‘SCHULDIG LANDSCHAP’ (Drenthepad)

Drenthepad: kaarten 53 & 54

We lopen vandaag voor een groot deel door een zogeheten ‘schuldig landschap’, een term bedacht door de Nederlandse kunstenaar Armando (1929-2018) die zelf van dichtbij de verschrikkingen van en rondom een concentratiekamp heeft meegemaakt. Hij verbaasde er zich over dat de natuur tegelijkertijd zo onverstoorbaar bleek voor dit menselijke leed. Zijn aanduiding ‘schuldig landschap’ is geïntroduceerd (en zelfs opgenomen in de Dikke van Dale) ter aanduiding van ‘een lieflijk of fraai ogend landschap waar zich in het verleden niettemin vreselijke gebeurtenissen hebben voltrokken’. 

Mystieke omgeving (RK)

We beginnen in Elp en lopen dwars door dit kleine dorp richting Boswachterij Schoonloo, waar de herfst inmiddels flink haar kleuren laat zien. Volgens de website is het hier heerlijk stil en daarmee een weldaad voor mensen die van rust houden. Het is hier inderdaad stil en haast intiem, helemaal omdat de mist nog niet helemaal is opgetrokken. De woorden ‘witte wieven’ spelen meteen door mijn hoofd, dat heeft toch te maken met mist? Vroeger geloofden ze in Nederland absoluut in de witte wieven omdat ze in verband werden gebracht met de opdwarrelende mistflarden, net ontstane mist die door de wind van plaats verandert, uit het drassige land. Het geloof in witte wieven stamt waarschijnlijk al uit de Germaanse tijd. Vrouwen die de gaven van waarzegging en toekomstvoorspelling bezaten, werden toentertijd geëerd. In verschillende landen kregen de dames ietwat verschillende karakteristieken. In Engeland werden ze veelal beschreven als geesten: vrouwelijke spookgedaantes gehuld in witte sluiers. Ze droegen witte kleding en zweefden rond bij hun graf. In Nederland kregen de witte wieven daarnaast karakteristieken mee die ook aan elven of heksen werden toegedicht. De wieven woonden ook hier vaak in de grafheuvels, maar hier werkten ze ’s nachts op het land van de boer in ruil voor een beloning. Het was algemeen bekend dat de witte wieven dol waren op pannenkoeken en als de boer ’s avonds een schotel met deze traktatie op zijn land liet staan was de volgende dag al het overgebleven werk afgemaakt. Dat waren nog eens tijden…….

Zo’n ‘mist web’ valt altijd op

De herfstkleuren om ons heen variëren inmiddels van goudgeel en oranje tot rood, bruin en zelfs variaties in groen, zeker door de vele dennen onderweg. Veel dennen zijn echter ook geel getooid, terwijl ik altijd heb gedacht dat juist dennen het hele jaar door groen blijven. Ik lees en leer dat dennennaalden geel worden door een natuurlijk vernieuwing. Het jaarlijkse biologische proces van ‘naald vervanging’ vindt inderdaad in de herfst plaats, maar in dit proces moeten de jonge takken van de boom wel de gebruikelijke groene kleur hebben. Dat is om ons heen lang niet altijd het geval. We zien complete dennen, volop in de naald, maar werkelijk helemaal geel. Deze dennen kunnen last hebben van een gebrek aan mineralen (arme grond), waardoor de naalden minder groen kleuren en de fotosynthese afneemt. Ter verduidelijking: fotosynthese is het proces waarbij planten water en koolstofdioxide, onder invloed van energie uit licht, omzetten in zuurstof en glucose (suiker). De boom heeft dus te weinig voedingsstoffen om alle naalden in leven te houden en laat zijn naalden afsterven in een poging de stam en de wortels in leven te houden. Het resultaat geeft gele dennen. Niet zo gezond, maar zeker mooi in het geheel plaatje. Geel (goudgeel) als kleur maakt je immers vrolijk, positief en sterk. Kleuren in hetzelfde spectrum, t.w. oranje en rood zijn respectievelijk de kleur van levenslust en vitaliteit en de kleur van warmte, vuur en passie. Geen wonder dat een wandeling temidden van deze kleuren je zoveel energie geeft. Bruin helpt je met je beide benen op de aarde te staan en niet al teveel te denken. Het helpt je het leven simpel en zonder ruis te houden. Donkergroen tenslotte geeft kalmte, het gevoel van zen zijn en het leven verstillen. Dat zijn beslist een fijne toevoegingen. Het hele kleurenpalet is rondom aanwezig en maakt dat we vaak even stilstaan om elkaar op mooie ontdekkingen of een fraai samenspel van kleuren te wijzen. Volgens sommigen (de meer spirituelen onder ons) kun je de energie van de herfst vergelijken met de energie van een zonsondergang of van een afnemende maan. Het proces van de uitgaande zomer energie (yang) naar de ingaande herfst energie (yin) is nog volop in beweging, maar automatisch zijn we allemaal al iets meer naar binnen gericht; zowel letterlijk als figuurlijk. Yin energie is ontvankelijk, kalm en verbonden met de aarde en daarmee anders dan de meer naar buiten gerichte energie (Yang) die ons aanzet tot actie. De yin energie van de herfst brengt de focus naar wat je voelt en denkt. Naar je onderbewustzijn en je intuïtie. Naar alle dingen in jou die niet meteen zichtbaar zijn voor de buitenwereld. 

Goudgele accenten (RK)
Prachtig oranje

Deze overpeinzingen gaan een eigen leven leiden zodra we aankomen op het terrein van de radiotelescopen waar alle communicatiemiddelen moeten worden uitgeschakeld vanwege ongewenste straling. Het duurt nog een tijdje voordat we de 14 parabolische antennes, elk met een doorsnede van 25 meter, daadwerkelijk zien, maar om hun werk goed te kunnen doen, moeten ze in alle stilte ons zonnestelsel en de Melkweg afzoeken naar radiogolven. De WSRT (Westerbork Synthese Radio Telescoop), één van de grootste radio observatoria ter wereld, staat in oost-west richting opgesteld over een totale lengte van bijna drie kilometer. Tien schotels hebben een vaste positie, de vier oostelijke schotels zijn verrijdbaar over een spoor. Door de radiogolven van de afzonderlijke schotels met elkaar te laten interfereren kan een telescoop met een diameter van 2,7 kilometer worden nagebootst. De WSRT is op zijn beurt weer onderdeel van een groot Europees netwerk van radiotelescopen: JIVE, het Joint Institute for Very Long Baseline Interferometry in Europe opgericht in 1993. Imposant! 

