Wandelen is even alles loslaten

Knp: 87-40-85-51-50-61-63-3

De term ‘unwind your mind’ (ontspan je geest) trekt mijn aandacht. De theorie daarbij is dat je daarvoor ‘uit je hoofd en in je lichaam’ moet gaan, want leven in je hoofd betekent dat je constant in gedachten bent, waardoor je minder luistert naar je gevoel en wat je in je lichaam ervaart. Dat klinkt op zich bekend. Ook ik ben tijdens het wandelen zeker geneigd om in gedachten een ‘to do’ lijstje af te vinken of een situatie en/of een gesprek nog eens te ‘herkauwen’, situaties die eigenlijk respectievelijk in de toekomst en het verleden behoren. Je lichaam is, in tegenstelling tot je geest, wel altijd in het hier en nu en door contact te maken met wat je in of met je lichaam ervaart, ben je dus automatisch in het huidige moment. Belangrijk omdat juist dat ervoor zorgt dat je stresshormonen afnemen en je bloeddruk daalt. Dat wordt de uitdaging van vandaag. Een leeg hoofd en rustig bewegen om te ontspannen en weer op te laden, want deskundigen zeggen dat het niet de stress is die mensen onderuit haalt, maar het tekort aan herstel. Door het constant ‘aan’ staan, raak je uitgeput. Iets om rekening mee te houden, nietwaar?

We lopen vandaag van Grootegast naar Grijpskerk, een afstand van een kleine 10 km en daarmee een ‘echte’ wandeling. Een wandeling van minder dan een uur en 5 kilometer wordt ‘een ommetje’ genoemd. Wat je al niet kunt leren …..

Bevreemdend 😉 (RK)

In Grootegast zien we meteen een informatiebord waarop de geschiedenis van het ‘monster van Grootegast’ wordt verteld. Een (oud) drama om de zinnen alvast wat te verzetten. Wat was er gebeurd? De hoofdpersoon IJe Wiekstra werd in 1895 geboren als jongste van een arm gezin met vijf kinderen. Na de lagere school ging hij aan de slag als leerling-metselaar. Later verdiende hij een redelijk inkomen met voegen, klompen maken en stropen. IJe woonde lange tijd bij zijn moeder. Rond zijn twintigste leed hij aan waanvoorstellingen, waarvoor hij werd behandeld door een Groningse zenuwarts. Volgens eigen zeggen leed hij aan een ‘zenuwziekte’. In 1928 verdween IJes vriend Hendrik Wobbes achter de tralies vanwege diefstal. Niet lang daarna kreeg IJe een verhouding met Hendriks vrouw Aaltje. Hij trok bij haar in, maar ging na enkele weken toch weer terug naar het huisje waar hij met zijn oude moeder woonde. Toen de moeder na enige tijd naar één van haar andere kinderen verhuisde, trok Aaltje direct bij IJe in. Zij liet haar zes kinderen in de steek, wat voor Justitie aanleiding was om Aaltje Wobbes voor de rechtbank te dagen. Aaltje moest op 18 januari 1929 in Groningen voorkomen. Toen zij niet kwam, kreeg de burgemeester van Grootegast de opdracht om Aaltje te arresteren. Vier agenten gingen op pad om haar op te halen, maar op het moment dat de vier veldwachters verschenen, schoot IJe de veldwachters zonder pardon neer met zijn jachtgeweer. Daarna verminkte hij hun lichamen door hun keel door te snijden. Vervolgens stak IJe, inmiddels zelf gewond geraakt, zijn huis in brand. Hij bracht Aaltje naar een in de buurt wonende broer en ging zelf naar ziekenhuis in Groningen. Onderweg werd hij aangehouden. De begrafenis van de vier veldwachters werd een nationale gebeurtenis. De Groningse rechtbank veroordeelde IJe Wiekstra in april 1929 tot levenslange gevangenisstraf. Het Gerechtshof in Leeuwarden legde hem in hoger beroep twintig jaar gevangenisstraf op. In 1941 werd Wiekstra overgeplaatst van de Bijzondere Strafgevangenis in Leeuwarden naar de Rijks Psychiatrische Inrichting bij Eindhoven, waar hij enkele weken later op 45-jarige leeftijd overleed aan tuberculose.

