DE WIJK VAN DE WIND

Belém is de wijk van de wind vanuit de Atlantische oceaan, van een kijkje in het rijke zeevaarders verleden van Portugal, van bekende en onbekende bezienswaardigheden en van bedrijvigheid op en langs de Taag. Dat klinkt veelbelovend!

Belém was vroeger een voorstad van Lissabon, een vissersdorpje eigenlijk. In de 15de eeuw, toen de wereld aan de voeten van de Portugezen lag, gaf Hendrik de Zeevaarder opdracht om een kerk aan de oevers van de Taag te bouwen in Belém. Het fundament voor de Mosteiro dos Jerónimos werd gelegd en daarmee stond Belém opeens op de kaart.

De wandeling van vandaag zal ons langs alle culturele hoogtepunten van deze wijk leiden, waaronder monumenten uit de Gouden Eeuw van Portugal. In 1415 stichtte Portugal als eerste Europese land een kolonie in Afrika, het was trouwnes ook het laatste land dat zijn koloniën in Afrika verliet. In de 15e en 16e eeuw streefde Portugal de meeste andere landen op economisch, politiek en cultureel gebied voorbij en ontwikkelde het een uitgebreid rijk over de hele wereld met koloniën in Amerika, Afrika en Azië; zoals o.a. Brazilië, Angola, Goa en Oost-Timor. Tegenwoordig wordt er wisselend gekeken naar het eigen koloniale verleden omdat onder het (lange) autoritaire regime van dictator Salazar, vooral in de laatste jaren van de dictatuur, ontkend werd dat het land koloniën had. Deze werden ‘overzeese provincies’ genoemd. De term die gebruikt werd (wordt) voor een groot deel van de kolonisatieperiode, namelijk ‘de ontdekkingsreizen’, is uiteraard ook heel selectief. Deze benaming moest een positief beeld schetsen over het verleden en een sterke symbolisch staan voor de nationale identiteit en trots.

Een schip wat zo weg lijkt te varen

Het gigantische monument van de ontdekkingen, Padrão dos Descobrimentos, past in dit beeld, het eert de heldendaden uit de Gouden Eeuw. Het verhaal van dit monument begon rond 1940 toen het werd gebouwd voor de Portugese Wereldtentoonstelling. Salazar wilde de koloniale geschiedenis laten zien met een monument ter ere van de overzeese avonturen. Ter ondersteuning van het beeld werden inwoners uit de verschillende koloniën in de botanische tuin van Lissabon bij elkaar gezet voor een ‘menselijke expositie’ die liet zien hoe de ‘wilden’ eruit zagen. Tegenwoordig onvoorstelbaar! Na de tentoonstelling werd het beeld gesloopt, maar het werd in 1960 op een andere plek herbouwd ter nagedachtenis aan de 500ste verjaardag van Hendrik de Zeevaarder, de derde zoon van koning Johan I die is overleden in 1460. Hoewel zijn bijnaam anders doet vermoeden, was hij zelf geen groot zeevaarder, maar hij was wel de initiator en financier van veel reizen die de aanzet gaven tot het Portugese wereldrijk. Het nieuwe monument, aan de oever an de Taag, was veel groter in vergelijking met het origineel. Het 56 meter hoge monument vol bekende, 9 meter hoge, Portugese historische figuren, waaronder ontdekkingsreiziger Vasco da Gama, lijkt bijna de rivier in te glijden. Je kunt met de lift omhoog waar je waarschijnlijk een prachtig uitzicht hebt over de rivier. De rij wachtenden is echter dermate lang, dat wij dit toch aan ons voorbij laten gaan.

Negen meter hoge beelden (RK)

Het vlakbij gelegen kloostergebouw Mosteiro dos Jerónimos was de plek waar Vasco da Gama, volgens de overlevering, biddend de nacht doorbracht voordat hij de volgende dag vertrok naar waar de Portugezen hun kolonie Goa zouden stichten. Vasco da Gama, leider van de voor zover bekend eerste Europese expeditie over zee naar India, werd in 1469 geboren in het Portugese dorpje Sines. In zijn jeugd verdiept hij zich in astronomie en navigatie en in 1492 wordt hij zeeofficier. Hij sterft in 1524 in Cochin. Hij wordt ook in Cochin begraven, maar zijn stoffelijk overschot wordt in 1539 teruggebracht naar Portugal waar hij wordt herbegraven in het klooster.

Enorme wachtrijen voor het klooster (RK)
Prachtige details

Het klooster van Jerónimos is één van de meest bezochte plaatsen door toeristen in de stad en wordt zelfs gezien als één van de zeven wonderen van het land. Met zo’n stelling vraag je je toch meteen af wat de andere zes wonderen dan zullen zijn? Ik kan je nu al vertellen dat het veelal gaat om kloosters en kastelen, maar het is ook het lijstje waar de Torre de Belèm op staat, waarover later meer.

Zicht op Torre de Belèm

Het eeuwenoude klooster werd in 1496 gebouwd, in opdracht van koning Manuel I (koning van 1495 tot 1521), in de zeldzame Manuelijnse stijl, een stijl die bekend staat als Portugese laatgotische architectuur. De bouwstijl is een kunststroming uit het tijdperk van de Renaissance met als opvallende kenmerken de decoratieve lambrisering van ramen, arcades en pilaren. De bouw zou honderd jaar duren! Het klooster is opgedragen aan de Maagd Maria omdat ze in die tijd geloofden dat het de zegen van de Maagd Maria was die de reis van de beroemde ontdekkingsreiziger Vasco da Gama en andere zeelieden mogelijk maakte. In het klooster woonden vroeger monniken van de Orde van Sint-Hiëronymus. De belangrijkste taak van de monniken, die in het klooster verbleven, was dan ook, naast het houden van geestelijke verhandelingen, het bidden voor het welzijn van de zeelieden en de koning met zijn familieleden.

Geduld is een schone zaak ! (RK)
Ondertussen wel genieten van passende muziek (RK)

We zijn verbaasd te zien hoeveel mensen hier ook weer in de rij staan. Bussen vol toeristen worden hier uitgeladen die allen geduldig staan te wachten totdat ze naar binnen mogen. Er lijkt weinig vaart in te zitten, dus wij volstaan (weer) met het bewonderen van de buitenkant. We zijn onder de indruk van de grootte, de rijkelijke versieringen met prachtige en fijne details.

Koning Manuel I gaf zowel opdracht voor de bouw van het klooster als voor de Toren van Belém. De Torre de Belém diende oorspronkelijk als wachttoren aan de monding van de rivier de Taag, is gebouwd tussen 1515 en 1521 en staat als nationaal monument  symbool voor de vele handels- en ontdekkingsreizen van de Portugezen. Zowel het klooster als de toren staan inmiddels op de werelderfgoed lijst.

Ook voor de toren is het druk. We lopen door het park dichterbij en zien ook hier lange rijen wachtenden. Het toeristenseizoen is duidelijk al begonnen! Op het plein vlakbij de toren speelt een muzikant afwisselend modern klassiek en muziek uit bekende Disney films, hetgeen beslist iets toevoegt aan de beleving. Het past bij datgene waar de toren voor staat.

De toren stond oorspronkelijk op een klein eilandje ongeveer in het midden van de Taag. Door de grote aardbeving van 1755 wijzigde de loop van de rivier zich en mede door het geleidelijk opschuiven van de oever, ligt de toren nu vrijwel ‘aangemeerd’ aan de kade. Van dichtbij zien we dat de toren zelf versierd is met de typische motieven van de Manuelstijl; kolommen in de vorm van gevlochten touwen en afbeeldingen van planten en vissen. Mooi om al deze culturele elementen van dichtbij te zien en te ervaren, al is het slechts van de buitenkant. 