Een ongewoon bord (RK)
Veertien radiotelescopen op een rij (RK)

We beseffen ons ook dat we hier langzamerhand lopen in het ‘schuldige landschap’, zoals beschreven door Armando. Aan de natuur kun je niet aflezen dat er tijdens WOII vanuit Westerbork ruim 100.000 joden, 245 Roma en Sinti en tientallen verzetstrijders zijn gedeporteerd. Kamp Westerbork, nu omsloten door bossen, lag tijdens de oorlog in een kaal, ruig, modderig, desolaat landschap. Dit kamp werd, al voor de Duitse bezetting, in opdracht van de Nederlandse regering gebouwd. Zeker na de ‘Kristallnacht’ in 1938 was er een grote stroom vluchtelingen op gang gekomen, waarop de regering besloot een centraal kamp te bouwen voor de opvang van deze vluchtelingen. Aanvankelijk was het de bedoeling het kamp te bouwen rond Elspeet op de Veluwe. Met name het protest van koningin Wilhelmina woog zwaar, zij wilde geen kamp vlakbij Paleis Het Loo in Apeldoorn. Uiteindelijk werd gekozen voor het terrein dat we nu betreden. Saignant detail is dat het geld voor de bouw grotendeels moest worden betaald door de Joodse gemeenschap in Nederland.

Het einde van de spoorlijn
Het huis in de glazen stolp (RK)

Het eerste wat we zien bij het betreden van het voormalige kamp is het monument met de twee omhoogstaande, omgekrulde spoorstaven op 97 bielzen. Deze bielzen verwijzen naar de 93 transporten vanuit Westerbork en vier transporten vanaf andere locaties uit het land. ‘De kampbewoners leefden van ‘dinsdag tot dinsdag’, van transport tot transport. Dat duurde tot 13 september 1944. Toen vertrok de laatste trein met 279 personen naar Bergen-Belsen.’ De meeste treinen reden naar Auschwitz. Andere transporten gingen naar Sobibor, Theresienstadt, Bergen-Belsen en (een veel kleiner aantal) naar de kampen Buchenwald en Ravensbrück. Ergens anders op het terrein is voor elk kamp een teken opgericht met daarop de aantallen gedeporteerden en slachtoffers. We lopen dwars door het kamp en zien overal aanwijzingen en informatie over wat zich hier heeft afgespeeld. Zo zien we twee gerestaureerde goederenwagons, waarin het hele jaar door de namen en leeftijden van de gedeporteerden te horen zijn. We lopen langs de bewaard gebleven woning van Alfred Konrad Gemmeker, de bekendste commandant van Kamp Westerbork. Het groene huis is nu ‘ingepakt’ in glas ter bescherming (een huis met een stolp) wat een surrealistisch beeld oplevert. Vanwege de slechte staat mag het publiek de commandantswoning niet in, maar al dat glas nodigt uit nadere inspectie……. Het huis werd ooit gebouwd als een tijdelijke woning. Volgens de restaurateurs was het echter wel een erg luxe huis voor een tijdelijke woning, want het had een eigen rioleringssysteem, warm en koud water, een apart toilet, een verwarming en zelfs een lampjessysteem voor de bedienden. Een monument wat zeker de aandacht vraagt bevindt zich op de vroegere appèlplaats van het kamp. Hier staan 102.000 stenen; één voor iedere jood, zigeuner of verzetsstrijder die werd gedeporteerd en niet terugkwam. Het is een indrukwekkend gezicht en het geeft een beklemmend gevoel door de enorme hoeveelheid steentjes, de vele gedenkkeitjes (naar joods gebruik) en de foto’s die elke rij een persoonlijke tint geven.

Een detail (RK)

We lopen stil en onder de indruk verder langs de lange weg richting het herinneringskamp oftewel het museum wat ongeveer 3 kilometer verderop ligt. Langs de weg staan op gelijke afstand van elkaar palen met bordjes. Op elk bordje staan de details van een transport dat vertrok uit het kamp: de bestemming, de datum en het aantal mensen. Confronterend om kilometers lang elke paar meter zo’n paal te zien.

Confronterend

Ons pad buigt af het bos in en we vervolgen onze weg over het Melkwegpad. We starten met de zon en zien meteen diverse volgende blauwe borden langs het pad verderop. Het Melkwegpad is namelijk op schaal, de looptijd van planeet naar planeet is in verhouding met de daadwerkelijke afstand. Meer naar het eind is het soms een eind lopen naar de volgende planeet, het lopen geeft inderdaad een goed besef van de afstanden. Onderweg lopen we eveneens langs het ‘Bos van de Toekomst’. Hier kunnen mensen een boom planten ter herdenking aan een overleden dierbare of als markering van een geboorte, huwelijk of jubileum. Bordjes bij de bomen geven een korte toelichting. Inmiddels begint het donker te worden, we hebben geen rekening gehouden met de net ingevoerde wintertijd. Gelukkig komt Pluto in zicht, de laatste planeet die inmiddels een dwergplaneet wordt genoemd. Tot voor kort waren er negen planeten: Aarde, Mars, Mercurius, Venus, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Pluto wordt sinds augustus 2006 een dwergplaneet genoemd omdat hij deel uitmaakt van een zeer grote familie van ijsdwergen in de Kuipergordel (naar de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper). De Kuipergordel is een gordel van vele miljarden komeetachtige, uit steen en ijs bestaande objecten voorbij de baan van de achtste planeet van het zonnestelsel, Neptunus. Een planeet kun je nu aan verschillende eigenschappen herkennen: een baan om de zon en geen energie productie. Dit betekent dat hij geen licht geeft, zoals een ster. Verder is een planeet bolvormig en is het geen maan. Een dwergplaneet heeft bijna dezelfde eigenschappen. Het enige verschil is dat planeten geen andere hemellichamen op hun baan hebben en dwergplaneten wel. Misschien ten overvloede: Pluto heeft veel hemellichamen om zich heen, vandaar een dwergplaneet. 

Het begin van het Melkwegpad
Een informatieve wandeling

Het is langzamerhand behoorlijk donker geworden en we moeten nog een stukje op de fiets om de auto te bereiken. Normaal gesproken is dit geen probleem en vormt het zelfs een mooie afsluitende activiteit. Vandaag worden we door onze app het bos in gestuurd, waar de paden steeds smaller worden en vooral steeds natter. Dit zijn waarschijnlijk prachtige paden op de mountainbike midden op de dag, maar zo in het donker is het beslist een ander verhaal. Op een gegeven moment zijn we terug bij uitkijktoren Holmers-Halkenbroek en blijkt het fietspad verderop afgesloten te zijn.

