Herhalen zonder herhaling

Knp: 92-88-89-87-83-80-65 en nog iets verder……

Wandelen is een prima manier om je conditie op te bouwen, want rustig wandelen kan bijna iedereen immers wel. Toch moet je, om echt aan je uithoudingsvermogen te werken, eigenlijk sportief wandelen, wandelen in stevig tempo waarbij je ook je armen flink meebeweegt. Hierbij kun je dan denken aan een tempo van 6 tot 7 kilometer per uur waarbij je de duur en de frequentie van de wandelingen steeds verder opvoert. Of door je hartslag omhoog te gooien door na elke 2 minuten je normale wandeltempo af te wisselen met één minuut wandelen in een hoog tempo. De uitdaging ligt vaak in de herhaling zonder in herhaling te vallen. Misschien een ietwat cryptische omschrijving, maar hiermee vergroot je uiteindelijk je vaardigheid of in dit geval je conditie. Leren gaat immers niet vanzelf en dat geldt voor iedereen en voor alle facetten. Iedereen die zich bezighoudt met sport en training kent het principe van specificiteit: dat wat je oefent, daar word je beter in. Maar we weten ook dat de vooruitgang op een gegeven moment stokt als je steeds dezelfde oefening(en) blijft doen. Als het ‘kunstje’ bekend is, zijn onze hersenen niet langer geïnteresseerd in ‘meer van hetzelfde’ en wordt er niet of nauwelijks nog geleerd of vooruitgang geboekt. ‘Herhalen zonder te herhalen’ is de oplossing, maar hoe kan ik dat toepassen op het specifieke gebied van wandelen? Ik zie mezelf nog geen tempo van 6 of 7 km per uur aanhouden, ik ben al blij met een goede 5 km gemiddeld per uur. 

Wandelen is, volgens diegenen die het kunnen weten, wel een ideale manier om blessurevrij een goede conditie op te bouwen. Het is een natuurlijke vorm van je lichaam om te bewegen. Waar bij het hardlopen harde schokken terecht komen op je heupen, knieën en voeten is dit bij wandelen niet het geval. Als je in een normaal tempo loopt op sportieve schoenen hoef je geen enkele spier of gewricht in je lichaam extreem te belasten. Het enige wat je dus nodig hebt, zijn je benen, wat tijd en een paar sportieve schoenen. Meer tijd maken is de crux in ons geval. We vergeten vaak te plannen, waardoor de agenda’s alweer volgelopen zijn met andere zaken. Twee per week moet toch lukken? Vandaar dat we vandaag alweer op pad gaan. Meteen twee dagen achter elkaar om de toon te zetten 😉

We beginnen aan het Hoendiep en lopen het pad aan de zuidzijde langs het water bijna volledig af. Dit is kennelijk een geliefde visplek want we komen de ene visser na de andere tegen. Ter hoogte van de hoogspanningsmasten gaan we het weiland in, waarna we over de dijk verder lopen rondom een bergboezem van het Waterschap. In 2002 is hier een gebied van 100 hectare grasland geschikt gemaakt om water uit het Lettelberterdiep, vroeger een belangrijke vaarweg tussen Groningen en Friesland, op te vangen om de hoogwaterstanden die in 1998 bijna tot overstromingen hadden geleid, in de toekomst te voorkomen. In dit gebied broeden nu jaarlijks honderden kokmeeuwen, enkele visdieven en een paar ganzen, terwijl veel andere vogels hier foerageren. Alles bij elkaar is het dus een echt vogelgebied geworden. Wij zien vooral eenden, misschien dat we de andere vogels niet herkennen?

Uitkijken over de bergboezem

In ons boekje werden we al gewaarschuwd voor prikkeldraad op de route. We staan echter voor niets en zijn al rollend door het gras onder de draden doorgeschoven, een avontuur op zich ;). 

Genieten op de dijk

Om in het zuidelijk Westerkwartier te komen moeten we een eindje evenwijdig aan de A7 lopen voordat we over de snelweg naar de andere kant kunnen. Op zich minder leuk, maar je moet soms even wat overbruggen, nietwaar? Dit zuidelijk deel van het Westerkwartier kenmerkt zich door kleinschaligheid van het landschap. Door het opstuwende gletsjerijs (240.000-180.000 jaar geleden) zijn hier zandruggen ontstaan met laagtes daartussen die zich in de loop der tijden vulden met veen. In de volksmond worden zandruggen ook wel ‘gasten’ genoemd. Grappig dat namen als Lutjegast, Grootegast etc terug te leiden zijn naar deze benaming. De dorpen ontstonden dus op de zandruggen die van elkaar gescheiden waren door laagveengebieden of beekdalen. Door de jaren heen werd de vervening steeds grootschaliger aangepakt en in de 16e werden kanalen gegraven om de turf en het water af te voeren.

Veel ooievaars bij Lettelbert (RK)

In Lettelbert lopen we op zo’n relatief hoge zandrug. Op het fietspad richting het Leekstermeer wordt het steeds lager en natter, al hebben wij van dat laatste vandaag geen last. We lopen langs de Lettelberter Petten, waarvan de naam verwijst naar de petgaten (een petgat is een water dat is ontstaan door het uitbaggeren van veen), ontstaan na het afgraven van smalle stroken veen. Ook het Leekstermeer verderop is ontstaan door ontginning, vervening en turfwinning.

Typisch Nederlands weer? (RK)
Het markante kerkje van Midwolde in de verte (RK)

Ondertussen hebben we er zo’n kleine 10 kilometer opzitten en het lopen gaat (voor mij) wat moeizamer. Ik probeer mijn voeten goed af te rollen, heb ook mijn ‘beste’ wandelschoenen aangetrokken, maar ……. Ik krijg toch weer wat last van zere heupen…… Balen! Ik lees dat pijn bij het wandelen vaak het gevolg is van een verkeerde houding, overbelasting of verkeerde schoenen. Bij pijn aan de heup is overbelasting vaak de boosdoener. Ook vermoeidheid, waardoor je minder rechtop gaat lopen, draagt bij aan klachten. Het advies is om vooral te blijven wandelen, maar eventueel het aantal kilometers eerst wat terug te schroeven. Verder de hint om onderweg wel voldoende pauze te nemen en na afloop een warme douche om de spieren te laten ontspannen. Allemaal goede adviezen en eigenlijk ook wel dingen die we (ik) al doen. Ik lees verder dat een andere oorzaak kan liggen in de opbouw van je wandeltrainingen. Als je te snel te ver gaat wandelen, komt je jezelf op den duur tegen. Je bouwt je uithoudingsvermogen sneller op dan dat je gewrichten, pezen en spieren zich kunnen aanpassen aan de belasting. Tenslotte wordt overgewicht genoemd, je moet al die extra kilo’s immers wel zelf meeslepen……. Er is duidelijk werk aan de winkel!

We lopen in een rustiger tempo het laatste stuk naar Landgoed Nienoord, een landgoed dat vooral bekend is van de voormalige borg Nienoord (historische naam: ’t Huis de Nyenoort), op de plek waarvan zich nu een 19e-eeuws landhuis bevindt. Heerlijk om daar op het terras, in de zon en aan het water te genieten van een welverdiende lunch. Het was heerlijk wandelweer vandaag en ondanks wat (kleine) klachtjes kijk ik alweer uit naar de volgende uitdaging. Ondertussen toch ook eens meedoen in ons beweegpark om de spieren aan te sterken?