De toren lijkt te zijn aangemeerd (RK)

Dan is het tijd voor ‘uma bica e um pastel de nata’, een geliefd tussendoortje onder de locals. De ‘bica’ is niets meer of minder dan een espresso: ‘aromatisch en donker met toetsen van chocolade’. De pastel de nata (lokaal pastel de Belèm) is een custard taartje dat, althans volgens het verhaal, werd uitgevonden in het klooster vlakbij. De monniken gebruikten eiwit om hun witte kleren te stijven. Ze wilden het eigeel echter niet verloren  laten gaan en zo werd hier ‘het lekkerste genot van Pastel de Nata’ ontdekt. Het exacte recept is geheim, bij een speciaal adresje in Belèm is het alleen bekend bij de eigenaars en de chefs, maar het is een succes. Alleen hier worden er dagelijks zo’n tienduizend (?!) verkocht. Zeker warm met een beetje kaneel is zo’n taartje ook echt een klein feestje!

‘The best in town’ (RK)
Zomaar in een klein steegje

Onze tocht door deze wijk loopt hiermee ten einde. Via het dak van het futuristische MAAT museum (Architecture, Art, Technology) lopen we naar de waterkant waar we de Ponte 25 de Abril in de verte al zien liggen.

Het futuristische museum MAAT
De ‘Golden Gate Bridge’ van Lissabon (RK)

Deze rode brug is de absolute blikvanger van de stad, Lissabon’s trots, die de stad met de zuidoever verbindt. Het stalen kunstwerk is meer dan 2,2 kilometer lang en op het hoogste punt hangt de brug 75 meter boven het water. Mocht het ontwerp je bekend voorkomen, dat kan, want de stalen hangbrug is gebaseerd op het ontwerp van de Golden Gate Bridge in San Francisco. De brug was eigenlijk in eerste instantie vernoemd naar dictator Salazar, dus Ponte Salazar, maar op 25 April 1974 was zijn heerschappij voorbij dankzij de Anjer revolutie waarop de brug een naamsverandering kreeg.

Aan de overkant van het water zien we nog iets bekends. Het enorme beeld Cristo Rei (Christus Koning) is gebaseerd op het Christusbeeld van Rio de Janeiro. Dit monument heeft een prominente plek gekregen aan de voet van de brug op de andere oever. Het oorspronkelijke plan (van Salazar) was om het beeld in 1940 te laten bouwen bedoeld als smeekgebeden naar God om Portugal niet zou betrekken bij de Tweede Wereldoorlog. De start van de bouw was echter pas in 1950, misschien alsnog omdat Portugal in WOII neutraal was gebleven?

Het gegons wordt steeds luider (RK)

Bijzonder is het wel om twee zulke bekende bouwwerken zo dicht bij elkaar te zien. Dichterbij zien we pas echt hoe hoog en indrukwekkend de hangbrug eigenlijk is. Bovendien horen we steeds duidelijker het lawaai wat de brug produceert, Het doet ons denken aan een zwerm woedend gonzende bijen. 

Langs de Taag een herinnering aan afgelopen jaren

Na een hele dag buiten met een temperatuurtje van dik in de 20 graden zijn we toe aan eventjes rust. Waar is gemakkelijk…… de Time Out Market aan Cais do Sodré.

Druk maar gezellig

Een hippe foodmarket met veel kraampjes van bekende chefs die hun ingrediënten veelal op de naastgelegen traditionele Mercado daRibeira halen. De versmarkt is dicht, maar op de eetmarkt is het een drukte van belang. Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het hier halen, van taart en ijs tot pizza en lokale delicatessen. De grap is dat je bij verschillende kraampjes wat lekkers kunt kiezen om daarna alles aan tafels in het midden op te eten. Dit is een formule die werkt gezien de enorme bedrijvigheid om ons heen. Gelukkig vinden nog een zitplaats en zitten we even laten met een glaasje wijn en een plankje met lekkers na te genieten van weer een welbestede dag!

Welverdiend genieten!

TIME TO MOMO (mysterie of missing out)

Time to momo is een stad ontdekken in je eigen tempo, je eigen keuzes maken in wat je wilt zien en vooral genieten terwijl je dat doet. Dat gaat vast lukken, het belooft weer een stralende dag te worden met een strakblauwe lucht, veel zon en een koel briesje. Ons appartement heeft een (gezamenlijk) dakterras compleet met zwembad, tropische kleuren en een heuse citroenboom vol dikke gele vruchten. Het water is nog te koud, maar de natuur is hier echt verder dan bij ons in Nederland. We ruiken op sommige plaatsen zelfs al de bedwelmende geur van jasmijn. Heerlijk, lichaam en geest varen er wel bij!

Mediterrane kleuren en volop citroenen (RK)
‘Ons’ zwembad op het dakterras (RK)

Geheel in stijl staat wandeling 2 voor vandaag op ons programma. Een wandeling vol brede lanen met statige panden maar ook smalle straatjes waar nog geen auto doorheen kan. Een tocht vol tegenstellingen zoals het lijkt. Van Avenida da Liberdade dat met de vele hotels, luxe winkels en chique restaurants wordt beschreven als de Champs-Elysées van Lissabon tot aan de multiculturele wijk Mouraria waar de Moren mochten wonen na de Portugese herovering van de macht in 1147. Er valt vast veel te zien en te ontdekken!

Azulejos (RK)

We gaan eerst met de metro op stap. We zitten niet ver van het eindpunt van de blauwe lijn (Linha Azul) en moeten onderweg overstappen op de Linha Amarela oftewel de gele lijn om precies uit te komen bij het startpunt van onze wandeling. Een meevallertje! Het advies om je trip te starten met een ontbijtje bij het hippe Choupana Caffe lijkt wel voor ons geschreven ;).

De wandelingen kennen hoogtepunten in 4 categorieën t.w. bezienswaardigheden, eten en drinken, shoppen en leuk om te doen. Tot de bezienswaardigheden behoren uiteraard de tal van musea, die wij meestal overslaan. Het is gewoon te lekker buiten en er valt zoveel te anders te zien dat een museum wel een heel bijzondere aanbeveling moet hebben, willen we naar binnen gaan. Bovendien zijn de wachtrijen soms extreem lang!

Kunst op straat (RK)
Vaak op onverwachte plekjes (RK)
Soms lijkt het net echt (RK)

Bezienswaardig is zeker het Parque Edoardo VII met uitzicht over al het groen, het lager gelegen drukke verkeersplein Praça Marquȇs de Pombal compleet met standbeeld waarbij je oog steeds verder kijkt over de Avenida de Liberdade tot aan de Taag. Dit stadspark van Lissabon is één langgerekte strook groen met beelden en perfect geknipte hagen en daarmee een oase in de drukke stad. Het park, 25 ha groot, is in 1902 vernoemd naar Koning Eduardo VII, koning van het Verenigd Koninkrijk, vanwege het bondgenootschap dat Portugal en het Verenigd Koninkrijk samen hadden getekend. Portugal wilde de samenwerking op deze manier ‘bezegelen’.

Het park, het beeld, de Taag en de bergen (RK)

Het verkeersplein is een eerbetoon aan Sebastião José de Carvalho e Melo, later genoemd markies de Pombal. Hij had, van 1750 tot 1777, als eerste minister de touwtjes van de Portugese politiek stevig in handen. Zijn ster rees snel nadat hij voor koning José 1 de klus van de wederopbouw van Lissabon na de aardbeving van 1755 succesvol had weten te klaren. Het is goed te zien dat deze wederopbouw  plaatsvond in een tijd dat Portugal zeer welvarend was, mede dankzij haar koloniën. Boven op de kolom, in het midden van het plein, staat een enorm beeld van de markies waar hij met één hand rust op een leeuw (symbool van macht) en zijn ogen gericht heeft op de wijk van het centrum van Lissabon dat hij herbouwde na de aardbeving. Het bronzen beeld, onthuld in 1934, staat op een 40 meter hoog voetstuk van gebeeldhouwd steen. Je kunt het niet missen!

