Knp: 53-52-45-44-43-67
In Lutjegast kun je niet om haar bekendste (vroegere) inwoner heen: Abel Janszoon Tasman (Lutjegast 1603 – Batavia 1659). Abel Tasman was een Nederlands ontdekkingsreiziger in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en is vooral bekend geworden door zijn reizen tussen 1642 en 1644 waarin hij o.a. Tasmanië en Nieuw-Zeeland ontdekte. Het museum ter plekke geeft antwoorden op de vragen wie deze 17e eeuwse ontdekkingsreiziger eigenlijk was en hoe hij zo ver van huis belandde?
Toen Tasman in 1603 ter wereld kwam, lag Lutjegast niet ver van zee. Het kwam regelmatig voor de boeren in het rustige zomerseizoen naar zee gingen. Veel boerenzonen werkten tijdens hun jonge jaren als zeevarende, om zich later als boer aan land te vestigen. In het museum wordt ons verteld dat in boerenfamilies de oudste zoon vaak de boerderij erfde, de tweede zoon priester werd en de derde (en mogelijk volgende) zoon zeeman werd. Het is niet duidelijk of Abel een derde zoon was of dat hij ‘gewoon’ echt voor de zee gekozen heeft. Hoe dan ook, zoals uit de verhalen blijkt nam hij zijn carrière zeker serieus, hij studeerde navigatie, en kwam hij in 1633 in dienst van de VOC. Hoewel Abel Tasman zijn geboortedorp bij zijn tweede huwelijk, in 1631, heeft ingeruild voor Amsterdam, zal hij het nooit vergeten. Bij zijn dood in 1659 laat hij een bedrag na aan de armen van Lutjegast.
Het is maar een klein museum, toch zijn er veel verhalen en is er veel bewaard gebleven, al zijn het vaak kopieën. Zo is er ook een schilderij te zien van Abel Tasman met zijn familie uit 1637 toen hij al kapitein bij de VOC was, maar nog geen bekende ontdekkingsreiziger. De opstelling is symbolisch: Abel Tasman bij de wereldbol, afgebeeld als kundig navigator. Zijn vrouw geeft een appel aan hun dochter wat de overdracht van kennis aan de jeugd symboliseert.
In 1636 emigreerde hij met zijn vrouw en dochter naar Batavia en in 1642 stelt Anthony van Diemen hem aan als commandant van de grote expeditie naar het Zuidland. Het was de meest ambitieuze ontdekkingsreis die de VOC ooit voorbereidde. De expeditie van Abel Tasman, in opdracht van Antonie van Diemen, moest de kusten van het Zuidland in kaart brengen. De VOC dacht dat daar veel goud en zilver te vinden zou zijn. Letterlijk luidde zijn opdracht om, net als Christoffel Columbus en Amerigo Vespucci, een nieuw werelddeel te ontdekken dat de Republiek van goud en zilver moest voorzien. Tasman had ook als opdracht het land te onderzoeken dat toen bekend stond als Nieuw-Holland (het tegenwoordige Australië), waarvan de westkust al door Nederlanders ontdekt was, om vast te stellen of het land deel uitmaakte van het vermeende Terra Australis, een zuidelijk continent, dat zou moeten bestaan om de aarde in evenwicht te houden. Bovendien hoopte de VOC dat deze expeditie een veilige zeeweg naar Zuid-Amerika zou openleggen, want de Nederlanden waren in 1642 nog altijd in oorlog met Spanje en Portugal. Zeker een avontuurlijke en belangrijke reis!
Het verhaal gaat (opgetekend in dagboeken) dat de bemanning na zo’n 9000 km zeilen het eiland Tasmanië ontdekte, wat door Abel Tasman als het Antonie van Diemensland gedoopt werd. Deze naam werd later overgenomen door de Britten, die er, eeuwen later, de strafkolonie Van Diemensland vestigden. Hoewel ze hier aan land gingen om verse groenten en water te zoeken, hebben ze niemand van de lokale bevolking gezien ….. al hoorden ze wel muziek en zagen ze rookpluimen.
Verder naar het oosten kregen ‘Tasman en zijn mannen een groot hoog verheven land in zicht’. Ze zagen als eerste Europeanen de westkust van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. Tasman noemde het land Statenland, denkende dat het het eiland was zuidelijk van Kaap Hoorn, dat door Jacques l’Hermite (1582-1624), opperkoopman en Raad van Indië bij de VOC, zo was genoemd.
Vlakbij de noordpunt van het Zuidereiland zette hij het anker uit in een baai. Bij het binnenlopen werd door een Maori op een soort trompet geblazen. Tasman liet deze begroeting op zijn beurt beantwoorden met trompetsignalen. De volgende dag werden vier scheepslieden, die in een prauw aan land wilden gaan, gedood. Waarschijnlijk werden de trompetsignalen van de vorige dag door de Maori’s als oorlogsverklaring uitgelegd. Tasman gaf deze plaats daarom de naam Moordenaarsbaai en besloot noordwaarts verder te zeilen.
