Van Lillo komen ……

Creatieve fotografie

We hoorden al van vrienden dat er in (Zeeuws) Vlaanderen een gezegde bestaat ‘van Lillo komen’ of ‘doe maar net of je van Lillo komt’ wat zoiets betekent als ‘doe maar net of je gek bent’ of ‘houd je van de domme’. Als je in die contreien iets doms doet, wordt er wel gezegd: ‘Je komt toch niet van Lillo?!?’ Dan is het altijd grappig om te horen waar zo’n uitdrukking nu precies vandaan komt, maar dat is echter nog helemaal niet zo makkelijk te achterhalen ;).

Er zijn verschillende verklaringen mogelijk. Eén daarvan zegt dat Fort Lillo een tijdlang het onderkomen zou zijn geweest van misdadigers die de keus hadden gekregen om of dienst te doen in het Fort Lillo of hun leven te beëindigen aan de galg. Het strenge regime in het fort bestrafte vloeken met het doorboren van de tong d.m.v. een gloeiende pin (er zouden documenten in Middelburg zijn die bevestigen dat hiertoe regelmatig beulen uit Middelburg naar Lillo gingen). Zo ben je natuurlijk serieus gebrandmerkt voor het leven en kun je niet goed meer praten. Om niet als (ex-)misdadiger herkend te worden kon je je maar beter van de domme houden als je wat gevraagd werd. Volgens een andere verklaring vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven strooptocht op Walcheren (?). Ook goed denkbaar is, aldus het alwetende web, dat de bewoners van Lillo vroeger als dom werden beschouwd, omdat ze vanwege de geïsoleerde ligging van het fort slecht op de hoogte waren van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Aan ons de keus welke verklaring we het meest logisch vinden?

Fort Lillo – Atlas van Loon 1649 (internet)

Fort Lillo (rechterkant Scheldeoever) is ontstaan tijdens de Opstand tegen Spanje oftewel tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Het is in 1579 gebouwd, waarschijnlijk in opdracht van Willem van Oranje. Tegelijkertijd werd ook Liefkenshoek (ertegenover) gerealiseerd. Deze twee forten waren van groot belang voor de militaire controle over de scheepvaart: samen konden ze de Schelde afsluiten. Als gevolg werden ze vaak belegerd en dat eindigde niet altijd goed: de forten zijn in Spaanse, Nederlandse, Franse, Oostenrijkse en Belgische handen geweest. Door de havenuitbreiding in de jaren 1960 zijn het polderlandschap en het eigenlijke dorp verdwenen. Wat rest is een kleine woonkern, geheel omgeven door de Antwerpse havenwerken. Bijzonder!

Wat we zien vanaf de waterbus ….. de techniek gaat niet altijd goed 😉 (IK)
Hier zie je de drukte beter (RK)

We steken voor € 1,00 p.p. over met de waterbus van Liefkenshoek naar Lillo en worden daar ‘losgelaten’ in de kleine straatjes om verder te oefenen met onze creatieve technieken.

Veel klinkerstraatjes in Lillo (IK)
Je ankerpunt vasthouden valt niet mee (IK)

Uiteraard heeft Lillo een kerk met daarnaast ’t Pleintje waarop diverse terrassen zijn voor later. De Sint-Benedictuskerk kent een hele geschiedenis. Het was oorspronkelijk een protestantse garnizoenskerk, werd na 1785 een katholieke kerk die aan Sint-Jozef was gewijd en diende van 1830-1839 als opslagplaats voor levensmiddelen. Daarna werd de kerk in ere hersteld en opnieuw als kerk in gebruik genomen. In 1831 werd ze door overstromingen zo geteisterd dat ze onbruikbaar was, door toedoen van de Hollanders die nog op Lillo-Fort verbleven en de polders onder water hielden. Het duurde  tot 1847 voordat ze met het bouwen van de nieuwe kerk begonnen die pas in 1851 voltooid werd. Helaas werd de kerk in 1882 getroffen door brand, waardoor er een jaar later weer een nieuwe kerk gebouwd werd. Tenslotte werd deze kerk in 1965 een parochiekerk, omdat de kerk te Lillo-Kruisweg (evenals de dorpen Oud-Lillo en Lillo-Kruisweg zelf) opgeofferd werden voor de havenuitbreiding. De ‘fortkerk’ werd vervolgens aan St. Benedictus gewijd. Benedictus is beschermheilige van Europa. Zijn kloosterregel, waarin arbeid, matigheid en stabiliteit hoog in het vaandel staan, heeft velen binnen en buiten de Katholieke Kerk geïnspireerd. In mei 1965 is begonnen met de ontmanteling van de kerk. Dit sluit een periode af die onomkeerbaar is; menig oud Lillonaar was in deze kerk gedoopt, had er de eerste communie gedaan, was er getrouwd en was er uiteindelijk ook begraven. Dat is nu voorbij. Vanaf 2019 is de kerk te Lillo Fort zelfs ontheiligd en vinden er dus geen diensten meer plaats. Toch is de kerk vandaag gesloten en kunnen we dus geen kijkje nemen of we nog iets kunnen zien van deze bewogen geschiedenis. Het schijnt dat we moeten wachten op de Open Monumentendag in het weekend van 13/14 september dit jaar. Dan krijgen bewoners en bezoekers informatie over de werken die uitgevoerd worden in functie van het ‘masterplan Lillo’ en kunnen ze in virtual reality naar het toekomstige Lillo en het 17de-eeuwse Lillo kijken.

Dubbele belichting licht van kerk en plein (IK)
Hetzelfde idee, maar dan donker (IK)

Vlak achter het dorpje ligt een stukje natuur met een mooie bomenlaan en waterpartijen aan beide kanten. Het is hier heel rustig, dus we hebben voldoende oefentijd.

De schaduwrijke bomenlaan; meervoudige belichting (IK)
Een kleurenexplosie van bomen, grond, zon en licht; ICM (IK)

We nemen vervolgens lekker de tijd voor een koffietje op één van de terrassen en lopen dan langzaam via het getijdenhaventje terug naar de waterbus.