Bovenop de uitkijktoren heb je een goed overzicht (RK)

Een ondoordachte actie doet mij languit naast het fietspad, in een modderpoel belanden. De keus om terug te fietsen naar de meer gebaande (lees bredere) paden is snel gemaakt. Negen kilometer later en door en door koud zak ik heerlijk achterover in de auto. Met de verwarming op ‘heet’, mijn stoelverwarming op ‘high’ en met de natte schoenen en sokken onder me kom ik langzaam weer tot mezelf. Het was een heerlijke dag met veel indrukken en leermomenten in dit ‘schuldige landschap’. De volgende keer moeten we alleen wat eerder op de dag beginnen zodat we voor donker weer bij de auto kunnen zijn!

GROENE HERFST (Drenthepad)

Drenthepad: kaarten 51 & 52

Hoopvol vertrekken we vandaag met de verwachting veel herfstkleuren te zien. De herfst is immers het seizoen vol kleur, waarin bladeren verkleuren van groen naar goudgeel, oranje, bordeauxrood en bruin. Wat we echter zien zijn bomen volop in het veelal nog groene blad. We hebben volgens de weermannen te maken met een groene herfst. De reden voor de trage verkleuring van de bomen dit jaar komt door de warmte deze maanden, we zitten, alweer volgens de deskundigen, momenteel in de ‘top 10’ van de warmste september- en oktobermaanden. Doordat nachtvorst uitblijft, komt de bladverkleuring heel traag op gang. Hoe dat precies zit? In de herfst maken planten en bomen zich klaar voor de winter. Terwijl de dagen korter worden, krijgen de bladeren steeds minder energie van de zon, ze maken dus steeds minder voedsel. Wel blijven ze water verdampen, maar door de kou kan de boom geen water meer opzuigen. Als de bladeren aan de boom zouden blijven zitten, zou de boom uitdrogen en uiteindelijk doodgaan. Ter voorkoming haalt de boom daarom het bladgroen en andere bruikbare stoffen uit de bladeren en zo ontstaan dan de prachtige herfstkleuren.

Toch een beetje herfst…… (RK)

We starten midden in Westerbork, zo ongeveer naast het oorlogsmonument dat de inwoners van Westerbork herdenkt die zijn omgekomen tijdens WOII. We lezen dat de sinds kort opgerichte stichting ‘Westerbork, Dorp van de Vrijheid’ zich richt ‘op activiteiten die te maken hebben met een positieve connotatie van de naam ‘Westerbork’ en op activiteiten die hun historische wortels vinden in het verleden, en dan met name WO2, maar deze willen verbinden met de toekomst. Het centrale begrip van waaruit gedacht, gewerkt en georganiseerd gaat worden is het begrip ‘vrijheid’.’ Begrippen als verzet, onschuld, vlag en strijd zijn belangrijk. Even verderop, voor het oude gemeentehuis, hebben kinderen van de basisschool in dit kader gedichten geschreven over vrijheid, zoals: ‘Vrijheid, Eindeloze verte, Meeuwen en zee, Water en wind, Gevoel van vrijheid.’  Mooi toch, je kunt je er iets bij voorstellen. 

In het teken van ‘vrijheid’
Gedichten en gedachten

Niet veel later lopen we over de Oude Groningerweg richting Orvelte. Eigenlijk is het merkwaardig dat dit landweggetje zo heet, want deze weg gaat helemaal niet richting Groningen. De historische vereniging van Westerbork vertelt dat we hier te maken hebben met een oude postkoetsroute, ‘Vroeger reed men hierover van Coevorden naar Groningen. Dat ging via Dalen, Oosterhesselen, Nieuw-Balinge en dan richting Groningen’, aldus een historicus. De weg loopt dwars door de weilanden, met een beetje fantasie is er nog wel een karrenspoor te zien. Geheel in stijl (hahaha) lopen we verder langs een historische Drentse boerderij uit de ijzertijd, althans een replica daarvan. Deze boerderij is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw gebouwd met materialen die in de ijzertijd vermoedelijk gebruikt werden. Een boerderij bestond uit een woon- en een stalgedeelte, een zogenaamd woonstalhuis. De wanden bestonden uit hout, vlechtwerk, plaggen of stro met leem. Het dak was van stro, riet, heide of hout en liep tot bijna op de grond om de warmte binnen te houden. Ernaast staat een ‘graanspieker. Een spieker, speicher of spijker is een plek waar graan werd opgeslagen. Het complete ijzertijderf alhier bestaat uit een boerderij, een spieker en een leemkuil. De materialen voor de bouw van de boerderij komen uit de omgeving, de leem uit de leemkuil een kleine 100 meter verderop. De ijzertijdboerderij is gebouwd om meer inzicht te krijgen in de materialen, gereedschappen en constructie, maar ook in het leven in de ijzertijd. Het is een bijzondere omgeving. We zien zelfs mensen elkaar fotograferen in kleding uit vroeger tijden. De schaapskudde vlakbij voegt iets authentieks aan het plaatje toe. 

Het ijzertijderf

Niet veel later lopen we over ‘het houten pad van Theodoor’, een klim- en klauterpad in de bossen bij Orvelte. Het spreekt vast en zeker tot de verbeelding van menig kind, want het is tevens een verhaaltje over een avontuurlijk varkentje ….. Theodoor. Hier kunnen de kinderen (of enthousiaste volwassenen) Theodoor horen knorren, de vogels horen fluiten en schapen laten blaten. Je kunt hier in een holle boom klimmen, muziek maken en je verstoppen in het vossenhol. ‘Challenge exepted’ :). Het pad is een wandeltocht over houten vlonders en bruggetjes. In het begin is het pad makkelijk te lopen, maar verderop wordt het steeds uitdagender. Voor de minder avontuurlijk ingestelden loopt het ‘gewone’ pad er pal naast. 

Muzikaal talent

Orvelte zelf is een compleet museumdorp dat tot de allermooiste dorpen en belangrijkste bezienswaardigheden van de provincie Drenthe behoort, aldus de website. Op het moment dat je Orvelte binnenwandelt, waan je je tientallen jaren terug. Het dorp bestaat vooral uit oude Saksische boerderijen die op redelijke afstand van elkaar staan. In het dorp, waar mensen gewoon wonen en werken, beleef je als het ware de geschiedenis aan den lijve. Zo is de smid nog regelmatig aan het werk in de smidse en kun je zien hoe de klompenmaker een blok hout omtovert tot een echte klomp.

Smid aan het werk (RK)

Zowel de smid als de klompenmaker hebben we al eerder dit jaar bezocht. Beide keren waren we de enige ‘klanten’, wat leuke informatieve gesprekken opleverde. Heb je wel eens gehoord van een ‘smokkelklomp’? Ik probeerde me een geheim vak in de klomp voor te stellen, maar slaagde daar niet goed in….. Een smokkelklomp is gewoon een omgekeerde klomp, dwz dat de onderkant van de klomp precies andersom staat, waardoor het lijkt dat je de andere kant oploopt. 

