Groene oasen

Jacobspad: Stadspark-Piccardthof-Onlanden

De omschrijving van een oase is in dit geval ‘een rustige plaats met veel groen’. Deze bijzonder plekken vormen vandaag de rode (groene) draad van ons wandeling. Voor de pelgrims onder ons geeft zo’n groene oase een heel andere manier van rust dan het bidden in een kerk, getuige een pelgrimsverslag. ‘De stad achter me gelaten, een verademing op zich! Het lijkt wel of de groene oase me roept. Eén met de natuur en één met mezelf. Langzaam maar zeker vertraag ik naar mijn natuurlijke ritme. Langzaam maar zeker dwaal ik af, weg van de hectiek en dagelijkse gewoontes’ (Jacco Evers). Mooi toch?

Misschien met zo’n beeld voor ogen? (RK)
Of dromeriger zoals hier? (RK)

De eerste ‘oase’ voor ons is meteen het grootste groengebied van de stad; het Stadspark. De eerste plannen voor een groot stuk groen stammen uit het begin van de 20ste eeuw op initiatief van industrieel Jan Evert Scholten. Het doel was een park te creëren dat zich zou kunnen meten met de grote, destijds bekende parken van Wenen, Berlijn, Amsterdam en Den Haag. Op dit gebied boden de al bestaande parken in de stad, het Sterrebos en het Noorderplantsoen, naar zijn idee onvoldoende mogelijkheden.

Een visie (RK)

Jan Evert Scholten (1849-1918) woonde in Groningen. Hij erfde een fortuin na zijn vader’s dood in 1892 en werd daarmee één van de meest vermogende mannen in Nederland. Hij zat zelf echter ook niet stil. Hij zette het vaderlijk bedrijf, het Scholten-concern, voort en breidde zijn industriële en zakelijke activiteiten verder uit. Hij liet in 1873 ‘buitenhuis’ Villa Gelria bouwen aan de Verlengde Hereweg. Hij bezat al, vanaf 1881, een woonhuis aan de Grote Markt; het Scholtenhuis. Dit statige pand aan de Grote Markt werd aan het einde van de 19e eeuw in opdracht van zijn vader Willem Albert Scholten gebouwd. In WOII werd het echter het hoofdkwartier van de regionale afdeling van de Sichterheitsdienst (SD). Het pand werd toen berucht om de vele martelingen die er plaatsvonden en werd daarom wel ‘het voorportaal van de hel’ genoemd. Scholten gaf ook een belangrijke aanzet voor de toeristische ontwikkeling van het Paterswoldsemeer. Zo bouwde hij in 1908 buitenhuis de Paalkoepel, richtte hij in 1912 van de Watersport Paterswolde op, liet hij in 1916 de Meerweg asfalteren en bouwde hij in 1917 de Buitensocieteit, het clubhuis van de zeilclub.

De erfenis van Scholten met de klok mee: de Paalkoepel, het grafmonument van de familie Scholten, het Stadspark (met een optreden van Sting) en Villa Gelria (DvhN 2023)

Tussendoor schonk hij de Stadjers, in 1913, een grote lap grond van 140 hectare met als doel: een openbaar park waar iedereen terecht kon voor sport, plezier en ontspanning. De ontwikkeling van het park heeft daarna toch nog heel wat voeten in de aarde gehad. Landschapsarchitect Leonard Springer (Springervijver in het park) werd ingevlogen om het geheel vorm te geven. Samen bedachten ze een plan om het braakliggende terrein om te toveren tot bijzonder natuurpark, geheel in Engelse landschapstijl. 

De toegang tot……. (IK)
De toegangstunnel is verrassend (RK)
Beide kanten van de toegangstunnel zijn bijzonder (IK)
Verderop veel graffiti (IK)
Oefening baart kunst, maar het wil nog niet zo lukken 🥴 (RK)

Aan de westkant kwam een gedeelte met een grote vijver en een paviljoen, wat ook dienst kon doen als tentoonstellingsruimte en/of een ruimte voor openbare bijeenkomsten. In het midden kwam een renbaan met een grasveld en aan de oostzijde een gedeelte met sportvelden en een ijsbaan. Uiteindelijk zijn alle ideeën gerealiseerd en kon de officiële opening in 1926 plaatsvinden.