Een verwaarloosd huisje/schuurtje onderweg; dubbele belichting + ICM (RK)
Het getijdenhaventje (IK)

Helaas moeten we, om onduidelijke redenen, anderhalf uur wachten tot we de oversteek kunnen maken en dan hebben we nog geluk, want alleen de mensen naar Liefkenshoek mogen over 🥴

Enorme containerschepen worden om hun as getrokken in de vaargeul (RK)
Nog even iets proberen terwijl we wachten…..; dubbele belichting (IK)

Fort Liefkenshoek werd, zoals al eerder gezegd, ongeveer tegelijkertijd gebouwd met fort Lillo aan de overkant. Een bezoek geeft inzicht in de lotgevallen van een fort dat ergens aan het einde van de zestiende eeuw letterlijk uit de zware polderklei is opgetrokken om de opstandige stad Antwerpen te beschermen tegen de Spanjaarden onder leiding van Alexander Farnese, de hertog van Parma, wat trouwens grandioos mislukte. Daarna bleef het twee eeuwen lang Noord-Nederlands bezit als een enclave op Zuid-Nederlands grondgebied. Liefkenshoek heerste toen over het achterliggende polderland en in samenwerking met fort Lillo kon de rivier afgesloten worden om de haven van Antwerpen te beschermen tegen de oprukkende Spaanse troepen. Ook de Nederlanders, Fransen en Oostenrijkers belegerden door de jaren heen beide forten, die deel uitmaken van het verdedigingsnetwerk de Staats-Spaanse Linies. Daarna deed fort Liefkenshoek nog dienst als militair ziekenhuis, depot van de marine en vakantieoord van het leger. Het schijnt zelfs dat Napoleon (1769-1821) het fort heeft ingezet in zijn verdedigingswerken tegen de Engelsen. Later werden hier, tot honderd jaar geleden ongeveer, zieke emigranten verpleegd en besmette landverhuizers in afzondering gehouden. Het fort is sinds 1985 een beschermd monument. Een klein fort met een groot verleden!

Uitzicht op de dijk bij Fort Liefkenshoek (RK)

We picknick lunchen op de grote binnenplaats en lopen vervolgens wel even rond om een indruk te krijgen, maar de vaart is er een beetje uit. Het is warm, we zijn een beetje ‘foto-moe’ en het terras van de brasserie lokt. Kortom, we sluiten de dag en onze workshop af in de schaduw op het terras en spreken af om elkaar over 6-8 weken, via een zoom meeting, een kleine portfolio te laten zien van gemaakte foto’s waarin de drie nieuwe technieken zijn gebruikt. Stug door oefenen is het advies! Het draait hierbij niet alleen om het vastleggen van iets, maar ook om het overbrengen van emoties en expressies die gevoelens en reacties moeten oproepen bij zowel de kijker als de fotograaf zelf. Geen sinecure!


DOEL+PAAL

Creatieve fotografie

‘Geen plek in België die mysterieuzer aanvoelt en hierdoor veel ´urban explorers´ (verkenners van stedelijke gebouwen en locaties die verborgen, verlaten en ontoegankelijk zijn voor het grote publiek) en andere nieuwsgierigen aantrekt dan Doel. De ‘spookstad’, vlakbij de haven van Antwerpen, transformeerde de afgelopen decennia van levendig dorp naar verlaten plek. Niet alleen een bijzonder fascinerend verhaal, maar vooral enorm indrukwekkend om te zien!’ Met deze introductie vertrekken wij met een kleine groep fotografen naar dit dorp om onze nieuw geleerde fototechnieken, t.w. dubbele belichting, ICM (intentional camera movement) en pinhole, in de praktijk te brengen.  

Eerste oefening met pinhole (IK)
Vanuit ons logeeradres zijn de koeltorens goed te zien; dubbele belichting (IK)

Doel is (uiteraard) niet altijd een spookstad geweest. Ooit was het een dorp zoals zovele andere dorpjes in Oost-Vlaanderen. De ligging van Doel is niet ideaal te noemen met aan de ene kant de Schelde met uitzicht op Zeeuws Vlaanderen terwijl het aan de andere kant wordt ingeklemd door de haven van Antwerpen. Daarnaast ligt op één kilometer ten noorden van het dorp een kerncentrale bestaande uit 4 centrales en twee koeltorens. Toch telde het dorp in de zestiger jaren van de vorige eeuw bijna 1.500 inwoners. Dat was echter voordat de haven van Antwerpen meer ruimte nodig had voor verdere groei en daarvoor de linkeroever van de Schelde op het oog had, inclusief Doel. De overheid kondigde een bouwstop af waarna de eerste bewoners het dorp verlieten. Door de crisis in de jaren ’70 verdween ‘de honger’ van de haven maar niet de onzekerheid voor de bewoners. Halverwege de negentiger jaren kwam de genadeslag met de aankondiging dat er een containerdok naast het dorp gebouwd zou worden. Het bestemmingsplan van het gebied werd gewijzigd van wonen naar industrie. Een storm van protest zorgde ervoor dat deze wijziging werd teruggedraaid, maar inmiddels was het Deurganckdok al een feit. In 2018 wordt nogmaals een plan gelanceerd om Doel van de kaart te vegen, maar ook dat werd gauw weer ingetrokken. Tegenwoordig wonen er nog maar een tiental inwoners die gebleven zijn uit protest. Met succes, want het lijkt erop dat Doel toch mag blijven bestaan. In maart 2022 besliste de Vlaamse regering dat Doel zou worden behouden en weer een leefbaar dorp moest worden. Er is nog een lange weg te gaan! 

Een verlaten dorp met een kerncentrale; dubbele belichting (IK)

Wanneer we het dorp binnenrijden valt ons het verlaten tankstation op. Bij het leeglopen van het dorp kwam ook het tankstation droog te staan. Zo’n beeld spreekt meteen tot de verbeelding. Hier is iets gebeurd!

Ooit waarschijnlijk druk bezocht (IK)

Vanaf het moment dat de inwoners Doel hebben verlaten, is het dorp zo ongeveer overgenomen door artiesten die met hun spuitbussen kunstwerken hebben gemaakt op de leegstaande gebouwen. Om de krakers en andere indringers te weren, zijn recentelijk de ramen en deuren van de verlaten huizen volledig afgesloten met metalen platen. Spijtig genoeg schijnt hierdoor ook veel van de mooie graffiti verloren te zijn gegaan. Toch is er nog meer dan voldoende over voor ons om te bewonderen. Daar waar de boel niet is dicht getimmerd wonen nog mensen. Het lijkt me een haast surrealistische ervaring om in zo’n verlaten dorp te wonen. Een beetje unheimisch door het verval en tegelijkertijd met een enorme intrigerende bonte uitstraling waardoor het dorp een toeristische attractie is geworden. Wij zijn in ieder geval niet de enigen die hier vandaag ronddwalen…….

Het proces van dubbele belichting met foto 1 (IK)
Samen met foto 2 om iets te creëren …… (IK)
Het eindresultaat (IK)

Verdwalen kan haast niet. Het stratenplan van het dorp heeft het schaakbordpatroon met starten die elkaar loodrecht kruisen, zoals we dat kennen van grote Amerikaanse steden als New York of San Francisco. De oorsprong ervan stamt uit de 17de eeuw toen er planmatige inpoldering en herinrichting van het dorp kwam, noodgedwongen door de intensieve turfwinning. De turfafgraving maakte het dorp kwetsbaar voor overstromingen, waardoor de dorpskern werd verplaatst naar de huidige locatie.

