Jacobspad: ‘photo walk’ Groningen (stad)
Het is deze dagen erg wisselvallig weer, waarbij enorme regenbuien afgewisseld worden met haast letterlijk ‘een regen van zonnestralen’. Het refrein van het nummer ‘het regent zonnestralen’ (Acda en De Munnik) betekent eigenlijk heel wat anders, maar het doet mij denken aan het weer van vandaag als ik om me heen kijk en de zonnestralen door de dikke donkere wolken in banen omlaag zie stralen.
We besluiten een ‘photo walk’ door de stad Groningen te maken. Dit onderdeel van het Jacobspad is tenslotte te leuk om over te slaan en bovendien staat de stad bekend om haar bijzondere historische kerken, die al eeuwenlang de skyline van de stad bepalen. Daarnaast zijn er nog de vele hofjes en gasthuizen, zoals b.v. het Jacob en Annagasthuis uit 1494, genoemd naar de heilige Anna (moeder van Maria) en de heilige Jacobus.
Een gasthuis is het Groningse equivalent van wat in andere steden vaak een hofje of een convent wordt genoemd. In de Middeleeuwen was een gasthuis vooral een huis waar zieken (pestlijders), armen en pelgrims werden opgevangen. De verhalen over de pelgrims van vroeger zijn bekend. Waarom ze op reis gingen, was vaak wel duidelijk, waarbij boetedoening één van de belangrijke redenen was. Wanneer je iets verkeerds had gedaan en je bleef daarmee doorlopen, dan kon je zomaar (na je dood) in het hellevuur komen en gemarteld worden door allerlei afgrijselijke duivels. Je kon dit echter als het ware afkopen door een pelgrimsreis te maken en onderweg alle mogelijke heiligen aan te roepen. Eenmaal in Santiago kon je je dan tenslotte rechtstreeks tot Jacobus te wenden en daar had je heel veel voor over. Je kon natuurlijk ook op (pelgrims)reis gaan, wanneer je iets heel graag wilde, zoals b.v. een genezing of een kind. Je hoorde toen zoveel wonderverhalen, dat een pelgrimstocht absoluut tot de mogelijkheden behoorde in een poging om zo’n diepe wens te vervullen. Tenslotte had je nog die pelgrims die bij een veroordeling als straf naar Santiago werden gestuurd. Ik heb gehoord dat er voor verschillende misdrijven bijbehorende straffen stonden. Voor diefstal, voor overspel en voor moord respectievelijk 1, 2 of 3 jaar op pelgrimage. Dan waren ze er in ieder geval mooi een tijdje vanaf. Zowel een biechtvader kon een bedevaart als boetedoening opleggen, de uitvoering was dan een voorwaarde voor vergeving, als ook een wereldlijke rechter. Er zat wel altijd een element van fysieke beproeving in; een lange afstand, blote voeten etc. Hoe het ook zij, in de stad was het voor een pelgrim vast en zeker geen probleem om een goede slaapplaats te vinden.
De wandeling voert ons van de Reitdiepskade, over de Visserbrug (waar nu tijdelijk een noodbrug ligt) naar de Noorderhaven en via de Vijfde Drift, het Gasthuisstraatje, De Laan, de Uurwerkersgang naar het Academiegebouw, waar we bij Mr Mofongo op het terras genieten van een cappuccino met iets lekkers erbij. Hoewel de lucht steeds donkerder wordt, blijft het (voorlopig) droog.

We lopen verder door de Rode Weeshuisstraat, via de Oude Ebbingestraat naar de Jacobijnerstraat en Kattenhage om uit te komen in de Prinsentuin. Net op tijd want de hemelsluizen openen zich fel en krachtig. Hoewel de loofbogen (of berceaus) niet echt afdoende zijn als bescherming, vangen ze voor ons wel de ergste regen op.
Het is gelukkig snel weer droog en we vervolgen onze wandeling via de Turfstraat naar de Gardepoort van het Martinikerkhof. Tot nu toe is het echt genieten van mooie stukjes stad.