Een moeder met kind in het gras bij het splinternieuwe Stadsparkpaviljoen, ca 1926 (Groninger Archieven)

Als eerbetoon is er in 1931 een monument voor Scholten geplaatst aan de Concourslaan, een prominente plek in het park. Boven op een kalkstenen muur staat een bronzen buste van Jan Evert Scholten die met een trotse het Stadspark inkijkt. Uit de muur waarop de sculptuur staat, zijn twee kinderfiguren in sportkleding gehouwen: een meisje met knotsen en een jongen met een discus. De bronzen plaquettes ernaast tonen een paard met een veulen en een paard met kar en wagen. Deze verwijzen naar de paardenfokkerij en de drafsport, twee liefhebberijen van Scholten. Op de hoeken van het monument zijn de wapens van Stad en Ommelanden aangegeven.

Het Scholten monument (RK)
Om de details wat beter te zien 😉 (IK)

Grappig genoeg lijkt de vlag van de Ommelanden veel op de Friese vlag. Dat blijkt ook wel te kloppen! Als gevolg van een gemeenschappelijk verleden lijken de vlaggen inderdaad op elkaar. Even nalezen leert dat de vlag van de Ommelanden gebaseerd is op het Ommelander wapen uit het laatste kwart van de 16e eeuw. De Ommelanders waren in die tijd in oorlog tegen de Spaanse koning Filips II (80-jarige oorlog). Mogelijk hebben ze daarom willen verwijzen naar de legendarische ‘Friese Vrijheid’, want de Friezen bestuurden zichzelf gedurende een groot deel van de Middeleeuwen en horigheid (dienstbaarheid aan een heer) kwam er niet voor. Het is wel goed om je daarbij te realiseren dat Friesland toen groter was dan de huidige provincie nu. Het hele Noord-Nederlandse en Noord-Duitse kustgebied werd aangeduid als Frisia, de Groninger Ommelanden dus ook. In wapenboeken verschenen vanaf de 15e eeuw afbeeldingen van wapenschilden van legendarische Friese koningen, zoals Redbad (Radboud) die waarschijnlijk leefde van 680 – 719. Hij stond in de vroege middeleeuwen bekend om zijn bijdrage aan het in leven houden van ‘de vurige Friese cultuur’.

De oudste afbeelding van het Ommelanden wapen ca 1590 (internet)

De Ommelander heren kozen voor een variant met drie blauwe schuine balken en elf rode harten, ook wel ‘waterroosplomben’ genoemd. De drie balken staan voor de drie Ommelanden Hunsingo, Fivelingo en Westerkwartier, de elf harten symboliseren de elf deelgebieden van de Ommelanden. De Friezen, dat wil zeggen de bewoners van de huidige provincie Friesland, hadden ondertussen voor een geheel ander wapen gekozen: twee gouden leeuwen op een blauw veld. Pas in 1830 werd het oude wapen van Redbad herontdekt en aan het eind van de 19e eeuw wapperde voor het eerst de hierop gebaseerde Friese vlag met de 7 rode ‘pompeblêden’ (een verwijzing naar de 7 historische gebieden waar de Friezen leefden). De Friese vlag is inmiddels veel bekender  geworden dan de Ommelander vlag, want tegen het veelvuldig gebruik in reclames kan een meer dan driehonderd jaar oudere geschiedenis niet op.

De provinciewapens van Friesland, Groningen en Drenthe op het voormalig onderkomen van het Nieuwsblad van het Noorden aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen (internet)

Leuk om zo lopend en genietend weer meer te leren over een stukje Groninger geschiedenis. Genieten is het zeker, want het is alweer lang geleden dat we zo in het Stadspark zijn geweest. 