Eén van de straten in Doel; dubbele belichting (RK)
Kleurrijke straatjes; dubbele belichting (IK)
Soms ‘spat’ het eraf; ICM (IK)
Een ‘gewoon’ sfeerbeeld (IK)
Er valt echt veel te zien in dit kleine dorp (IK)

Als je in Doel rondloopt, kun je niet om de kerncentrale heen. Zo verlaten als het dorp is, zo druk is het in de centrale met haar koeltorens die overal bovenuit torenen. Hier werken zo’n 2000 mensen en de productie zorgt voor ongeveer de helft van het elektriciteitsverbruik in België. Ik lees: ‘alles klopt en niks klopt. Het is bijna een ode aan het absurdisme. Al helemaal wanneer de lieflijke Scheldemolen ruw afsteekt tegen de wolken blazende koeltorens erachter. Dat beeld vat het allemaal samen. De oprukkende vooruitgang die als een pletwals boven het ideaalbeeld van het dorp hangt. Het is een parabel van onze tijd. Of we dat nu willen of niet.’  

Tegenstellingen; pinhole (RK)

Na een rustpauze om alle indrukken te verwerken en een fotobespreking waarin we tips & tricks krijgen om onze foto’s te verbeteren, gaan we met elkaar op stap naar Paal, net over de grens in Nederland. Paal is een buurtschap aan de rand van het natuurgebied het Verdronken Land van Saeftinghe. We klimmen op de dijk en zien een kleine jachthaven die nu, met laagtij, is droog gevallen (een zogenaamde getijhaven) met daarachter de brede Westerschelde.

De getijdenhaven in Paal (IK)
Vanaf hetzelfde punt met ICM (IK)

Deze vaarweg staat in open verbinding met de Noordzee en de Schelde en is daardoor een belangrijke verbinding tussen Antwerpen en Vlissingen. Het is één van de drukst bevaren wateren ter wereld. Op de dijk zien we grote containerschepen die de Antwerpse haven in- en uitvaren. Wanneer de schepen even niet zichtbaar zijn, doet deze omgeving ons sterk denken aan het Wad met haar geulen en droog gevallen zandbanken waarop vogels hun kostje bij elkaar scharrelen.

Het lijkt wel ’t Wad; pinhole (RK)

De Westerschelde is een uniek gebied binnen de delta van Zuidwest Nederland; het is het enige gebied waar de rivier en de zee elkaar onbelemmerd ontmoeten. Samen met de Zeeschelde (tot Gent) is ze daardoor nog steeds een estuarium (brede monding van een rivier). Estuaria zijn van grote waarde voor de natuur. Het getij levert de energie voor sedimentatie- en erosieprocessen. Getij, wind en golfslag zorgen in een gecompliceerd samenspel voor een continu veranderend patroon van geulen, platen, ondiep watergebieden, slikken en schorren. Deze patronen bepalen op hun beurt in hoge mate de aard en het karakter van de leefgebieden van tientallen soorten planten en dieren.

Haast schilderachtig; ICM (RK)

We kijken dus naar een bijzonder stukje natuur. Het licht is mooi en de ondergaande zon streelt met oranje en goud over de natte zand platen. We doen ons best waarbij vooral de dubbele belichting en de bewuste camera beweging (BCB) flink geoefend worden.

Mooi met oranje/gouden tinten; dubbele belichting (IK)

Ik merk bij mezelf dat deze twee creatieve technieken mijn voorkeur hebben boven de pinhole. Het zal ongetwijfeld alles te maken hebben met een gebrek aan ervaring. Toch is voor mij de pinhole vaak te vaag, is er geen ankerpunt of een dusdanige herkenning dat mijn geest meegaat in het gemaakte beeld. Ook de (mijn) ICM foto’s, waarbij je echt moet letten op de lange sluitertijd om het goed te laten werken ;), zijn meestal niet scherp, maar daarbij zie je wel wat het moet voorstellen. De dubbele belichting kun je gebruiken terwijl je tweemaal hetzelfde fotografeert. Het enige verschil is dat je bij de tweede foto een iets andere compositie kiest. Beweeg de camera dus iets naar links of rechts en maak de foto. Op die manier krijg je weliswaar tweemaal hetzelfde onderwerp in de foto te zien, maar is het tegelijkertijd dubbel te zien door de gewijzigde compositie. Hierdoor krijg je vaak wat dromerige beelden of juist hele creatieve beelden door twee hele verschillende onderwerpen te combineren. Een uitdanginkje! Eén dag oefenen legt zeker een basis, maar voor een goed resultaat is er nog heel wat meer geduld nodig. Morgen verder.  

Een laatste foto met dubbele belichting (RK)

De kust

De Belgische kustlijn is vergeleken met de Nederlandse te omschrijven als relatief kort met een totale lengte van slechts ongeveer 65 kilometer. De Nederlandse kustlengte is veel langer met zo’n 523 kilometer, waarvan 353 km Noordzeekust is en de rest de kust van de Waddenzee en de Westerschelde. Daarnaast wordt de Belgische kust beschreven als intensief bebouwd en ‘misschien niet de meest paradijselijk plek van Europa’, want het is een zeer verstedelijkt gebied met een lange rij appartementencomplexen. Naar verluidt heeft de kust meer dan 2/3 van de hotelcapaciteit van Vlaanderen, met meer dan 500 hotels en 27.000 bedden. Toch is er bijna overal een zandstrand tot ca. 500 meter breed met een duinengordel daarachter. We gaan vandaag op ontdekkingstocht, het lijkt immers een mooie dag te worden. We willen beginnen in De Panne in het zuiden om langs de kustweg naar het noorden, naar Knokke-Heist, te reizen. Tenslotte zijn er (maar) 13 kustplaatsen in 10 verschillende kust gemeenten……

Overzicht van de Belgische kust (internet)

De badplaats De Panne heeft het breedste strand. Ze zeggen dat je hier, bij helder weer en goed kijken, de Engelse kust kunt spotten en je hier dus op een soort onuitgesproken drielandenpunt staat, dat van België, Frankrijk en Groot-Brittannië. Maar ja, zo helder is het vandaag niet en bovendien is het hier heel druk vanwege het bekende pretpark Plopsaland en de daarbijbehorende kabouter Plop. Gauw door naar Koksijde dan maar.

Onderweg rijden we parallel aan de kusttram, de langste tramroute ter wereld. Tussen De Panne en Knokke (de twee verste punten) kun je op maar liefst 70 plekken in- en uitstappen. De tram zit goed vol, er wordt flink gebruik van gemaakt. Voor velen is er iets magisch aan op het strand zijn. De acroniem B.E.A.C.H. staat immers niet voor niets voor Best Escape Anyone Can Have ;).

