Route gewijzigd

Vanmorgen ‘zullen er ongetwijfeld nog wel enkele buitjes ontstaan. Geleidelijk wordt het overal droger met een afwisseling van zon en wolken. Er stroomt minder zachte lucht naar ons land, de dagtemperaturen stijgen tot 8 graden.’ De weersverwachting voor vandaag klinkt veelbelovend, in ieder geval droog en hopelijk een beetje zonnig. We willen verder met onze wandeling rond de Tjonger en pakken de draad weer op bij Sluis II, zoals deze sluis kennelijk officieel heet. De sluis ligt geografisch in Jubbega, terwijl de stuw naast de sluis in Nijeberkoop ligt. De Tjonger is daarmee Nederlands enige taalgrens binnen de landsgrenzen. Ter verduidelijking: een taalgrens is de lijn die twee talen scheidt, waarbij de twee talen genoeg van elkaar moeten verschillen dat sprekers elkaar niet kunnen verstaan. Op het sluiseiland staat zelfs een taalmonument dat deze grens markeert, want ten zuiden van het riviertje wordt Stellingwerfs i.p.v. Fries gesproken. Alhoewel, tegenwoordig wordt het Stellingwerfs, een Nedersaksisch dialect, eigenlijk nauwelijks meer gesproken.

De taalgrens

Bijna meteen wordt de route al gewijzigd en wijst het bordje richting Egypte. Een straat en een buurtschap met een naam die waarschijnlijk is afgeleid van een gelijknamige boerderij. Egypte ligt samen met de gehuchtjes Moskou, Canada en Frankrijk allemaal in zuidoost Friesland. Hoe grappig is dat?

Meteen al een route wijziging (internet)

Via Egypte lopen we It Fryske Gea (het Friese Landschap) in, een provinciale vereniging die zich ‘vanuit een groen hart – of liever een pompeblêdsje – inzetten voor de bescherming van natuur, landschap en cultuurhistorie.’ Er vallen behoorlijk veel gebieden onder deze vereniging. Wij zien en ervaren als eerste de Diakonievene, een ven ontstaan omdat de diaconie van Nijeberkoop hier vroeger turf (veen) uitgroef voor de armen zodat zij het als brandstof konden gebruiken. De kerkelijke armenzorg vond dat de plaatselijke bevolking ’s winters geen kou mocht lijden. Dit natuurgebied (44 ha) bestaat tegenwoordig uit een aantal plassen, overblijfselen van de vervening, die met elkaar in verbinding staan. Het is hier inderdaad prachtig! Het is van origine een pingoruïne, die in de ijstijd is ontstaan. Er werd een rondvormige wal van leem omhoog geduwd, waardoor het natte gebied is ontstaan. Tijdens de wandeling loop je continu over deze wal en heb je steeds uitzicht op het water.

De Diakonievene (RK)
Soms loop je over een vlonder
Enkele erg natte stukken (RK)

Aan de overzijde van de Alberdalaan ligt de waterrijke Delleboersterheide, een 195 hectare groot natuurgebied, dat bestaat uit heideterreinen en waterpartijen. De rivier de Tjonger ligt vlakbij en stroomde, voordat deze gekanaliseerd werd, door deze moerasgebieden. De Diakonievene en Delleboersterheide zijn eigenlijk twee naast elkaar gelegen natuurgebieden die goed op elkaar aansluiten. We slingeren dus haast ongemerkt en moeiteloos van het ene naar het andere gebied. De heide ligt er, niet verrassend, wat uitgeblust bij en verdwijnt bijna onder hoge grassen. Volgens onze informatie wordt dit gebied begraasd door heideschapen en Exmoor pony’s of misschien ook wel door Schotse Hooglanders? Afgezien van een paar sporen zien we deze dieren echter niet. Het is ook een groot terrein zullen we maar zeggen. 

Geen waarschuwing voor de heideschapen…….

De Delleboersterheide is van oorsprong een turfwinningsgebied. Het riviertje de Tjonger werd zelfs gekanaliseerd om de afvoer van turf te vergemakkelijken. Toen het veen afgegraven was en de landbouw in opkomst kwam, werd het gebied gedeeltelijk gebruikt als cultuurgrasland. De Delleboersterheide is door It Fryske Gea zo goed mogelijk in de oude staat teruggebracht en is nu weer een beekdallandschap; een golvend land met dekzand en kommen met veen en vennen die door de hogere waterstand permanent nat blijven.

We lopen langs het mooiste ven in dit gebied, de Catspoele. Dit ven blijkt een eldorado voor libelle liefhebbers te zijn. Maar liefste 40 van de 71 in Nederland voorkomende libellen planten zich voort in deze poel. Daartoe is zelfs een speciale libellenvlonder aangelegd zodat je de beestjes goed en van dichtbij kunt bewonderen.

Waar zijn de libellen?

We volgen het graspad en ontdekken een prachtig weids zicht over het heideveld. Solitaire eiken en grove dennen versterken het beeld. Het is hier echt stil en alle dieren (dat zijn er veel!) profiteren van die rust. Misschien is dat juist de charme van dit gebied, dat het net ver genoeg van de woonkernen ligt om absoluut niet ‘overlopen’ te worden.