Je kunt de markies niet missen

Net zoals je niet ongemerkt voorbij kunt gaan aan de belangrijkste straat van de stad, Avenida da Liberdade. Deze straat uit de 19e eeuw, en gebouwd in de stijl van de zo bekende Champs-Elysees in Parijs, is 1.6 km lang en 90 meter breed. Het heeft nog steeds een bepaalde allure met een brede groenstrook in het midden waarin waterpartijen en fonteinen zijn opgenomen die zijn omgeven door schaduwrijke bomen. We zien om ons heen een overdaad aan luxe winkels en zien zelfs agenten op wacht staan voor sommige deuren. Dit is absoluut een winkelstraat voor de goedgevulde beurs.

De brede groenstrook in het midden (RK)

Naast brede straten kom je ook dikwijls terecht in hele smalle straatjes, Eentje is zo smal en steil dat er naast het enkele tramspoor nog slechts een heel smal pad loopt voor de uitslovers die naar de andere kant willen lopen. Tot die groep behoren wij ook dit keer.

Hele smalle straatjes (RK)
Om toch nog even te laten zien, hoe steil!!

We lopen langzaam langs de Elevador de Gloria (één van de typische gele tramliften) naar boven in de hoop de street art te kunnen bewonderen. De muren van Lissabon staan vol met graffiti en andere street art. Een groot deel van de graffiti is gemaakt door artiesten die door het stadsbestuur zijn gevraagd om de soms wat vervallen muren op te vrolijken. We zien hier echter niets bijzonders, wel wat krabbels en, naar lijkt, wat probeersels, maar niets om enthousiast over te worden. 

De blik van beneden naar boven is kleurrijk
Meerdere mensen zien dit (RK)

Veel straten en pleinen in Lissabon, zo ook hier, zijn zwart-wit betegeld. Dit zou zijn oorsprong hebben bij São Vicente, de beschermheilige van Lissabon: wit representeert de kleding van de Kruisvaarders, terwijl zwart de favoriete kleur van São Vicente was. Wie was die Sint Vincentius eigenlijk? Vincentius kwam uit Zaragóza, Portugal. Na tot diaken te zijn benoemd, onderging hij een hels pallet aan folteringen, variërende van geselen, uithongeren, roosteren tot levend gevild worden. Na zijn bezwijken werd Vincent in een moeras geworpen, waar zijn lichaam  aangevreten werd door raven, tot vrome lieden hem daar weghaalden. Zijn stoffelijk overschot bevindt zich nu in Lissabon en Vincent werd beschermheilige van Lissabon. Alhoewel eigenlijk beschermheilige van het bisdom Lissabon, want Sint Antonius wordt als de belangrijkste beschermheilige van de stad Lissabon gezien omdat hij er geboren is. De raaf is trouwens wel het symbool van Lissabon, want volgens de legende reisden twee raven met het lichaam mee naar Lissabon. Deze Vincentius van Zaragoza lag sinds 303 begraven in de Algarve totdat de toenmalige koning Afonso I het lichaam op liet graven om naar Lissabon te verschepen. Dit verhaal vind je terug in het wapen van Lissabon. Maar ik dwaal af…….. 

Zwart-wit op de straten (RK)
Wapen van Lissabon

Een ander park(je) waar je even langer stil blijft staan is het Campo dos Martires da Patria, in de volksmond ook wel Campo Santana genoemd. Veel Portugezen komen hier met een speciale reden; om eer te betonen aan dr. Sousa Martins die zich aan het eind van de 19e eeuw belangeloos inzette voor tuberculose patiënten.

Een speciale plek (RK)

We lopen iets verder naar een restaurantje wat onze aandacht trok in de sectie eten en drinken. Het kleurrijke vegetarische restaurant Psi ligt iets van de drukke weg en een beetje verscholen in het groen. De chefkok is afgestudeerd aan de prestigieuze universiteit Le Gordon Blue in Lima, Peru en in 2001 heeft de Dalai Lama een bezoek gebracht aan dit restaurant. Dat roept toch verwachtingen op? ‘The PSI experience is an all-encompassing experience: it passes through the lush garden you see and the food you taste and feel.’ Hoe dan ook, het is een prima plek om lekker te lunchen (met oosterse invloeden) met voldoende stof voor een goed gesprek ;). Wat wil je nog meer?

Een beetje verscholen in het groen (RK)

Op een gegeven moment komen we terecht op het Largo do Identente, een op het eerste gezicht wat vervallen plein. Nog niet zo lang geleden was dit inderdaad een plek om te vermijden. Het was vooral een parkeerplaats voor vrachtwagens en (daardoor) vond er veel prostitutie plaats. In 2012 is het hele plein flink onder handen genomen en opeens kwamen er twee prachtige gevels tevoorschijn, waaronder die van een oude tegelfabriek. Speciaal voor deze panden is een bankje geplaatst zodat je het een en ander nu op je gemak eens goed kunt bekijken.

Het tegeltjeshuis (foto internet)

Inmiddels zijn we in de wijk Mouraria beland. Een nog steeds authentieke en een beetje ‘rauwe’ buurt. Het leven was (en is) hier niet altijd gemakkelijk en het dan ook niet verwonderd dat juist in deze wijk de fado, het melancholieke Portugese levenslied, is ontstaan. Fado is afgeleid van het Latijnse fatum en betekent zoveel als lot (of beter noodlot) vertaald in muziek. Een omslagdoek, een gitaar, een stem en heel veel gevoel typeren de essentie van deze muziek. Er is geen andere muzieksoort op aarde waarin melancholie en fatalisme zo worden gecultiveerd. We horen en zien diverse muzikanten die alvast een beetje warm lijken te draaien voor de avond, waardoor onze vermoeidheid verdwijnt en onze stemming verhoogt. Wij hebben zin in een glas ‘groene’ wijn met een hapje erbij!

Kleurrijke beelden (RK)

De verrassingen zijn echter nog niet voorbij. Een klein steegje, Beco das Farinhas, op weg naar onze borrel, laat aan beide kanten een eerbetoon in foto’s zien. Het zijn portretten van oudere mensen die hier wonen, want ‘zij lopen dagelijks door hun straatje en hun geest maakt dit stukje van Mouraria bijzonder’, aldus de fotografe. Een mooie hulde!

Portretten van bewoners (RK)
Een bijzonder eerbetoon (RK)

Net om de hoek zit Union Empanadas voor de lekkere trek. Hoewel empanadas oorspronkelijk uit Argentinië komen, zijn ze tegenwoordig niet meer weg te denken in de Portugese keuken. Vers gemaakt zijn ze ideaal als snack of tussendoortje met een drankje erbij. Heerlijk! Wat weer een dag!

The place to be (RK)
Onze kok komt uit Bangladesh (RK)

Natuurlijk hebben we nog veel meer beleefd en ontdekt tijdens deze wandeling, maar ook hier geldt  het principe van ‘time to momo’. Je moet niet alles willen vertellen, waardoor je je af gaat vragen wat je allemaal nog meer kunt zien of ervaren in een stad die je nog niet kent. Aan jou om het verder zelf te ontdekken!

Neem je tijd en ontdek de plek …… (RK)

HAAL ALLES UIT JE TRIP

We zijn eigenlijk helemaal niet echt goed voorbereid afgereisd naar Lissabon. Goed, de vluchten zijn natuurlijk wel geregeld, ons onderkomen is besproken en ons reisboekje ‘time to momo Lissabon’ ligt klaar, maar verder…… was er eigenlijk geen tijd voor een beetje voorpret. Terwijl uit een studie naar de beleving van vakanties is gebleken dat voorpret misschien wel het allerleukste deel is van vakantie. Leuk is het zeker, de anticipatie op wat komen gaat, maar wij duiken dit keer meteen in ‘the real deal’, in het echte verhaal. 

