avondzonnetje. Dit is ‘la dolce vita’ of in goed Portugees: ‘a doce vida’.

A doce vida (RK)

Zo zag ons dagje niksen er dus uit en daar hebben we volledig van kunnen genieten wat weer alles te maken heeft met kunnen genieten van het moment. Een aanrader !!

Voor de kust ligt een enorm cruise schip (RK)

DE WIJK VAN DE WIND

Belém is de wijk van de wind vanuit de Atlantische oceaan, van een kijkje in het rijke zeevaarders verleden van Portugal, van bekende en onbekende bezienswaardigheden en van bedrijvigheid op en langs de Taag. Dat klinkt veelbelovend!

Belém was vroeger een voorstad van Lissabon, een vissersdorpje eigenlijk. In de 15de eeuw, toen de wereld aan de voeten van de Portugezen lag, gaf Hendrik de Zeevaarder opdracht om een kerk aan de oevers van de Taag te bouwen in Belém. Het fundament voor de Mosteiro dos Jerónimos werd gelegd en daarmee stond Belém opeens op de kaart.

De wandeling van vandaag zal ons langs alle culturele hoogtepunten van deze wijk leiden, waaronder monumenten uit de Gouden Eeuw van Portugal. In 1415 stichtte Portugal als eerste Europese land een kolonie in Afrika, het was trouwnes ook het laatste land dat zijn koloniën in Afrika verliet. In de 15e en 16e eeuw streefde Portugal de meeste andere landen op economisch, politiek en cultureel gebied voorbij en ontwikkelde het een uitgebreid rijk over de hele wereld met koloniën in Amerika, Afrika en Azië; zoals o.a. Brazilië, Angola, Goa en Oost-Timor. Tegenwoordig wordt er wisselend gekeken naar het eigen koloniale verleden omdat onder het (lange) autoritaire regime van dictator Salazar, vooral in de laatste jaren van de dictatuur, ontkend werd dat het land koloniën had. Deze werden ‘overzeese provincies’ genoemd. De term die gebruikt werd (wordt) voor een groot deel van de kolonisatieperiode, namelijk ‘de ontdekkingsreizen’, is uiteraard ook heel selectief. Deze benaming moest een positief beeld schetsen over het verleden en een sterke symbolisch staan voor de nationale identiteit en trots.

Een schip wat zo weg lijkt te varen

Het gigantische monument van de ontdekkingen, Padrão dos Descobrimentos, past in dit beeld, het eert de heldendaden uit de Gouden Eeuw. Het verhaal van dit monument begon rond 1940 toen het werd gebouwd voor de Portugese Wereldtentoonstelling. Salazar wilde de koloniale geschiedenis laten zien met een monument ter ere van de overzeese avonturen. Ter ondersteuning van het beeld werden inwoners uit de verschillende koloniën in de botanische tuin van Lissabon bij elkaar gezet voor een ‘menselijke expositie’ die liet zien hoe de ‘wilden’ eruit zagen. Tegenwoordig onvoorstelbaar! Na de tentoonstelling werd het beeld gesloopt, maar het werd in 1960 op een andere plek herbouwd ter nagedachtenis aan de 500ste verjaardag van Hendrik de Zeevaarder, de derde zoon van koning Johan I die is overleden in 1460. Hoewel zijn bijnaam anders doet vermoeden, was hij zelf geen groot zeevaarder, maar hij was wel de initiator en financier van veel reizen die de aanzet gaven tot het Portugese wereldrijk. Het nieuwe monument, aan de oever an de Taag, was veel groter in vergelijking met het origineel. Het 56 meter hoge monument vol bekende, 9 meter hoge, Portugese historische figuren, waaronder ontdekkingsreiziger Vasco da Gama, lijkt bijna de rivier in te glijden. Je kunt met de lift omhoog waar je waarschijnlijk een prachtig uitzicht hebt over de rivier. De rij wachtenden is echter dermate lang, dat wij dit toch aan ons voorbij laten gaan.