Eerder dit jaar heeft het museum een bijzonder geschenk gekregen; een kostbare steen afkomstig van het Zuidereiland van Nieuw Zeeland. Pounamu is het Maori woord voor jade. De steen wordt gebruikt voor het maken van gereedschappen en sieraden, is als wapen symbolisch voor de macht van een stamhoofd en kan, zoals in dit geval, ook worden gebruikt als vredesgeschenk. We lezen dat een pounamu vaak de naam van een voorouder krijgt om die in herinnering te houden. Deze ‘groene steen’ is Ruamiki genoemd, door Doug Huria als woordvoeder van de Tumatakokiri, naar zijn betovergrootvader. Op deze manier vormt Ruamiki de link tussen de huidige Maori stam en hun voorvaderen waarmee Abel Tasman in aanraking kwam. We worden uitgenodigd om onze hand op de steen te leggen omdat dit ons een goede gezondheid, een lang leven en vooral voorspoed zou geven. Bovendien stimuleert groene jade liefde, trouw, vriendschap en wijsheid. Altijd het proberen waard, we weet krijgen we er iets van mee ;).
We lopen verder over het oudste deel van Lutjegast, de Abeltasmanweg, liggend op een smalle zandrug. Aan deze zandrug dankt Lutjegast dan ook haar naam; ‘lutje’ betekent ‘klein’ en ‘gast’ betekent hier ‘geest’ (=zandgrond). Aan het eind van het dorp ligt de monumentale boerderij Rikkerda. De in 1848 gebouwde boerderij met een voorhuis uit 1860 staat nog steeds naast het vroegere perceel waar de borg Rikkerda stond. Deze boerderij gold als een van de grootste in het Westerkwartier. Sinds 1978 is het een rijksmonument en, na een verbouwing, sinds 2004, is het in gebruik als bed & breakfast.
De borg Rikkerda werd gebouwd in 1675, maar werd aan het begin van de 19e eeuw gesloopt nadat het werd gekocht door een houtkoper uit Warfhuizen. In 1836 verkocht deze houtkoper 23 bunder van de landerijen, waarna de boerderij werd gebouwd die dus dezelfde naam kreeg. Alhoewel de gebouwen op de gronden van het huidige Rikkerda al eeuwen de naam ‘Rikkerda’ dragen, is er van een familie Rikkerda maar weinig bekend. Sommige bronnen zeggen dat de Abt van Gerkesklooster grond heeft verkocht aan Reynardus Ryquerda (een landmeter uit Oldekerk) die hier zou hebben gebouwd.
We lopen rondom de huidige boerderij, over het Rikkerdapad, en lopen via het veld richting De Baak, een kunstwerk van Rob Schrefel, dat officieel ‘Compositie in majeur’ heet, maar lokaal beter bekend is als De Baak. Het woord ‘baak’ heeft meerdere betekenissen. Het meest bekend is de term als aanduiding voor een markering in het land, een punt waarop je je oriënteert: een baken. Dat is precies wat het is. Het kunstwerk van zwerfkeien, in 2006 geplaatst in het kader van de herdenking van 400 jaar handelsbetrekkingen tussen Nederland en Australië, staat op een plek waar het letterlijk een baken in het landschap is. Het ligt op het noordelijkste puntje van een uitloper van het Drents Plateau, waar de mensen vroeger op de hoge gronden aan de rand van de Lauwerszee woonden. Een mooie herinnering en een eerbetoon aan vroegere zeevaarders.
Ondertussen wordt het (Abel Tasman) pad steeds verrassender, overal groen soms behoorlijk nat en met, typisch voor het coulissenlandschap, steeds andere doorkijkjes.
Het is slechts een korte wandeling vandaag, dus voordat we het weten lopen we over de Caspar de Roblesdijk. Caspar de Robles was de (Spaanse) stadhouder van de drie noordelijke provincies van 1573 tot 1576, aan het begin van de 80-jarige oorlog. Hij liet een verbindingskanaal graven om een handelsroute tussen Leeuwarden en Groningen te realiseren; het Caspar de Roblesdiep. Zijn naam bleek voor veel mensen echter zo onuitspreekbaar dat het in de volksmond al snel werd verbasterd tot het Kolonelsdiep. Of zat hier toch wat anders achter?
Even later lopen we al in de fraaie ‘Notoaristuun’ van Grootegast, die notaris Hofstede in 1884 achter zijn woning aan liet leggen. Een mooi besluit van een wandeling die vooral verliep in de voetsporen van………






















