Alles over ‘het monster’

Terwijl wij de gebeurtenissen overpeinzen, lopen we het dorp uit en de Grootegasterpolder, een voormalig waterschap (molenpolder), in. De polder, bijna 140 ha groot, maakt deel uit van de ecologische hoofdstructuur, een netwerk van natuurgebieden die door heel Nederland met elkaar zijn verbonden. In dat kader werd in 2012 gestart met de aanleg van ‘nieuwe natuur’. Het aanleggen van petgaten, poelen en natuurvriendelijke oevers en het bouwen van stuwen en dammen om zo de waterhuishouding in het gebied te verbeteren en het gebied aantrekkelijker te maken voor weide- en watervogels en andere dieren zoals libellen, salamanders en kikkers. Het is hier mooi en wijds en we nemen de tijd om de omgeving goed in ons op te nemen.

Leuk om zo informatie over het gebied te lezen…..

Verderop zien we nog een molen staan. Nadere inspectie leer dat het hier gaat om ‘de Eendracht’, een poldermolen gebouwd in 1887 speciaal voor het bemalen van de aangelegen polders. Voor de Reformatie (16e eeuw) in de Nederlanden waren het vaak kloosters die opdracht gaven tot het oprichten van molens, voor het malen van graan, maar ook voor het bemalen van polders. In protestantse streken kwam dit minder vaak voor, maar het ontstaan van deze molenpolder is onlosmakelijk verbonden met de kerkelijke geschiedenis. Het was dominee Nikolaas Westendorp (1773-1836) die in 1801 aan het begin stond van de oprichting van de Sebaldebuurster Molenpolder. Hij was een erg belezen man, maar zijn bijdragen getuigden, volgens geleerde tijdgenoten, van weinig kritisch besef. Het verhaal gaat dat de Leidse universiteit hem had benaderd voor een leerstoel, maar dat hij de aanstelling had afgewezen toen hij begreep dat zijn vrouw in Leiden haar kap met gouden oorijzers niet zou kunnen dragen. Naast predikant was Westendorp ook schoolopziener. Hij is met name bekend geworden door zijn publicaties over archeologische, oudheidkundige en godsdiensthistorische onderwerpen waaronder een geschiedenis van de provincie Groningen tot 1493, bekend als de Jaarboeken van Nikolaas Westendorp.

‘De Eendracht’ in volle glorie (RK)

De eerste poldermolen alhier werd dus in 1801 gebouwd. Nadat deze molen in 1887 afgebrand was, werd de huidige molen, die nu als ‘De Eendracht’ bekend staat, gebouwd. De Eendracht heeft tegenwoordig een functie als noodbemaling. De molen was in de periode van de Koude Oorlog ook een zogenaamde ‘BWO’-molen. BWO staat voor de wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd, een wet die ervoor dat molens in staat van paraatheid waren om op windkracht te kunnen malen in het geval de elektriciteitsvoorziening door oorlogshandelingen niet meer aanwezig zou zijn. Deze wet betekende de redding voor heel wat poldermolens. Net over de brug staat een oude gele ANWB praatpaal, die is aangepast om naar de verhalen over de molen en de omliggende polders te luisteren. Bijzonder.

Molen met praatpaal
De verleiding om te luisteren….. (RK)

We lopen verder langs de Grootegastertocht (een tocht is een afvoersloot van polderwater) richting het Van Starkenborghkanaal en verder richting Gaarkeuken. Gaarkeuken zou zijn naam te danken hebben aan één van beide herbergen die vroeger bij de sluis in het Kolonelsdiep stonden, zo’n 2 km ten zuiden van de huidige sluis, waar schippers een warme maaltijd konden halen. Dit stuk Kolonelsdiep is opgegaan in het Van Starkenborghkanaal dat op haar beurt weer een onderdeel is van de 119 km lange ‘aorta van het noorden’. Het Van Starkenborghkanaal is in 1938, grotendeels met de hand, aangelegd in het kader van de werkverschaffing. Dankzij doorlopende vernieuwing en opwaardering voldoet deze waterweg aan de op één na hoogste categorie van Europese waterwegen. Alleen bij de grote zeehavens zijn de kanalen breder en dieper.