Negen meter hoge beelden (RK)

Het vlakbij gelegen kloostergebouw Mosteiro dos Jerónimos was de plek waar Vasco da Gama, volgens de overlevering, biddend de nacht doorbracht voordat hij de volgende dag vertrok naar waar de Portugezen hun kolonie Goa zouden stichten. Vasco da Gama, leider van de voor zover bekend eerste Europese expeditie over zee naar India, werd in 1469 geboren in het Portugese dorpje Sines. In zijn jeugd verdiept hij zich in astronomie en navigatie en in 1492 wordt hij zeeofficier. Hij sterft in 1524 in Cochin. Hij wordt ook in Cochin begraven, maar zijn stoffelijk overschot wordt in 1539 teruggebracht naar Portugal waar hij wordt herbegraven in het klooster.

Enorme wachtrijen voor het klooster (RK)
Prachtige details

Het klooster van Jerónimos is één van de meest bezochte plaatsen door toeristen in de stad en wordt zelfs gezien als één van de zeven wonderen van het land. Met zo’n stelling vraag je je toch meteen af wat de andere zes wonderen dan zullen zijn? Ik kan je nu al vertellen dat het veelal gaat om kloosters en kastelen, maar het is ook het lijstje waar de Torre de Belèm op staat, waarover later meer.

Zicht op Torre de Belèm

Het eeuwenoude klooster werd in 1496 gebouwd, in opdracht van koning Manuel I (koning van 1495 tot 1521), in de zeldzame Manuelijnse stijl, een stijl die bekend staat als Portugese laatgotische architectuur. De bouwstijl is een kunststroming uit het tijdperk van de Renaissance met als opvallende kenmerken de decoratieve lambrisering van ramen, arcades en pilaren. De bouw zou honderd jaar duren! Het klooster is opgedragen aan de Maagd Maria omdat ze in die tijd geloofden dat het de zegen van de Maagd Maria was die de reis van de beroemde ontdekkingsreiziger Vasco da Gama en andere zeelieden mogelijk maakte. In het klooster woonden vroeger monniken van de Orde van Sint-Hiëronymus. De belangrijkste taak van de monniken, die in het klooster verbleven, was dan ook, naast het houden van geestelijke verhandelingen, het bidden voor het welzijn van de zeelieden en de koning met zijn familieleden.

Geduld is een schone zaak ! (RK)
Ondertussen wel genieten van passende muziek (RK)

We zijn verbaasd te zien hoeveel mensen hier ook weer in de rij staan. Bussen vol toeristen worden hier uitgeladen die allen geduldig staan te wachten totdat ze naar binnen mogen. Er lijkt weinig vaart in te zitten, dus wij volstaan (weer) met het bewonderen van de buitenkant. We zijn onder de indruk van de grootte, de rijkelijke versieringen met prachtige en fijne details.

Koning Manuel I gaf zowel opdracht voor de bouw van het klooster als voor de Toren van Belém. De Torre de Belém diende oorspronkelijk als wachttoren aan de monding van de rivier de Taag, is gebouwd tussen 1515 en 1521 en staat als nationaal monument  symbool voor de vele handels- en ontdekkingsreizen van de Portugezen. Zowel het klooster als de toren staan inmiddels op de werelderfgoed lijst.

Ook voor de toren is het druk. We lopen door het park dichterbij en zien ook hier lange rijen wachtenden. Het toeristenseizoen is duidelijk al begonnen! Op het plein vlakbij de toren speelt een muzikant afwisselend modern klassiek en muziek uit bekende Disney films, hetgeen beslist iets toevoegt aan de beleving. Het past bij datgene waar de toren voor staat.

De toren stond oorspronkelijk op een klein eilandje ongeveer in het midden van de Taag. Door de grote aardbeving van 1755 wijzigde de loop van de rivier zich en mede door het geleidelijk opschuiven van de oever, ligt de toren nu vrijwel ‘aangemeerd’ aan de kade. Van dichtbij zien we dat de toren zelf versierd is met de typische motieven van de Manuelstijl; kolommen in de vorm van gevlochten touwen en afbeeldingen van planten en vissen. Mooi om al deze culturele elementen van dichtbij te zien en te ervaren, al is het slechts van de buitenkant. 