Kusttram De Panne-Knokke

Als de bezienswaardigheid (met stip bovenaan) voor Koksijde worden de ‘garnaalvissers te paard’ genoemd. We treffen het!! In de verte zien we, onder grote belangstelling, een aantal paarden in zee gaan met iets of iemand in knalgeel op de rug. We leren dat deze ‘ambachtelijke vaardigheid’ bij laag tij wordt beoefend voor gedurende ongeveer 2 à 3 uren. De paardenvissers zitten, in gele oliejekker, hoge laarzen en met een zuidwester op het hoofd, in een houten zadel op een paard dat een zwaar garnaalnet achter zich aansleept. De (Brabantse) paarden stappen tot aan de borst in het water, parallel aan de kust. De vissers gebruiken een trechtervormig net (7 x 10 meter) dat door twee zijdelingse planken wordt opengehouden. Dit vergt een enorme trekkracht van de paarden! Een ketting sleept over het zand en veroorzaakt schokgolven waardoor de garnalen opspringen en in het net terechtkomen. Om het half uur wordt het vissen onderbroken om terug naar het strand te gaan, het net te legen en de vangst te zeven. De garnaaltjes komen terecht in de korven die langs weerszijden van het paard hangen. Na het vissen worden de garnalen gekookt in zoet water. ‘Garnalen op deze wijze gevangen en gekookt zijn voor fijnproevers een waar genot omdat ze haast verser dan vers zijn.’

Dit is hard werk (RK)
Past and present (RK)

Omdat deze vorm van garnaalvisserij zo nauw verbonden is met de natuur en tegelijkertijd een sprekend voorbeeld is van ‘een dynamische en duurzame omgang met natuur en cultuur die wordt doorgegeven van generatie op generatie’, is het in 2013 aan de UNESCO lijst van immaterieel erfgoed toegevoegd. Op dit moment zijn er dertien families (en 16 erkende garnaalvissers te paard) actief in de garnaalvisserij. Daarnaast zijn er ook de garnaalvissers te voet, ‘kruiers’ of ‘kruwers’, die zelf het net door het zeewater trekken. Hun net mag dan minder breed en lang zijn dan dat van de paardenvissers, verder is hun vangstmethode bijna identiek. Dit lijkt me toch alleen iets voor zeer gepassioneerde liefhebbers?

Standhuisjes in afwachting van (RK)

Alle belangstellenden hebben zich rondom het werkterrein van de paardenvissers geschaard, waardoor de rest van het strand op dit moment haast uitgestorven lijkt. De standtentjes gaan langzaam maar zeker open, de badhuisjes staan afwachtend, nog met gesloten deuren, klaar voor de toestroom van badgasten en een eenzame ‘vliegeraar’ laat één voor één zijn koopwaar de lucht ingaan. Hij heeft bijzondere exemplaren en weet daar ook kunstig mee om te gaan. De bonte cirkels dartelen door de lucht, scheren langs elkaar en vormen alleen of samen mooie patronen. Een genot om naar te kijken. 

Genieten op het strand (RK)

Onze volgende stop is Oostende, de grootste badplaats en ook wel de ‘Koningin aan de Belgische kust’ genoemd. De geschiedenis van Oostende gaat terug tot in de vroege middeleeuwen. Plaatsnamen als Maria Hendrikapark, Leopold I-plein en prinses Stefanieplein verraden dat Oostende een band heeft met het Belgische koningshuis. De stad dankt haar koninklijke bijnaam echter vooral aan koning Leopold II, die vaak tijdens de zomermaanden in Oostende verbleef. De meeste kustgemeenten waren aanvankelijk relatief klein van omvang en de plaatselijke economieën waren gericht op landbouw en visserij. De kustlijn werd toen nog vooral beheerst door duinen en bijhorende begroeiing. Vanaf het einde van de 19de eeuw, in de periode die bekend stond als de Belle époque, begon door de economische welvaart het toerisme op te komen. Meer en meer mensen trokken naar de zee en dit had zichtbare gevolgen voor de plaatselijke dorpen, die steeds groter en groter werden. Ook de kustlijn veranderde drastisch. Tussen de duinen werden luxueuze en fraaie kustvilla’s gezet en her en der werden hele dijken aangelegd met bijpassende bebouwing. Koning Leopold II zag het potentieel van het opkomende toerisme en promootte de kust, vooral Oostende, als voornaamste toeristische regio van België. Hij pompte dan ook een deel van de inkomsten uit de Belgische kolonie Congo in Oostende. Zo liet hij hier de Koninklijke Gaanderijen, de Wellingtonrenbaan en de koninklijke villa langs de kustlijn bouwen, waarbij de overdekte gaanderijen, die de villa met de Wellingtonrenbaan verbonden, dienden om de gegoede burgers tijdens hun wandeling tegen zon en regen te beschermen. De manier waarop de bouw gefinancierd werd, werpt nog altijd een schaduw over deze gebouwen. We vangen in de verte wel een glimp op van de gaanderijen, maar onze aandacht wordt meer getrokken door iets van een hele andere aard; Atlantikwall Raversyde, één van de best bewaarde delen van de Duitse verdedigingslinie uit WOII en tevens de best bewaarde Duitse kustbatterij uit WOI.

Een deel van de Atlantikwall (RK)

Bij de ingang wandelen we eerst langs het 75 meter lange kustpanorama met foto’s uit 1945 om ons te oriënteren. Gewapend met een apparaat, waarop foto’s te zien zijn en informatie te beluisteren valt, gaan we vervolgens op zoek naar de zestig constructies, stellingen, bunkers en batterijen uit de twee wereldoorlogen die verbonden zijn door open en onderaardse gangen. Ons wordt aangeraden te beginnen met de overblijfselen uit WOI om daarna door te lopen naar die van WOII, waar onder meer in diorama’s een beeld wordt geschetst van de manschappen. Uit WOI zien we batterij Aachen uit 1915 waarvan twee observatieposten, vier geschutsbeddingen en een bomvrije schuilplaats zijn bewaard. De kanonnen werden onder stalen koepels geplaatst ter bescherming. De geschutstellingen waren met een smalspoorweg verbonden met de verschillende munitieruimtes, die verstopt zaten in de duinen. Uit WOII zien we de goedbewaarde stellingen van de batterij Saltzwedel-neu uit 1941 die oorspronkelijk de haven van Oostende verdedigden en na 1942 ingeschakeld werden in de Atlantikwall.

Kustfoto’s uit 1945 (RK)
Een beeld om aan te geven hoe het was (RK)
Waar zijn die duikboten nu precies gezonken?

We lopen langs en door een geheel van bunkers en loopgraven die gedeeltelijk in hun oorspronkelijke staat werden gerestaureerd. Ze bleven bewaard omdat Prins Karel, de eigenaar van de gronden, zich tegen de afbraak bleef verzetten. Prins Karel was de tweede zoon van Koning Albert I en woonde jarenlang, tot aan zijn dood in 1983, op het domein. De kern van het huidige provinciedomein was ooit Koninklijk domein. Koning Leopold II liet er drie chalets in Noorse stijl bouwen naast een bijzonder gebouw uit baksteen dat nog altijd bestaat, de ‘paardenstallen’.

Hier stond ooit een houten chalet van Leopold II

Omwille van de Koningskwestie (dit ging over het al dan niet behouden van Leopold III op de koningstroon) werd prins Karel in september 1944 Regent van België. Hij bleef dit tot de zomer van 1950.