We duiken er meteen vol in (RK)

Gisteren zijn we gearriveerd in ons appartementje aan de Rua dos Remedios en vanaf vandaag verkennen we vanuit hier de komende dagen de stad. We beginnen bij het begin, dwz we beginnen met wandeling 1 ;). We lezen ons een beetje in en ontdekken dat het een Portugese gewoonte is om staand een kopje koffie te drinken onderweg naar het werk of andere bezigheden. Die gewoonte nemen wij vast niet over, het wordt vandaag 19 tot 21 graden en wij gaan toch beslist voor een terrasje, het liefst met uitzicht!  Verrassende doorkijkjes moeten er immers genoeg zijn want Lissabon is, net als Rome, op 7 heuvels gebouwd. Alhoewel velen hieraan twijfelen: zijn het wel zeven heuvels? Of toch acht? Wanneer is iets eigenlijk precies een heuvel? De vele steile straatjes maken in elk geval goed duidelijk dat hier zeker sprake is van een behoorlijk hoogteverschil en of dat nou te maken heeft met 7 of met 8 of meer heuvels, maakt ons verder niets uit.

Verrassend doorkijkje (RK)

Lissabon is de oudste stad van West-Europa. Sterker nog, alleen Athene wordt ouder geschat. Lissabon zou in 1200 v.Chr. gesticht zijn door de Feniciërs, een volk van zeevaarders en handelaars. De locatie aan de rivier de Taag en aan de Atlantische kust was kennelijk te goed om te laten liggen. Eén van de theorieën over het ontstaan van de naam Lissabon is dat het van de Fenicische uitspraak ‘Allis Ubbo’ komt, wat zoveel betekent als ‘veilige haven’. De Moren maakten er later ‘Al-Ishbuna’ van wat langzaam veranderde in het nu bekende Lisboa.

We lopen vandaag door de wijken Chiado, Bairro Alto & Principe Real. Na even zoeken vinden we ons beginpunt, het piepkleine winkeltje ‘Luvaria Ulisses’. Op ongeveer 4 m2 weet dit handschoenenwinkeltje de mooiste handschoenen in allerlei kleuren en maten te verkopen. De persoonlijke service die daarbij gepaard gaat, schijnt een ervaring op zich te zijn. Voor ons zijn de temperaturen vandaag te hoog voor de aanschaf van een paar nieuwe handschoenen. Wat wel leuk is om te weten is dat de gevel en het interieur nog altijd precies zo zijn als toen het winkeltje in 1925 zijn deuren opende.

Alles op 4 m2 (RK)

Vlakbij zien we onze volgende bezienswaardigheid al hoog boven ons uittorenen. Ingeklemd tussen woonblokken rijst de ‘Elevador de Santa Justa’ fier boven de huizen uit. Het geheel doet, met zijn gietijzeren constructie, iets denken aan de Eiffeltoren. Deze lift is dan ook in 1902 gebouwd door een leerling van de grote man. 

De gietijzeren lift
Een lange rij wachtenden…….(RK)
Halverwege de lift ……. (RK)

We lezen dat de leukste manier om bij het klooster boven te komen (ons volgende punt), een ritje met deze lift is. De lift is gewoon een onderdeel van het openbaar vervoer. We trotseren daarom de rij en kunnen tenslotte gemakkelijk van de wijk Baixa naar de 32 meter hoger liggende wijk Chiado reizen. Boven op de rondgang heb je een mooi uitzicht over de stad!

Vanaf beneden zagen we al een glimp van de sierlijke bogen. Eenmaal boven zien we de grote gothische bogen van de ‘Ruinas do Convento do Carmo’ helemaal hoog boven alles uitsteken. Dit klooster werd tijdens een heftige aardbeving in 1755 grotendeels verwoest, waardoor er alleen nog ruïnes van de gotische kerk resteren. Helaas voor ons zijn alle musea op maandag en dinsdag gesloten, dus we moeten het doen met de buitenkant. Jammer, het is vast een aparte ervaring om tussen stevige oude muren te staan terwijl het dak erboven totaal verdwenen is.

De kenmerkende bogen (foto internet)

We lopen verder langs en kijken in de grootste boekwinkel ter wereld (Bertrand) en het keramiek bij ‘Cerȃmicas na Linha’ (waar je het keramiek koopt per gewicht i.p.v. per item) voordat we de ‘Igreja de São Roque’ binnenlopen.

Onderweg (RK)
Allemaal sardientjes in blikjes (RK)

Hoewel er kerken genoeg zijn in Lissabon, wordt deze kerk als het absolute pronkstuk beschouwd. We zijn inmiddels al heel wat kerkelijke overdaad en goud gewend door onze ervaringen in Porto en Sevilla, toch is ook deze kerk inderdaad fraai met grote wandschilderingen en het nodige goud. Hele stukken zijn echter afgesloten, waardoor we de bejubelde zijkapel slechts op afstand kunnen zien. Deze zijkapel werd in 1742, in opdracht van het Portugese hof, in Rome gemaakt om vervolgens verscheept te worden naar Portugal. We hadden dit spektakelstuk graag van dichtbij willen bekijken want kennelijk was het vakmanschap in Rome niet te evenaren…..

Even verderop is het ‘Miradouro de Sȃo Pedro de Alcȃntara’, één van de mooiste uitzichtpunten in de stad. Vanaf hier kan je zowel de Baixa-wijk als het kasteel van Sint Joris in de verte zien. Uiteraard is het waarschijnlijk prachtig om vanaf hier de zonsondergang te bewonderen, zoals wordt geadviseerd, maar ja, je kunt nu eenmaal niet alles naar je hand zetten 😉 Toch is het ook midden overdag behoorlijk druk en wordt vanaf hier zelfs aan een schoolklas van alles geleerd over de belangrijke gebouwen die ze kunnen zien. 

Het uitzichtpunt hoog boven de stad (RK)

We lopen verder naar het ‘Jardim do Principe Real’, een kleine oase in het midden van het drukke verkeer. Je kunt er heerlijk in de schaduw zitten vanwege de vele bomen, waaronder een indrukwekkende meer dan 100 jaar oude cederboom die als een soort reuzenparaplu zijn takken naar alle kanten spreidt. Vele Lisboetas (inwoners van Lissabon) weten dit plekje dan ook te vinden. Misschien ook wel omdat er vlakbij een trendy restaurantje zit met een, volgens eigen zeggen, revolutionair concept wat puur voedsel combineert met lifestyle en technologie.

‘Honest Greens’ begon toen 3 wereldreizigers (uit de VS, Denemarken en Frankrijk) elkaar in Spanje ontmoetten. Alledrie met kennis van gastronomie en alledrie gefrustreerd dat het zo moeilijk was om goed eten te vinden dat zowel gezond en lekker is als ook snel klaar en betaalbaar. Hun droom is ondertussen werkelijkheid en wij gaan het ervaren, het restaurant is open! We proberen in het ritme van hier te komen, maar lunchen halverwege de middag en dineren laat in de avond vraagt toch een andere ‘mindset’ dan wij gewend zijn. Het is nog een beetje schipperen, morgen zal het vast beter gaan en zullen de meeste deuren voor ons hopelijk open zwaaien i.p.v. gesloten blijven. ‘Honest Greens’ blijkt inderdaad een prima plek om even bij te tanken, zowel voor je lijf als je leden (haha). De ‘honest poke’ en een ‘wild mediterranian’ garden bowl zijn verrassend en super gezond. We kunnen er weer tegen!