Nienoord met rechts het terras voor de lunch

Verhalen onderweg

Knp: 9-7-55-57-65-1-99-98-97-96-93-92

We starten vandaag in Aduard en wel op de Kaakheem. Ik ben wel benieuwd waar die naam vandaan komt en vind als verklaring de volgende betekenis: het erf waar de ‘kaak’ op stond, waarbij de ‘kaak’ de schandpaal was. De straf van de ‘kaak’ en van het brandmerken werden gelukkig in 1854 afgeschaft.

Kaakheem; het erf waar de ‘kaak’ stond

Zoals bekend stond in Aduard ooit de aan Bernard van Clairvaux gewijde abdij Ad Sanctum Bernardum, het rijkste, grootste en beroemdste klooster van het noorden. Alleen de oude ziekenzaal, tegenwoordig de hervormde kerk, is er nog van over. Volgens de overlevering vestigden zich hier in 1192 cisterciënzer monniken omdat de lokale bevolking lichtverschijnselen op deze plek meende te zien. Op zich al een merkwaardig fenomeen, maar dat is niet het enige. Zo’n groot klooster is vaak het onderwerp van vele (volks)verhalen. Voor de meeste volksverhalen geldt het principe: ’niet echt gebeurd, maar wel waar’, want zulke verhalen genereren hun eigen waarheid, aldus de schrijvers van een artikel over dit onderwerp. Ze prikkelen de verbeelding.

De verhalen over vermeende onderaardse gangen van de stad Groningen naar dit klooster zijn waarschijnlijk ontstaan na het verschijnen van de kroniek ‘Vitae et gesta abbatum’ (levens en werken van de abten) uit de 15e/16e eeuw. Hierin wordt vermeld dat de abt van Aduard naar Groningen kon lopen zonder een voet van eigen bodem te zetten. In feite zijn deze gangen vaak rioleringen die vroeger manshoog moeten zijn gemaakt omdat de werkers deze anders niet konden metselen. Archeologisch onderzoek heeft laten zien dat deze rioleringsgangen soms wel 1.68 m hoog waren.

Later, in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), speelde dit klooster een strategische rol en gingen de bibliotheek en veel andere kostbaarheden verloren. Het klooster werd uiteindelijk gesloopt, maar volgens de verhalen zou de bibliotheek (of tenminste een deel daarvan) samen met de gouden stoel van de abt van de cisterciënzers verborgen zijn in de onderaardse gangen. Sommige paragnosten (helderzienden) geloven dat de kostbaarheden van het klooster verstopt zijn in oude putten, waarvan de restanten nog steeds aanwezig moeten zijn, en dat deze schatten nog altijd niet gevonden zijn. Voer voor speculatie! Of je de verhalen nu gelooft of niet, het verhaal over de gangen in Aduard is springlevend en wordt nog steeds onder de Groningers verteld.

3D kloosterwandeling (internet)

Om je (nog) beter in te kunnen leven in de omstandigheden van toen is er nu een 2 km lange kloosterwandeling, compleet met 3dGPS app, langs de belangrijkste plekken uit de geschiedenis van dit ooit zo grote klooster gerealiseerd. Het logo van de kloosterwandeling heeft de vijfhoekige vorm van de kloosterplattegrond en doet denken aan een middeleeuws wapenschild. We zien verschillende bijzondere zuilen. Grappig is dat ze zo zijn vorm gegeven dat ze recht doen aan de geschiedenis waarover ze vertellen. De torenvorm van de zuilen en panelen verwijst naar de kerkarchitectuur waarin de toren naar de hemel reikt. De handgeschreven Latijnse teksten die in de aluminium panelen op de zuilen zijn geprint, zijn afkomstig uit een exemplaar van de Abtenkroniek van Aduard terwijl de vorm van de tekstpanelen doet denken aan middeleeuwse banieren. De rode kleur op de tekstpanelen en van het cortenstaal van de zuilen verwijst naar de kleur van de bakstenen waaruit het klooster was opgetrokken en de middeleeuwse, met bladgoud bedekte letters in de windvanen bovenop de zuilen (en de M op het kloostermuseum) zijn de beginletters van de getijdengebeden. Volgens de Regels van Sint Benedictus moeten Cisterciënzers monniken acht keer per dag bidden: Metten rond middernacht en vervolgens Lauden, Priem, Terts, Sext, Noen, Vespers en Completen. Hier is echt over nagedacht! Met al deze informatie en wetenswaardigheden zijn we nog niet erg opgeschoten met onze wandeling naar Den Horn. Ondertussen heb ik de app op mijn telefoon gezet, maar de verdere details moeten we toch bewaren voor een andere keer.

Zowaar nog een echt ‘Westerkwartierpluspad teken’

Verrassend genoeg lopen we Aduard uit over het fietspad richting Groningen. Wij lopen maar tot Nieuwklap, een buurtschap genoemd naar de nieuwe klap (ophaalbrug) over het Aduarderdiep. Na de aanleg van het Aduarderdiep rond 1400 werd hier een sluis gebouwd. Later werd er, mogelijk met de aanleg van de Friesestraatweg in 1843, de draaibrug de ‘Nieuwe Klap’ gelegd, waar tol werd geheven. In 1938 werd er een vaste ‘hoge brug’ naast gebouwd voor het nieuwe tracé van de Friesestraatweg, waarop de draaibrug werd weggehaald. Een paar jaar geleden heeft de provincie besloten tot de aanleg van een nieuw knooppunt bij Nieuwklap i.v.m. de aanleg van een rondweg om Aduard, die inmiddels is gerealiseerd. Hiervoor is ook weer een nieuwe brug gebouwd omdat de weg een beetje is opgeschoven. De burgemeester van (toen nog gemeente) Zuidhorn vond de vernoeming van de nog naamloze brug naar wielrenner Bauke Mollema een goed idee en zette zich hiervoor in bij de provincie, want Bauke Mollema groeide op in Zuidhorn en fietste tijdens zijn middelbareschooltijd elke dag over de brug. Op zijn website zegt hij zelf over deze dagelijkse fietstocht van twaalf kilometer dat daar het begin van zijn wielercarrière ligt. De burgemeester onderbouwde zijn verzoek als volgt: ‘Wie weet wint hij over twee of drie jaar de Tour. Mensen kunnen dan denken: hee, hier heeft hij altijd langsgereden. De brug past ook goed bij de klimmer Mollema omdat hij zo steil is. Het is niet niks. Het is geen Alpe d’Huez, maar je moet toch wel je best doen om er overheen te komen.’ Heeft de brug hiermee inderdaad zijn naam gekregen? Het wordt me niet helemaal duidelijk, maar het is zonder meer een leuk verhaal.

We lopen onder de brug door en zoeken langs het Aduarderdiep een plekje in de berm voor een kop koffie. In de verte zien we de skyline van Groningen en Hoogkerk met hun kenmerkende gebouwen. Zo dichtbij de stad en tegelijkertijd zo midden in de natuur.