Niet alles gaat meer met met de hand (RK)
De smokkelklomp (internet)

Na een verkwikkende lunch op het dorpsplein, lopen we het dorp uit, gaan we de brug over en vervolgens linksaf langs het Oranjekanaal op weg naar het Orvelterzand. Ooit maakte dit gebied deel uit van het veel uitgestrektere heidegebied het Orvelterveld. In de loop van de tijd werd dit veld grotendeels ontgonnen en omstreeks 1950 is het Orvelterzand in zijn huidige vorm ontstaan. Het is één van de eerste natuurgebieden in Drenthe die begraasd werden met Schotse hooglanders. Al in 1987 liepen hier de eerste koeien. De winterharde Hooglanders laten, in tegenstel­ling tot heide­schapen, de bomen meestal ongemoeid, waardoor een haast parkachtig karakter, gekenmerkt door verspreid staande bomen, behouden blijft. We zijn nog maar net binnen het gebied van de ‘grote grazers’ of we zien een heel aantal op ons pad. Ze boezemen ontzag in met hun uiterlijk. We zien diverse jonge koeien en besluiten met een redelijke boog om hen heen te lopen. Voor het geval dat…….

Een parkachtig terrein
Ze passen in deze omgeving (RK)

Ondanks het feit dat de herfst nog weinig kleur aan de bomen laat zien, ontdekken we op de grond een variatie aan paddenstoelen in heel eigen kleuren. Er zijn heel veel soorten paddenstoelen, maar ze herkennen? Ik kom niet veel verder dan de (overbekende) vliegenzwam oftewel de rood met witte stippen paddenstoel, het elfenbankje en de boleet. We zien helaas weinig tot geen vliegenzwammen en als we ze al zien, zijn ze meestal beschadigd. Het lijkt wel alsof er kleine hapjes uitgenomen zijn, maar door wie dan want deze paddenstoel is toch giftig? Het blijkt dat slakken graag zwammen eten, dus ook een vliegenzwam. Daarnaast lusten muizen, konijnen, eekhoorns en ook insecten zoals kevers ook graag paddenstoelen. De vliegenzwam is minder giftig dan de meeste mensen denken, ze zijn zeker niet dodelijk. Vliegenzwammen hebben wel bijzondere stoffen in zich, die een hallucinogene of bewustzijnsverruimende werking hebben. Er zijn landen waar sjamanen of genezers bewust vliegenzwammen eten om zichzelf in trance te brengen. Zo leer je nog eens wat!

Parasolzwammen
Rodekoolzwam
Aardappelbovist
Haast zwart van kleur……dit elfenbankje (?)

Wat zien we dan wel onderweg? De grote parasolzwam op open plekken en langs de bosranden. Met een hoed van soms wel 30 centimeter in doorsnede is dit de gigant onder de paddenstoelen. Ook zien we de paarse rodekoolzwam of amethistzwam. Deze leeft vaak onder beuken en eiken en al is de paddenstoel opvallend paars, zo verscholen tussen de beukenbladeren valt hij toch niet zo een-twee-drie op. Tenslotte kunnen we ook niet om de aardappelbovist heen. Deze soort heeft geen hoed of steel, maar een bolletje dat veel weg heeft van een aardappel, zoals zijn naam al aangeeft. Er zijn verschillende soorten, maar de gele aardappelbovist is de meest algemene soort. Vaak in de buurt van eik en berk, waarmee hij net zo samenwerkt als de vliegenzwam en rodekoolzwam. Er is echt veel kleur te ontdekken als je maar goed kijkt!

TRIN FOR TRIN – stap voor stap (Denemarken)

Volgens een Indiaas gezegde word je met wandelen oud. Wandelen is namelijk een simpele maar tegelijkertijd erg effectieve manier om zowel je gezondheid, je humeur als je geest een flinke positieve oppepper te geven. Mochten dit nog niet voldoende redenen zijn om de wandelschoenen aan te trekken, realiseer je dan dat wandelen eveneens je horizon verbreedt, het verruimt als het ware je blik. Een wandeling is letterlijk iedere keer weer anders. Dat hebben we zeker kunnen ervaren de afgelopen paar dagen, waarin we zo’n 50 kilometer hebben gelopen door zeer afwisselend terrein. Allemaal in de nabije omgeving; afstand is betrekkelijk, nietwaar?

Een andere aanblik
Stand van Lønstrup in de avondzon (RK)

Als eerste was daar de wandeling in de omgeving van de vuurtoren, die met de terugblik van nu, misschien wel de mooiste wandeling op de mooiste dag van de week was. Is deze observatie de kracht van de nieuwe ervaring, de eerste indruk die dikwijls zo bepalend is? Of is dit het resultaat van de magie van de eerste vakantiedag, waardoor je alles bekijkt vanuit rust en met een frisse blik? Waarschijnlijk een beetje van beide. Uit onderzoek is gebleken dat een eerste indruk, nog meer dan we dachten, vaak blijvend is. Malcolm Gladwell (journalist) noemt dit fenomeen, van het oordeel van je hersenen in de eerste paar seconden, ‘thin slicing’. Volgens hem ‘thin slicen’ we elke keer als we een nieuw iemand ontmoeten, wanneer we ergens snel een indruk van moeten krijgen of wanneer we in een onbekende situatie terechtkomen. Die eerste indruk van Rubjerg Knude en de vuurtoren zijn voor ons beeldbepalend geweest.

De wind waait hier altijd……(RK)

Daarnaast is het algemeen bekend dat mindfulness kan helpen om meer in het hier en nu te zijn, zeker wanneer je een druk leven hebt. Wanneer je tot rust komt en je je vijf zintuigen (zien, horen, ruiken, voelen en proeven) optimaal gebruikt ben je in het moment. In ons geval zien we die weidsheid, ruiken we de zee, horen we de golven, voelen we de wind en ‘proeven’ we het zand. We ervaren zowel het geheel als de afzonderlijke elementen. We zijn later in de week op verschillende momenten en tijdstippen teruggekomen, maar die eerste ontmoeting is toch degene die ons bij zal blijven!

In de avondzon (RK)

Tijdens andere wandelingen hebben we diverse bunkers gezien. Deze bunkers maakten allemaal deel uit van de 5.000 km lange verdedigingslinie van de Duitsers in WOII ter voorkoming van een geallieerde invasie. De ‘Atlantikwall’ liep van Noorwegen, via Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot aan de grens van Spanje. Het was geen aaneengesloten muur, zoals de naam doet vermoeden. Alleen op strategische punten als haven- en riviermondingen werden verdedigingswerken gebouwd. Langs de rest van de tussenliggende kust werden op geruime afstand van elkaar verdedigingsposten gebouwd. 