‘An honest bowl’ (RK)

We dwalen verder, richting Taag, door de wijk Bairro Alto (hoge wijk), een echte volksbuurt waar veel oudere mensen al hun hele leven wonen. Het leven speelt zich hier voornamelijk af op straat. Ons laatste onderdeel van de (officiële) wandeling is de ‘Elevador da Bica’. Deze keer geen lift in de traditionele zin van het woord, maar een kleine, gele tramlift die van ‘Bairro Alto’ op en neer naar de laaggelegen wijk ‘Cais do Sodré’ gaat. Oorspronkelijk werd hiervoor gebruikt gemaakt van stoomkracht.

Hele steile straatjes (RK)

In 1914 werd het systeem gemoderniseerd en gingen ze over op elektriciteit. We kijken langs de tram (die geduldig op klandizie wacht) naar beneden, het is steil!! Je kunt aan beide zijden van het trammetje lopen en de uitdaging naar beneden (of omhoog) aangaan. Wij besluiten eerst boven even te genieten van het uitzicht, want met de rivier en de bergen (heuvels) op de achtergrond wordt dit beschouwd als de meest fotogenieke tramlift van Lissabon.

Het passeren is een nauwkeurig samenspel (RK)
Uitzicht met de rivier en de bergen (RK)

Daarna maken we van de gelegenheid gebruik en laten we ons in stijl vervoeren van hoog naar laag. Heerlijk. Wat rest is de wandeling terug naar ons appartement. Het was een dag vol indrukken. Dag 1 in Lissabon is ons prima bevallen!

Blik vanuit ‘de cockpit’ (RK)
Even nagenieten tot besluit

DESCUBRE SEVILLA  (ontdek Sevilla)

Nu we de twee absolute hoogtepunten uitgebreid hebben bekeken en bewonderd, hebben we vandaag de tijd voor de rest van de stad. We gaan voor de ‘lange wandeling’ die ons vooral door de wijken Santa Cruz en Triana zal voeren.

Mediterrane kleuren (RK)

Santa Cruz is de oude Joodse wijk in het centrum waarin ook het paleis en de kathedraal liggen. Sevilla had vroeger de grootste Joodse gemeenschap van Spanje. Sinds de herovering van de stad in 1248 door Ferdinand III van Castilië op de Almohaden (een Mohammedaanse dynastie) gaf Ferdinand deze wijk aan de Joden. Zij konden hier in relatieve vrijheid leven. In de 14e eeuw ging het toch weer mis. Er brak een periode aan waar de Joodse gemeenschap werd opgejaagd (en zelfs werd vermoord) wanneer ze zich niet bekeerden tot het Christendom. Nadat in 1492 alle Joden uit de stad verjaagd waren, lieten zij deze prachtige wijk achter, waarin je heerlijk kunt dwalen in een doolhof van oude smalle straatjes.

Dwalen door smalle straatjes

Zo zien we hier het ‘Casa de Pilatos’, wat na het Alcazar, het mooiste paleis van Sevilla is en één van de best bewaarde gebouwen uit de 16e eeuw. Het paleis werd gebouwd in opdracht van Don Pedro Enriquez aan het einde van de vijftiende eeuw. Vervolgens heeft hij er samen met zijn vrouw Catalina de Ribera en zijn zoon Fadrique Enriquez zijn intrek in genomen. Helaas werd het paleis niet helemaal voltooid tijdens zijn leven en was het uiteindelijk zijn zoon die het werk voltooide. De naam ‘Huis van Pilatos’ is vernoemd naar het huis van Pontius Pilatus dat is geprobeerd na te bouwen omdat Fadrique hierdoor werd geïnspireerd tijdens zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem. Ook hier zien we weer het gebruik van verschillende bouwstijlen met marmeren gangen, grote houten deuren, plafondschilderingen, het gebruik van azulejos en meer. De azulejos zijn in de praktijk veel meer dan alleen maar tegels, het wordt eerder gekenmerkt als een soort kunst. Tegenwoordig wordt dit paleis nog steeds gedeeltelijk bewoond en is het verblijf van de 18e hertogin van Medinacelli en haar familie. De familie bewoont slechts een gedeelte van het paleis. Het andere gedeelte en de bijbehorende tuinen zijn open voor publiek.

De muren zijn een explosie van kleur
Vergeet niet om af en toe omhoog te kijken
De binnenplaats met fontein
Mooie doorkijkjes naar de tuinen (RK)

We lopen verder door Calle Sierpes, de bekendste en drukste winkelstraat van de stad. Calle Sierpes, de slangenstraat, is een traditionele winkelstraat die begint of eindigt bij de hét punt om met elkaar af te spreken voor vele inwoners; de koffiebar en banketbakker La Campana. De lange straat is autovrij en kent heel veel boetiekjes, winkels met flamenco kleding, gerenommeerde banketbakkerijen en mooie authentieke gevels. Het schijnt dat de straat eeuwen geleden een aftakking van de Guadalquivir rivier was, waar enkele kloosters zich op de oevers vestigden. De eerste naam van de straat rond 1248 luidde: ‘Calle Espaderos’ dat komt van het woord espada (zwaard). Misschien destijds zo genoemd naar de vele winkels met zwaarden? Vanaf de vijftiende eeuw werd de straat herdoopt tot Calle de la Sierpe dat later Calle Sierpes werd. Over de naam naam  bestaan verschillende theorieën. Er is een verhaal in omloop dat de naam ontleend is aan het feit dat er een gigantische slang onder de straat zou leven. Anderen beweren dat de licht kronkelende buigingen in de straat de inspiratie waren. Wat klinkt logischer? 😉

Dé plek om met elkaar af te spreken
Of je te verlekkeren voor de etalage (RK)
Typische traditionele winkel in Calle Sierpes (RK)

In het centrum van de stad lopen we langs een barokke zeventiende eeuwse kerk. De Iglesia de Santa María Magdalena werd gebouwd rond 1691 op de plek van een Dominicaans klooster waar de inquisitie (‘onderzoek naar het verderf van de ketterij’) in Spanje begon. Ook hier is het interieur versierd met sculpturen, religieuze kunst, muurschilderingen en een prachtig altaarstuk. Bijzonder vind ik dat Maria Magdalena afgebeeld wordt met een heleboel gezichtjes onder haar voeten. Geen idee wat dit moet betekenen. De vele gezichten van deze vrouw? Ik kan hier eigenlijk niets over vinden, terwijl het wel een heel expliciet beeld is en daarom zeker een betekenis zal hebben.

De gezichtjes onder Maria Magdalena’s rok en voeten

De kerk heeft drie portalen met daar boven een oculus met twee blauwe bollen die het mysterie van de rozenkrans symboliseren. De mysteries (of geheimen) van de rozenkrans zijn belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Jezus waarover je kan mediteren tijdens het bidden van de rozenkrans. In totaal zijn er twintig mysteries (van elk 5); blijde, lichtende, droeve en glorievolle mysteries. De hele buitenkant van de kerk wordt gekenmerkt door een groot gebruik van blauwe en rode decoratieve motieven.

Mooi opvallend met rood en blauw

We steken de Guadalquivir rivier over de wijk Triana, het domein van de historische pottenbakkerijen. Hier wordt al sinds de Romeinse tijd aardewerk gemaakt en de wijk is dan ook genoemd naar de Romeinse keizer Trajanus. In veel werkplaatsen worden nog steeds tegels en keramiek gemaakt. Uit deze wijk komen ook veel (beroemde) zeelieden, stierenvechters en flamenco dansers. Een echte arbeiderswijk met smalle straten en een gemoedelijke sfeer, al zijn er ook veel gebouwen leeg en/of in vervallen staat te zien. Ook hier zal de corona tijd een moeilijke geweest zijn.