Heerlijk in het zonnetje ………

Dit pad is voor sommigen onder ons bekend terrein. Vanuit ons huis is dit een leuke en minder drukke fietsroute naar Peize. Aan het eind, vlak voor de T-splitsing, liggen diverse woonboten. We zijn aangekomen in Nieuwbrug wat eigenlijk uit niet meer dan een boerderij, een huis en een aantal woonschepen bestaat. De naam Nieuwbrug verwijst naar de ‘nieuwe brug’ over het Aduarderdiep die onderdeel vormde van één van de handelsroutes tussen Groningen en Leeuwarden. De brug werd bediend door een brugwachter die ‘passagegelden’ moest innen. Bij het huis heeft vroeger een watermolen gestaan die de polder De Kleine Eendragt bemaalde. In de 20e eeuw was Nieuwbrug vooral een wachtplaats voor schepen die moesten lossen bij de suikerfabriek en papierfabriek De Halm in Hoogkerk. Pas later kwamen hier woonschepen te liggen. Rond 2000 was Nieuwbrug verpauperd en werd dit meer en meer het domein van junks en alcoholisten uit de stad Groningen. De bewoners van de woonboten hadden ook geen gas en elektra. Pas toen ze dreigden een groot dieselaggregaat naar Nieuwbrug te brengen, legde de gemeente hier gas en elektra aan. Dat is eigenlijk nog maar relatief kort geleden. Waterwonen wordt misschien steeds aantrekkelijker?

Waterwonen in Nieuwbrug

Wij slaan hier rechtsaf richting Den Horn. De kerk in Den Horn werd in 1863 gebouwd, maar de geschiedenis van de kerk begint eigenlijk in het vlakbij gelegen gehucht Lagemeeden. In de vijftiende eeuw kon de kerk van Lagemeeden een belangrijke relikwie, een gedeelte van de arm van de heilige Margaretha, bemachtigen, waardoor het een bedevaartsoord zou worden. Het kopen van een relikwie was alleen voor de rijkere kerken weggelegd, dus de kerk van Lagemeeden moet wel welvarend geweest zijn. Op het moment dat de kerk van Lagemeeden werd afgebroken was het omliggende dorp al verdwenen. De parochianen van de omliggende streken gebruikten de kerk tot die tijd nog steeds, hoewel de kerk intussen al zodanig in verval was geraakt dat ‘de kerkgangers steeds meer weiland konden zien door de muren heen’. Er moest duidelijk een nieuwe kerk komen, maar de bouwplaats van de nieuwe kerk werd een waar ‘hoofdpijndossier’. Uiteindelijk werd door de Algemene Synode besloten dat de kerk in het midden van de kerkelijke gemeente moest komen te liggen. De plaats van de huidige kerk is dus symbolisch gekozen om te laten zien dat de kerk niet alleen de gemeenteleden uit Den Horn toebehoorde. Van Lagemeeden rest nu alleen nog een eeuwenoud kerkhofje dat via een smal, doodlopend weggetje vanuit Den Horn bereikbaar is. In volksverhalen over deze kerk wordt nog altijd beweerd dat de arm zich daar nog zou bevinden, misschien begraven in een sloot?

In de kerk van Den Horn

Op zich allemaal heel interessant, maar nu weten we nog niets over de heilige Margaretha. In de kerk hangt gelukkig een icoontje met haar afbeelding inclusief een verklaring eronder. Sint Margriet (de heilige Margaretha of de heilige Marina) was een dochter van een heidense priester in Pisidië (waar tegenwoordig Antalya ligt in Turkije). Ze werd opgevoed als christen en ook na haar gedwongen huwelijk weigerde ze haar geloof op te geven. Toen ze niet aan de heidense goden wilde offeren, werd ze opgesloten en gemarteld. Al deze gruwelijkheden overleefde ze (natuurlijk) ongeschonden. Vervolgens openbaarde de duivel zich in de gedaante van een gevaarlijke draak die haar verslond. Zij maakte echter een kruisteken in zijn buik, waarop het beest uit elkaar barstte en zij, ook nu weer, ongedeerd bleef. Sint Margriet wordt altijd afgebeeld met een draak aan haar voeten. Ze is één van de ‘veertien heilige helpers’, omdat ze wordt aangeroepen bij ziektes en kwalen. Ze is de patrones van voedsters, verpleegsters, vroedvrouwen en nierpatiënten en wordt aangeroepen bij barensweeën en zwangerschap (wegens haar ontsnapping uit de buik van de draak) en onvruchtbaarheid. Merkwaardig toch dat ik nog nooit van haar heb gehoord ;). Sinds 1981 heeft de kerk een multifunctionele bestemming.

De heilige Margaretha, Margriet, Marina etc.

Langzamerhand naderen we het einde van de tocht. Aan de andere kant van het dorp slaan we af richting Oostwold. We lopen over een smalle weg door de weilanden richting het Hoendiep. Om ons heen wordt druk gewerkt. Grote landbouwmachines maaien het gras terwijl hazen angstig met reuze sprongen over het land wegvluchten. Ik wist wel dat een haas in een leger leeft, maar had me niet gerealiseerd dat een haas meerdere van deze legers maakt die worden gebruikt afhankelijk van de richting van de wind. Een haas gaat ook nooit rechtstreeks naar een leger toe maar maakt een omweg door grote sprongen te maken, waardoor eventuele vijanden op een dwaalspoor worden gebracht. De grote, snelle, lawaaierige machine wordt hier zeker als vijand gezien. Ik geloof dat ik nog nooit zoveel hazen op het land bij elkaar gezien heb.

Hoewel dit niet echt een bijzondere wandeling was qua omgeving, waren de verhalen onderweg zeker de moeite waard. We leren op deze manier heel wat meer over onze directe omgeving.

De kust

De Belgische kustlijn is vergeleken met de Nederlandse te omschrijven als relatief kort met een totale lengte van slechts ongeveer 65 kilometer. De Nederlandse kustlengte is veel langer met zo’n 523 kilometer, waarvan 353 km Noordzeekust is en de rest de kust van de Waddenzee en de Westerschelde. Daarnaast wordt de Belgische kust beschreven als intensief bebouwd en ‘misschien niet de meest paradijselijk plek van Europa’, want het is een zeer verstedelijkt gebied met een lange rij appartementencomplexen. Naar verluidt heeft de kust meer dan 2/3 van de hotelcapaciteit van Vlaanderen, met meer dan 500 hotels en 27.000 bedden. Toch is er bijna overal een zandstrand tot ca. 500 meter breed met een duinengordel daarachter. We gaan vandaag op ontdekkingstocht, het lijkt immers een mooie dag te worden. We willen beginnen in De Panne in het zuiden om langs de kustweg naar het noorden, naar Knokke-Heist, te reizen. Tenslotte zijn er (maar) 13 kustplaatsen in 10 verschillende kust gemeenten……

Overzicht van de Belgische kust (internet)

De badplaats De Panne heeft het breedste strand. Ze zeggen dat je hier, bij helder weer en goed kijken, de Engelse kust kunt spotten en je hier dus op een soort onuitgesproken drielandenpunt staat, dat van België, Frankrijk en Groot-Brittannië. Maar ja, zo helder is het vandaag niet en bovendien is het hier heel druk vanwege het bekende pretpark Plopsaland en de daarbijbehorende kabouter Plop. Gauw door naar Koksijde dan maar.