Onderweg naar Grenen
Nog redelijk intact

Vlakbij Skagen, op het punt waar de Oost- en de Noordzee elkaar ‘omarmen’, mag het tegenwoordig dan heel vredig lijken, in vroeger tijden is dat wel anders geweest. Iedere keer wanneer Denemarken in oorlog was, was het van het hoogste belang de toegang tot het Kattegat alhier te beschermen tegen een vijandelijke invasie. Toegang tot het Kattegat betekende toegang tot de rest van het land inclusief de hoofdstad Kopenhagen. Toen de Engelsen Denemarken in 1807 aanvielen, werd het bevel gegeven om alle vuurtorens aan de kust te dimmen. Voor Skagen betekende dit het verduisteren van de belangrijke toegang tot het Kattegat, waardoor menig Engels schip vastliep op de riffen. Het was dermate belangrijk voor de Denen om deze vuurtoren te behouden, dat er vlakbij een militaire bunker op het strand werd gebouwd. Deze bunker staat er nu nog en is zelfs in redelijk goede staat al verdwijnt hij wel langzaam onder water. De Engelsen vonden trouwens een oplossing voor de missende vuurtoren. Ze voeren een lichtschip, de ‘Fury Bomb’ (woede bom), naar een plek net buiten de kust om hun schepen veilig naar binnen en naar de overwinning te leidden. 

Ook op het strand van Løkken liggen nog aardig wat bunkers. Ze zijn door de jaren heen uit de duinen weggespoeld en liggen nu half in zee. Tenminste op de dag dat wij hier wandelen. Normaal gesproken is het strand tussen Blokhus en Løkken, twee populaire vakantieplaatsjes, erg breed. Er wordt zelfs gezegd dat een vakantie in noord Jutland niet compleet is zonder een ritje met de auto over het strand. Vooral de rit van Blokhus naar Løkken (zo’n 20 km) is een aanrader. Ik vraag me dan meteen af hoeveel mensen dat tegelijk gaan doen en hoe zoiets dan gaat? Hebben de ‘gewone’ badgasten hier geen last van? Gelden er op het strand ook verkeersregels? Wij zullen het vandaag niet te weten komen, want in Blokhus stormt het wanneer wij er zijn. Windkracht 9 à 10 stuwt de golven tot aan de duinen omhoog. De wind staat recht op de kust. Spectaculair, dat zeker, maar er is absoluut geen ruimte overgebleven voor welke auto dan ook op het strand, laat staan voor een rit naar de badplaats verderop.

Windkracht 10 (RK)
De golven komen tot aan de duinen (RK)
Vissersboten liggen hoog op het strand vanwege de storm (RK)
Het strand is flink opgehoogd, het water zakt weer (RK)

Een dag later lopen we op het strand net boven Løkken. De wind is ondertussen iets afgenomen, al waait het nog steeds stevig, en ook de zee lijkt kalmer. We zien hoe hoog de zee gisteren is gekomen en realiseren ons hoe de zee en de wind de duinen als het ware uithollen. Waarschuwingsborden laten weten dat het gevaarlijk is om in de duinen langs de randen te lopen. Van bovenaf kun je niet zien dat de buitenste graspollen haast in de lucht lijken te hangen. Slechts zijwaartse wortels houden die graspollen (nog) op hun plaats. Door de erosie van de duinen ligt een aantal van de bunkers nu op het strand of in de branding in plaats van in de duinen. De kracht van de natuur blijft indrukwekkend!

Bunkers in zee gespoeld (RK)
Van dichtbij (RK)

Sowieso is de natuur hier ruiger, krachtiger en anders dan wij kennen. Noord-Jutland is, zoals ondertussen waarschijnlijk wel duidelijk is, de regio van het zand. Je vindt er zandduinen, zandstranden, hele gebouwen die worden opgeslokt door stuifzand. De stranden zelf zijn overwegend zoals bij ons in Nederland, al zie je op sommige plaatsen vooral stenen i.p.v. schelpen op het zand. Het grote verschil is dat de stranden hier veelal zijn omgeven door een woest duinlandschap met hoge duinen (tot 70 meter!) dicht begroeid met heide, rendiermos, hoge duinrozen of met een dicht bos waarin bomen naar alle kanten groeien. De wind drukt overal haar stempel op. Boomtoppen buigen eensgezind landinwaarts en nieuwe duinen worden op het strand gevormd terwijl elders duinen gedeeltelijk instorten. Doordat Denemarken omgeven is door zeeën, is het land gevoelig voor wind, met name in de herfstmaanden. De windkracht in de kustgebieden kan oplopen tot windkracht 10 of 11 en in extreme gevallen tot orkaankracht 12. Je voelt je nietig temidden van alle aanwijzingen veroorzaakt en tot stand gekomen door met name water en wind. 

Duinen tot wel 70 meter (RK)
Langs kleine ‘geitenpaadjes’ (RK)
Haast verdwenen in de grassen (RK)

Soms zie je onderweg bijzonderheden, die je nog nergens anders hebt gezien. Op een open plek tussen bos en duinen zien we opeens de Østerklit Stokmølle, de laatste nog werkende ‘dakmolen’ in Denemarken. Een dakmolen is eigenlijk gewoon een standaardmolen, maar dan bovenop een dak van een schuur of van het woonhuis zelf. Ze kenden meestal maar een kortstondig bestaan. Hun voordeel (hoog en goed in de wind) vormde tegelijkertijd ook hun belangrijkste nadeel (ze werden na verloop van tijd letterlijk stuk gerammeld). Was de bouwer of gebruiker overleden, dan geraakte de molen vaak in onbruik. Hier is de oude boerderij afgebroken, palen laten zien waar deze ooit gestaan heeft, maar het stallen- en schuren complex met de dakmolen is bewaard gebleven en toegankelijk voor bezoekers. 

Een verrassing tussen bos en duin

Al wandelend op ontdekkingsreis; lad gåturen tale! (let the walking do the talking!). Trin for trin!