De toren lijkt te zijn aangemeerd (RK)

Dan is het tijd voor ‘uma bica e um pastel de nata’, een geliefd tussendoortje onder de locals. De ‘bica’ is niets meer of minder dan een espresso: ‘aromatisch en donker met toetsen van chocolade’. De pastel de nata (lokaal pastel de Belèm) is een custard taartje dat, althans volgens het verhaal, werd uitgevonden in het klooster vlakbij. De monniken gebruikten eiwit om hun witte kleren te stijven. Ze wilden het eigeel echter niet verloren  laten gaan en zo werd hier ‘het lekkerste genot van Pastel de Nata’ ontdekt. Het exacte recept is geheim, bij een speciaal adresje in Belèm is het alleen bekend bij de eigenaars en de chefs, maar het is een succes. Alleen hier worden er dagelijks zo’n tienduizend (?!) verkocht. Zeker warm met een beetje kaneel is zo’n taartje ook echt een klein feestje!

‘The best in town’ (RK)
Zomaar in een klein steegje

Onze tocht door deze wijk loopt hiermee ten einde. Via het dak van het futuristische MAAT museum (Architecture, Art, Technology) lopen we naar de waterkant waar we de Ponte 25 de Abril in de verte al zien liggen.

Het futuristische museum MAAT
De ‘Golden Gate Bridge’ van Lissabon (RK)

Deze rode brug is de absolute blikvanger van de stad, Lissabon’s trots, die de stad met de zuidoever verbindt. Het stalen kunstwerk is meer dan 2,2 kilometer lang en op het hoogste punt hangt de brug 75 meter boven het water. Mocht het ontwerp je bekend voorkomen, dat kan, want de stalen hangbrug is gebaseerd op het ontwerp van de Golden Gate Bridge in San Francisco. De brug was eigenlijk in eerste instantie vernoemd naar dictator Salazar, dus Ponte Salazar, maar op 25 April 1974 was zijn heerschappij voorbij dankzij de Anjer revolutie waarop de brug een naamsverandering kreeg.

Aan de overkant van het water zien we nog iets bekends. Het enorme beeld Cristo Rei (Christus Koning) is gebaseerd op het Christusbeeld van Rio de Janeiro. Dit monument heeft een prominente plek gekregen aan de voet van de brug op de andere oever. Het oorspronkelijke plan (van Salazar) was om het beeld in 1940 te laten bouwen bedoeld als smeekgebeden naar God om Portugal niet zou betrekken bij de Tweede Wereldoorlog. De start van de bouw was echter pas in 1950, misschien alsnog omdat Portugal in WOII neutraal was gebleven?

Het gegons wordt steeds luider (RK)

Bijzonder is het wel om twee zulke bekende bouwwerken zo dicht bij elkaar te zien. Dichterbij zien we pas echt hoe hoog en indrukwekkend de hangbrug eigenlijk is. Bovendien horen we steeds duidelijker het lawaai wat de brug produceert, Het doet ons denken aan een zwerm woedend gonzende bijen. 

Langs de Taag een herinnering aan afgelopen jaren

Na een hele dag buiten met een temperatuurtje van dik in de 20 graden zijn we toe aan eventjes rust. Waar is gemakkelijk…… de Time Out Market aan Cais do Sodré.

Druk maar gezellig

Een hippe foodmarket met veel kraampjes van bekende chefs die hun ingrediënten veelal op de naastgelegen traditionele Mercado daRibeira halen. De versmarkt is dicht, maar op de eetmarkt is het een drukte van belang. Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het hier halen, van taart en ijs tot pizza en lokale delicatessen. De grap is dat je bij verschillende kraampjes wat lekkers kunt kiezen om daarna alles aan tafels in het midden op te eten. Dit is een formule die werkt gezien de enorme bedrijvigheid om ons heen. Gelukkig vinden nog een zitplaats en zitten we even laten met een glaasje wijn en een plankje met lekkers na te genieten van weer een welbestede dag!

Welverdiend genieten!