Onderweg rijden we parallel aan de kusttram, de langste tramroute ter wereld. Tussen De Panne en Knokke (de twee verste punten) kun je op maar liefst 70 plekken in- en uitstappen. De tram zit goed vol, er wordt flink gebruik van gemaakt. Voor velen is er iets magisch aan op het strand zijn. De acroniem B.E.A.C.H. staat immers niet voor niets voor Best Escape Anyone Can Have ;).

Kusttram De Panne-Knokke

Als de bezienswaardigheid (met stip bovenaan) voor Koksijde worden de ‘garnaalvissers te paard’ genoemd. We treffen het!! In de verte zien we, onder grote belangstelling, een aantal paarden in zee gaan met iets of iemand in knalgeel op de rug. We leren dat deze ‘ambachtelijke vaardigheid’ bij laag tij wordt beoefend voor gedurende ongeveer 2 à 3 uren. De paardenvissers zitten, in gele oliejekker, hoge laarzen en met een zuidwester op het hoofd, in een houten zadel op een paard dat een zwaar garnaalnet achter zich aansleept. De (Brabantse) paarden stappen tot aan de borst in het water, parallel aan de kust. De vissers gebruiken een trechtervormig net (7 x 10 meter) dat door twee zijdelingse planken wordt opengehouden. Dit vergt een enorme trekkracht van de paarden! Een ketting sleept over het zand en veroorzaakt schokgolven waardoor de garnalen opspringen en in het net terechtkomen. Om het half uur wordt het vissen onderbroken om terug naar het strand te gaan, het net te legen en de vangst te zeven. De garnaaltjes komen terecht in de korven die langs weerszijden van het paard hangen. Na het vissen worden de garnalen gekookt in zoet water. ‘Garnalen op deze wijze gevangen en gekookt zijn voor fijnproevers een waar genot omdat ze haast verser dan vers zijn.’

Dit is hard werk (RK)
Past and present (RK)

Omdat deze vorm van garnaalvisserij zo nauw verbonden is met de natuur en tegelijkertijd een sprekend voorbeeld is van ‘een dynamische en duurzame omgang met natuur en cultuur die wordt doorgegeven van generatie op generatie’, is het in 2013 aan de UNESCO lijst van immaterieel erfgoed toegevoegd. Op dit moment zijn er dertien families (en 16 erkende garnaalvissers te paard) actief in de garnaalvisserij. Daarnaast zijn er ook de garnaalvissers te voet, ‘kruiers’ of ‘kruwers’, die zelf het net door het zeewater trekken. Hun net mag dan minder breed en lang zijn dan dat van de paardenvissers, verder is hun vangstmethode bijna identiek. Dit lijkt me toch alleen iets voor zeer gepassioneerde liefhebbers?

Standhuisjes in afwachting van (RK)

Alle belangstellenden hebben zich rondom het werkterrein van de paardenvissers geschaard, waardoor de rest van het strand op dit moment haast uitgestorven lijkt. De standtentjes gaan langzaam maar zeker open, de badhuisjes staan afwachtend, nog met gesloten deuren, klaar voor de toestroom van badgasten en een eenzame ‘vliegeraar’ laat één voor één zijn koopwaar de lucht ingaan. Hij heeft bijzondere exemplaren en weet daar ook kunstig mee om te gaan. De bonte cirkels dartelen door de lucht, scheren langs elkaar en vormen alleen of samen mooie patronen. Een genot om naar te kijken. 

Genieten op het strand (RK)

Onze volgende stop is Oostende, de grootste badplaats en ook wel de ‘Koningin aan de Belgische kust’ genoemd. De geschiedenis van Oostende gaat terug tot in de vroege middeleeuwen. Plaatsnamen als Maria Hendrikapark, Leopold I-plein en prinses Stefanieplein verraden dat Oostende een band heeft met het Belgische koningshuis. De stad dankt haar koninklijke bijnaam echter vooral aan koning Leopold II, die vaak tijdens de zomermaanden in Oostende verbleef. De meeste kustgemeenten waren aanvankelijk relatief klein van omvang en de plaatselijke economieën waren gericht op landbouw en visserij. De kustlijn werd toen nog vooral beheerst door duinen en bijhorende begroeiing. Vanaf het einde van de 19de eeuw, in de periode die bekend stond als de Belle époque, begon door de economische welvaart het toerisme op te komen. Meer en meer mensen trokken naar de zee en dit had zichtbare gevolgen voor de plaatselijke dorpen, die steeds groter en groter werden. Ook de kustlijn veranderde drastisch. Tussen de duinen werden luxueuze en fraaie kustvilla’s gezet en her en der werden hele dijken aangelegd met bijpassende bebouwing. Koning Leopold II zag het potentieel van het opkomende toerisme en promootte de kust, vooral Oostende, als voornaamste toeristische regio van België. Hij pompte dan ook een deel van de inkomsten uit de Belgische kolonie Congo in Oostende. Zo liet hij hier de Koninklijke Gaanderijen, de Wellingtonrenbaan en de koninklijke villa langs de kustlijn bouwen, waarbij de overdekte gaanderijen, die de villa met de Wellingtonrenbaan verbonden, dienden om de gegoede burgers tijdens hun wandeling tegen zon en regen te beschermen. De manier waarop de bouw gefinancierd werd, werpt nog altijd een schaduw over deze gebouwen. We vangen in de verte wel een glimp op van de gaanderijen, maar onze aandacht wordt meer getrokken door iets van een hele andere aard; Atlantikwall Raversyde, één van de best bewaarde delen van de Duitse verdedigingslinie uit WOII en tevens de best bewaarde Duitse kustbatterij uit WOI.

Een deel van de Atlantikwall (RK)

Bij de ingang wandelen we eerst langs het 75 meter lange kustpanorama met foto’s uit 1945 om ons te oriënteren. Gewapend met een apparaat, waarop foto’s te zien zijn en informatie te beluisteren valt, gaan we vervolgens op zoek naar de zestig constructies, stellingen, bunkers en batterijen uit de twee wereldoorlogen die verbonden zijn door open en onderaardse gangen. Ons wordt aangeraden te beginnen met de overblijfselen uit WOI om daarna door te lopen naar die van WOII, waar onder meer in diorama’s een beeld wordt geschetst van de manschappen. Uit WOI zien we batterij Aachen uit 1915 waarvan twee observatieposten, vier geschutsbeddingen en een bomvrije schuilplaats zijn bewaard. De kanonnen werden onder stalen koepels geplaatst ter bescherming. De geschutstellingen waren met een smalspoorweg verbonden met de verschillende munitieruimtes, die verstopt zaten in de duinen. Uit WOII zien we de goedbewaarde stellingen van de batterij Saltzwedel-neu uit 1941 die oorspronkelijk de haven van Oostende verdedigden en na 1942 ingeschakeld werden in de Atlantikwall.

Kustfoto’s uit 1945 (RK)
Een beeld om aan te geven hoe het was (RK)
Waar zijn die duikboten nu precies gezonken?