Bijna vanaf het terras van het paviljoen (RK)
Wat is het aanzicht van het paviljoen veranderd…… (IK)

Aan de andere kant van de A7 ligt het Piccardthof, een volgende groene oase. Omstreeks 1938 werd in Groningen de Bond van Volkstuinders opgericht, die het gemeentebestuur vroegen een volkstuincomplex mogelijk te maken. In 1942 resulteerde dit in de oprichting van het complex door enkele stad-Groninger notabelen, waaronder Jan Hendrik Herman Piccardt, naar wie het volkstuincomplex is vernoemd. Piccardt vond het belangrijk dat mensen uit de stad een plek hadden waar ze hun eigen groente konden verbouwen en tussen het groen konden verblijven. De vereniging is ooit begonnen als moestuinen complex en later zijn daar de siertuinen bijgekomen. De nadruk ligt op tuinieren met respect voor de natuur. Zo bevinden zich op het terrein o.a. ook een vlindertuin, een bloementuin, een bloemenweide, een paddenpoel en een bijenstal. In 2009 ontving de Piccardthof de hoogste onderscheiding voor natuurlijk tuinieren. Het ruim 18 hectare grote gebied met meer dan 300 tuinen wordt beheerd door een Amateur Tuinders Vereniging.

Hier wonen veel ‘liefhebbers’ (IK)

Wij lopen er even binnen om een indruk te krijgen. Het is hier heerlijk rustig met overal bloeiende bloemen en veel groen. Haast jammer dat ons pad niet dwars door dit gebied gaat, maar er net langs. Alhoewel ook ‘onze’ weg is zeker de moeite waard met  hoge bomen aan beide kanten en een zandpad in het midden. We lopen eigenlijk, midden in de natuur en tegelijkertijd vlak langs Eelderwolde.

Het wordt al een beetje herfstig (IK)
Terwijl wij het zandpad oplopen, slaan zij af (RK)

Over de brug buigen we af naar de Madijk, de begrenzing van de Onlanden. De term onland wordt gebruikt voor woeste grond die vrijwel onbruikbaar is of was voor agrarisch gebruik. Het gebied wat we nu betreden, was oorspronkelijk een laaggelegen binnendelta tussen het Drentse zand en de Groningse zeeklei, waar vanaf het Drentse zandplateau de Drentse Aa en het Eelder- en Peizerdiep het gebied in stroomden. Nadat er in 1998 veel wateroverlast was en een aantal stadswijken van de stad Groningen dreigden te overstromen, is er besloten om het gebied om te vormen tot een waterberging. Hierdoor ontstond een natuurgebied van zo’n 2500 hectare. Het project kreeg de mooie en veelzeggende naam: ‘natte natuur voor droge voeten’. We komen hier al jaren en zien het ook elk jaar mooier, wilder, ruiger (welke term je ook wilt gebruiken) worden met een grote en toenemende diversiteit.

Een blik vanaf de Madijk (RK)

We sluiten onze wandeling van vandaag af bij de Onlanderij; de poort tot de Onlanden. De volgende keer lopen we verder door deze oase. Misschien ook met een gedachte zoals die van Jacco Evers: ‘de tocht geeft me alles wat ik nodig heb, vooral de stilte laat me dieper en dieper ademen.’

Van Lillo komen ……

Creatieve fotografie

We hoorden al van vrienden dat er in (Zeeuws) Vlaanderen een gezegde bestaat ‘van Lillo komen’ of ‘doe maar net of je van Lillo komt’ wat zoiets betekent als ‘doe maar net of je gek bent’ of ‘houd je van de domme’. Als je in die contreien iets doms doet, wordt er wel gezegd: ‘Je komt toch niet van Lillo?!?’ Dan is het altijd grappig om te horen waar zo’n uitdrukking nu precies vandaan komt, maar dat is echter nog helemaal niet zo makkelijk te achterhalen ;).

Er zijn verschillende verklaringen mogelijk. Eén daarvan zegt dat Fort Lillo een tijdlang het onderkomen zou zijn geweest van misdadigers die de keus hadden gekregen om of dienst te doen in het Fort Lillo of hun leven te beëindigen aan de galg. Het strenge regime in het fort bestrafte vloeken met het doorboren van de tong d.m.v. een gloeiende pin (er zouden documenten in Middelburg zijn die bevestigen dat hiertoe regelmatig beulen uit Middelburg naar Lillo gingen). Zo ben je natuurlijk serieus gebrandmerkt voor het leven en kun je niet goed meer praten. Om niet als (ex-)misdadiger herkend te worden kon je je maar beter van de domme houden als je wat gevraagd werd. Volgens een andere verklaring vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven strooptocht op Walcheren (?). Ook goed denkbaar is, aldus het alwetende web, dat de bewoners van Lillo vroeger als dom werden beschouwd, omdat ze vanwege de geïsoleerde ligging van het fort slecht op de hoogte waren van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Aan ons de keus welke verklaring we het meest logisch vinden?