De tegels spelen een belangrijke rol
Sommige huizen zijn prachtig versierd
Sfeervolle straatjes

Meteen over de brug ligt de ‘Mercado de Triana’, een gezellige overdekte markthal met veel vers fruit, ambachtelijke vleeswaren, een speciaal biertje of afhaalmaaltijden. Grappig is dat je kaas en vleeswaren in frietzakjes kunt kopen om onderweg van te genieten of aan een tafeltje op te eten. De Spanjaarden komen hier graag om tapas te eten, dat verklaart het puntzakje misschien? De Mercado is meerdere malen opgeknapt en gemoderniseerd, waaronder in 1992 naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling in Sevilla. Toch kun je zowel aan de binnen- als aan de buitenkant aardewerken details en delen van de oude stadsmuur ontdekken.

Frietzakjes maar dan anders (RK)
Veel ‘versieringen’ rond de stalletjes (RK)

Even verderop zien we de ‘Torre del Oro’, de toren van het goud, aan de rivier liggen. De 36 meter hoge toren is door de Almohaden gebouwd in de 12e eeuw en maakte vroeger deel uit van de Moorse stadswal, welke ter verdediging liep tussen het Alcázar paleis en de rest van de stad Sevilla. De toren had destijds als doel om de scheepvaart in de Guadalquivir te controleren. Vanaf de massieve toren liep een zware ketting onder water naar de overkant om vijandige schepen te verhinderen de rivier op te varen. De naam ‘gouden’ toren komt vanwege de bloeiperiode van Andalusië tijdens de periode van de Latijns-Amerikaanse koloniën. Wanneer schepen via de rivier Sevilla binnen kwamen, konden zij hun lading (goud) hier lossen. Pas in 1760 is het laatste kleine torentje op de top toegevoegd.

De gouden toren
Langs de kade (RK)

Vlakbij aan dezelfde rivier ligt het Plaza de Toros, de grootste en belangrijkste arena voor stierenvechten in Spanje. De volledige naam luidt ‘La Plaza de Toros de la Real Maestranza de Caballería de Sevilla’ of het plein van de stieren van het koninklijk arsenaal van de Sevillaanse cavalerie. Een hele mond vol! ‘El Catedral de Toreo, zoals de inwoners van Sevilla de arena noemen, ligt in de havenwijl El Arenal en werd gebouwd in de 18e eeuw. De arena was eerst een marktplaats en ontmoetingsplek voor handels- en kooplieden. Bovendien was het gebouw eerst volledig van hout gemaakt en was de vorm niet rond maar rechthoekig. Het plan was om van de oorspronkelijke markt van Sevilla een grote arena te maken om bewoners en bezoekers van buitenaf door middel van stierengevechten entertainment te bieden. ‘Al eeuwenlang wordt de stier bewonderd om zijn kracht waarbij de toreador (stierenvechter) zijn menselijke superioriteit over het dier en de dood toont.’

Opvallende kleuren

Nu, honderden jaren later, wordt de arena nog altijd gebruikt voor dezelfde traditionele stierengevechten en heeft het zitplaatsen voor ruim twaalfduizend personen. De arena is volgens velen de mooiste arena voor stierengevechten van Spanje. In ieder geval is de arena de meest fameuze, want hier worden stierengevechten op het allerhoogste niveau georganiseerd. Wie een van de beste zitplaatsen wil tijdens grote wedstrijden, betaalt al gauw meer dan drieduizend euro. Op een centraal punt, in de schaduw, bevindt zich de prachtige loge speciaal voor de koninklijke familie. Vanaf paaszondag tot 12 oktober zijn er de meeste gevechten, in totaal zo’n 20 in de hele periode. Gedurende de feestweek (Feria de Abril) komen de bekendste matadors van het land naar Sevilla om mee te doen. Het stierenvechten is echter niet voor iedereen en staat ook meer en meer ter discussie want per gevecht worden gemiddeld zes (!!) stieren gedood. Wij lopen door de enorme arena zonder aanwezige stieren en zijn onder de indruk van de grootte en de uitstraling van het geheel. Helemaal omdat we eerst door het museum zijn gelopen waar we geïnformeerd zijn over de geschiedenis en de kenmerken van een serieus stierengevecht. Het is niet zonder gevaar; de stieren zien er vervaarlijk uit met hun scherpe hoorns terwijl de matadors over het algemeen vrij iele mannen lijken. Toch is het een ongelijke strijd en wij voelen dan ook niet de behoefte om een echt gevecht bij te wonen.

In de arena
Met de koninklijke loge
Ook vandaag houden we het niet helemaal droog (RK)

Naast alle traditionele gebouwen vol verhalen en geschiedenis zijn er ook moderne gebouwen te zien. In Triana kun je niet om de ‘Torre Sevilla’ heen, de veelbesproken toren die de bijnaam ‘lippenstift’ kreeg. Om deze toren, met 178 meter de hoogste van Andalusië, is veel te doen geweest. De bouw van de lange, cilindervormige, rode toren veroorzaakte in 2012 problemen met UNESCO. De hoogte van het gebouw zou immers het uitzicht vanaf de oude binnenstad verstoren. De associatie met een lippenstift is niet vreemd en hoewel intrigerend, laten we dit gebouw toch links liggen (je kunt immers niet alles in onze beperkte tijd) en zetten we koers richting de tot de verbeelding sprekende ‘paddenstoelen’ van Sevilla.

Tegenstelling tussen oud en nieuw (RK)

De Metropol Parasol is gevestigd in het oude gedeelte van de stad op het plein Plaza de la Encarnación en is de grootste houten constructie ter wereld. De bouw van de Metropol Parasol is gestart in 2005 en is na enige vertraging in 2011 afgerond. De houten constructie loopt over het gehele plein en is 150 meter lang, 70 meter breed en 26 meter hoog. We lezen dat de structuur bestaat uit zes grote paddenstoelvormige parasols waarvan het ontwerp is geïnspireerd door de gewelven van de kathedraal van Sevilla en de ficus bomen op het nabijgelegen Plaza del Cristo de Burgos. Bijzonder. De paddenstoel herken ik, bij de gewelven kan ik me ook nog iets voorstellen, maar de ficussen? Of het moet al zijn dat de ficus symbool staat voor o.a. overvloed en ontwaken? Symbolisch voor een andere bestemming en tevens een opwaardering voor het plein en de buurt? De paddenstoelen van Metropol Parasol zijn niet alleen een houten constructie die het plein overdekt en schaduw biedt, maar ook een bijzonder wandelpad met een terras zodat je een ‘waanzinnig uitzicht’ over de stad hebt. Verder heeft het Metropol Parasol onderin de parasols het archeologisch museum Antiquarium, winkels, enkele bars en restaurants. In zijn geheel heeft het vijf niveaus. Op de een of andere manier missen wij de toegang tot het wandelpad over de stad. Waarschijnlijk was het niet open vanwege alle stormen van de afgelopen dagen, want we zien ook niemand boven ons lopen. Desondanks zijn de paddenstoelen een indrukwekkend geheel zeker tegen de achtergrond van de oude huizen rondom.

Metropol Parasol

Ongetwijfeld hebben we nog van alles gemist op onze wandeltocht door de stad, maar we kijken zeker tevreden terug op alles wat we wel gezien en ervaren hebben. We besluiten de dag met een wijntje en een lokale tapa in een traditioneel barretje vol hammen.