Zelfportret Karel van Vlaanderen

Zijn regentschap wordt gekenmerkt door een paar belangrijke evoluties in de geschiedenis van België. Zo werd er in 1948 beslist over het vrouwenstemrecht en legde de besluitwet (over de maatschappelijke zekerheid van de arbeiders) van 28 december 1944 de fundering voor het socialezekerheidsstelsel dat we vandaag kennen. Op internationaal vlak werd de politiek gekenmerkt door de oprichting van de Economische Unie tussen België, Nederland en Luxemburg (Benelux) in 1944, de toetreding van België tot de VN in 1945, tot NAVO in 1948 en tot de Raad van Europa in 1949. Prins Karel trok zich na zijn regentschap definitief terug op zijn domein in Raversijde, waar hij zich meer en meer toelegde op zijn grote passie: tekenen en schilderen. Hij deed dit voortaan onder zijn pseudoniem ‘Karel van Vlaanderen’, aangezien hij ook de titel had van Graaf van Vlaanderen. Al met al is hij in meerdere opzichten een belangrijk man voor België en voor deze contreien in het bijzonder geweest. 

Geen veilig gevoel…… (RK)
Hoe ver is dat schip van ons verwijderd? (RK)
Af en toe een moment van rust (RK)

Alles bij elkaar(zowel door beeld, geluid als eigen beleving) is dit complex een indrukwekkend geheel geworden waardoor je een (beetje een) beeld krijgt van de bizarre en moeilijke omstandigheden waarin de soldaten hier moesten ‘wonen en werken’. 

Altijd alert blijven (RK)

Als laatste is badplaats Knokke-Heist aan de beurt, misschien wel de bekendste badplaats van het land. Zo niet, dan in ieder geval de meest exclusieve, want in Knokke-Heist kun je flaneren langs alles wat ‘hip, hot en hors categorie’ is. Grappig in deze is een korte discussie die ik op het web tegenkwam. Natuurmonumenten noemt de Belgische kust als voorbeeld van hoe het niet moet. ‘Daar was geen beleid en nu is het één grote boulevard. De Vlaamse kust is om te janken. Daarom komen al die Belgen hier.’ De toeristische dienst van Knokke-Heist reageert hierop verbolgen: ‘Wie heeft dat godverdomme gezegd? Alle rijke Nederlanders komen naar hier.’ Het is dan ook een bekend feit dat de ‘beau monde’ uit binnen- en buitenland graag in Knokke vertoeft en dan vooral in het Zoute. Overal zie je hier kapitale huizen, goede restaurants en chique winkels met merken als Louis Vuitton, Cartier, Hermès en anderen. In het straatbeeld veel exclusieve sportauto’s en golfkarretjes die hier gebruikt worden om je snel te verplaatsen.

Promenade Knokke (internet)

Volgens hun eigen brochure: ‘Tijdloos, iconisch, luxueus: Het Zoute is ‘a class of its own’. Een wijk die ooit werd vormgegeven door de Engelsen en dat voel je nog in elk detail. Want het mag allemaal net dat tikje meer zijn. Maar altijd klassevol. Elegant. Het Zoute ademt stijl. Van de authentieke villa’s en uitgestrekte golfterreinen, tot de beste restaurants en toonaangevende boetieks. Een stukje Knokke­-Heist voor levensgenieters met smaak.’

De prijzen zullen wel navenant zijn, dus onze keuze is om toch te dineren in ons vertrouwde Brugge. We vinden een klein restaurantje vlakbij ons hotelletje en genieten van een laatste avond van een heerlijke mini vakantie vol indrukken. Zeker voor herhaling vatbaar!

Onderdompeling in geschiedenis

De plaats Ieper in het westen van België is onlosmakelijk verbonden met de Eerste Wereldoorlog. Tijdens WOI was de stad omsingeld door soldaten van allerlei nationaliteiten die in talloze loopgraven deelnamen aan de oorlog. De erfenis van die oorlog zijn enorme begraafplaatsen, een heleboel mijnen en munitie die 100 jaar later nog steeds niet allemaal zijn opgeruimd en restanten van oude loopgraven uit die tijd. Dat klinkt interessant genoeg om er eens zelf te gaan kijken.

Klaar voor een dag vol indrukken (RK)

We starten in het centrum van de stad met de historische Lakenhalle als prominent boegbeeld. Het oorspronkelijk gotische gebouw werd gebouwd rond 1300 maar werd totaal verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het gebouw is daarna volledig gerestaureerd en gebruikt om, je raadt het vast, lakens te verkopen. Ieper stond namelijk bekend om haar hoge kwaliteit lakens. Ieper kent als stad een eeuwenoude geschiedenis, maar is toch vooral bekend geworden door wat er hier ruim 100 jaar geleden gebeurde. De stad geldt daarom als officieuze hoofdstad van Flanders Fields waar talloze veldslagen van de Eerste Wereldoorlog werden uitgevochten. In de zogenaamde Vredesstad wordt dat nog elke dag herdacht o.a. in het ‘In Flanders Fields Museum dat tegenwoordig in de Lakenhalle te vinden is.

De Lakenhalle in volle glorie (internet)

Het museum laat zien en confronteert de bezoeker met de gevolgen van deze Grote Oorlog rondom Ieper. Dat is belangrijk zeggen ze zelf, want het was één van de verwoestende conflicten uit de geschiedenis en nu ook de laatste getuigen gestorven zijn, wil het museum de band met dit oorlogsverleden bewaren. Omdat het wezen van oorlog doorheen de tijd niet verandert, beschouwt het museum het brengen van dit oorlogsverhaal als een universele en eigentijdse vredesboodschap. Een deel van een gedicht van Erwin Mortier spreekt in dit geval boekdelen: ‘Oorlogen staan nooit op zich. Ze lijken tentakels te bezitten, die schier onmerkbaar doorgroeien, tot ze elders opschieten en weer in nieuwe conflicten ontvlammen.’

In het museum (internet)