Fort Lillo – Atlas van Loon 1649 (internet)

Fort Lillo (rechterkant Scheldeoever) is ontstaan tijdens de Opstand tegen Spanje oftewel tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Het is in 1579 gebouwd, waarschijnlijk in opdracht van Willem van Oranje. Tegelijkertijd werd ook Liefkenshoek (ertegenover) gerealiseerd. Deze twee forten waren van groot belang voor de militaire controle over de scheepvaart: samen konden ze de Schelde afsluiten. Als gevolg werden ze vaak belegerd en dat eindigde niet altijd goed: de forten zijn in Spaanse, Nederlandse, Franse, Oostenrijkse en Belgische handen geweest. Door de havenuitbreiding in de jaren 1960 zijn het polderlandschap en het eigenlijke dorp verdwenen. Wat rest is een kleine woonkern, geheel omgeven door de Antwerpse havenwerken. Bijzonder!

Wat we zien vanaf de waterbus ….. de techniek gaat niet altijd goed 😉 (IK)
Hier zie je de drukte beter (RK)

We steken voor € 1,00 p.p. over met de waterbus van Liefkenshoek naar Lillo en worden daar ‘losgelaten’ in de kleine straatjes om verder te oefenen met onze creatieve technieken.

Veel klinkerstraatjes in Lillo (IK)
Je ankerpunt vasthouden valt niet mee (IK)

Uiteraard heeft Lillo een kerk met daarnaast ’t Pleintje waarop diverse terrassen zijn voor later. De Sint-Benedictuskerk kent een hele geschiedenis. Het was oorspronkelijk een protestantse garnizoenskerk, werd na 1785 een katholieke kerk die aan Sint-Jozef was gewijd en diende van 1830-1839 als opslagplaats voor levensmiddelen. Daarna werd de kerk in ere hersteld en opnieuw als kerk in gebruik genomen. In 1831 werd ze door overstromingen zo geteisterd dat ze onbruikbaar was, door toedoen van de Hollanders die nog op Lillo-Fort verbleven en de polders onder water hielden. Het duurde  tot 1847 voordat ze met het bouwen van de nieuwe kerk begonnen die pas in 1851 voltooid werd. Helaas werd de kerk in 1882 getroffen door brand, waardoor er een jaar later weer een nieuwe kerk gebouwd werd. Tenslotte werd deze kerk in 1965 een parochiekerk, omdat de kerk te Lillo-Kruisweg (evenals de dorpen Oud-Lillo en Lillo-Kruisweg zelf) opgeofferd werden voor de havenuitbreiding. De ‘fortkerk’ werd vervolgens aan St. Benedictus gewijd. Benedictus is beschermheilige van Europa. Zijn kloosterregel, waarin arbeid, matigheid en stabiliteit hoog in het vaandel staan, heeft velen binnen en buiten de Katholieke Kerk geïnspireerd. In mei 1965 is begonnen met de ontmanteling van de kerk. Dit sluit een periode af die onomkeerbaar is; menig oud Lillonaar was in deze kerk gedoopt, had er de eerste communie gedaan, was er getrouwd en was er uiteindelijk ook begraven. Dat is nu voorbij. Vanaf 2019 is de kerk te Lillo Fort zelfs ontheiligd en vinden er dus geen diensten meer plaats. Toch is de kerk vandaag gesloten en kunnen we dus geen kijkje nemen of we nog iets kunnen zien van deze bewogen geschiedenis. Het schijnt dat we moeten wachten op de Open Monumentendag in het weekend van 13/14 september dit jaar. Dan krijgen bewoners en bezoekers informatie over de werken die uitgevoerd worden in functie van het ‘masterplan Lillo’ en kunnen ze in virtual reality naar het toekomstige Lillo en het 17de-eeuwse Lillo kijken.

Dubbele belichting licht van kerk en plein (IK)
Hetzelfde idee, maar dan donker (IK)

Vlak achter het dorpje ligt een stukje natuur met een mooie bomenlaan en waterpartijen aan beide kanten. Het is hier heel rustig, dus we hebben voldoende oefentijd.