Een traditionele tapasbar

De oorsprong van de ‘tapa’ is omstreden, maar vast staat dat het woord ‘tapa’ is afgeleid van het Spaanse werkwoord ‘tapar’, hetgeen afdekken of bedekken betekent. ‘Tapa’ is dan ook letterlijk te vertalen als ‘deksel’. Op basis van deze betekenis wordt vaak verondersteld dat tapas zijn ontstaan uit de gewoonte om een drankje letterlijk met een stuk brood en/of een plakje ham af te dekken om te voorkomen dat er bijvoorbeeld vliegen in het glas zouden komen. Van hieruit begonnen de verschillende kasteleins met elkaar te concurreren door niet alleen een plakje ham op het glas te leggen, maar daar dan ook nog bijvoorbeeld een gemarineerd ansjovis op te leggen. Een ander gebruikte een stukje brood besmeerd met een aubergine tapenade als `dekseltje` op het glas. En zo begon een nieuwe culinaire traditie: het nuttigen van een klein hapje bij een glaasje. Oorspronkelijk was een tapa dus een simpele snack naast een drankje, maar tegenwoordig zijn ze veel verfijnder. De term tapa zegt nu vooral iets over de hoeveelheid. Het eten van tapas wordt door de Spanjaarden dan ook gezien als meer dan alleen een maaltijd. Het wordt beschouwd als een manier van leven, een sociale activiteit en een manier voor mensen om samen te praten, te lachen en te genieten van een verscheidenheid aan lokale gerechten. Daar doen we graag aan mee!

Culinaire verrassingen
Telkens weer wat anders

Naast de authentieke tapas zaakjes vind je hier ook restaurantjes die een moderne en verrassende twist weten te geven aan traditionele gerechten. De moeite van het proberen waard! We strijken met liefde neer op een terrasje in de avondzon om te genieten van de hedendaagse culinaire wereld van de tapas. 

Dit is echt genieten!
Zelfs nat is dit een sfeervolle plaats (RK)

ESPECIALMENTE SEVILLA (bijzonder Sevilla)

Velen vinden Sevilla de mooiste stad van Spanje. Daarover kunnen wij, met onze bescheiden ervaring in Spanje, niet echt meepraten, maar onze eerste indrukken zijn zeker positief. Het is een bruisende stad en wereldberoemd vanwege zijn monumenten, tradities en cultureel erfgoed. Het is tenslotte de geboorteplaats van het flamenco dansen. 

Sevilla kende een belangrijke bloeiperiode in het tijdperk dat de Moren Spanje en zuidelijk Portugal bezet hadden. Uit de Moorse periode, die tot halverwege de dertiende eeuw duurde, zijn er amper overblijfselen te zien in Sevilla. Desondanks wordt het uiterlijk van het centrum toch voor een redelijk groot deel bepaald door de periode dat de Moren hier de baas waren. Dat komt door de zogenaamde ‘Mudejarstijl’, die vooral in Sevilla duidelijk zichtbaar is. Deze kunststijl is een mengeling van moslim- en christelijke kunstvormen, ze is als het ware het samengaan van twee artistieke tradities en wordt vooral gekenmerkt door de decoratie van gevels en binnenruimtes met azulejos. Deze keramische tegels zijn door de Moren vanuit het Perzische rijk meegenomen naar Spanje en Portugal. De vorm waarin je deze tegels nu nog in Sevilla en elders in Spanje ziet, is een verbasterde vorm van de oorspronkelijke tegels. Een mooi voorbeeld van de Moorse invloeden en de decoraties met azulejos is het Koninklijk Paleis van Sevilla.

Gebruik van azulejos in het trappenhuis van het paleis (RK)

Daarnaast is de Giralda één van de weinige gebouwen dat nog echt uit die periode stamt. Deze toren is nu onderdeel van de Kathedraal van Sevilla, maar was oorspronkelijk een minaret van de moskee die op deze locatie stond. Zowel het paleis als de kathedraal met de toren behoren dan ook tot de meest bijzondere hoogtepunten van de stad.

De kathedraal met de klokkentoren

Onze afspraken zijn gemaakt, waarmee we ons kunnen aansluiten in de lange rij wachtenden. Vooral voor het paleis zijn de controles streng. De koning van Spanje verblijft hier wanneer hij Sevilla bezoekt, daarom worden er allerlei veiligheidsmaatregelen genomen inclusief ‘bodyscan’ en ‘bagage controle’. Het is waarschijnlijk het oudste koninklijk paleis van Europa dat als zodanig nog in gebruik is. Het Alcázar Real de Sevilla, zoals het paleis officieel heet, kent een lange geschiedenis. De naam ‘Alcazar’ betekent kasteel in het Spaans en is afgeleid van het Arabische woord al-qasr (vesting of paleis). Van oorsprong stond er op de plek van het Alcázar eerst een Romeins en daarna een Visigotisch (Germaans) fort. De eerste opdracht tot het bouwen van een paleis werd gegeven door Kalief Abd al-Rahmán II (uit Córdoba) rond 844. Hij overleefde de bouw niet en zijn zoon Abd al-Rahmán III maakte het af in 914. Uit deze periode stammen de vestingmuren die het terrein omringen.

Imposante vestingmuren (RK)

Na de overwinning op de Moren in de veertiende eeuw werd het paleis onder leiding van Alfons X van Castilië uitgebreid en aangepast naar de behoeften en wensen van de christenen. In 1364 gaf Koning Pedro I van Castilië opdracht tot de bouw van een nieuw paleis op dezelfde locatie. Doordat er vele Moorse bouwmeesters bij de bouw betrokken waren, kreeg het rijk versierde paleis een duidelijke mudéjar-stijl. In de loop der jaren regeerden hier diverse koningen die elk hun eigen stempel op het paleis drukten. Naast Moorse details vind je er tegenwoordig ook gotische en barokke elementen naast versieringen uit de renaissance. Smullen dus voor de architectuur liefhebbers onder ons. Zelfs als je dit allemaal niet weet,  zijn de indrukken overweldigend. Niet voor niets staat het paleis sinds 1987 op de werelderfgoedlijst van Unesco en is het sindsdien het decor geweest in diverse films, zoals Lawrence of Arabia (1962) en Kingdom of Heaven (2005). Ook voor de televisieserie Game of Thrones werd in en om het paleis gefilmd (2014).

Moorse invloeden (RK)
Heel uitbundig (RK)

We lopen het paleis binnen via de ‘Puerta del León’, een knalrode poort en onderdeel van de 12e eeuwse vestingmuren. Met een afbeelding van een gekroonde leeuw die een kruis vasthoudt in de stenen muur, is de ingang van het Alcázar evenzo statig als afschrikwekkend. De lokale bevolking noemt het ‘De Leeuwenpoort’ en terecht. De toegang is beslist indrukwekkend te noemen.

De Leeuwenpoort (RK)

Eén van de hoogtepunten in het paleis zelf is de Patio de las Doncellas, ook wel ‘de binnenplaats van de maagden’ genoemd vanwege de legende dat de Moorse overheersers jaarlijks honderd maagden van hun kolonies eisten als eerbetoon aan het ‘Christelijk koninkrijk van Iberië’.  In het midden bevindt zich een spiegelbad met een verzonken tuin die in 2004 door archeologen werd ontdekt, voordien was de hele grond bedekt met marmer. De galerij met gekartelde bogen geeft toegang tot de ontvangstzalen.

Binnenplaats van de maagden (RK)
Voor velen een belangrijk fotomoment (RK)

Indrukwekkend is ook de Salón de Embajadores, oftewel de  ambassadeurszaal, met haar schitterende koepel. Deze zaal, ook wel de Troonzaal genoemd, was de kamer van Pedro van Castilië en heeft een prachtige met goud beklede koepel die hoog oprijst. Er wordt wel gezegd dat de zaal zowel de hemel als de aarde voorstelt en de superieure rol weergeeft die aan de koning is toebedeeld. Toe maar! Hier vond ook het huwelijk plaats van Karel I en Isabel van Portugal in 1526. Later zouden de balkons gebruikt worden om hoogwaardigheidsbekleders, die de koning bezochten, te bespioneren.

