Creatieve fotografie
‘Geen plek in België die mysterieuzer aanvoelt en hierdoor veel ´urban explorers´ (verkenners van stedelijke gebouwen en locaties die verborgen, verlaten en ontoegankelijk zijn voor het grote publiek) en andere nieuwsgierigen aantrekt dan Doel. De ‘spookstad’, vlakbij de haven van Antwerpen, transformeerde de afgelopen decennia van levendig dorp naar verlaten plek. Niet alleen een bijzonder fascinerend verhaal, maar vooral enorm indrukwekkend om te zien!’ Met deze introductie vertrekken wij met een kleine groep fotografen naar dit dorp om onze nieuw geleerde fototechnieken, t.w. dubbele belichting, ICM (intentional camera movement) en pinhole, in de praktijk te brengen.
Doel is (uiteraard) niet altijd een spookstad geweest. Ooit was het een dorp zoals zovele andere dorpjes in Oost-Vlaanderen. De ligging van Doel is niet ideaal te noemen met aan de ene kant de Schelde met uitzicht op Zeeuws Vlaanderen terwijl het aan de andere kant wordt ingeklemd door de haven van Antwerpen. Daarnaast ligt op één kilometer ten noorden van het dorp een kerncentrale bestaande uit 4 centrales en twee koeltorens. Toch telde het dorp in de zestiger jaren van de vorige eeuw bijna 1.500 inwoners. Dat was echter voordat de haven van Antwerpen meer ruimte nodig had voor verdere groei en daarvoor de linkeroever van de Schelde op het oog had, inclusief Doel. De overheid kondigde een bouwstop af waarna de eerste bewoners het dorp verlieten. Door de crisis in de jaren ’70 verdween ‘de honger’ van de haven maar niet de onzekerheid voor de bewoners. Halverwege de negentiger jaren kwam de genadeslag met de aankondiging dat er een containerdok naast het dorp gebouwd zou worden. Het bestemmingsplan van het gebied werd gewijzigd van wonen naar industrie. Een storm van protest zorgde ervoor dat deze wijziging werd teruggedraaid, maar inmiddels was het Deurganckdok al een feit. In 2018 wordt nogmaals een plan gelanceerd om Doel van de kaart te vegen, maar ook dat werd gauw weer ingetrokken. Tegenwoordig wonen er nog maar een tiental inwoners die gebleven zijn uit protest. Met succes, want het lijkt erop dat Doel toch mag blijven bestaan. In maart 2022 besliste de Vlaamse regering dat Doel zou worden behouden en weer een leefbaar dorp moest worden. Er is nog een lange weg te gaan!
Wanneer we het dorp binnenrijden valt ons het verlaten tankstation op. Bij het leeglopen van het dorp kwam ook het tankstation droog te staan. Zo’n beeld spreekt meteen tot de verbeelding. Hier is iets gebeurd!
Vanaf het moment dat de inwoners Doel hebben verlaten, is het dorp zo ongeveer overgenomen door artiesten die met hun spuitbussen kunstwerken hebben gemaakt op de leegstaande gebouwen. Om de krakers en andere indringers te weren, zijn recentelijk de ramen en deuren van de verlaten huizen volledig afgesloten met metalen platen. Spijtig genoeg schijnt hierdoor ook veel van de mooie graffiti verloren te zijn gegaan. Toch is er nog meer dan voldoende over voor ons om te bewonderen. Daar waar de boel niet is dicht getimmerd wonen nog mensen. Het lijkt me een haast surrealistische ervaring om in zo’n verlaten dorp te wonen. Een beetje unheimisch door het verval en tegelijkertijd met een enorme intrigerende bonte uitstraling waardoor het dorp een toeristische attractie is geworden. Wij zijn in ieder geval niet de enigen die hier vandaag ronddwalen…….
Verdwalen kan haast niet. Het stratenplan van het dorp heeft het schaakbordpatroon met starten die elkaar loodrecht kruisen, zoals we dat kennen van grote Amerikaanse steden als New York of San Francisco. De oorsprong ervan stamt uit de 17de eeuw toen er planmatige inpoldering en herinrichting van het dorp kwam, noodgedwongen door de intensieve turfwinning. De turfafgraving maakte het dorp kwetsbaar voor overstromingen, waardoor de dorpskern werd verplaatst naar de huidige locatie.