De schaduwrijke bomenlaan; meervoudige belichting (IK)
Een kleurenexplosie van bomen, grond, zon en licht; ICM (IK)

We nemen vervolgens lekker de tijd voor een koffietje op één van de terrassen en lopen dan langzaam via het getijdenhaventje terug naar de waterbus.

Een verwaarloosd huisje/schuurtje onderweg; dubbele belichting + ICM (RK)
Het getijdenhaventje (IK)

Helaas moeten we, om onduidelijke redenen, anderhalf uur wachten tot we de oversteek kunnen maken en dan hebben we nog geluk, want alleen de mensen naar Liefkenshoek mogen over 🥴

Enorme containerschepen worden om hun as getrokken in de vaargeul (RK)
Nog even iets proberen terwijl we wachten…..; dubbele belichting (IK)

Fort Liefkenshoek werd, zoals al eerder gezegd, ongeveer tegelijkertijd gebouwd met fort Lillo aan de overkant. Een bezoek geeft inzicht in de lotgevallen van een fort dat ergens aan het einde van de zestiende eeuw letterlijk uit de zware polderklei is opgetrokken om de opstandige stad Antwerpen te beschermen tegen de Spanjaarden onder leiding van Alexander Farnese, de hertog van Parma, wat trouwens grandioos mislukte. Daarna bleef het twee eeuwen lang Noord-Nederlands bezit als een enclave op Zuid-Nederlands grondgebied. Liefkenshoek heerste toen over het achterliggende polderland en in samenwerking met fort Lillo kon de rivier afgesloten worden om de haven van Antwerpen te beschermen tegen de oprukkende Spaanse troepen. Ook de Nederlanders, Fransen en Oostenrijkers belegerden door de jaren heen beide forten, die deel uitmaken van het verdedigingsnetwerk de Staats-Spaanse Linies. Daarna deed fort Liefkenshoek nog dienst als militair ziekenhuis, depot van de marine en vakantieoord van het leger. Het schijnt zelfs dat Napoleon (1769-1821) het fort heeft ingezet in zijn verdedigingswerken tegen de Engelsen. Later werden hier, tot honderd jaar geleden ongeveer, zieke emigranten verpleegd en besmette landverhuizers in afzondering gehouden. Het fort is sinds 1985 een beschermd monument. Een klein fort met een groot verleden!

Uitzicht op de dijk bij Fort Liefkenshoek (RK)

We picknick lunchen op de grote binnenplaats en lopen vervolgens wel even rond om een indruk te krijgen, maar de vaart is er een beetje uit. Het is warm, we zijn een beetje ‘foto-moe’ en het terras van de brasserie lokt. Kortom, we sluiten de dag en onze workshop af in de schaduw op het terras en spreken af om elkaar over 6-8 weken, via een zoom meeting, een kleine portfolio te laten zien van gemaakte foto’s waarin de drie nieuwe technieken zijn gebruikt. Stug door oefenen is het advies! Het draait hierbij niet alleen om het vastleggen van iets, maar ook om het overbrengen van emoties en expressies die gevoelens en reacties moeten oproepen bij zowel de kijker als de fotograaf zelf. Geen sinecure!


DOEL+PAAL

Creatieve fotografie

‘Geen plek in België die mysterieuzer aanvoelt en hierdoor veel ´urban explorers´ (verkenners van stedelijke gebouwen en locaties die verborgen, verlaten en ontoegankelijk zijn voor het grote publiek) en andere nieuwsgierigen aantrekt dan Doel. De ‘spookstad’, vlakbij de haven van Antwerpen, transformeerde de afgelopen decennia van levendig dorp naar verlaten plek. Niet alleen een bijzonder fascinerend verhaal, maar vooral enorm indrukwekkend om te zien!’ Met deze introductie vertrekken wij met een kleine groep fotografen naar dit dorp om onze nieuw geleerde fototechnieken, t.w. dubbele belichting, ICM (intentional camera movement) en pinhole, in de praktijk te brengen.  