Prachtige natuur om ons heen (RK)

Tegelijkertijd geldt hier wel de waarschuwing om op de paden te blijven. In de velden zitten n.l. de nodige adders, ringslangen en levendbarende hagedissen die gevoelig zijn voor verstoring. Een hagedis ontmoeten is nog tot daaraantoe, maar slangen kom ik liever niet tegen, zo (relatief) ver van de bewoonde wereld…….. We blijven dus keurig op het pad!

De uitgestrekte heide
Grote solitaire bomen
Alleen op de wereld’ (RK)

Ondertussen zijn we eigenlijk best ver van de oorspronkelijke route in het boekje afgedwaald, waardoor we ook absoluut geen idee meer hebben over de nog te lopen afstand. Voor mij geen fijn vooruitzicht. De afstand van vandaag was, voor mij althans, al aan de royale kant en het idee dat daarbovenop nog meer extra kilometers komen, benauwd me wel een beetje. Volgens de aanwijzingen moeten we, om weer terug op de eigenlijke route te komen, een heel eind langs de weg teruglopen. Oei! Daarbij komt dat we vanochtend wat aan de late kant van start zijn gegaan. Bovendien blijkt, bij nadere inspectie, de zonsondergang vandaag al om 16.20 uur te zijn, in plaats van een uurtje later. Uiteindelijk besluiten we daarom, ook gezien de tijd, een hoek naar de andere kant te maken, zodat we op een ander punt verderop wel weer op de ‘echte’ route kunnen aansluiten. We zijn op de helft en hebben nog een kleine 8 kilometer voor de boeg!

Via gehucht Zandhuizen en de Bekhofweg komen we inderdaad terug op de route. Hier moet ergens in de buurt ooit een schans hebben gelegen, een onderdeel van de Friese waterlinie. Deze Bekhofschans werd in de Tachtigjarige Oorlog gebouwd als onderdeel van de waterlinie, nadat dorpen in die buurt waren geplunderd door Spaanse troepen. De schans lag langs de weg tussen Oldeberkoop en Boijl (Bekhofweg) en controleerde zo de brug over het riviertje de Linde. De schans zelf is inmiddels verdwenen en een kanon dat dienstdeed op deze schans is nu te bezichtigen in het dichtbij gelegen Oldeberkoop. De waterlinie was belangrijk en werd bijvoorbeeld gebruikt om het gebied in Zuidoost Friesland onder water te zetten tijdens de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden en in het Rampjaar 1672 toen  ‘Bommen Berend’, de bisschop van Munster, Noord Nederland binnenviel. De schansen waren ook de enige doorgangen richting Leeuwarden en lagen op strategische plaatsen. Op die manier kon de Friese hoofdstad worden beschermd. 

Opeens zijn we aangekomen op het laatste stuk, de kerkweg naar Boijl. We zien diverse kunstuitingen onderweg, waaronder een bankje met de tekst ‘Zit, Rust, Kijk … Verwonder’ en diverse beelden langs de kant van het pad.

De lange kerkweg naar Boijl (RK)
Zomaar een Schotse Hooglander in de heg 😉
Helaas kunnen we geen titel vinden bij dit kunstwerk (RK)

Dan lopen we toch echt ons eindpunt binnen, het dorpje Boijl. Ook weer zo’n dorp waar we nog nooit van hebben gehoord. De oorsprong van de naam is moeilijk te achterhalen. Op oude kaarten wordt het geschreven als Beul, Buil, Beuil en zelfs Boylo. Mogelijk noemde men het ‘Beul’ vanwege het harde werken oftewel het ‘beulen’, want de grond was moeilijk te bewerken. Het kan ook afkomstig zijn van het oud-Friese ‘beile/bule’ of Nederlandse ‘buil’ dat ronding of zwelling betekent, want het lag hoger dan de omgeving. Dat het in bosrijk gebied lag, duidt het lo (= bos) uit het genoemde ‘Boylo’ aan. Eigenlijk interesseert me dit alles op dit moment helemaal niet zo. Mijn blik is gericht op de klokkenstoel, waar onze fietsen staan.

Vlak voor we Boijl echt inlopen (RK)

Ik maak nog een snelle foto van deze typische klokkenstoel die wordt geluid als iemand is overleden of tijdens het Sint Thomasluiden. Sint Thomasluiden, ook wel pluisluiden of duiveljagen genoemd, is een traditie waarbij er, tussen 21 december (de feestdag van apostel Thomas) en 31 december, klokken worden geluid. Door het luiden van de klokken zouden de kwade geesten, die de dagen doen korten, verdreven worden. Deze traditie wordt met name in ere gehouden in Zuidoost-Friesland waar veel vrijstaande klokkenstoelen zijn die gemakkelijk geluid kunnen worden. Ondanks verboden door de overheid (op kerkhoven waar klokkenstoelen stonden, werden soms vernielingen aangericht) heeft de traditie steeds stand gehouden. Zover is het echter nog niet, maar mochten we tegen die tijd weer in deze buurt lopen, dan zullen we goed luisteren! 

De klokkenstoel in Boijl