TIME TO MOMO (mysterie of missing out)

Time to momo is een stad ontdekken in je eigen tempo, je eigen keuzes maken in wat je wilt zien en vooral genieten terwijl je dat doet. Dat gaat vast lukken, het belooft weer een stralende dag te worden met een strakblauwe lucht, veel zon en een koel briesje. Ons appartement heeft een (gezamenlijk) dakterras compleet met zwembad, tropische kleuren en een heuse citroenboom vol dikke gele vruchten. Het water is nog te koud, maar de natuur is hier echt verder dan bij ons in Nederland. We ruiken op sommige plaatsen zelfs al de bedwelmende geur van jasmijn. Heerlijk, lichaam en geest varen er wel bij!

Mediterrane kleuren en volop citroenen (RK)
‘Ons’ zwembad op het dakterras (RK)

Geheel in stijl staat wandeling 2 voor vandaag op ons programma. Een wandeling vol brede lanen met statige panden maar ook smalle straatjes waar nog geen auto doorheen kan. Een tocht vol tegenstellingen zoals het lijkt. Van Avenida da Liberdade dat met de vele hotels, luxe winkels en chique restaurants wordt beschreven als de Champs-Elysées van Lissabon tot aan de multiculturele wijk Mouraria waar de Moren mochten wonen na de Portugese herovering van de macht in 1147. Er valt vast veel te zien en te ontdekken!

Azulejos (RK)

We gaan eerst met de metro op stap. We zitten niet ver van het eindpunt van de blauwe lijn (Linha Azul) en moeten onderweg overstappen op de Linha Amarela oftewel de gele lijn om precies uit te komen bij het startpunt van onze wandeling. Een meevallertje! Het advies om je trip te starten met een ontbijtje bij het hippe Choupana Caffe lijkt wel voor ons geschreven ;).

De wandelingen kennen hoogtepunten in 4 categorieën t.w. bezienswaardigheden, eten en drinken, shoppen en leuk om te doen. Tot de bezienswaardigheden behoren uiteraard de tal van musea, die wij meestal overslaan. Het is gewoon te lekker buiten en er valt zoveel te anders te zien dat een museum wel een heel bijzondere aanbeveling moet hebben, willen we naar binnen gaan. Bovendien zijn de wachtrijen soms extreem lang!

Kunst op straat (RK)
Vaak op onverwachte plekjes (RK)
Soms lijkt het net echt (RK)

Bezienswaardig is zeker het Parque Edoardo VII met uitzicht over al het groen, het lager gelegen drukke verkeersplein Praça Marquȇs de Pombal compleet met standbeeld waarbij je oog steeds verder kijkt over de Avenida de Liberdade tot aan de Taag. Dit stadspark van Lissabon is één langgerekte strook groen met beelden en perfect geknipte hagen en daarmee een oase in de drukke stad. Het park, 25 ha groot, is in 1902 vernoemd naar Koning Eduardo VII, koning van het Verenigd Koninkrijk, vanwege het bondgenootschap dat Portugal en het Verenigd Koninkrijk samen hadden getekend. Portugal wilde de samenwerking op deze manier ‘bezegelen’.

Het park, het beeld, de Taag en de bergen (RK)

Het verkeersplein is een eerbetoon aan Sebastião José de Carvalho e Melo, later genoemd markies de Pombal. Hij had, van 1750 tot 1777, als eerste minister de touwtjes van de Portugese politiek stevig in handen. Zijn ster rees snel nadat hij voor koning José 1 de klus van de wederopbouw van Lissabon na de aardbeving van 1755 succesvol had weten te klaren. Het is goed te zien dat deze wederopbouw  plaatsvond in een tijd dat Portugal zeer welvarend was, mede dankzij haar koloniën. Boven op de kolom, in het midden van het plein, staat een enorm beeld van de markies waar hij met één hand rust op een leeuw (symbool van macht) en zijn ogen gericht heeft op de wijk van het centrum van Lissabon dat hij herbouwde na de aardbeving. Het bronzen beeld, onthuld in 1934, staat op een 40 meter hoog voetstuk van gebeeldhouwd steen. Je kunt het niet missen!

Je kunt de markies niet missen

Net zoals je niet ongemerkt voorbij kunt gaan aan de belangrijkste straat van de stad, Avenida da Liberdade. Deze straat uit de 19e eeuw, en gebouwd in de stijl van de zo bekende Champs-Elysees in Parijs, is 1.6 km lang en 90 meter breed. Het heeft nog steeds een bepaalde allure met een brede groenstrook in het midden waarin waterpartijen en fonteinen zijn opgenomen die zijn omgeven door schaduwrijke bomen. We zien om ons heen een overdaad aan luxe winkels en zien zelfs agenten op wacht staan voor sommige deuren. Dit is absoluut een winkelstraat voor de goedgevulde beurs.