Langs het Van Starkenborgkanaal (RK)
Een helpende hand

De huidige schutsluis in Gaarkeuken is in de jaren 1975-1980 aangelegd en kostte destijds 20 miljoen gulden, ongeveer tweemaal zoveel als het graven van het hele Van Starkenborghkanaal! Voor de bouw van de nieuwe sluis moesten vijf sluiswachterswoningen afgebroken en 575 bomen gekapt worden. De sluisdeuren, elk met een gewicht van 27 ton, zijn voorzien van openingen met schuiven voor het nivelleren van het waterpeil in de sluiskolk. Het nivelleren kost ongeveer 6 minuten, het sluiten en openen van de deuren ongeveer een minuut. Op het moment dat wij er langs lopen ligt er geen groot binnenvaartschip in de sluis, maar je kunt je wel voorstellen dat het een machtig gezicht is wanneer je er zo vlak voor staat. Toch heel anders dan wanneer je het vanuit een rijdende auto bekijkt.

Gaarkeuken (RK)

Dit is bekend terrein voor ons. Nog even over het spoor en dan het laatste stukje richting het centrum van Grijpskerk.

Station Grijpskerk (RK)

Het was weer een heerlijke wandeling! ‘Unwind your mind’ is vandaag zeker gelukt.

Het andere Friesland

Wanneer je denkt aan Friesland, dan denk je waarschijnlijk meteen aan Friese Meren, zeilen, schaatsen en Leeuwarden. Misschien zijn bossen wel het laatste wat je in Friesland verwacht en toch zijn ze er …… in het ‘Andere Friesland’. Daar vind je eeuwenoude bossen en statige landgoederen. Met koninklijke allure! Zo ook in Beetsterzwaag (Beetstersweach), het mooie, karaktervolle dorp met statige herenhuizen en omringd door oude eiken en beuken, waar we vandaag onze wandeling beginnen.

Eeuwenoude bomen

In de bekende Hoofdstraat zien we prachtige historische panden. Deze panden van drieënhalve eeuw oud, zijn de stille getuigen van de adel die het dorp in de 18e en 19e eeuw bewoonde. Beetsterzwaag was vroeger een dorp met aanzien. Niet voor niets wordt het ook wel het ‘Wassenaar van het Noorden’ genoemd. De tuinen bij de landgoederen, ooit dus slechts voor enkelen, staan nu open voor iedereen.

Veel groen

Wij starten tegenover het monumentale pand Lyndensteyn, wat tegenwoordig een revalidatiecentrum is. Het is in 1821 gebouwd voor de grietman (rechter, bestuurder) van Opsterland; Frans Godaert Baron van Lynden. Huize Lyndensteyn dankt haar bestaan aan freule Cornelia Johanna Maria van Lynden, de kleindochter van Frans Godaert die met haar ouders in de zomermaanden op Lyndensteyn woonde. Cornelia was begaan met het lot van de zieke en minder bedeelden in Beetsterzwaag en omgeving. In 1880 overleed ze op twintigjarige leeftijd aan tuberculose. Ter nagedachtenis werd Huize Lyndensteyn en de bijbehorende bezittingen ondergebracht in de Cornelia Stichting met als doel: het kosteloos opnemen van zieke, gebrekkige of behoeftige minderjarige kinderen. Vanaf 1915 werd Lyndensteyn een kinderziekenhuis en in 1958 werd besloten het kinderziekenhuis om te vormen tot een revalidatiecentrum voor kinderen omdat het gebouw was verouderd en niet meer voldeed aan de eisen van die tijd. Al met al is er een hele geschiedenis aan dit gebouw verbonden.

Het informatiebord van ‘de overtuin’

Het tegenover Huize Lyndensteyn liggende park is een zgn. overtuin, omdat het aan de overzijde van de straat ligt. Oorspronkelijk was het een park in Franse stijl, maar na 1832 kreeg de tuin een ander aanzicht door een ontwerp van de beroemde tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851). Zijn stijl was gerelateerd aan de Engelse landschapsstijl en kenmerkt zich door romantische, ronde vormen, slingerpaden en een schijnbaar oneindig doorlopende vijverpartij. Deze elementen zie je hier ook zeker terug. De tuin eindigt op een kunstmatige heuvel recht tegenover Lyndensteyn, waar zich oorspronkelijk een zomerhuis bevond. Rondom de vijver loopt een wandeling in de vorm van een slingerend pad waar aan weerszijden nog enkele oude linden staan die tot de eerste aanleg behoren. Inmiddels is de tuin erkend als een rijksmonument. Vandaag wordt er druk gewerkt aan herstel van een bruggetje, waardoor we alleen rechts van de vijver kunnen wandelen. De tuin is zeker de moeite waard.

