Grijs betekent meestal de kleur zelf terwijl grauw vaak wordt gebruikt om een beetje donkere situatie te beschrijven. Beide termen zijn vandaag zeker van toepassing. Het is weliwaar droog, maar tegelijkertijd is er ook mist of (zeer) laaghangende bewolking. Zoals een weerman het zo mooi uitlegde: ‘warme lucht komt in aanraking met koude lucht en het resultaat is, net als in je badkamer, condensatie.’ Het regent ook niet echt. Het lijkt eigenlijk meer alsof de wolken soms ‘lekken’, waardoor een fijne, dunne miezer ons zo af en toe besproeit. Om het weerpraatje aan te vullen: de temperatuur blijft rond de 5 °C. en er is bijna geen wind.
Wanneer het zo grauw en grijs is, blijven we vaak binnen. Zonde, volgens een enthousiaste natuurfotograaf, want de kleuren zijn dan juist vaak veel dieper en verzadigder. Natuurlijk is het dan wel donker (met name in het bos), dus neem je statief mee of werk met hoge ISO. Laat de lucht wel zoveel mogelijk buiten je foto en focus je op details en kleuren.
Ik lees verder dat de kleur grijs in veel spirituele tradities wordt geassocieerd met balans, neutraliteit en kalmte. Het wordt gezien als een kleur van de tussenfase, die zich tussen zwart en wit bevindt en daardoor een balancerend effect heeft. Hoewel grijs helemaal in zijn eentje wat euh… grauw is, vormt het een fijne combi met bijvoorbeeld zwart en groen. Dan krijg je een heel fijn sfeertje! Dat hopen we vandaag dus te zien en te ervaren!
We starten in Boijl, een streekdorp uit waarschijnlijk de late middeleeuwen, dat aan de rand van het Nationaal Park Drents-Friese Wold ligt. Net buiten het dorp zien we inderdaad een grenspaaltje, waar we Friesland verlaten en verder lopen in het Drentse deel.
We lopen door het gebied van de ‘Maatschappij van Weldadigheid’, een idee wat zijn oorsprong vond rond 1815 en wat een ‘tijdperk van verandering’ in gang moest zetten.
De situatie was als volgt: Napoleon werd definitief verslagen en Willem I kwam aan de macht in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De nieuwe koning had meteen grote problemen: torenhoge werkloosheid en armoede, een lege staatskas en een wankele maatschappelijke orde. Johannes van den Bosch, een generaal met veel militaire ervaring in Nederlands-Indië, kwam met een oplossing om de armoede in Nederland terug te dringen, n.l. de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid. Samen met andere hoge ambtenaren, edellieden en duizenden gewone burgers uit het hele land, zette hij een ambitieus plan in gang. Het idee achter dit plan was eigenlijk heel eenvoudig; de samenleving moest stukjes land en huizen aanbieden aan mensen die het minder breed hadden. In ruil daarvoor zouden zij, door te werken, voor hun eigen onderhoud kunnen zorgen en waren ze niet langer afhankelijk van de overheid voor (financiële) steun. Ook konden ze dan, op lange termijn, hun staatsschulden terugbetalen via (landbouw) overschotten.
De Maatschappij richtte zeven landbouwkoloniën op: vijf in Noord-Nederland en twee in het zuiden, het huidige België. In totaal werd zo’n 80 vierkante kilometer ongerepte, woeste heidegrond ter beschikking gesteld met als doel de grond te ontginnen en de landbouwproductie te stimuleren met behulp van nieuwe technieken. De allereerste kolonie, Frederiksoord, wordt vernoemd naar de beschermheer van de Maatschappij, prins Frederik.
Elke kolonie had zijn eigen kenmerken, maar ze leken toch opvallend veel op elkaar met kaarsrechte lanen, waterwegen en allerlei voorzieningen zoals scholen, kerken en spinnerijen. Al snel ontstond er wel een onderscheid tussen vrije en onvrije koloniën. In de vrije koloniën woonden gezinnen met (meestal) twee kinderen, die hun verblijf zelf konden beëindigen wanneer ze dat wilden. In de onvrije koloniën daarentegen werden mensen gedwongen opgenomen. Dat waren meestal gestrafte criminelen, bedelaars en zwervers. Dit laatste leidde tot veel vragen over de wettigheid en over de financiële risico’s.