De brede groenstrook in het midden (RK)

Naast brede straten kom je ook dikwijls terecht in hele smalle straatjes, Eentje is zo smal en steil dat er naast het enkele tramspoor nog slechts een heel smal pad loopt voor de uitslovers die naar de andere kant willen lopen. Tot die groep behoren wij ook dit keer.

Hele smalle straatjes (RK)
Om toch nog even te laten zien, hoe steil!!

We lopen langzaam langs de Elevador de Gloria (één van de typische gele tramliften) naar boven in de hoop de street art te kunnen bewonderen. De muren van Lissabon staan vol met graffiti en andere street art. Een groot deel van de graffiti is gemaakt door artiesten die door het stadsbestuur zijn gevraagd om de soms wat vervallen muren op te vrolijken. We zien hier echter niets bijzonders, wel wat krabbels en, naar lijkt, wat probeersels, maar niets om enthousiast over te worden. 

De blik van beneden naar boven is kleurrijk
Meerdere mensen zien dit (RK)

Veel straten en pleinen in Lissabon, zo ook hier, zijn zwart-wit betegeld. Dit zou zijn oorsprong hebben bij São Vicente, de beschermheilige van Lissabon: wit representeert de kleding van de Kruisvaarders, terwijl zwart de favoriete kleur van São Vicente was. Wie was die Sint Vincentius eigenlijk? Vincentius kwam uit Zaragóza, Portugal. Na tot diaken te zijn benoemd, onderging hij een hels pallet aan folteringen, variërende van geselen, uithongeren, roosteren tot levend gevild worden. Na zijn bezwijken werd Vincent in een moeras geworpen, waar zijn lichaam  aangevreten werd door raven, tot vrome lieden hem daar weghaalden. Zijn stoffelijk overschot bevindt zich nu in Lissabon en Vincent werd beschermheilige van Lissabon. Alhoewel eigenlijk beschermheilige van het bisdom Lissabon, want Sint Antonius wordt als de belangrijkste beschermheilige van de stad Lissabon gezien omdat hij er geboren is. De raaf is trouwens wel het symbool van Lissabon, want volgens de legende reisden twee raven met het lichaam mee naar Lissabon. Deze Vincentius van Zaragoza lag sinds 303 begraven in de Algarve totdat de toenmalige koning Afonso I het lichaam op liet graven om naar Lissabon te verschepen. Dit verhaal vind je terug in het wapen van Lissabon. Maar ik dwaal af…….. 

Zwart-wit op de straten (RK)
Wapen van Lissabon

Een ander park(je) waar je even langer stil blijft staan is het Campo dos Martires da Patria, in de volksmond ook wel Campo Santana genoemd. Veel Portugezen komen hier met een speciale reden; om eer te betonen aan dr. Sousa Martins die zich aan het eind van de 19e eeuw belangeloos inzette voor tuberculose patiënten.

Een speciale plek (RK)

We lopen iets verder naar een restaurantje wat onze aandacht trok in de sectie eten en drinken. Het kleurrijke vegetarische restaurant Psi ligt iets van de drukke weg en een beetje verscholen in het groen. De chefkok is afgestudeerd aan de prestigieuze universiteit Le Gordon Blue in Lima, Peru en in 2001 heeft de Dalai Lama een bezoek gebracht aan dit restaurant. Dat roept toch verwachtingen op? ‘The PSI experience is an all-encompassing experience: it passes through the lush garden you see and the food you taste and feel.’ Hoe dan ook, het is een prima plek om lekker te lunchen (met oosterse invloeden) met voldoende stof voor een goed gesprek ;). Wat wil je nog meer?