We lopen langs en door een geheel van bunkers en loopgraven die gedeeltelijk in hun oorspronkelijke staat werden gerestaureerd. Ze bleven bewaard omdat Prins Karel, de eigenaar van de gronden, zich tegen de afbraak bleef verzetten. Prins Karel was de tweede zoon van Koning Albert I en woonde jarenlang, tot aan zijn dood in 1983, op het domein. De kern van het huidige provinciedomein was ooit Koninklijk domein. Koning Leopold II liet er drie chalets in Noorse stijl bouwen naast een bijzonder gebouw uit baksteen dat nog altijd bestaat, de ‘paardenstallen’.

Hier stond ooit een houten chalet van Leopold II

Omwille van de Koningskwestie (dit ging over het al dan niet behouden van Leopold III op de koningstroon) werd prins Karel in september 1944 Regent van België. Hij bleef dit tot de zomer van 1950.

Zelfportret Karel van Vlaanderen

Zijn regentschap wordt gekenmerkt door een paar belangrijke evoluties in de geschiedenis van België. Zo werd er in 1948 beslist over het vrouwenstemrecht en legde de besluitwet (over de maatschappelijke zekerheid van de arbeiders) van 28 december 1944 de fundering voor het socialezekerheidsstelsel dat we vandaag kennen. Op internationaal vlak werd de politiek gekenmerkt door de oprichting van de Economische Unie tussen België, Nederland en Luxemburg (Benelux) in 1944, de toetreding van België tot de VN in 1945, tot NAVO in 1948 en tot de Raad van Europa in 1949. Prins Karel trok zich na zijn regentschap definitief terug op zijn domein in Raversijde, waar hij zich meer en meer toelegde op zijn grote passie: tekenen en schilderen. Hij deed dit voortaan onder zijn pseudoniem ‘Karel van Vlaanderen’, aangezien hij ook de titel had van Graaf van Vlaanderen. Al met al is hij in meerdere opzichten een belangrijk man voor België en voor deze contreien in het bijzonder geweest. 

Geen veilig gevoel…… (RK)
Hoe ver is dat schip van ons verwijderd? (RK)
Af en toe een moment van rust (RK)

Alles bij elkaar(zowel door beeld, geluid als eigen beleving) is dit complex een indrukwekkend geheel geworden waardoor je een (beetje een) beeld krijgt van de bizarre en moeilijke omstandigheden waarin de soldaten hier moesten ‘wonen en werken’. 

Altijd alert blijven (RK)

Als laatste is badplaats Knokke-Heist aan de beurt, misschien wel de bekendste badplaats van het land. Zo niet, dan in ieder geval de meest exclusieve, want in Knokke-Heist kun je flaneren langs alles wat ‘hip, hot en hors categorie’ is. Grappig in deze is een korte discussie die ik op het web tegenkwam. Natuurmonumenten noemt de Belgische kust als voorbeeld van hoe het niet moet. ‘Daar was geen beleid en nu is het één grote boulevard. De Vlaamse kust is om te janken. Daarom komen al die Belgen hier.’ De toeristische dienst van Knokke-Heist reageert hierop verbolgen: ‘Wie heeft dat godverdomme gezegd? Alle rijke Nederlanders komen naar hier.’ Het is dan ook een bekend feit dat de ‘beau monde’ uit binnen- en buitenland graag in Knokke vertoeft en dan vooral in het Zoute. Overal zie je hier kapitale huizen, goede restaurants en chique winkels met merken als Louis Vuitton, Cartier, Hermès en anderen. In het straatbeeld veel exclusieve sportauto’s en golfkarretjes die hier gebruikt worden om je snel te verplaatsen.

Promenade Knokke (internet)

Volgens hun eigen brochure: ‘Tijdloos, iconisch, luxueus: Het Zoute is ‘a class of its own’. Een wijk die ooit werd vormgegeven door de Engelsen en dat voel je nog in elk detail. Want het mag allemaal net dat tikje meer zijn. Maar altijd klassevol. Elegant. Het Zoute ademt stijl. Van de authentieke villa’s en uitgestrekte golfterreinen, tot de beste restaurants en toonaangevende boetieks. Een stukje Knokke­-Heist voor levensgenieters met smaak.’

De prijzen zullen wel navenant zijn, dus onze keuze is om toch te dineren in ons vertrouwde Brugge. We vinden een klein restaurantje vlakbij ons hotelletje en genieten van een laatste avond van een heerlijke mini vakantie vol indrukken. Zeker voor herhaling vatbaar!

Onderdompeling in geschiedenis

De plaats Ieper in het westen van België is onlosmakelijk verbonden met de Eerste Wereldoorlog. Tijdens WOI was de stad omsingeld door soldaten van allerlei nationaliteiten die in talloze loopgraven deelnamen aan de oorlog. De erfenis van die oorlog zijn enorme begraafplaatsen, een heleboel mijnen en munitie die 100 jaar later nog steeds niet allemaal zijn opgeruimd en restanten van oude loopgraven uit die tijd. Dat klinkt interessant genoeg om er eens zelf te gaan kijken.

Klaar voor een dag vol indrukken (RK)

We starten in het centrum van de stad met de historische Lakenhalle als prominent boegbeeld. Het oorspronkelijk gotische gebouw werd gebouwd rond 1300 maar werd totaal verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het gebouw is daarna volledig gerestaureerd en gebruikt om, je raadt het vast, lakens te verkopen. Ieper stond namelijk bekend om haar hoge kwaliteit lakens. Ieper kent als stad een eeuwenoude geschiedenis, maar is toch vooral bekend geworden door wat er hier ruim 100 jaar geleden gebeurde. De stad geldt daarom als officieuze hoofdstad van Flanders Fields waar talloze veldslagen van de Eerste Wereldoorlog werden uitgevochten. In de zogenaamde Vredesstad wordt dat nog elke dag herdacht o.a. in het ‘In Flanders Fields Museum dat tegenwoordig in de Lakenhalle te vinden is.

De Lakenhalle in volle glorie (internet)

Het museum laat zien en confronteert de bezoeker met de gevolgen van deze Grote Oorlog rondom Ieper. Dat is belangrijk zeggen ze zelf, want het was één van de verwoestende conflicten uit de geschiedenis en nu ook de laatste getuigen gestorven zijn, wil het museum de band met dit oorlogsverleden bewaren. Omdat het wezen van oorlog doorheen de tijd niet verandert, beschouwt het museum het brengen van dit oorlogsverhaal als een universele en eigentijdse vredesboodschap. Een deel van een gedicht van Erwin Mortier spreekt in dit geval boekdelen: ‘Oorlogen staan nooit op zich. Ze lijken tentakels te bezitten, die schier onmerkbaar doorgroeien, tot ze elders opschieten en weer in nieuwe conflicten ontvlammen.’