Wij zien echter niets van dit alles. Wij lopen door het bos of langs meer open paden en volgen de, op boombast geschilderde, tekens die ons de weg moeten wijzen. De meesten zijn duidelijk zichtbaar, naar een enkele moeten we echt even zoeken!
In het bos is het beduidend warmer en we nemen de tijd om te genieten van de kleuren om ons heen. Ik weet niet of ze echt zoveel ‘dieper en verzadigder’ zijn, maar ze vallen ons wel op en dat zegt zeker iets.
We zijn vandaag op stap met een nieuwe gadget, eentje die een weg wijst met behulp van GPX data (een type bestand dat informatie bevat over waypoints, routes en tracks dat vaak gebruikt wordt om locatiegegevens op te slaan en te delen). Het is nog even wennen, maar wanneer we ergens een weg-geregend teken missen, is het wel een uitkomst. Het apparaat laat zien dat we slechts ‘even’ dwars door het bos moeten lopen om ergens anders op een paralel pad uit te komen. Als een bonus zien we dan ook nog een groot ven en andere poelen. Zo word je haast overgehaald (en beloond) voor het lopen van enkele extra (kilo)meters ;).
Opeens zijn we vlakbij onze fietsen en daarmee vlakbij het esdorp Vledder, waarvan de naam duidt op een natte plaats. Die is treffend gevonden!
Vledder kent, net als vele andere Drentse brinkdorpen, een lange geschiedenis. In de omgeving zijn diverse grafheuvels en urnenvelden gevonden uit de nieuwe steentijd (ca. 11.000 v.Chr. tot ca 3.000 v. Chr.). Een andere keer moeten we het dorp maar eens echt bezoeken, want behalve Museum De Proefkolonie, over Johannes van den Bosch en de vrije koloniën van Weldadigheid, staat hier ook Museum Valse Kunst. Hier vind je ‘Kunst met een glimlach’ (is het echt of toch vals?), waarbij ervan wordt uitgegaan dat vervalsen ook een kunst is. Het werk van beroemde kunstenaars als Appel, Picasso, Dali, Matisse en Rodin wordt vaker vervalst dan je denkt ………….
Verder vind je hier een bekend oorlogsmonument. Begin 1942 werden grote groepen joodse mannen opgeroepen voor tewerkstelling ergens anders in Nederland. Zij werden samengebracht in kampen, waarvan een groot aantal in Drenthe lag. Kamp Vledder is in 1941 gebouwd. Het is niet duidelijk voor welke groep het kamp in dat jaar functioneerde, maar vanaf 10 januari 1942 tot 2 oktober 1942 verbleef er een groep van 180 joodse mannen in het kamp. Zij werden gedwongen tot allerlei werkzaamheden in de omgeving. Zo werkten ze aan een weg in Vledderveen, die tegenwoordig nog altijd ‘Jodenweg’ heet. Op 2 oktober 1942 werden alle in Drenthe verblijvende joden overgebracht naar Kamp Westerbork, waarna ze naar de concentratiekampen zijn gedeporteerd. Slechts een enkeling heeft de oorlog overleefd.
We fietsen terug naar Boijl door een nog steeds grijze en grauwe wereld. Voorlopig zal dat niet veranderen, want het uitgestrekte hogedrukgebied boven ons is niet erg beweeglijk, aldus de weerkenners. Veranderingen in de natuur werden vroeger vaak gekoppeld aan wijzigingen in het weer. Weersverwachtingen bestonden toen nog niet en als je boer of molenaar was en bovendien een scherp observator, kon je in de levende natuur bepaalde karakteristieken ontdekken die je wat houvast gaven in het ‘voorspellen’ van het weer. Een deel van de vaak ‘onzinnig klinkende’ weerspreuken is dus wel degelijk zinvol en heeft zelfs een beperkte waarde voor de verwachting van het weer, al is het dan vooral voor de korte termijn. Neem nu ‘mist vorst in de kist’. Dit slaat op een periode (vaak aan het einde van een vorstperiode), waarbij de grond nog (deels) bevroren is of in elk geval erg koud is. Als de wind dan ruimt (draaien met de wijzers van de klok mee) naar de milde zuidwesthoek met aanvoer van vochtige (warme) lucht vanaf zee, condenseert deze lucht op grote schaal boven het koude land en geeft dat op uitgebreide schaal mist. Het verhaal van condens in de badkamer (haha).





