DEN SPIDSE HAT – de puntmuts (Denemarken)

Nordjylland kent verschillende bezienswaardigheden waar Skagen er eentje van is. Skagen, de meest noordelijke plaats van Jutland, lag oorspronkelijk aan het Skagerrak. Het dorp bestaat al sinds de middeleeuwen toen het begon als vissersdorp bekend om de haringvangst. Het dorp kende ups and downs, maar in de 19e eeuw trokken steeds meer bewoners weg om hun geluk elders te zoeken. Het dorp liep leeg. Het bijzondere licht en het pittoreske landschap in en rond Skagen trok echter eind 19e eeuw een groep kunstenaars aan (de Skagen schilders), waardoor het dorp weer begon te groeien. Wel is toentertijd besloten het dorp als het ware een eindje naar het oosten op te schuiven (vanwege een gunstiger ligging?), waarmee het nu dus aan het Kattegat ligt. In 1879 werd de ‘Skagen Fishermen’s Association’ opgericht met als doel de lokale industrie (visserij) te vergemakkelijken door middel van een spoorweg, die in 1890 werd geopend. De moderne haven van Skagen werd vervolgens geopend in 1907 en met de spoorwegverbindingen naar Frederikshavn en de rest van Denemarken begon ook het toerisme zich hier te ontwikkelen. Zowel het oude Skagen (nu: Højen of Gammel Skagen) als het tegenwoordige zijn ook vandaag de dag nog altijd zeer in trek bij toeristen.

De puntmuts van Jutland (Internet)

Wij treffen een pittoresk dorpje aan met vooral gele huizen, kleine straatjes, een gezellige winkelstraat en veel leuke restaurantjes. Heerlijk om even doorheen te dwalen en ergens neer te strijken om te genieten van een typische Deense lunch bestaande uit smörrebröd, wat eigenlijk gewoon ‘boterham’ betekent.  Denk echter niet dat het hier simpelweg gaat om het ons bekende belegde broodje, de Denen nemen het smeren van hun brood heel serieus hetgeen resulteert in complete ‘taartjes’, die een feest zijn voor het oog (en de maag). Ik leer dat de opmaak van een broodje heel belangrijk is. Een Deen zal nooit zomaar wat ingrediënten combineren. Zalm en garnalen horen op wit brood, tartaar op donker roggebrood en het geheel wordt het liefst ook nog eens smaakvol gegarneerd met een ei, wat mierikswortel, radijs, dille of wat knapperige gebakken uitjes. Als ‘hygge’ gaat over de kunst van het leven, van optimaal genieten en samen mooie momenten delen, dan is ‘fikka’ een onderdeel daarvan, een klein geluksmomentje. Voor mij is het eten en waarderen van mijn gekozen broodje, ‘marinerede Christansø sild’,  zo’n geluksmomentje, eentje ’til den lille sult’ (voor de kleine trek).

Het hele dorp is vriendelijk geel gekleurd (RK)
In het centrum
Een feestje voor het oog

Skagen Havn, de haven van Skagen, ligt precies op de grens van het Skagerrak en het Kattegat. In de afgelopen jaren is er (natuurlijk) wel het een en ander veranderd in de haven. In 2010 werd begonnen met het uitdiepen van het Østbassin met 1 tot 9 meter, waardoor nu ook de grotere vissersschepen met een volle last de haven van Skagen kunnen binnenvaren om hun goederen te lossen. Wij zien enkele enorme schepen, veelal uit Noorwegen, opdoemen achter karakteristieke kleine visrestaurantjes langs de kade. Het ziet er zeer gemoedelijk uit en ondanks de kilte zit menigeen buiten op het terras te genieten van een keur aan verse vis. Vlakbij zien we een apart houten bouwwerk. Het lijkt wel een beetje op een oude ‘ja-knikker’ bij ons, maar het blijkt een primitieve vuurtoren te zijn. Al in 1560 vond Frederik II van Denemarken dat er lichten moesten komen in Skagen en een aantal andere plaatsen om de hoofdroute door de Deense wateren van de Noordzee naar de Oostzee aan te geven. Eerst werden vooral hout en zeewier verbrand op een tegelvloer op de top van een houten toren. Toen deze brandstof werd vervangen door steenkool, bleek de toren niet meer geschikt, de houten torens vatten te vaak vlam. De ‘vippefyr’ (hier staat een kopie van de originele) werd ontworpen. Een soort hijskraan waarbij de steenkool wordt verbrand in een ijzeren container die in de lucht werd gehesen, waardoor schepen werden gewaarschuwd voor de nabije kust. Dit zwaailicht (letterlijke vertaling) was zo’n succes dat de laatste tot in 1788 werd gebruikt. Tegenwoordig wordt het zwaailicht ieder jaar op het midzomerfeest ontstoken tegelijkertijd met vreugdevuren op het strand. Sankt Hans (midzomer) is de Deense benaming voor de profeet Johannes de Doper. Zijn geboortedatum is 24 juni, maar het feest wordt, zoals met kerst, de avond ervoor traditioneel gevierd met als belangrijk onderdeel het samen zingen bij het vuur.

Skagen Havn (RK)

Het ruige en woeste landschap rondom Skagen, boven in de puntmuts van Jutland, is sterk gevormd door zandstormen in de 18e en 19e eeuw. Om de wandelende duinen en de verwoestijning van het landschap tegen te gaan, zijn hier in de 19e en 20e eeuw op grote schaal grassen, struiken en naaldbomen aangeplant. Het wandelende duin Stokmile (mile = duin) is dwars over het smalle gedeelte van het schiereiland naar de Oostzee gewandeld en wordt nu verder het Kattegat ingeblazen. De St. Laurentius kerk, genoemd naar de beschermheilige van de zeelieden, heeft hierin het onderspit gedelfd. Het duinzand bereikte de kerk in 1775. Het gebeurde dikwijls dat de kerkgangers het zand moesten weggraven om binnen te komen, maar de overmacht bleek te groot. In 1795 werd besloten de parochiekerk af te breken, slechts de wit geverfde toren bleef, op koninklijk bevel, staan als baken voor de scheepvaart. De verzande kerk (den tilsandede kirke) is voor het grootste deel afgebroken en ligt hier dus niet daadwerkelijk onder het zand begraven. Je kunt echter nog wel zien hoe ver het kerkje onder het zand verdwenen is, want aan de achterzijde van de toren zie je de boog die de hoogte van het dak van de kerk zelf aangeeft. Sta je ervoor, dan steekt je hoofd boven het denkbeeldige dak uit…… dat zijn dus flink wat meters zand!

Den tilsandede kirke (RK)
Een beetje verscholen……

Even verderop komen we aan in het tot beschermd natuurgebied verklaarde ‘Råbjerg mile’. Dit gebied wordt omschreven als ‘een reusachtige duin op een lange wandeling zonder pauze. Onophoudelijk schuift het wel tot 40 meter hoge zandfront met 20-30 meter (!!) per jaar naar het oosten en zal – bij een gelijkblijvend wandeltempo – over ongeveer 20 jaar de eerste huizen verzwelgen.’ Om het even in perspectief te plaatsen, het grootste wandelende duin van Noord Europa heeft in de afgelopen 110 jaar 1,5 kilometer afgelegd!