In het museum (internet)

Even terug in de tijd….hoe is WOI precies ontstaan? De directe aanleiding voor WOI was de moord op de Oostenrijkse aartshertog Franz-Ferdinand eind juni 1914 in Sarajevo door een Servische nationalist. Oostenrijk-Hongarije reageerde door Servië een ultimatum te stellen, waarin zij onder andere eisten dat Oostenrijkse agenten toestemming kregen om onderzoek te doen. De Serven zagen dit als een inbreuk op hun soevereiniteit en weigerden waarop Oostenrijk-Hongarije een maand later de oorlog verklaarde aan Servië. WOI is de eerste grote oorlog waar wereldwijd miljoenen soldaten en burgers bij betrokken raken. Hoewel de moord op Franz Ferdinand de directe aanleiding vormde, lagen de eigenlijke oorzaken van het conflict veel dieper. Al sinds het einde van de negentiende eeuw zorgden het nationalisme, het imperialisme en de onderlinge wapenwedloop voor grote spanningen binnen Europa. De vrede werd nog lang bewaard door een uitgebreid systeem van allianties, maar toen Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaarde aan Servië zorgde ditzelfde systeem er juist voor dat de oorlog zich razendsnel over Europa verspreidde. In dit conflict staan de ‘centralen’ (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk) tegenover de ‘geallieerden’ (Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland). Aan de oorlog doen ook landen met veel kolonies mee. Daardoor worden soldaten uit de hele wereld opgeroepen om mee te vechten. In WOI was België in eerste instantie neutraal, maar België lag voor het Duitse Keizerrijk op de route naar Frankrijk. De Fransen hadden na de verloren Frans-Duitse Oorlog van 1871 de grenssteden langs Elzas-Lotharingen versterkt, waarop het Duitse leger nu besloot de Fransen te verrassen door Parijs te veroveren via een omtrekkende beweging door het neutrale België. Toen de geallieerden posities bij Ieper innamen, beval de Belgische koning dat de sluizen bij Nieuwpoort geopend moesten worden, waardoor er een ondoordringbaar moeraslandschap ontstond voor de Duitsers. De Duitse inspanningen om een doorbraak te forceren richtten zich nu volledig op Ieper. De gevechten vinden vooral plaats vanuit de beruchte loopgraven die soldaten maar weinig beschutting bieden. Honderdduizenden soldaten verliezen hun leven aan het front. Het is allemaal te zien in dit interactieve museum waar vooral de verhalen van degenen die de oorlog meemaakten centraal staan. Stemmen en gezichten van echte mensen maken de oorlog tastbaar en persoonlijk. Hoewel je veel weet van deze tijd, komt het nu door de recente oorlog in Europa toch ook dichtbij. Wanneer we, na ruim een uur, weer buiten staan, zijn we toe aan een pauze om alles even te kunnen laten bezinken.

Persoonlijke verhalen

We kunnen terecht in bistro ’t Klein Stadhuis net naast de Lakenhallen, ook wel de Conciërgerie genoemd, want hier woonde vroeger de conciërge van het stadhuis. Tijdens onze lunch besluiten we dat we vandaag gaan voor een volledige WOI onderdompeling. We willen op zoek naar restanten van de oorspronkelijke loopgraven, we willen één van de vele begraafplaatsen met oorlogsslachtoffers bezoeken en tot besluit willen we ‘The Last Post’, die elke avond om stipt 20.00 uur plaatsvindt onder de Menenpoort, niet missen.

De dodengang

Na wat omzwervingen en teleurstelling (gesloten terreinen) komen we uiteindelijk terecht bij ‘De Dodengang’ in Diksmuide, een netwerk van meer dan een kilometer Belgische loopgraven en bunkers in een bocht van de IJzer op amper 50 m van de Duitse bunkers. 

Kijken naar de vijand (RK)

Als we door de expositie naar buiten lopen krijgen we een indruk van het complex dat het laatste stuk van het Belgische front vormde in WOI. We lopen in een lus door de tranches. De heenweg is vrij recht toe, recht aan en redelijk wijd. Mogelijk voor aanvoer? De terugweg daarentegen is smaller en loopt in een zigzag om de soldaten te beschermen tegen vijandelijk vuur. Als een granaat hier insloeg, kon deze slechts schade aanrichten tot hooguit de volgende knik in de loopgraaf. Het voelt claustrofobisch. Deze gangen waren tot in 1915 niet dieper dan een halve meter. Daarna werden ze uitgediept en versterkt met mitrailleursnesten een seinpost en een smalspoor voor de aanvoer van munitie en mensen.

De heenweg
De zigzag weg terug….. (RK)

Aan het einde van de gang ontdekken we namen in de stenen. Het maakt het, samen met alle foto’s, nog beklemmender. We zijn nu vlakbij de Duitse bunker en je vraagt je onwillekeurig af hoe de Duitsers die bunker hebben kunnen bouwen…….

Namen in de stenen (RK)

Inmiddels is de middag al bijna voorbij. We moeten terug naar Ieper als we op tijd willen zijn voor de Last Post. Oorspronkelijk was de Last Post het klaroengeschal dat in het Britse en andere legers het einde van de werkdag aankondigde. In die context staat de Last Post plechtigheid voor een laatste vaarwel aan de gesneuvelden. De Reveille werd traditioneel gespeeld bij het aanvang van de dag om de troepen wakker te maken en hen tot de plicht op te roepen. In de context van de Last Post plechtigheid symboliseert de Reveille niet enkel het terugkeren naar het dagelijkse leven na de plechtigheid maar eveneens de wens van eeuwige rust voor de gesneuvelden.

Elke avond precies om 20.00 uur legt de politie het verkeer stil onder de Menenpoort zodat de klaroenblazers ‘hun eenvoudig maar ontroerend eerbetoon’ kunnen brengen. Dit ritueel vindt al sinds 1928 dagelijks plaats met als enige onderbreking de jaren tijdens de bezetting van Ieper door de Duitsers tussen mei 1940 en september 1944. Op zich al indrukwekkend!

We lopen op ons gemak naar de Menenpoort, een herdenkingsmonument dat in 1927 door de Britten is gebouwd ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in WOI sneuvelden en niet meer geïdentificeerd of teruggevonden werden. Hoewel de stadspoort zelf gerenoveerd wordt, is het plein ervoor afgesloten voor de ceremonie. Het is druk, we zijn verbaasd over de hoeveelheid mensen die zich hier verzameld hebben om erbij te kunnen zijn. Zou dit werkelijk elke dag zo zijn?

De Last Post wordt geblazen (RK)

Net voor achten wordt het verloop van de plechtigheid inclusief de bijbehorende ‘regels’ uitgelegd. De dagelijkse ceremonie kent een kort patroon: Geef acht – Last Post-Exhortatie (uit: ‘For the fallen’ van L. Binyon) – 1 minuut stilte – Reveille. Er wordt dringend gevraagd niet te applaudisseren. Ondanks dat de ceremonie maar zo’n 5 – 10 minuten duurt, is het gedurende die minuten muisstil en is de sfeer plechtig en ingetogen. De Last Post Association wil  op deze manier bijdragen tot alles wat de betekenis van het eerbetoon aan de in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde geallieerde militairen kan versterken. Ze wil ook eerbied opwekken voor alles wat de Menenpoort vertegenwoordigt: het offer en het lijden, maar ook de solidariteit, het plichtbewustzijn en de heldhaftigheid van de soldaten die aan de strijd deelnamen. We zijn er door geraakt en beseffen ons eens te meer hoe gelukkig wij zijn dat wij niet in oorlogstijd leven.