De ambassadeurszaal (RK)
Prachtige koepel

Aan het begin van de 16e eeuw liet Koning Ferdinand II van Aragon het ‘Casa de Contractación’ bouwen. Dit gebouw werd het symbool van de Spaanse wereldhandel. Verder werden hier reizen gepland en goedgekeurd waarvan misschien één van de meest bekende wel de grote reis van Magellan rond de wereld is (in 1519). Ook ontvingen de koning en zijn vrouw Columbus op deze plek nadat hij voor de tweede keer terugkeerde uit Amerika en werd Américo Vespuccio de eerste directeur van de zeevaartschool. Grote namen passen hier. We kijken onze ogen uit en wijzen elkaar steeds op nieuwe details. Er is gewoon zoveel te zien! 

Vanwege storm Bernard is de paleistuin gesloten (RK)

Het andere imposante en bijzondere hoogtepunt is de, er vlakbij gelegen, kathedraal (Catedral de Santa Maria de la Sede). Dit kolossale  gebouw nam de plaats in van een vroegere moskee. Eind dertiende eeuw werd besloten de moskee zo af te breken dat het in een christelijk gebouw veranderd kon worden. Van de oorspronkelijke moskee bleven slechts enkele onderdelen grotendeels gespaard, met name de voorhof (Patio de los naranjos ofwel Sinaasappelhof) met de fraai bewerkte Puerta del Perdón en de minaret (de tegenwoordige Giralda). De sinaasappelhof was ooit het voorhof van de moskee. Hier vind je nog de bron die het water leverde voor de reinigingsrituelen.

De vijftiende eeuwse kathedraal is naar alle waarschijnlijkheid de grootste kerk ter wereld. De ambitie om dat te worden werd in ieder geval overduidelijk opgeschreven: ‘een gebouw, zo groot dat komende generaties ons voor gek verklaren’. De binnenkant van de gotische kathedraal bestaat uit indrukwekkende kunstwerken en eeuwenoude glasschilderingen en heeft details waar je (ook weer) uren naar kan kijken. Je vindt er o.a. het praalgraf van ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus, al is niet met zekerheid te zeggen dat hij er ook daadwerkelijk begraven ligt. De bronzen kist van Columbus wordt gedragen door vier bewerkte figuren die de Spaanse koninkrijken van Castilië, León, Aragón en Navarra representeren. Er is ook een Columbus-bibliotheek aanwezig met vele boeken, tekeningen, manuscripten en andere objecten die te maken hebben met het leven van Columbus.

Praalgraf van Columbus
Elke drager heeft verschillende details op zijn gewaad (RK)

Het (absolute) hoogtepunt is echter de Capilla Mayor (hoofdkapel) met het imposante hoofdaltaar, de ‘Retablo Mayor’, wat helemaal bestaat uit verguld houtsnijwerk. In het midden van dit grootste altaarstuk ter wereld uit 1482 zie je het beeld van de Virgin de la Sede, de maagd van de zee, ons beter bekend als Maria met baby Jezus. Daaromheen worden uit hout gesneden scenes getoond uit het leven van Christus en zijn moeder. Dit hele altaar is zo veel omvattend dat vele mensen, ook wij, even plaatsnemen op de stoelen voor het hek om in alle rust steeds nieuwe details te kunnen ontdekken. Zoveel goud, zoveel allure, hoewel prachtig roept het bij ons ook wel wat ongemakkelijke vragen op. Zoveel geld moet toch ergens vandaan komen?!

Overweldigend (RK)
Om je nietig naast te voelen (RK)

Om de kathedraal heen zie je dikke kettingen hangen, deze stonden letterlijk voor de scheiding van de macht tussen de kerk en de staat. Achter deze kettingen hield de justitiële macht op, de burgers konden hier naartoe vluchten voor de harde hand van de staat en hun recht op asiel opeisen bij de kerk. Afhankelijk van de gepleegde misdaad bepaalde de kerk of deze verleend werd. In 1987 werd ook de kathedraal (inclusief Giralda) op de werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst.

Om de Giralda kun je niet heen. De toren van zo’n 100 m hoog is één van de belangrijk iconen van de stad en een herkenningspunt voor veel Sevillianen. Zoals al eerder genoemd was de Giralda oorspronkelijk gebouwd als minaret. Toen de Christenen Sevilla veroverden, kwam er een eind aan de Islamitische functie van het gebouw. Als je goed kijkt zie je met name in het onderste deel van de toren de overeenkomsten met minaretten uit Marokko; onder meer de minaret van de beroemde Koutoubia Moskee in Marrakech diende als voorbeeld. Oorspronkelijk was deze minaret, toen 76 m hoog, bekroond met vier grote gouden (of koperen) bollen waarvan men zei dat ze van op een afstand van 40 km te zien waren. De Giralda was zo belangrijk voor de moslims dat ze, bij de overgave van de stad, toestemming vroegen om de toren af te breken. De Spaanse commandant antwoordde met een zin die bewaard is in de Spaanse geschiedenis: ‘Als er maar één steen van de toren wordt weggenomen, worden ze allemaal gedood’. Erasmus (Nederlands filosoof 1469-1536) heeft ooit gezegd: ‘Gelijkheid verwekt geen oorlog’ en dat heeft nog niets aan kracht ingeboet.

Een duidelijk verschil in bouwstijl

De toren verloor zijn oorspronkelijke bollen bij een aardbeving in 1356 en werden meteen vervangen door een klok met een kruis erboven. Omdat Sevilla het alleenrecht had op de handel met het pas ontdekte Amerika ontwikkelde ze zich vanaf het begin van de 16e eeuw tot een der rijkste steden van het westen. De kerkelijke autoriteit besloot dan ook om de toren van een nieuwe top te voorzien en liet dit tussen 1558 en 1568 in renaissancestijl uitvoeren. Op de lagere bewaarde delen verscheen de nieuwe klokkentoren met op de top een grote windwijzer in de vorm van een vier meter hoog koperen beeld dat ‘geloof en vertrouwen’ voorstelt, bijgenaamd de Giraldillo, oftewel ‘dat wat ronddraait’. De echte (volledige) naam van deze vrouwelijke figuur luidt trouwens; ‘Triomf van het overwinnend geloof’. Het beeld werd in 1568 op de top geplaatst en in 1997 vervangen door een kopie in brons. Na de restauratie, die 600.000 euro kostte, werd het origineel teruggeplaatst en kreeg de kopie een plaats voor de zuidzijde van de kathedraal bij de Puerta del Principe, ook wel Puerta de San Cristóbal genoemd.

‘Triomf van het overwinnend geloof’

Je kunt naar de top van de toren. Het was zo ontiegelijk druk dat wij dat niet gedaan hebben. In de toren zijn geen trappen zoals je misschien wel zult verwachten. Je loopt via schuin oplopende gangen naar boven. Op dezelfde manier zoals vroeger de muezzin als hij de gelovigen vanaf de top van de toren tot gebed opriep. Dat is destijds een bewuste keuze geweest, zodat ook de paarden de tocht naar boven konden maken.  Als je meerdere keren per dag de klok moet luiden, is dat ook wel een uitkomst.

Het plein vlak voor de toren
Vanuit een ander standpunt gezien

Na al deze indrukken, verhalen en wetenswaardigheden zijn we toe aan een terrasje. We vinden toepasselijk stoelen onder de sinaasappelbomen waar we in alle rust de benen kunnen strekken en kunnen genieten van een welverdiend glaasje lokale witte wijn. Het leven is goed.

Onder de sinaasappelbomen

We hebben morgen nog een volle dag om alle andere hoogtepunten in Sevilla te bekijken en te ervaren. Voor vanavond rest ons de tapas ervaring!