Een beetje verscholen in het groen (RK)

Op een gegeven moment komen we terecht op het Largo do Identente, een op het eerste gezicht wat vervallen plein. Nog niet zo lang geleden was dit inderdaad een plek om te vermijden. Het was vooral een parkeerplaats voor vrachtwagens en (daardoor) vond er veel prostitutie plaats. In 2012 is het hele plein flink onder handen genomen en opeens kwamen er twee prachtige gevels tevoorschijn, waaronder die van een oude tegelfabriek. Speciaal voor deze panden is een bankje geplaatst zodat je het een en ander nu op je gemak eens goed kunt bekijken.

Het tegeltjeshuis (foto internet)

Inmiddels zijn we in de wijk Mouraria beland. Een nog steeds authentieke en een beetje ‘rauwe’ buurt. Het leven was (en is) hier niet altijd gemakkelijk en het dan ook niet verwonderd dat juist in deze wijk de fado, het melancholieke Portugese levenslied, is ontstaan. Fado is afgeleid van het Latijnse fatum en betekent zoveel als lot (of beter noodlot) vertaald in muziek. Een omslagdoek, een gitaar, een stem en heel veel gevoel typeren de essentie van deze muziek. Er is geen andere muzieksoort op aarde waarin melancholie en fatalisme zo worden gecultiveerd. We horen en zien diverse muzikanten die alvast een beetje warm lijken te draaien voor de avond, waardoor onze vermoeidheid verdwijnt en onze stemming verhoogt. Wij hebben zin in een glas ‘groene’ wijn met een hapje erbij!

Kleurrijke beelden (RK)

De verrassingen zijn echter nog niet voorbij. Een klein steegje, Beco das Farinhas, op weg naar onze borrel, laat aan beide kanten een eerbetoon in foto’s zien. Het zijn portretten van oudere mensen die hier wonen, want ‘zij lopen dagelijks door hun straatje en hun geest maakt dit stukje van Mouraria bijzonder’, aldus de fotografe. Een mooie hulde!

Portretten van bewoners (RK)
Een bijzonder eerbetoon (RK)

Net om de hoek zit Union Empanadas voor de lekkere trek. Hoewel empanadas oorspronkelijk uit Argentinië komen, zijn ze tegenwoordig niet meer weg te denken in de Portugese keuken. Vers gemaakt zijn ze ideaal als snack of tussendoortje met een drankje erbij. Heerlijk! Wat weer een dag!

The place to be (RK)
Onze kok komt uit Bangladesh (RK)

Natuurlijk hebben we nog veel meer beleefd en ontdekt tijdens deze wandeling, maar ook hier geldt  het principe van ‘time to momo’. Je moet niet alles willen vertellen, waardoor je je af gaat vragen wat je allemaal nog meer kunt zien of ervaren in een stad die je nog niet kent. Aan jou om het verder zelf te ontdekken!

Neem je tijd en ontdek de plek …… (RK)

HAAL ALLES UIT JE TRIP

We zijn eigenlijk helemaal niet echt goed voorbereid afgereisd naar Lissabon. Goed, de vluchten zijn natuurlijk wel geregeld, ons onderkomen is besproken en ons reisboekje ‘time to momo Lissabon’ ligt klaar, maar verder…… was er eigenlijk geen tijd voor een beetje voorpret. Terwijl uit een studie naar de beleving van vakanties is gebleken dat voorpret misschien wel het allerleukste deel is van vakantie. Leuk is het zeker, de anticipatie op wat komen gaat, maar wij duiken dit keer meteen in ‘the real deal’, in het echte verhaal. 

We duiken er meteen vol in (RK)

Gisteren zijn we gearriveerd in ons appartementje aan de Rua dos Remedios en vanaf vandaag verkennen we vanuit hier de komende dagen de stad. We beginnen bij het begin, dwz we beginnen met wandeling 1 ;). We lezen ons een beetje in en ontdekken dat het een Portugese gewoonte is om staand een kopje koffie te drinken onderweg naar het werk of andere bezigheden. Die gewoonte nemen wij vast niet over, het wordt vandaag 19 tot 21 graden en wij gaan toch beslist voor een terrasje, het liefst met uitzicht!  Verrassende doorkijkjes moeten er immers genoeg zijn want Lissabon is, net als Rome, op 7 heuvels gebouwd. Alhoewel velen hieraan twijfelen: zijn het wel zeven heuvels? Of toch acht? Wanneer is iets eigenlijk precies een heuvel? De vele steile straatjes maken in elk geval goed duidelijk dat hier zeker sprake is van een behoorlijk hoogteverschil en of dat nou te maken heeft met 7 of met 8 of meer heuvels, maakt ons verder niets uit.