Voor de Menenpoort (RK)
Een eerbetoon (RK)

Rest ons nog een bezoek aan een militaire begraafplaatsen om het verhaal compleet te maken. Dat moet niet zo moeilijk zijn want het landschap van de Ieperboog in Flanders Fields is bezaaid met maar liefst 247 grote en kleine begraafplaatsen. Van deze talloze begraafplaatsen is Tyne Cot Memorial voor vermiste soldaten de grootste begraafplaats van het Gemenebest, niet alleen in Vlaanderen, maar in de hele wereld. Dat lukt ons niet meer vandaag, maar het Ramparts Cemetery ligt dichtbij.

Ramparts Cemetery op de vestingwallen (RK)
Een serene omgeving

Deze begraafplaats, boven op de oude vestingmuren, is één van de mooist gelegen begraafplaatsen gelegen aan het Westelijk Front. Franse troepen begonnen in 1914 met de aanleg van de begraafplaats, maar van februari 1915 tot april 1918 werd het verder door de Britten gebruikt. De Franse graven werden na de oorlog verwijderd. Aanvankelijk lagen veel meer doden begraven op de vestingen maar deze werden na de oorlog overgebracht naar andere begraafplaatsen, er bleven (slechts) 198 graven over; 163 Britten (9 konden niet geïdentificeerd worden), 10 Canadezen, 11 Australiërs en 14 Nieuw-Zeelanders (waarvan 10 Maori). Op 11 oktober 1999 werden vier lichamen van militairen, die werden opgegraven bij de Sint-Jacobskerk, toegevoegd. De begraafplaats is een oase van rust. Het is een serene, prachtig onderhouden kleine begraafplaats op een glooiende helling aan een water met grote bomen. Ook hier word je weer even stil van. Dit was met recht een onderdompeling en daarmee een dag vol indrukken.

De ziel van Brugge

We beginnen de dag met een zonnetje en lopen als eerste naar de Markt om daar op het terras van Huis Craenenburg een kop koffie te drinken. Dit is beslist een huis met een geschiedenis, want het Craenenburg beheerst al eeuwenlang de Brugse Markt en werd ooit zelfs de ‘prachtigste privéwoning op de Grote Markt’ genoemd. In de veertiende eeuw was het gebouw, eigendom van Jacob Craenenburgh, in gebruik als kruideniershandel. Later werd het één van de gebouwen waar de graven van Vlaanderen en na hen de hertogen van Bourgondië uit de ramen keken naar de toernooien en optochten op de Markt. Zo zou Margaretha van York in 1468 van hieruit de ridderspelen van het Toernooi van de Gouden Boom, ter gelegenheid van haar huwelijk met Karel de Stoute (de stoutmoedige, de roekeloze), gevolgd hebben. Dit toernooi was een geschenk van Antoon, Groot-Bastaard van Bourgondië (:0), een halfbroer van Karel. Het spektakel duurde maar liefst acht dagen en op de laatste dag ging het er zo heftig aan toe dat Karel de Stoute op het terrein moest komen om het gevecht stil te leggen voor er doden vielen. Sinds 1958 (n.a.v de Wereldtentoonstelling van dat jaar) wordt in Brugge vijfjaarlijks de ‘Praalstoet van de Gouden Boom’ gehouden ter herinnering aan dit huwelijk en het toernooi.

Gaat een keer naar Brugge, langs de reye, als ’t een kleen weinigtje regent,
en haalt een keer uwen asem op – Guido Gezelle (RK)

In 1488 werd Maximiliaan van Oostenrijk in dit huis gevangengezet door de Bruggenaren. Terwijl hij uit het venster keek, werden verschillende van zijn naaste medewerkers gefolterd en ter dood gebracht. De situatie leek voor de keizer in eerste instantie wel ‘een straatje zonder eind’ (een uitzichtloze situatie), maar zoals we weten liep het allemaal toch goed af. Vandaag de dag kun je er gewoon genieten van een hapje en een drankje. Een ideaal plekje om de dag te starten en een plan voor de dag te maken.

Veel uitbundig bloeiende bloemen aan de bruggen onderweg

Op naar de Burg…… De Burg van Brugge is één van de oudste delen van de stad. Oorspronkelijk was dit deel van de stad omwald en kon je de Burg alleen betreden via enkele toegangspoorten. Er wordt gezegd dat de Markt het hart van Brugge is terwijl de Burg de ziel is. Op deze plaats bouwde graaf Boudewijn met de IJzeren Arm op het einde van de 9e eeuw zijn kasteel, waar de stad verder omheen groeide. Het kasteel bestaat al lang niet meer maar het plein is tegenwoordig wel één van de populairste toeristische trekpleisters van Brugge. Dit is ook niet zo gek als je je beseft dat enkele van de belangrijkste gebouwen van de stad zich hier bevinden. De monumentale pronkgebouwen rondom het plein werden door de eeuwen heen gebouwd en kregen dus telkens dé bouwstijl van dat moment. Dit plein is al eeuwenlang (meer dan 600 jaar) het machtscentrum van de stad. Het Brugse stadsbestuur zetelt b.v. nog steeds in het 14de-eeuwse gotische stadhuis.

Wanneer wij op het plein aankomen, is er net een trouwerij aan de gang. Het is er een drukte van belang. Apart is dat je overal door de stad groene stoelen tegenkomt die her en der los in een park, aan de rand van een plein, langs het water en andere plekken staan. Kennelijk kan en mag iedereen die stoelen gewoon gebruiken en worden ze niet meegenomen. Ideaal als je even wat langer naar iets wilt blijven kijken. Er wordt nu ook druk gebruik van gemaakt.

Zelfs bij een molen
Overal willekeurig komen we groene stoelen tegen

Het stadhuis valt inderdaad meteen op. Het is één van de oudste in de Nederlanden De stadhuizen van Brussel, Gent en Leuven werden gebouwd naar het Brugse voorbeeld. Er is lang aan gewerkt want de bouw begon in 1376 en was pas 55 jaar later voltooid. Brugge wilde met dit gebouw zijn rijkdom uitstralen. De oorspronkelijke beelden in de nissen werden bij een brand in 1792 vernield. Halverwege de 19e eeuw werden er nieuwe beelden geplaatst, maar de constructie daarvan was van slechte kwaliteit. In 1961 bleek dat de beelden zó beschadigd waren dat ze opnieuw moesten worden vervangen. De rijk versierde gevel van het indrukwekkende geheel demonstreert de macht die de burgerlijke macht had in de stad.

Het stadhuis (internet)

De gevel van het Brugse Vrije valt op naast het Stadhuis. Vrouwe Justitia schittert in goud op het dak. Het is een verwijzing naar de functie van het gebouw als gerechtshof vanaf 1795 tot 1984. Het Brugse Vrije is sinds begin 12e eeuw de benaming voor een onafhankelijk bestuurlijk, financieel en rechterlijk onderdeel van het graafschap Vlaanderen. Het gebied omvatte de streek en de gemeenten rond Brugge, begrensd door de Noordzee, de Westerschelde en de rivier de IJzer. Het had een eigen schepencollege op de Burg, maar geen bevoegdheid over de stad Brugge zelf. Pas in 1795 werd het Brugse Vrije opgeheven en werd het een gerechtshof. Tegenwoordig ligt hier het Stadsarchief van Brugge.