Even terug in de tijd….hoe is WOI precies ontstaan? De directe aanleiding voor WOI was de moord op de Oostenrijkse aartshertog Franz-Ferdinand eind juni 1914 in Sarajevo door een Servische nationalist. Oostenrijk-Hongarije reageerde door Servië een ultimatum te stellen, waarin zij onder andere eisten dat Oostenrijkse agenten toestemming kregen om onderzoek te doen. De Serven zagen dit als een inbreuk op hun soevereiniteit en weigerden waarop Oostenrijk-Hongarije een maand later de oorlog verklaarde aan Servië. WOI is de eerste grote oorlog waar wereldwijd miljoenen soldaten en burgers bij betrokken raken. Hoewel de moord op Franz Ferdinand de directe aanleiding vormde, lagen de eigenlijke oorzaken van het conflict veel dieper. Al sinds het einde van de negentiende eeuw zorgden het nationalisme, het imperialisme en de onderlinge wapenwedloop voor grote spanningen binnen Europa. De vrede werd nog lang bewaard door een uitgebreid systeem van allianties, maar toen Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaarde aan Servië zorgde ditzelfde systeem er juist voor dat de oorlog zich razendsnel over Europa verspreidde. In dit conflict staan de ‘centralen’ (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk) tegenover de ‘geallieerden’ (Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland). Aan de oorlog doen ook landen met veel kolonies mee. Daardoor worden soldaten uit de hele wereld opgeroepen om mee te vechten. In WOI was België in eerste instantie neutraal, maar België lag voor het Duitse Keizerrijk op de route naar Frankrijk. De Fransen hadden na de verloren Frans-Duitse Oorlog van 1871 de grenssteden langs Elzas-Lotharingen versterkt, waarop het Duitse leger nu besloot de Fransen te verrassen door Parijs te veroveren via een omtrekkende beweging door het neutrale België. Toen de geallieerden posities bij Ieper innamen, beval de Belgische koning dat de sluizen bij Nieuwpoort geopend moesten worden, waardoor er een ondoordringbaar moeraslandschap ontstond voor de Duitsers. De Duitse inspanningen om een doorbraak te forceren richtten zich nu volledig op Ieper. De gevechten vinden vooral plaats vanuit de beruchte loopgraven die soldaten maar weinig beschutting bieden. Honderdduizenden soldaten verliezen hun leven aan het front. Het is allemaal te zien in dit interactieve museum waar vooral de verhalen van degenen die de oorlog meemaakten centraal staan. Stemmen en gezichten van echte mensen maken de oorlog tastbaar en persoonlijk. Hoewel je veel weet van deze tijd, komt het nu door de recente oorlog in Europa toch ook dichtbij. Wanneer we, na ruim een uur, weer buiten staan, zijn we toe aan een pauze om alles even te kunnen laten bezinken.

Persoonlijke verhalen

We kunnen terecht in bistro ’t Klein Stadhuis net naast de Lakenhallen, ook wel de Conciërgerie genoemd, want hier woonde vroeger de conciërge van het stadhuis. Tijdens onze lunch besluiten we dat we vandaag gaan voor een volledige WOI onderdompeling. We willen op zoek naar restanten van de oorspronkelijke loopgraven, we willen één van de vele begraafplaatsen met oorlogsslachtoffers bezoeken en tot besluit willen we ‘The Last Post’, die elke avond om stipt 20.00 uur plaatsvindt onder de Menenpoort, niet missen.

De dodengang

Na wat omzwervingen en teleurstelling (gesloten terreinen) komen we uiteindelijk terecht bij ‘De Dodengang’ in Diksmuide, een netwerk van meer dan een kilometer Belgische loopgraven en bunkers in een bocht van de IJzer op amper 50 m van de Duitse bunkers. 

Kijken naar de vijand (RK)

Als we door de expositie naar buiten lopen krijgen we een indruk van het complex dat het laatste stuk van het Belgische front vormde in WOI. We lopen in een lus door de tranches. De heenweg is vrij recht toe, recht aan en redelijk wijd. Mogelijk voor aanvoer? De terugweg daarentegen is smaller en loopt in een zigzag om de soldaten te beschermen tegen vijandelijk vuur. Als een granaat hier insloeg, kon deze slechts schade aanrichten tot hooguit de volgende knik in de loopgraaf. Het voelt claustrofobisch. Deze gangen waren tot in 1915 niet dieper dan een halve meter. Daarna werden ze uitgediept en versterkt met mitrailleursnesten een seinpost en een smalspoor voor de aanvoer van munitie en mensen.

De heenweg
De zigzag weg terug….. (RK)

Aan het einde van de gang ontdekken we namen in de stenen. Het maakt het, samen met alle foto’s, nog beklemmender. We zijn nu vlakbij de Duitse bunker en je vraagt je onwillekeurig af hoe de Duitsers die bunker hebben kunnen bouwen…….

Namen in de stenen (RK)

Inmiddels is de middag al bijna voorbij. We moeten terug naar Ieper als we op tijd willen zijn voor de Last Post. Oorspronkelijk was de Last Post het klaroengeschal dat in het Britse en andere legers het einde van de werkdag aankondigde. In die context staat de Last Post plechtigheid voor een laatste vaarwel aan de gesneuvelden. De Reveille werd traditioneel gespeeld bij het aanvang van de dag om de troepen wakker te maken en hen tot de plicht op te roepen. In de context van de Last Post plechtigheid symboliseert de Reveille niet enkel het terugkeren naar het dagelijkse leven na de plechtigheid maar eveneens de wens van eeuwige rust voor de gesneuvelden.

Elke avond precies om 20.00 uur legt de politie het verkeer stil onder de Menenpoort zodat de klaroenblazers ‘hun eenvoudig maar ontroerend eerbetoon’ kunnen brengen. Dit ritueel vindt al sinds 1928 dagelijks plaats met als enige onderbreking de jaren tijdens de bezetting van Ieper door de Duitsers tussen mei 1940 en september 1944. Op zich al indrukwekkend!

We lopen op ons gemak naar de Menenpoort, een herdenkingsmonument dat in 1927 door de Britten is gebouwd ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in WOI sneuvelden en niet meer geïdentificeerd of teruggevonden werden. Hoewel de stadspoort zelf gerenoveerd wordt, is het plein ervoor afgesloten voor de ceremonie. Het is druk, we zijn verbaasd over de hoeveelheid mensen die zich hier verzameld hebben om erbij te kunnen zijn. Zou dit werkelijk elke dag zo zijn?

De Last Post wordt geblazen (RK)

Net voor achten wordt het verloop van de plechtigheid inclusief de bijbehorende ‘regels’ uitgelegd. De dagelijkse ceremonie kent een kort patroon: Geef acht – Last Post-Exhortatie (uit: ‘For the fallen’ van L. Binyon) – 1 minuut stilte – Reveille. Er wordt dringend gevraagd niet te applaudisseren. Ondanks dat de ceremonie maar zo’n 5 – 10 minuten duurt, is het gedurende die minuten muisstil en is de sfeer plechtig en ingetogen. De Last Post Association wil  op deze manier bijdragen tot alles wat de betekenis van het eerbetoon aan de in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde geallieerde militairen kan versterken. Ze wil ook eerbied opwekken voor alles wat de Menenpoort vertegenwoordigt: het offer en het lijden, maar ook de solidariteit, het plichtbewustzijn en de heldhaftigheid van de soldaten die aan de strijd deelnamen. We zijn er door geraakt en beseffen ons eens te meer hoe gelukkig wij zijn dat wij niet in oorlogstijd leven.

Voor de Menenpoort (RK)
Een eerbetoon (RK)

Rest ons nog een bezoek aan een militaire begraafplaatsen om het verhaal compleet te maken. Dat moet niet zo moeilijk zijn want het landschap van de Ieperboog in Flanders Fields is bezaaid met maar liefst 247 grote en kleine begraafplaatsen. Van deze talloze begraafplaatsen is Tyne Cot Memorial voor vermiste soldaten de grootste begraafplaats van het Gemenebest, niet alleen in Vlaanderen, maar in de hele wereld. Dat lukt ons niet meer vandaag, maar het Ramparts Cemetery ligt dichtbij.