Om een idee te geven hoe groot het duin is en waar het zich nu bevindt……..(Internet)

Wij lopen van de oostkant naar het duin. Het is absoluut een vreemde sensatie om je zo opeens in een woestijnachtige omgeving te bevinden, echt overal zand, zonder dat je werkelijk aan zee zit. Toegegeven, als je goed kijkt, zie je de zee wel in de verte, de Oostzee wel te verstaan. Als je je dan bedenkt dat dit duin zo’n 300 jaar geleden gevormd werd bij het Skagerrak en nu vlakbij Skagen ligt, dan realiseer je je welke lange weg er al is afgelegd. Ook weer een heel bijzondere omgeving.

Je voelt je nietig in dit landschap
Overal zand (RK)
In de verte ligt de zee

Wanneer je helemaal in het noorden bent, in het topje van de puntmuts, dan mag Grenen niet ontbreken in het rijtje van ‘must do’s’. De noordelijkste punt van Denemarken is echt letterlijk een puntje. De landtong gaat over in een punt en ze zeggen dat dit puntje door de sterke wind ook nog eens elke dag een andere kant opstaat. Geen idee of dat waar is of dat het meer een resultaat is van de verbeelding en ervaring van het moment. Hier, ten noorden van Skagen komen de Noordzee (Skagerrak) en de Oostzee (Kattegat) samen. Hans Christian Andersen omschreef dit als volgt: ‘tussen twee zeeën, waar de wateren van de Oostzee en de Noordzee zich boven het zand van Skagen omarmen. Klinkt sprookjesachtig, toch?

Geen schelpen maar stenen op het strand (RK)

Wij zijn niet via de toeristische route op dit punt aangekomen, maar hebben al een flinke wandeling achter de rug, waarbij we deels langs het Noordzeestrand zijn gelopen. Onderweg hebben we veel strandlopertjes gezien, die verbazend dichtbij ons bleven rennen en scharrelen. We kwamen zelfs een zeehondje tegen. Informatieborden laten weten dat jongen vaak op het strand worden achtergelaten als de moeder gaat jagen. Met rust laten is het advies, anders stoot de moeder haar jong waarschijnlijk af. We hopen maar dat ook dit jong rustig wacht op hereniging.

Strandlopers (RK)
Wachten op z’n moeder? (RK)

Het is een rustige, redelijke warme dag vandaag met heel weinig wind. Het effect van de ‘botsende zeeën’ is daardoor minimaal. Het is wel zichtbaar, maar je moet er een beetje moeite voor doen. Ook hier geldt dat de realiteit een hoop overlaat aan de verbeelding. Het was al met al weer een dag met tal van geluksmomentjes, ‘i den spitse hat’, volop hygge………

De magie van de botsende zeeën (RK)

GÅENDE KLITTER – wandelende duinen (Denemarken)

Je maakt hier van dichtbij mee hoe onvermoeibaar de natuur haar eigen gang gaat. De beschrijving over dit gebied is beeldend: ‘als een reusachtige zandwals schuift het duin Rubjerg Knude landinwaarts en verslond daarbij jaren geleden al – wat een ironie! – het stuifzandmuseum en tot op halve hoogte de vuurtoren.’ De vuurtoren van Rubjerg Knude bij Lønstrup wordt beschouwd als één van de meest iconische plekjes van noord Jutland. Niet zo lang gelden werd een fotograaf gevraagd naar zijn meest iconische plaatsen over de hele wereld. Zijn reactie daarop was dat ‘bepaalde plaatsen fotografen aantrekken als magneten bij ijzer, zonder dat we precies weten waarom’. Een foto wordt iconisch als deze een bepaald beeld dat al bestaat in de samenleving bevestigt, herkenning oproept en een gebeurtenis simplificeert. In het lijstje van bovengenoemde fotograaf kwam vuurtoren Rubjerg Knude Fyr niet voor, maar hij zou, naar mijn mening, niet misstaan in het rijtje van Stonehenge, Angkor Wat en de piramides. Zo bijzonder als de reis erheen en het fotograferen ter plekke ook zijn, de simpele vragen ‘welke plekken en waarom’ zijn minstens zo belangrijk. Het verhaal moet herkenbaar verteld worden.

Uitzicht vanuit ons huisje in Lønstrup

De vuurtoren staat op een hoogte van 60 meter boven zeeniveau en werd in december 1900 in gebruik genomen. Het licht ging, midden 1968, letterlijk uit, waarna het gebouw en de omliggende bijgebouwen tot 2002 als museum in gebruik bleven. Door het bewegelijke duinzand en de woeste golven die hier tegen het land slaan, brokkelt er echter steeds meer af van de kliffen waarop de vuurtoren staat. Door deze steeds toenemende erosie werd het museum in 2002 verlaten. Een paar jaar later (2009) waren de bijgebouwen dermate beschadigd door de druk van het stuifzand dat ze werden gesloopt. Jarenlang werd gedacht dat de vuurtoren in zee zou storten, volgens de voorspelling ergens in 2023. De vuurtoren was ‘een bezienswaardigheid met een houdbaarheidsdatum’ geworden. Ongeveer twee jaar geleden (najaar 2019) werd de vuurtoren 70 meter landinwaarts verplaatst met behulp van een speciaal daarvoor gebouwde rail. De nieuwe verwachting is dat de toren nu tot ongeveer 2060 veilig is.

Het duin torent boven de omgeving uit
Hoge duinrozen aan weerskanten van het pad

Door al deze verhalen zijn we langzamerhand zeker nieuwsgierig geworden naar deze ‘fyrtårn’ en haar omgeving. Onze wandeling moet bij een (onvindbaar) informatiecentrum beginnen. Wij geven er uiteindelijk maar een eigen draai aan en parkeren de auto bij het laatste bosje na een veldje. Laat dit nu gewoon de juiste plek zijn. De witte wandelaar, het teken van het Nordsøstien oftewel het Deense deel van het Noordzeepad, is hier duidelijk zichtbaar. We lopen meteen het bos is, het wemelt hier van de ‘klitplantages’, hetgeen zoveel betekent als beschermd kustbos. Grote zandverstuivingen hebben vroeger veel weilanden en akkers in Jutland vernield. Om die reden werden er langs de westkust beschermende bossen aangeplant, klitplantages, waar je vaak veel verschillende naald- en loofboomsoorten kunt vinden. Dit is een gevolg van het proberen welke soorten onder de deels extreme omstandigheden, zoals sterke wind, zandgrond en droogte, goed konden aarden aan de kust.