Vrouwe Justitia op het dak

We wandelen onder het stadhuis door en komen langs de Rozenhoedkaai. Ooit werden hier rozenkransen verkocht, vandaag de dag is dit, volgens de Bruggenaren, één van de allermooiste stadszichten. Vanaf hier (evenals vanaf vier andere punten) kun je een boottochtje van een half uurtje boeken. Een must. Volgens ons boekje is een bezoek aan Brugge niet compleet zonder een boottochtje op de Brugse reien, de aderen van de stad.

In de regen zie je toch minder …. (RK)

Het weer is zeer wisselend, maar inmiddels in ieder geval weer droog. We wagen het erop. De boten zijn niet overdekt, maar bij regenweer worden paraplu’s aangeboden. Het lijkt me toch echt dat je dan veel minder ziet. Vanaf het water zien we (natuurlijk) de geijkte bezienswaardigheden, maar we horen ook nieuwe dingen over ‘Café Vlissinghe goed verscholen in het prachtige Sint-Annakwartier’. Deze herberg is één van de oudste cafés van Brugge en Vlaanderen. De gids vertelt dat de unieke sfeer en de warme ambiance al meer dan 500 jaar van Vlissinghe een ware trekpleister maken.

In dat smalle straatje ligt het café (RK)
Soms is het laag (RK)

Over het Bonifatius bruggetje vertelt hij dat niets is wat het lijkt, want het bruggetje oogt eeuwenoud, maar werd pas in 1910 gebouwd. Toch vat deze brug de stad perfect samen: een mysterieuze sfeer, romantiek in overvloed en fabuleuze uitzichten die om je aandacht vragen. De brug staat ook wel bekend als de ‘liefdesbrug’. Het raampje boven je hoofd is het kleinste gotische venster van de stad, vanwaaruit de familie Gruuthuse de aanlegsteiger in het oog hield. De brug is genoemd naar de Heilige Bonifacius (een IJsheilige) wiens stoffelijke resten in de Onze-Lieve-Vrouwekerk liggen.

De liefdesbrug (RK)
Het hele kleine gotische raampje

Aan Huis ter Beurze, aan wat in de volksmond nog steeds het ‘Oude Beursplein’ wordt genoemd, is eveneens een verhaal verbonden. Logisch want in de middeleeuwen was dit dé plek voor geldzaken, het Wall Street van zijn tijd. Hier werd op hoog niveau handel gedreven. De natiehuizen (permanente commerciële vertegenwoordiging van een land in een stad) van Genua (nu het Frietmuseum), Firenze (restaurant De Florentijnen) en Venetië (café The Monk) kun je nog steeds bewonderen, net als huis Ter Beurse. Hier baatte de vooraanstaande familie Ter Beurse een herberg uit en werden wisseltransacties op touw gezet. Het leidde tot het woord ‘beurs’  dat wereldwijd verspreid raakte. Zo ontwikkelde zich hier de eerste beurshandel.

Het oude Beursplein

Na al deze informatie zijn we wel toe aan ……… een bierproeverij-tje. Heeft een Engels schrijver ooit niet eens gezegd: ‘Laat een man vijftien kilometer wandelen op een hete zomerdag langs een stoffige Engels weg en hij zal snel ontdekken waarom bier werd uitgevonden.’ Ons gevoel is een variant hierop!

Vlakbij ligt de brouwerij Borgognes des Flanders met een terras aan het water. Het regent ondertussen en het waait stevig, maar hier zitten we hoog en droog met een geweldig uitzicht. We zijn niet de enigen die willen genieten van een beer flight die bestaat uit ‘6 kleine proefglaasjes van onze vaatbieren waaronder ons huisbier Bourgogne des Flandres’. Het rijtje voor ons ziet er indrukwekkend uit met al die verschillende kleuren. Hoe goed kunnen we proeven en onderscheiden? We zien voor ons de bieren van de tap: een bruinen os (bruin bier), een blonden os (blond bier), een triplen os (blonde triple), een bourgogne des Flandres (een rood/bruine mix) en twee bieren met een toevoeging van of frambozen of aardbeien. Die laatsten waren in ieder geval duidelijk herkenbaar. Eigenlijk was het helemaal niet zo moeilijk om de diverse soorten te herkennen 😉

Een kleurrijk geheel, maar wat is wat?
Een triple en een framboosje (RK)

We dwalen verder door de buitenwijken. Het valt op hoeveel nisjes er aan de huizen zijn gebouwd met daarin een Maria beeldje. De grootste religie is (was) het christendom en dan vooral het katholicisme.

Eén van de vele nisjes aan gevels

We lopen door (langs) één van de vier overgebleven stadspoorten van de stad, de Smedenpoort. Kenmerkend aan deze poort is dat ze volledig omringd is door water. Middeleeuwse toegangswegen zijn echter niet altijd meer geschikt voor het verkeer van tegenwoordig. Zo bleek de 14e eeuwse Smedenpoort op piekmomenten te smal voor alle auto’s, fietsers en voetgangers. Daarom werden er rond de toegangspoort twee moderne, stalen wandelpromenades opgetrokken die de poort als het ware omarmen zonder afbreuk te doen aan haar glorie. Dat het ontwerp een architectuurprijs ontving, is dan ook alleen maar logisch, toch?

Als je goed oplet en vooral omhoog kijkt, zie je iets merkwaardigs. Hoog op de poort hangt een groenige schedel. Het is geen echte …… meer. Welk spannend verhaal hoort hierbij? De schedel herinnert aan de terechtstelling van een verrader die in 1691 de Franse troepen de stad wilde binnenloodsen. Het afgehakte hoofd werd op een paal gezet en bovenop de poort geplaatst. Dit maakte zo’n indruk dat de echte schedel later werd vervangen door een ijzeren versie en vanaf 1911 door het huidige bronzen exemplaar.

Het is geen echte …… meer (RK)

Dit verhaal is waar gebeurd en is dus geen legende, hoewel enkele details over het complot en de  ontdekking ervan zijn wel verzonnen. Het was vroeger immers gebruikelijk terechtgestelde misdadigers tentoon te stellen met de bedoeling andere onverlaten af te schrikken. Bovendien werd daardoor de terechtgestelde een katholieke begrafenis ontzegd, waardoor ze gedoemd waren eeuwig in de hel te branden. De hoofden en lichamen bleven hangen tot ze half door wind en weer waren vergaan of door vogels of honden waren opgevreten, waarna ze werden begraven in ongewijde grond.

Het was weer een dag vol indrukken. Brugge is een stad om te wandelen, te slenteren, te ontdekken, te bewonderen, te genieten en tijd te verspillen! Tot besluit gaan we nog even op zoek naar een leuk en lekker restaurantje om met een glas wijn over de dag na te praten. We strijken uiteindelijk neer bij Bavet. Zoals ze zelf zeggen: ‘als er iets is dat mensen bij elkaar brengt, dan is het wel spaghetti.’

Slow down and enjoy the simple pleasures in life.