Het wordt tijd om de nieuwste aanwinst van Groningen, het Forum, in de wandeling op te nemen. Overal om ons heen zien we mensen die familie of vrienden ‘hun’ stad van bovenaf laten zien. Ook voor ons is het telkens weer verrassend, helemaal als we d’Olle Grieze’ in de wolken weerspiegeld zien. Een uniek plaatje!
We zijn alweer op de helft van onze ‘foto-loop’ en tot zover gaat het goed zowel met mijn knie als met mijn fototoestel. Allebei belangrijk nietwaar? In de Oosterstraat doen we even snel een paar boodschappen voor onze diverse projecten en slaan dan af naar de Papengang waar aan weerszijden van de smalle steegje prachtige muurschilderingen zijn aangebracht. ’s Avonds wordt het straatje tegenwoordig ook goed verlicht, waarmee het een echte aandachtstrekker is geworden; van smoezelig steegje tot aantrekkelijke achterafstraat. We komen uit in de Peperstraat, waar zich het oudste gasthuis van de stad bevindt: het Pepergasthuis (of Geertruidsgasthuis) gesticht in 1405. Het werd genoemd naar Sint Geertruid, de beschermheilige van pelgrims en reizigers. Een verstilde plek midden in het drukke centrum.
Via de Steentilstraat komen we uit op de Rademarkt en de daarbij behorende Radesingel. Hier ook weer een gasthuis (Anthony gasthuis) met daar tegenover de st. Jozefkerk. De officiële naam van de kerk is overigens de Kathedrale kerk van de H.H. Martinus en Jozef. Voor de ligging van deze katholieke kerk werd gekozen voor de zuidoostkant van de stad omdat hier net een wijk in aanbouw was (de Oosterpoort), speciaal voor arbeiders. Vandaar dat de kerk werd genoemd naar St. Jozef, timmerman en patroon van de werklieden. De bijnaam van de toren is dronkemanstoren omdat door de zeshoekige vorm vanuit elke positie twee klokken zichtbaar zijn.
Via de singels lopen we naar het Groninger museum voor een lunch en passen we onze wandeling nadien weer een beetje aan om langs en door het verbouwde station te lopen. Het wordt beslist grootsteeds al is het nog niet helemaal klaar.
Rest ons nog de Ganzevoortsingel en de Museumbrug, waarmee we aan het einde zijn gekomen van een foto loopje door de ons al zo bekende stad. Grappige ontdekking (voor ons) is dat er aan het begin van de Ganzevoortsingel een Russisch-Orthodoxe kerk staat. Deze parochie in Groningen is in ons land een van de zes Russisch-Orthodoxe kerken (inclusief twee kloosters) onder de Moskouse jurisdictie. Deze kerk is gevestigd in een historisch pakhuis uit 1896 dat gebruikt werd voor de opslag van pinda’s. De voorgevel valt op door drie mozaïeken: rechts een afbeelding van Christus, links de Moeder Gods en boven de ingang een kruismozaïek met twee duiven en de Griekse letters Alfa en Omega, de eerste en de laatste letter van het klassieke Griekse alfabet. In bijbelboek Openbaring zeggen zowel God als Christus ‘Ik ben de Alfa en de Omega.’ Oftewel: ik ben het begin en het einde. Bijzonder toch?
Toelichting bij de titel:
‘Oh, oh, oh, even rustig ademhalen
Oh, oh, oh, lijkt of het regent als altijd
Maar het regent en het regent zonnestralen’
(Refrein ‘het regent zonnestralen’ van Acda en De Munnik)
In dit nummer blijkt dat Herman heeft besloten zijn hart te volgen. Dezelfde Herman zit een paar dagen later op een terras in Frankrijk. Iedereen denkt dat hij overleden is doordat de man die zijn auto gekocht heeft een ongeluk heeft gekregen. Herman kan eindelijk toch zijn dromen achterna.






















