Als wolken drijven ……..

Knp: 42-43-26-25-27-24-23-29-22-21-16-17-18

De titel is een eerste regel van een haiku, een kort Japans gedichtje van drie regels met een ritme van 5-7-5 lettergrepen. In de 17e eeuw is de eerste haiku in deze vorm gemaakt door een zenboeddhist. Omdat het zenboeddhisme één van de ‘strakkere’ vormen van boeddhisme is, is het ook niet verwonderlijk dat er zeer strikte regels zijn waar een haiku aan moet voldoen. De hele haiku gaat trouwens als volgt: ‘Als wolken drijven – soms mijn gedachten voorbij – ijl en ongrijpbaar’ (Catherine Boone). De Japanse cultuur gebruikt de haiku o.a. om de kalmte van de natuur te overdenken. De haiku gaat over een momentopname en beschrijft alleen de pure waarneming, dus geen emoties, gevoelens of conclusies en kent geen rijm (dat leidt af). Haiku’s zijn bovendien mindful (opmerkzaam).

Prachtige details (RK)

Wolken zijn vandaag het sleutelwoord. Na een record natte april en mei leek juni even wat droger te beginnen. Maar ook de afgelopen dagen was het meer ‘zonnebril op of af en  paraplu in of uit de kast’. Gelukkig belooft het vandaag in ieder geval een praktisch droge dag te worden, alhoewel zeker niet wolkenloos en ook redelijk fris met 14 graden C. We gaan ervoor! Voor de zekerheid nemen we wel een regenjas mee en verder hullen we ons in de gebruikelijke laagjes, zodat we op alles voorbereid zijn. We gaan lopen als ‘een Japans gedicht – de natuur in drie regels – een foto van taal’ (Jolanda Pikkaart). Ik heb waarschijnlijk wel wat meer regels nodig om de natuur en de wandeling van vandaag te beschrijven, maar de foto’s en de taal vertellen wel samen ons verhaal ;).

Zomaar ‘echte’ wegwijzers van ons pad onderweg

We starten vlakbij Lucaswolde ergens op de weg Beldam en lopen eigenlijk meteen over een loopplank het achterliggende (wei)land in. Het is hier weids en verrassend met aan beide kanten bermen vol bloeiende bloemen en grassen. ‘De vlinder fladdert – strijkt neer op de wilde roos – proeft zoete nectar (Braedon Stenson). Het pad loopt iets ongelijk, waardoor je wat langzamer moet lopen, maar dat is beslist geen straf. Er is genoeg om van te genieten.

De bermen springen in het oog
Klaprozen in het geel

Het is stil om ons heen en kennelijk zijn wij ook stil genoeg, want we worden opeens opgeschrikt door een opvliegende reiger die kennelijk erg geconcentreerd was op het water voor hem of haar. ‘Van zijn spiegelbeeld – ontvangt de blauwe reiger – een gevangen vis’ (Siem van den Nieuwedijk). Wat een grote vogel is het van zo dichtbij!

Wandelen tussen de weilanden (RK)

Even later vervolgen we onze weg over de Leidijk. Gedurende een groot deel van de route zullen we deze leidijk volgen of kruisen. Een leidijk is de grens tussen het hoogveen- en het laagveengebied. Vanaf de middeleeuwen is al begonnen met de vervening (turfwinning) van het zuidelijk Westerkwartier. De lager gelegen gedeelten ondervonden last van het uit het hoogveen afkomstige water. De Leidijk is dus daadwerkelijk een leidijk, een oude binnendijk die werd aangelegd om het water uit de hoger gelegen gebieden veengebieden ‘te keren en te geleiden’.

Nieuwsgierige (dikbil)koeien komen even kijken

Tot nu toe is dit zeker een verrassende wandeling in een heel mooi stukje van onze gemeente. We lunchen op een prachtig plekje aan een groot water. Is dit al de oude pingoruïne of komt die pas later? In ieder geval lopen we langs een bosachtig pad langs de oevers richting het Curringherveld bij Kornhorn. ‘Dicht bladerdak – de boslaan een weg – naar ruimte en licht’ (Carla Mostert). 

Haast met de voeten in het water …..

Het Curringherveld wordt omschreven als één van de parels in het Westerkwartier, een uniek en oud cultuurlandschap waarin de mens een grote hand heeft gehad. In 1997 kreeg Staatsbosbeheer het Curringherveld in eigendom waarna er samen met de bewoners van het dorp een plan is gemaakt voor een multifunctioneel gebied op een manier dat de geschiedenis weer tot leven kwam. Oude naamsaanduidingen leveren geen eenduidige verklaring op voor de plaatsnaam Kornhorn op. Voor de hand ligt: korenhoek, maar vroegere namen als Corriger Sandt en Curringehorn wijzen op een afleiding van een persoonsnaam. De naam Curringherveld komt uit het boek ‘Van Curringhe en Korhoenders, een geschiedenis van Kornhorn’ uit 1994. De naam ‘Curringhe Horne‘ werd voor het eerst genoemd in een stuk uit circa 1600, de naam Kornhorn valt echter pas in 1808. In 1828 bracht een schoolmeester uit de buurt Curringhe in verband met de jacht op korhoenders omdat ‘dit wild hier in menigte verkeerde’…