Als je in Doel rondloopt, kun je niet om de kerncentrale heen. Zo verlaten als het dorp is, zo druk is het in de centrale met haar koeltorens die overal bovenuit torenen. Hier werken zo’n 2000 mensen en de productie zorgt voor ongeveer de helft van het elektriciteitsverbruik in België. Ik lees: ‘alles klopt en niks klopt. Het is bijna een ode aan het absurdisme. Al helemaal wanneer de lieflijke Scheldemolen ruw afsteekt tegen de wolken blazende koeltorens erachter. Dat beeld vat het allemaal samen. De oprukkende vooruitgang die als een pletwals boven het ideaalbeeld van het dorp hangt. Het is een parabel van onze tijd. Of we dat nu willen of niet.’
Na een rustpauze om alle indrukken te verwerken en een fotobespreking waarin we tips & tricks krijgen om onze foto’s te verbeteren, gaan we met elkaar op stap naar Paal, net over de grens in Nederland. Paal is een buurtschap aan de rand van het natuurgebied het Verdronken Land van Saeftinghe. We klimmen op de dijk en zien een kleine jachthaven die nu, met laagtij, is droog gevallen (een zogenaamde getijhaven) met daarachter de brede Westerschelde.
Deze vaarweg staat in open verbinding met de Noordzee en de Schelde en is daardoor een belangrijke verbinding tussen Antwerpen en Vlissingen. Het is één van de drukst bevaren wateren ter wereld. Op de dijk zien we grote containerschepen die de Antwerpse haven in- en uitvaren. Wanneer de schepen even niet zichtbaar zijn, doet deze omgeving ons sterk denken aan het Wad met haar geulen en droog gevallen zandbanken waarop vogels hun kostje bij elkaar scharrelen.
De Westerschelde is een uniek gebied binnen de delta van Zuidwest Nederland; het is het enige gebied waar de rivier en de zee elkaar onbelemmerd ontmoeten. Samen met de Zeeschelde (tot Gent) is ze daardoor nog steeds een estuarium (brede monding van een rivier). Estuaria zijn van grote waarde voor de natuur. Het getij levert de energie voor sedimentatie- en erosieprocessen. Getij, wind en golfslag zorgen in een gecompliceerd samenspel voor een continu veranderend patroon van geulen, platen, ondiep watergebieden, slikken en schorren. Deze patronen bepalen op hun beurt in hoge mate de aard en het karakter van de leefgebieden van tientallen soorten planten en dieren.
We kijken dus naar een bijzonder stukje natuur. Het licht is mooi en de ondergaande zon streelt met oranje en goud over de natte zand platen. We doen ons best waarbij vooral de dubbele belichting en de bewuste camera beweging (BCB) flink geoefend worden.
Ik merk bij mezelf dat deze twee creatieve technieken mijn voorkeur hebben boven de pinhole. Het zal ongetwijfeld alles te maken hebben met een gebrek aan ervaring. Toch is voor mij de pinhole vaak te vaag, is er geen ankerpunt of een dusdanige herkenning dat mijn geest meegaat in het gemaakte beeld. Ook de (mijn) ICM foto’s, waarbij je echt moet letten op de lange sluitertijd om het goed te laten werken ;), zijn meestal niet scherp, maar daarbij zie je wel wat het moet voorstellen. De dubbele belichting kun je gebruiken terwijl je tweemaal hetzelfde fotografeert. Het enige verschil is dat je bij de tweede foto een iets andere compositie kiest. Beweeg de camera dus iets naar links of rechts en maak de foto. Op die manier krijg je weliswaar tweemaal hetzelfde onderwerp in de foto te zien, maar is het tegelijkertijd dubbel te zien door de gewijzigde compositie. Hierdoor krijg je vaak wat dromerige beelden of juist hele creatieve beelden door twee hele verschillende onderwerpen te combineren. Een uitdanginkje! Eén dag oefenen legt zeker een basis, maar voor een goed resultaat is er nog heel wat meer geduld nodig. Morgen verder.



















Mooi verhaal en de pingelen techniek vind ik interessant. Geeft een abstract beeld. De onscherpte is een kracht. Peter.
Met vriendelijke groet, Peter van Zwol
LikeLike
Een uitdaging zeg! Wel leuk om zo uit te proberen 🙂
LikeLike