Terugblik over de vijver naar Huize Lyndensteyn

We slingeren verder ‘langs de randen’ van Beetsterzwaag waarna we uitkomen op de landerijen die bij landgoed Lauswolt horen, genoemd naar de oorspronkelijke bezitters, de familie Lauswolt. In de loop van de 19e eeuw kwam het landgoed in het bezit van Augustinus Lycklama à Nijeholt, zoon van de burgemeester van Beetsterzwaag, die in 1867 de opdracht gaf om op het landgoed een herenhuis te bouwen. Hij heeft er zelf maar betrekkelijk kort gewoond, want na zijn huwelijk in 1872 vertrok hij vrij snel met zijn gezin uit Beetsterzwaag. In 1878 verkocht hij het landgoed aan Reinhard baron van Harinxma thoe Slooten voor de som van 100.000 gulden. Ter vergelijking f 100,- toen is bijna € 1.600,- nu. In 1954 kwam het landgoed Lauswolt in het bezit van de Algemeene Friesche Levensverzekering Maatschappij, waarop het tot een hotel werd gemaakt. Het hotel werd in 1990 verkocht aan de Bilderbergroep. Grappig weetje: op één van de boerderijen van het landgoed heeft acteur Rutger Hauer gewoond.

Even pauze

Beetsterzwaag kreeg landelijke bekendheid met het landgoed en hotel Lauswolt als de ‘geheime’ locatie voor de besprekingen die uiteindelijk leidden tot het kabinet Balkenende IV begin 2007. Het was de bedoeling om deze locatie geheim te houden, maar die lekte op de eerste dag al uit…….

Ook staat Lauswolt bekend om de ernaast gelegen 18-hole golfbaan, gelegen midden in de natuur, waar druk gebruik van wordt gemaakt als wij erlangs lopen.

Fraai gelegen midden in de natuur
Wat we hier mogelijk kunnen zien ……..

Even later slaan we een zandweg met fietspad in waar we de Lippenhuisterbrug oversteken. Het pad loopt langs de Lippenhuisterheide, een uitgestrekt natuurgebied. Het overgrote deel is eigendom van de familie Van Harinxma thoe Slooten. In het gevarieerde gebied komen zowel natte als droge heideterreinen voor, afgewisseld met bomen en struiken. Grote natte delen zijn begroeid met gewone dopheide, terwijl op de drogere plaatsen kraaiheide en stekelbrem groeien. De heide staat al een beetje in bloei. Helaas zien we er niet zoveel van vanwege de bomen en struiken die tussen de heide en ons pad staan. Bovendien moet ik toch eens opzoeken hoe kraaiheide er precies uit ziet, want ik betwijfel of ik het wel zou herkennen.

De ‘gewone’ dopheide
Bloeiende kraaiheide (foto internet)

De vroegere vervening van dit gebied is nog te zien door de in de heide aanwezige sloten en greppels. Zo komen we op een gegeven moment uit bij de Compagnonsfeart, een vaart die tussen 1630 en 1680 is gegraven om de turf, toen zeer waardevolle brandstof, te kunnen vervoeren. In deze omgeving vind je vele rechte kanalen met (ooit) hele armzalige huisjes langs de oevers. Het was hard werken voor een karig loon! Tegenwoordig zijn de huisjes van toen vervangen, maar het kanaal en de vele zijkanalen (wijken), die er haaks opstaan en nodig waren voor de afvoer van turf en de afwatering van het natte hoogveen, zijn stille getuigen van de wereld van weleer. 

Ons eindpunt van vandaag is een sluis in de Opsterlandse Compagnonsvaart bij het dorp Hemrik in de buurschap Hemrikverlaat. Er staat een sluiswachterswoning bij die uit ongeveer 1880 dateert. De sluis werd in 1755 volledig van hout gebouwd, maar werd in 1902 vervangen door het huidige stenen verlaat (= kleine sluis). Het verval is 0,89 meter en de sluis wordt (nog steeds) met de hand bediend. Op het moment dat wij bij de sluis staan te kijken, wordt deze net handmatig gesloten voor de nacht. Het werk voor vandaag zit erop. De man vertelt dat hij toch regelmatig dagen meemaakt dat er zo’n 30 boten langskomen, hoewel dat niet wil zeggen dat hij de sluis zo vaak moet bedienen :). Hij blijft er fit bij, want het moet allemaal wel met spierkracht ….. en beleid.

Ik ben benieuwd wat het andere Friesland ons de volgende keer te bieden heeft.