Ramparts Cemetery op de vestingwallen (RK)
Een serene omgeving

Deze begraafplaats, boven op de oude vestingmuren, is één van de mooist gelegen begraafplaatsen gelegen aan het Westelijk Front. Franse troepen begonnen in 1914 met de aanleg van de begraafplaats, maar van februari 1915 tot april 1918 werd het verder door de Britten gebruikt. De Franse graven werden na de oorlog verwijderd. Aanvankelijk lagen veel meer doden begraven op de vestingen maar deze werden na de oorlog overgebracht naar andere begraafplaatsen, er bleven (slechts) 198 graven over; 163 Britten (9 konden niet geïdentificeerd worden), 10 Canadezen, 11 Australiërs en 14 Nieuw-Zeelanders (waarvan 10 Maori). Op 11 oktober 1999 werden vier lichamen van militairen, die werden opgegraven bij de Sint-Jacobskerk, toegevoegd. De begraafplaats is een oase van rust. Het is een serene, prachtig onderhouden kleine begraafplaats op een glooiende helling aan een water met grote bomen. Ook hier word je weer even stil van. Dit was met recht een onderdompeling en daarmee een dag vol indrukken.

De ziel van Brugge

We beginnen de dag met een zonnetje en lopen als eerste naar de Markt om daar op het terras van Huis Craenenburg een kop koffie te drinken. Dit is beslist een huis met een geschiedenis, want het Craenenburg beheerst al eeuwenlang de Brugse Markt en werd ooit zelfs de ‘prachtigste privéwoning op de Grote Markt’ genoemd. In de veertiende eeuw was het gebouw, eigendom van Jacob Craenenburgh, in gebruik als kruideniershandel. Later werd het één van de gebouwen waar de graven van Vlaanderen en na hen de hertogen van Bourgondië uit de ramen keken naar de toernooien en optochten op de Markt. Zo zou Margaretha van York in 1468 van hieruit de ridderspelen van het Toernooi van de Gouden Boom, ter gelegenheid van haar huwelijk met Karel de Stoute (de stoutmoedige, de roekeloze), gevolgd hebben. Dit toernooi was een geschenk van Antoon, Groot-Bastaard van Bourgondië (:0), een halfbroer van Karel. Het spektakel duurde maar liefst acht dagen en op de laatste dag ging het er zo heftig aan toe dat Karel de Stoute op het terrein moest komen om het gevecht stil te leggen voor er doden vielen. Sinds 1958 (n.a.v de Wereldtentoonstelling van dat jaar) wordt in Brugge vijfjaarlijks de ‘Praalstoet van de Gouden Boom’ gehouden ter herinnering aan dit huwelijk en het toernooi.

Gaat een keer naar Brugge, langs de reye, als ’t een kleen weinigtje regent,
en haalt een keer uwen asem op – Guido Gezelle (RK)

In 1488 werd Maximiliaan van Oostenrijk in dit huis gevangengezet door de Bruggenaren. Terwijl hij uit het venster keek, werden verschillende van zijn naaste medewerkers gefolterd en ter dood gebracht. De situatie leek voor de keizer in eerste instantie wel ‘een straatje zonder eind’ (een uitzichtloze situatie), maar zoals we weten liep het allemaal toch goed af. Vandaag de dag kun je er gewoon genieten van een hapje en een drankje. Een ideaal plekje om de dag te starten en een plan voor de dag te maken.

Veel uitbundig bloeiende bloemen aan de bruggen onderweg

Op naar de Burg…… De Burg van Brugge is één van de oudste delen van de stad. Oorspronkelijk was dit deel van de stad omwald en kon je de Burg alleen betreden via enkele toegangspoorten. Er wordt gezegd dat de Markt het hart van Brugge is terwijl de Burg de ziel is. Op deze plaats bouwde graaf Boudewijn met de IJzeren Arm op het einde van de 9e eeuw zijn kasteel, waar de stad verder omheen groeide. Het kasteel bestaat al lang niet meer maar het plein is tegenwoordig wel één van de populairste toeristische trekpleisters van Brugge. Dit is ook niet zo gek als je je beseft dat enkele van de belangrijkste gebouwen van de stad zich hier bevinden. De monumentale pronkgebouwen rondom het plein werden door de eeuwen heen gebouwd en kregen dus telkens dé bouwstijl van dat moment. Dit plein is al eeuwenlang (meer dan 600 jaar) het machtscentrum van de stad. Het Brugse stadsbestuur zetelt b.v. nog steeds in het 14de-eeuwse gotische stadhuis.

Wanneer wij op het plein aankomen, is er net een trouwerij aan de gang. Het is er een drukte van belang. Apart is dat je overal door de stad groene stoelen tegenkomt die her en der los in een park, aan de rand van een plein, langs het water en andere plekken staan. Kennelijk kan en mag iedereen die stoelen gewoon gebruiken en worden ze niet meegenomen. Ideaal als je even wat langer naar iets wilt blijven kijken. Er wordt nu ook druk gebruik van gemaakt.

Zelfs bij een molen
Overal willekeurig komen we groene stoelen tegen

Het stadhuis valt inderdaad meteen op. Het is één van de oudste in de Nederlanden De stadhuizen van Brussel, Gent en Leuven werden gebouwd naar het Brugse voorbeeld. Er is lang aan gewerkt want de bouw begon in 1376 en was pas 55 jaar later voltooid. Brugge wilde met dit gebouw zijn rijkdom uitstralen. De oorspronkelijke beelden in de nissen werden bij een brand in 1792 vernield. Halverwege de 19e eeuw werden er nieuwe beelden geplaatst, maar de constructie daarvan was van slechte kwaliteit. In 1961 bleek dat de beelden zó beschadigd waren dat ze opnieuw moesten worden vervangen. De rijk versierde gevel van het indrukwekkende geheel demonstreert de macht die de burgerlijke macht had in de stad.

Het stadhuis (internet)

De gevel van het Brugse Vrije valt op naast het Stadhuis. Vrouwe Justitia schittert in goud op het dak. Het is een verwijzing naar de functie van het gebouw als gerechtshof vanaf 1795 tot 1984. Het Brugse Vrije is sinds begin 12e eeuw de benaming voor een onafhankelijk bestuurlijk, financieel en rechterlijk onderdeel van het graafschap Vlaanderen. Het gebied omvatte de streek en de gemeenten rond Brugge, begrensd door de Noordzee, de Westerschelde en de rivier de IJzer. Het had een eigen schepencollege op de Burg, maar geen bevoegdheid over de stad Brugge zelf. Pas in 1795 werd het Brugse Vrije opgeheven en werd het een gerechtshof. Tegenwoordig ligt hier het Stadsarchief van Brugge.