Verrassend doorkijkje (RK)

Lissabon is de oudste stad van West-Europa. Sterker nog, alleen Athene wordt ouder geschat. Lissabon zou in 1200 v.Chr. gesticht zijn door de Feniciërs, een volk van zeevaarders en handelaars. De locatie aan de rivier de Taag en aan de Atlantische kust was kennelijk te goed om te laten liggen. Eén van de theorieën over het ontstaan van de naam Lissabon is dat het van de Fenicische uitspraak ‘Allis Ubbo’ komt, wat zoveel betekent als ‘veilige haven’. De Moren maakten er later ‘Al-Ishbuna’ van wat langzaam veranderde in het nu bekende Lisboa.

We lopen vandaag door de wijken Chiado, Bairro Alto & Principe Real. Na even zoeken vinden we ons beginpunt, het piepkleine winkeltje ‘Luvaria Ulisses’. Op ongeveer 4 m2 weet dit handschoenenwinkeltje de mooiste handschoenen in allerlei kleuren en maten te verkopen. De persoonlijke service die daarbij gepaard gaat, schijnt een ervaring op zich te zijn. Voor ons zijn de temperaturen vandaag te hoog voor de aanschaf van een paar nieuwe handschoenen. Wat wel leuk is om te weten is dat de gevel en het interieur nog altijd precies zo zijn als toen het winkeltje in 1925 zijn deuren opende.

Alles op 4 m2 (RK)

Vlakbij zien we onze volgende bezienswaardigheid al hoog boven ons uittorenen. Ingeklemd tussen woonblokken rijst de ‘Elevador de Santa Justa’ fier boven de huizen uit. Het geheel doet, met zijn gietijzeren constructie, iets denken aan de Eiffeltoren. Deze lift is dan ook in 1902 gebouwd door een leerling van de grote man. 

De gietijzeren lift
Een lange rij wachtenden…….(RK)
Halverwege de lift ……. (RK)

We lezen dat de leukste manier om bij het klooster boven te komen (ons volgende punt), een ritje met deze lift is. De lift is gewoon een onderdeel van het openbaar vervoer. We trotseren daarom de rij en kunnen tenslotte gemakkelijk van de wijk Baixa naar de 32 meter hoger liggende wijk Chiado reizen. Boven op de rondgang heb je een mooi uitzicht over de stad!

Vanaf beneden zagen we al een glimp van de sierlijke bogen. Eenmaal boven zien we de grote gothische bogen van de ‘Ruinas do Convento do Carmo’ helemaal hoog boven alles uitsteken. Dit klooster werd tijdens een heftige aardbeving in 1755 grotendeels verwoest, waardoor er alleen nog ruïnes van de gotische kerk resteren. Helaas voor ons zijn alle musea op maandag en dinsdag gesloten, dus we moeten het doen met de buitenkant. Jammer, het is vast een aparte ervaring om tussen stevige oude muren te staan terwijl het dak erboven totaal verdwenen is.

De kenmerkende bogen (foto internet)

We lopen verder langs en kijken in de grootste boekwinkel ter wereld (Bertrand) en het keramiek bij ‘Cerȃmicas na Linha’ (waar je het keramiek koopt per gewicht i.p.v. per item) voordat we de ‘Igreja de São Roque’ binnenlopen.

Onderweg (RK)
Allemaal sardientjes in blikjes (RK)

Hoewel er kerken genoeg zijn in Lissabon, wordt deze kerk als het absolute pronkstuk beschouwd. We zijn inmiddels al heel wat kerkelijke overdaad en goud gewend door onze ervaringen in Porto en Sevilla, toch is ook deze kerk inderdaad fraai met grote wandschilderingen en het nodige goud. Hele stukken zijn echter afgesloten, waardoor we de bejubelde zijkapel slechts op afstand kunnen zien. Deze zijkapel werd in 1742, in opdracht van het Portugese hof, in Rome gemaakt om vervolgens verscheept te worden naar Portugal. We hadden dit spektakelstuk graag van dichtbij willen bekijken want kennelijk was het vakmanschap in Rome niet te evenaren…..