Eerste oefening met pinhole (IK)
Vanuit ons logeeradres zijn de koeltorens goed te zien; dubbele belichting (IK)

Doel is (uiteraard) niet altijd een spookstad geweest. Ooit was het een dorp zoals zovele andere dorpjes in Oost-Vlaanderen. De ligging van Doel is niet ideaal te noemen met aan de ene kant de Schelde met uitzicht op Zeeuws Vlaanderen terwijl het aan de andere kant wordt ingeklemd door de haven van Antwerpen. Daarnaast ligt op één kilometer ten noorden van het dorp een kerncentrale bestaande uit 4 centrales en twee koeltorens. Toch telde het dorp in de zestiger jaren van de vorige eeuw bijna 1.500 inwoners. Dat was echter voordat de haven van Antwerpen meer ruimte nodig had voor verdere groei en daarvoor de linkeroever van de Schelde op het oog had, inclusief Doel. De overheid kondigde een bouwstop af waarna de eerste bewoners het dorp verlieten. Door de crisis in de jaren ’70 verdween ‘de honger’ van de haven maar niet de onzekerheid voor de bewoners. Halverwege de negentiger jaren kwam de genadeslag met de aankondiging dat er een containerdok naast het dorp gebouwd zou worden. Het bestemmingsplan van het gebied werd gewijzigd van wonen naar industrie. Een storm van protest zorgde ervoor dat deze wijziging werd teruggedraaid, maar inmiddels was het Deurganckdok al een feit. In 2018 wordt nogmaals een plan gelanceerd om Doel van de kaart te vegen, maar ook dat werd gauw weer ingetrokken. Tegenwoordig wonen er nog maar een tiental inwoners die gebleven zijn uit protest. Met succes, want het lijkt erop dat Doel toch mag blijven bestaan. In maart 2022 besliste de Vlaamse regering dat Doel zou worden behouden en weer een leefbaar dorp moest worden. Er is nog een lange weg te gaan! 

Een verlaten dorp met een kerncentrale; dubbele belichting (IK)

Wanneer we het dorp binnenrijden valt ons het verlaten tankstation op. Bij het leeglopen van het dorp kwam ook het tankstation droog te staan. Zo’n beeld spreekt meteen tot de verbeelding. Hier is iets gebeurd!

Ooit waarschijnlijk druk bezocht (IK)

Vanaf het moment dat de inwoners Doel hebben verlaten, is het dorp zo ongeveer overgenomen door artiesten die met hun spuitbussen kunstwerken hebben gemaakt op de leegstaande gebouwen. Om de krakers en andere indringers te weren, zijn recentelijk de ramen en deuren van de verlaten huizen volledig afgesloten met metalen platen. Spijtig genoeg schijnt hierdoor ook veel van de mooie graffiti verloren te zijn gegaan. Toch is er nog meer dan voldoende over voor ons om te bewonderen. Daar waar de boel niet is dicht getimmerd wonen nog mensen. Het lijkt me een haast surrealistische ervaring om in zo’n verlaten dorp te wonen. Een beetje unheimisch door het verval en tegelijkertijd met een enorme intrigerende bonte uitstraling waardoor het dorp een toeristische attractie is geworden. Wij zijn in ieder geval niet de enigen die hier vandaag ronddwalen…….

Het proces van dubbele belichting met foto 1 (IK)
Samen met foto 2 om iets te creëren …… (IK)
Het eindresultaat (IK)

Verdwalen kan haast niet. Het stratenplan van het dorp heeft het schaakbordpatroon met starten die elkaar loodrecht kruisen, zoals we dat kennen van grote Amerikaanse steden als New York of San Francisco. De oorsprong ervan stamt uit de 17de eeuw toen er planmatige inpoldering en herinrichting van het dorp kwam, noodgedwongen door de intensieve turfwinning. De turfafgraving maakte het dorp kwetsbaar voor overstromingen, waardoor de dorpskern werd verplaatst naar de huidige locatie.