Wij lopen op ons gemak door een wat oerwoudachtig aandoend bos en genieten van het heerlijke najaarsweer. Het is weliswaar fris met 14 graden, maar de zon schijnt en er is praktisch geen wind. Fijn, want een waarschuwing bij deze wandeling laat weten dat je huid bij harde wind op de Rubjerg Knude wordt gezandstraald en dat je er dan goed aandoet een skibril ter bescherming te dragen. De bomen maken vrij plotseling plaats voor hoge duinrozen aan weerskanten van ons zandpad waar een gele berg doorheen schemert. Ja hoor, even later lopen we langs de voet van de 80 to 90 meter hoge wandelende duinen. Magnifiek!! Zoiets kennen wij in ons land niet. Een klein torentje piept boven het hoge duin uit. Zou dat de befaamde vuurtoren zijn? Jawel, met elke stap die we omhoog klauteren wordt de vuurtoren meer zichtbaar. Hij staat op een stenen verhoging omringd door zand, duinen, restanten oude stenen en hoge kliffen met achter je het bos en voor je de zee. We blijven ons vergapen, verbazen en wijzen elkaar opgetogen op details die de ander mogelijk zal zijn ontgaan. Dit is inderdaad een bijzondere plek met een bijzonder verhaal! 

Hoe hoger we komen, hoe beter zichtbaar……..
Rubjerg Knude Fyr
Krachtig en bijzonder (RK)
Genieten van het uitzicht (RK)

We verlaten het duin over het langgerekte zandpad op weg naar ‘Mårup Kirke’, maar niet voordat we een rustmomentje inlassen in een beschutte duinpan met zicht op de omgeving. Een moment van overpeinzing over de krachten van de natuur en de nietigheid als mens daar tegenover. Volgens Vauvenargues (frans schrijver en moralist, 1715-1747) is de minachting voor onze natuur een dwaling van ons verstand. Zo’n uitspraak kun je op een plek als deze slechts bevestigen. 

Nog een blik achterom (RK)
Onstuimig weer geeft mooie kleuren

De kerk van Mårup, gebouwd in de 13e eeuw, was ooit een parochiekerk aan de kust vlakbij het plaatsje Lønstrup. Eeuwen van weer en wind zorgden ervoor dat ook hier de Noordzee steeds dichterbij kwam. In 1926 werd er in het dorp een nieuwe kerk geopend. De oude kerk kwam op de monumentenlijst, maar werd daar echter in 2005 weer afgehaald omdat de situatie onhoudbaar werd, de rand van de klif was inmiddels slechts 9 meter van de kerk verwijderd. Op Pasen 2008 is de laatste eredienst gehouden, waarna werd besloten het kerkje alsnog te slopen om te voorkomen dat het in zee zou storten. Wat nu nog rest zijn de begraafplaats, een enorm scheepsanker en een ingemetseld kerktorentje wat net boven de grond uitsteekt. Of dit het echte puntje van de oude kerk is geweest, kunnen wij niet achterhalen, maar het voegt iets toe aan de verbeelding. Het anker, dat vroeger voor de kerk heeft gelegen, is afkomstig van het Britse fregat HMS Crescent. Dit schip, onderweg naar Zweden met voorraden voor de Engelse vloot, is dichtbij de kerk vergaan (6 december 1808). Bij de schipbreuk stierven 226 bemanningsleden die allemaal werden begraven in een massagraf op het kerkhof. Zeven officieren en 55 matrozen hebben het overleefd.

De restanten van Mårup Kirke (RK)
Restant van het torentje (met een ‘Dutch tilt’)

Wanneer we langs de (denkbeeldige) kerk verdergaan, lopen we precies langs de klifrand. Hier wordt ons eens te meer duidelijk over welke krachten de natuur beschikt. Steile afgronden zijn afgezet met draad en voorzien van borden met teksten als ‘forbudt indrejse’ of ‘land rutsjebane’ inclusief de bijbehorende afbeeldingen. Het gevaar is duidelijk. Tegelijkertijd is het hier ook prachtig. Om ons heen bloeien overal duindoorns die met hun fel oranje bessen prachtig afsteken tegen de blauwe hemel als achtergrond. Af en toe staan we even stil en wagen we ons zo dicht mogelijk (als is toegestaan) bij de afgrond om – met bibberende knieën – een blik in de diepte te werpen. We staan zeker 70 meter boven het strand en zien hoe het water, de wind en het zand het duin onder ons afkalven en langzaam maar zeker laten opschuiven, laten wandelen als het ware.

Het is wel uitkijken geblazen……..
Machtige kliffen (RK)
Mooi lijnenspel in de diepte

Ondertussen zijn we op het vakantiepark van Lønstrup aangekomen, waar lege vakantiehuisjes en afgezette terreinen ons hetzelfde verhaal vertellen. De zee rukt op ten koste van. Volgens een groot informatie bord is hier in de afgelopen 47 jaar 148 meter grond aan de zee verloren gegaan. Dat betekent 59 zomerhuisjes!! Zulke borden zetten het allemaal wel even in perspectief. 

Verlaten vakantiehuisjes op de rand van de afgrond (RK)

Lekker lunchen in ‘ons dorp’, waar we op aanraden van genieten van een ‘fiskeplatte’ en tegelijkertijd wat inlichtingen proberen in te winnen waar we op het strand kunnen komen. Net buiten het dorp is het strand toegankelijk, maar je moet na 200 – 300 meter via een steile houten trap weer omhoog. Verder lopen over het strand is te gevaarlijk, echt op eigen risico, vanwege het instortingsgevaar van stukken duin en /of zaken die aan de rand staan. We nemen de aanwijzingen ter harte en houden ons braaf aan de regels. Het gaat hier immers om het algehele gevoel. Hoe hoog is zo’n duin als je beneden staat? Je hebt geen idee!

Vanaf het strand kijk je anders tegen de omgeving aan
Het strand kent haar eigen charme (RK)

We klimmen langs de houten trap omhoog en beginnen aan de terugtocht richting vuurtoren. Ondanks dat de weg deels de heenreis overlapt, zien we alles nu in een ander licht, zowel letterlijk als figuurlijk. Ik lees dat Noord Jutland wat met je doet. De stranden, het licht, de ongerepte natuur, de ruimte, de rust de heerlijke huisjes, kortom: hygge! Hygge is net zo Deens als de Deense pulsar (hotdogs) en Carlsberg bier. De essentie van hygge is het creëren van een fijne warme sfeer, genieten van de goede dingen in het leven met fijne mensen om je heen. Så langt, så godt. 

De lucht is opgeklaard (RK)