Voor kinderen zijn de natuurpaden een belevenis op zich. De kleinsten kunnen op zoek naar kabouters, ben je iets ouder dan kun je hier van alles leren over de natuur en het weer en voor kinderen vanaf 11 jaar is er het spannende sporenpad, waarbij je (avontuurlijk) op zoek gaat naar dierensporen. Alle paden lopen langs een ouderwetse vuurplaats waar alle kinderen ‘stokbroodjes’ kunnen bakken. Succes verzekerd!  Vandaag zijn er geen kinderen. We zien echter wel een spitkeet (plaggenhut) en zien ooievaars op een nest die het druk hebben met hun jongen. ‘Ooievaars geland – dansende silhouetten – vleugels wapperen’ (Roeland Schweitzer). Ooievaars leven meestal in de nabijheid van mensen, want ze nestelen bij voorkeur op menselijke bouwsels. In veel volksverhalen figureert de ooievaar als brenger van geluk en nieuw leven. In het midden van de jaren ’70 was de ooievaar zo goed als verdwenen uit Nederland, maar samen met vrijwilligers heeft Vogelbescherming voorkomen dat de soort als broedvogel in Nederland uitstierf en inmiddels komt de vogel niet meer voor op de Rode Lijst. We zien ze dan ook regelmatig tegenwoordig.

Brengers van geluk en nieuw leven (RK)

Het gehuchtje Snipperij ligt tussen Kornhorn en Noordwijk en is eigenlijk niet veel meer dan een doodlopend weggetje. De oorsprong van de naam Snipperij is niet zeker. De naam zou kunnen verwijzen naar de vogel, maar er is ook een theorie die verwijst naar de familie Snip die oorspronkelijk uit deze streek afkomstig zou zijn. Een derde verklaring is het feit dat op de kaart de kavelpatronen van Doezum en Lucaswolde bij de Snipperij onder een scherpe hoek bij elkaar komen. Zulke taps lopende percelen, die door de verschillen van richting van opstrek onder een hoek tegen elkaar eindigen, heten Sniepen. Ter verduidelijking: wanneer bestaande kavels grond worden vergroot door het verlengen van kavelgrenzen in onverkaveld land, dan heet dit opstrek en ontstaat een opstrekkende verkaveling. De herkomst van het woord `snip’, zoals in de vogelnaam houtsnip, gaat terug naar het eind van de 13e eeuw.`Snippe’ betekent `punt’. Een `sniep’ in plaatsnamen duidt dan ook op de nabijheid van een stuk land dat in een punt uitloopt.

De jaarringen zijn moeilijk te tellen 😉

De Snipspoel even verderop is één van de mooiste pingoruïnes van het Westerkwartier en daarmee ook weer een pareltje. Pingo betekent heuvel van ijs in de taal van de Inuit. Het zijn heuvels van ijs, doordat het grondwater omhoog werd geduwd en meteen bevroor vanwege de extreme koude tijdens de laatste ijstijd zo’n 15.000 jaar geleden. De heuvels groeiden gestaag. Door de groei barstte de opgetilde bodem open en kon zonlicht bij de ijslens komen. Met name in de zomerperioden ontdooide de opgetilde bodemlaag en vormde samen met het smeltwater van de ijslens een modderbrij die langzaam langs de helling naar beneden zakte. De hoogte van de pingo’s varieerde waarschijnlijk tussen de 40 en 50 meter en ze hadden doorsneden van 75 tot 200 meter. Na de ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden verdween de bevroren bodem en smolten de ijslenzen. Hierdoor bleven laagtes achter in het landschap. Pingoruïnes liggen nu vaak als ronde waterplassen is het landschap en zijn meestal beschermde stukjes natuur met veel vogels, vlinders en insecten. Een fijne plek om even te stoppen en te  genieten van het moois om ons heen. 

De opvallende witte vlierbloesem bloeit uitbundig

Hiermee rest ons vandaag nog een laatste parel aan de lange ketting van bijzondere plekjes zo vlakbij. De Jilt Dijksheide, genoemd naar de laatste eigenaar-vervener van dit gebied, is het enige heideveld dat is overgebleven na de turfwinning. Schotse hooglanders en landgeiten helpen het gebied open te houden. We zien ze ook beiden.

Het enige overgebleven heidegebied ……

De landgeit is, voor mij zeker, een bijzonder dier met die enorme hoorns. Vooral de bokken vallen op met hun enorme hoorns die eerst naar achteren en dan zijdelings waaiervormig krommen, waarbij de punten enigszins naar boven zijn gericht. De bokken hebben meestal een bokkenpruik, die vooral bij jonge dieren goed uitkomt, een wipneus, een sik en lange, afhangende lichaamsbeharing.

Imposante geiten (RK)
Compleet met bokkenpruik (RK)

We hebben echt genoten deze route!  De haiku ‘Dagen wandelen – vriendschap is mijn metgezel – in de wolken lopen’ (Henk Vijver) geeft een goede impressie van deze dag vol wolken in de letterlijke en symbolische betekenis van het woord.