Even verderop is het ‘Miradouro de Sȃo Pedro de Alcȃntara’, één van de mooiste uitzichtpunten in de stad. Vanaf hier kan je zowel de Baixa-wijk als het kasteel van Sint Joris in de verte zien. Uiteraard is het waarschijnlijk prachtig om vanaf hier de zonsondergang te bewonderen, zoals wordt geadviseerd, maar ja, je kunt nu eenmaal niet alles naar je hand zetten 😉 Toch is het ook midden overdag behoorlijk druk en wordt vanaf hier zelfs aan een schoolklas van alles geleerd over de belangrijke gebouwen die ze kunnen zien. 

Het uitzichtpunt hoog boven de stad (RK)

We lopen verder naar het ‘Jardim do Principe Real’, een kleine oase in het midden van het drukke verkeer. Je kunt er heerlijk in de schaduw zitten vanwege de vele bomen, waaronder een indrukwekkende meer dan 100 jaar oude cederboom die als een soort reuzenparaplu zijn takken naar alle kanten spreidt. Vele Lisboetas (inwoners van Lissabon) weten dit plekje dan ook te vinden. Misschien ook wel omdat er vlakbij een trendy restaurantje zit met een, volgens eigen zeggen, revolutionair concept wat puur voedsel combineert met lifestyle en technologie.

‘Honest Greens’ begon toen 3 wereldreizigers (uit de VS, Denemarken en Frankrijk) elkaar in Spanje ontmoetten. Alledrie met kennis van gastronomie en alledrie gefrustreerd dat het zo moeilijk was om goed eten te vinden dat zowel gezond en lekker is als ook snel klaar en betaalbaar. Hun droom is ondertussen werkelijkheid en wij gaan het ervaren, het restaurant is open! We proberen in het ritme van hier te komen, maar lunchen halverwege de middag en dineren laat in de avond vraagt toch een andere ‘mindset’ dan wij gewend zijn. Het is nog een beetje schipperen, morgen zal het vast beter gaan en zullen de meeste deuren voor ons hopelijk open zwaaien i.p.v. gesloten blijven. ‘Honest Greens’ blijkt inderdaad een prima plek om even bij te tanken, zowel voor je lijf als je leden (haha). De ‘honest poke’ en een ‘wild mediterranian’ garden bowl zijn verrassend en super gezond. We kunnen er weer tegen!

‘An honest bowl’ (RK)

We dwalen verder, richting Taag, door de wijk Bairro Alto (hoge wijk), een echte volksbuurt waar veel oudere mensen al hun hele leven wonen. Het leven speelt zich hier voornamelijk af op straat. Ons laatste onderdeel van de (officiële) wandeling is de ‘Elevador da Bica’. Deze keer geen lift in de traditionele zin van het woord, maar een kleine, gele tramlift die van ‘Bairro Alto’ op en neer naar de laaggelegen wijk ‘Cais do Sodré’ gaat. Oorspronkelijk werd hiervoor gebruikt gemaakt van stoomkracht.

Hele steile straatjes (RK)

In 1914 werd het systeem gemoderniseerd en gingen ze over op elektriciteit. We kijken langs de tram (die geduldig op klandizie wacht) naar beneden, het is steil!! Je kunt aan beide zijden van het trammetje lopen en de uitdaging naar beneden (of omhoog) aangaan. Wij besluiten eerst boven even te genieten van het uitzicht, want met de rivier en de bergen (heuvels) op de achtergrond wordt dit beschouwd als de meest fotogenieke tramlift van Lissabon.

Het passeren is een nauwkeurig samenspel (RK)
Uitzicht met de rivier en de bergen (RK)

Daarna maken we van de gelegenheid gebruik en laten we ons in stijl vervoeren van hoog naar laag. Heerlijk. Wat rest is de wandeling terug naar ons appartement. Het was een dag vol indrukken. Dag 1 in Lissabon is ons prima bevallen!

Blik vanuit ‘de cockpit’ (RK)
Even nagenieten tot besluit