Eén van de straten in Doel; dubbele belichting (RK)
Kleurrijke straatjes; dubbele belichting (IK)
Soms ‘spat’ het eraf; ICM (IK)
Een ‘gewoon’ sfeerbeeld (IK)
Er valt echt veel te zien in dit kleine dorp (IK)

Als je in Doel rondloopt, kun je niet om de kerncentrale heen. Zo verlaten als het dorp is, zo druk is het in de centrale met haar koeltorens die overal bovenuit torenen. Hier werken zo’n 2000 mensen en de productie zorgt voor ongeveer de helft van het elektriciteitsverbruik in België. Ik lees: ‘alles klopt en niks klopt. Het is bijna een ode aan het absurdisme. Al helemaal wanneer de lieflijke Scheldemolen ruw afsteekt tegen de wolken blazende koeltorens erachter. Dat beeld vat het allemaal samen. De oprukkende vooruitgang die als een pletwals boven het ideaalbeeld van het dorp hangt. Het is een parabel van onze tijd. Of we dat nu willen of niet.’  

Tegenstellingen; pinhole (RK)

Na een rustpauze om alle indrukken te verwerken en een fotobespreking waarin we tips & tricks krijgen om onze foto’s te verbeteren, gaan we met elkaar op stap naar Paal, net over de grens in Nederland. Paal is een buurtschap aan de rand van het natuurgebied het Verdronken Land van Saeftinghe. We klimmen op de dijk en zien een kleine jachthaven die nu, met laagtij, is droog gevallen (een zogenaamde getijhaven) met daarachter de brede Westerschelde.

De getijdenhaven in Paal (IK)
Vanaf hetzelfde punt met ICM (IK)

Deze vaarweg staat in open verbinding met de Noordzee en de Schelde en is daardoor een belangrijke verbinding tussen Antwerpen en Vlissingen. Het is één van de drukst bevaren wateren ter wereld. Op de dijk zien we grote containerschepen die de Antwerpse haven in- en uitvaren. Wanneer de schepen even niet zichtbaar zijn, doet deze omgeving ons sterk denken aan het Wad met haar geulen en droog gevallen zandbanken waarop vogels hun kostje bij elkaar scharrelen.

Het lijkt wel ’t Wad; pinhole (RK)

De Westerschelde is een uniek gebied binnen de delta van Zuidwest Nederland; het is het enige gebied waar de rivier en de zee elkaar onbelemmerd ontmoeten. Samen met de Zeeschelde (tot Gent) is ze daardoor nog steeds een estuarium (brede monding van een rivier). Estuaria zijn van grote waarde voor de natuur. Het getij levert de energie voor sedimentatie- en erosieprocessen. Getij, wind en golfslag zorgen in een gecompliceerd samenspel voor een continu veranderend patroon van geulen, platen, ondiep watergebieden, slikken en schorren. Deze patronen bepalen op hun beurt in hoge mate de aard en het karakter van de leefgebieden van tientallen soorten planten en dieren.

Haast schilderachtig; ICM (RK)

We kijken dus naar een bijzonder stukje natuur. Het licht is mooi en de ondergaande zon streelt met oranje en goud over de natte zand platen. We doen ons best waarbij vooral de dubbele belichting en de bewuste camera beweging (BCB) flink geoefend worden.

Mooi met oranje/gouden tinten; dubbele belichting (IK)

Ik merk bij mezelf dat deze twee creatieve technieken mijn voorkeur hebben boven de pinhole. Het zal ongetwijfeld alles te maken hebben met een gebrek aan ervaring. Toch is voor mij de pinhole vaak te vaag, is er geen ankerpunt of een dusdanige herkenning dat mijn geest meegaat in het gemaakte beeld. Ook de (mijn) ICM foto’s, waarbij je echt moet letten op de lange sluitertijd om het goed te laten werken ;), zijn meestal niet scherp, maar daarbij zie je wel wat het moet voorstellen. De dubbele belichting kun je gebruiken terwijl je tweemaal hetzelfde fotografeert. Het enige verschil is dat je bij de tweede foto een iets andere compositie kiest. Beweeg de camera dus iets naar links of rechts en maak de foto. Op die manier krijg je weliswaar tweemaal hetzelfde onderwerp in de foto te zien, maar is het tegelijkertijd dubbel te zien door de gewijzigde compositie. Hierdoor krijg je vaak wat dromerige beelden of juist hele creatieve beelden door twee hele verschillende onderwerpen te combineren. Een uitdanginkje! Eén dag oefenen legt zeker een basis, maar voor een goed resultaat is er nog heel wat meer geduld nodig. Morgen verder.  

Een laatste foto met dubbele belichting (RK)