Vrouwe Justitia op het dak

We wandelen onder het stadhuis door en komen langs de Rozenhoedkaai. Ooit werden hier rozenkransen verkocht, vandaag de dag is dit, volgens de Bruggenaren, één van de allermooiste stadszichten. Vanaf hier (evenals vanaf vier andere punten) kun je een boottochtje van een half uurtje boeken. Een must. Volgens ons boekje is een bezoek aan Brugge niet compleet zonder een boottochtje op de Brugse reien, de aderen van de stad.

In de regen zie je toch minder …. (RK)

Het weer is zeer wisselend, maar inmiddels in ieder geval weer droog. We wagen het erop. De boten zijn niet overdekt, maar bij regenweer worden paraplu’s aangeboden. Het lijkt me toch echt dat je dan veel minder ziet. Vanaf het water zien we (natuurlijk) de geijkte bezienswaardigheden, maar we horen ook nieuwe dingen over ‘Café Vlissinghe goed verscholen in het prachtige Sint-Annakwartier’. Deze herberg is één van de oudste cafés van Brugge en Vlaanderen. De gids vertelt dat de unieke sfeer en de warme ambiance al meer dan 500 jaar van Vlissinghe een ware trekpleister maken.

In dat smalle straatje ligt het café (RK)
Soms is het laag (RK)

Over het Bonifatius bruggetje vertelt hij dat niets is wat het lijkt, want het bruggetje oogt eeuwenoud, maar werd pas in 1910 gebouwd. Toch vat deze brug de stad perfect samen: een mysterieuze sfeer, romantiek in overvloed en fabuleuze uitzichten die om je aandacht vragen. De brug staat ook wel bekend als de ‘liefdesbrug’. Het raampje boven je hoofd is het kleinste gotische venster van de stad, vanwaaruit de familie Gruuthuse de aanlegsteiger in het oog hield. De brug is genoemd naar de Heilige Bonifacius (een IJsheilige) wiens stoffelijke resten in de Onze-Lieve-Vrouwekerk liggen.

De liefdesbrug (RK)
Het hele kleine gotische raampje

Aan Huis ter Beurze, aan wat in de volksmond nog steeds het ‘Oude Beursplein’ wordt genoemd, is eveneens een verhaal verbonden. Logisch want in de middeleeuwen was dit dé plek voor geldzaken, het Wall Street van zijn tijd. Hier werd op hoog niveau handel gedreven. De natiehuizen (permanente commerciële vertegenwoordiging van een land in een stad) van Genua (nu het Frietmuseum), Firenze (restaurant De Florentijnen) en Venetië (café The Monk) kun je nog steeds bewonderen, net als huis Ter Beurse. Hier baatte de vooraanstaande familie Ter Beurse een herberg uit en werden wisseltransacties op touw gezet. Het leidde tot het woord ‘beurs’  dat wereldwijd verspreid raakte. Zo ontwikkelde zich hier de eerste beurshandel.

Het oude Beursplein

Na al deze informatie zijn we wel toe aan ……… een bierproeverij-tje. Heeft een Engels schrijver ooit niet eens gezegd: ‘Laat een man vijftien kilometer wandelen op een hete zomerdag langs een stoffige Engels weg en hij zal snel ontdekken waarom bier werd uitgevonden.’ Ons gevoel is een variant hierop!

Vlakbij ligt de brouwerij Borgognes des Flanders met een terras aan het water. Het regent ondertussen en het waait stevig, maar hier zitten we hoog en droog met een geweldig uitzicht. We zijn niet de enigen die willen genieten van een beer flight die bestaat uit ‘6 kleine proefglaasjes van onze vaatbieren waaronder ons huisbier Bourgogne des Flandres’. Het rijtje voor ons ziet er indrukwekkend uit met al die verschillende kleuren. Hoe goed kunnen we proeven en onderscheiden? We zien voor ons de bieren van de tap: een bruinen os (bruin bier), een blonden os (blond bier), een triplen os (blonde triple), een bourgogne des Flandres (een rood/bruine mix) en twee bieren met een toevoeging van of frambozen of aardbeien. Die laatsten waren in ieder geval duidelijk herkenbaar. Eigenlijk was het helemaal niet zo moeilijk om de diverse soorten te herkennen 😉

Een kleurrijk geheel, maar wat is wat?
Een triple en een framboosje (RK)

We dwalen verder door de buitenwijken. Het valt op hoeveel nisjes er aan de huizen zijn gebouwd met daarin een Maria beeldje. De grootste religie is (was) het christendom en dan vooral het katholicisme.

Eén van de vele nisjes aan gevels

We lopen door (langs) één van de vier overgebleven stadspoorten van de stad, de Smedenpoort. Kenmerkend aan deze poort is dat ze volledig omringd is door water. Middeleeuwse toegangswegen zijn echter niet altijd meer geschikt voor het verkeer van tegenwoordig. Zo bleek de 14e eeuwse Smedenpoort op piekmomenten te smal voor alle auto’s, fietsers en voetgangers. Daarom werden er rond de toegangspoort twee moderne, stalen wandelpromenades opgetrokken die de poort als het ware omarmen zonder afbreuk te doen aan haar glorie. Dat het ontwerp een architectuurprijs ontving, is dan ook alleen maar logisch, toch?

Als je goed oplet en vooral omhoog kijkt, zie je iets merkwaardigs. Hoog op de poort hangt een groenige schedel. Het is geen echte …… meer. Welk spannend verhaal hoort hierbij? De schedel herinnert aan de terechtstelling van een verrader die in 1691 de Franse troepen de stad wilde binnenloodsen. Het afgehakte hoofd werd op een paal gezet en bovenop de poort geplaatst. Dit maakte zo’n indruk dat de echte schedel later werd vervangen door een ijzeren versie en vanaf 1911 door het huidige bronzen exemplaar.

Het is geen echte …… meer (RK)

Dit verhaal is waar gebeurd en is dus geen legende, hoewel enkele details over het complot en de  ontdekking ervan zijn wel verzonnen. Het was vroeger immers gebruikelijk terechtgestelde misdadigers tentoon te stellen met de bedoeling andere onverlaten af te schrikken. Bovendien werd daardoor de terechtgestelde een katholieke begrafenis ontzegd, waardoor ze gedoemd waren eeuwig in de hel te branden. De hoofden en lichamen bleven hangen tot ze half door wind en weer waren vergaan of door vogels of honden waren opgevreten, waarna ze werden begraven in ongewijde grond.

Het was weer een dag vol indrukken. Brugge is een stad om te wandelen, te slenteren, te ontdekken, te bewonderen, te genieten en tijd te verspillen! Tot besluit gaan we nog even op zoek naar een leuk en lekker restaurantje om met een glas wijn over de dag na te praten. We strijken uiteindelijk neer bij Bavet. Zoals ze zelf zeggen: ‘als er iets is dat mensen bij elkaar brengt, dan is het wel spaghetti.’

Slow down and enjoy the simple pleasures in life.