Groene oasen

Jacobspad: Stadspark-Piccardthof-Onlanden

De omschrijving van een oase is in dit geval ‘een rustige plaats met veel groen’. Deze bijzonder plekken vormen vandaag de rode (groene) draad van ons wandeling. Voor de pelgrims onder ons geeft zo’n groene oase een heel andere manier van rust dan het bidden in een kerk, getuige een pelgrimsverslag. ‘De stad achter me gelaten, een verademing op zich! Het lijkt wel of de groene oase me roept. Eén met de natuur en één met mezelf. Langzaam maar zeker vertraag ik naar mijn natuurlijke ritme. Langzaam maar zeker dwaal ik af, weg van de hectiek en dagelijkse gewoontes’ (Jacco Evers). Mooi toch?

Misschien met zo’n beeld voor ogen? (RK)
Of dromeriger zoals hier? (RK)

De eerste ‘oase’ voor ons is meteen het grootste groengebied van de stad; het Stadspark. De eerste plannen voor een groot stuk groen stammen uit het begin van de 20ste eeuw op initiatief van industrieel Jan Evert Scholten. Het doel was een park te creëren dat zich zou kunnen meten met de grote, destijds bekende parken van Wenen, Berlijn, Amsterdam en Den Haag. Op dit gebied boden de al bestaande parken in de stad, het Sterrebos en het Noorderplantsoen, naar zijn idee onvoldoende mogelijkheden.

Een visie (RK)

Jan Evert Scholten (1849-1918) woonde in Groningen. Hij erfde een fortuin na zijn vader’s dood in 1892 en werd daarmee één van de meest vermogende mannen in Nederland. Hij zat zelf echter ook niet stil. Hij zette het vaderlijk bedrijf, het Scholten-concern, voort en breidde zijn industriële en zakelijke activiteiten verder uit. Hij liet in 1873 ‘buitenhuis’ Villa Gelria bouwen aan de Verlengde Hereweg. Hij bezat al, vanaf 1881, een woonhuis aan de Grote Markt; het Scholtenhuis. Dit statige pand aan de Grote Markt werd aan het einde van de 19e eeuw in opdracht van zijn vader Willem Albert Scholten gebouwd. In WOII werd het echter het hoofdkwartier van de regionale afdeling van de Sichterheitsdienst (SD). Het pand werd toen berucht om de vele martelingen die er plaatsvonden en werd daarom wel ‘het voorportaal van de hel’ genoemd. Scholten gaf ook een belangrijke aanzet voor de toeristische ontwikkeling van het Paterswoldsemeer. Zo bouwde hij in 1908 buitenhuis de Paalkoepel, richtte hij in 1912 van de Watersport Paterswolde op, liet hij in 1916 de Meerweg asfalteren en bouwde hij in 1917 de Buitensocieteit, het clubhuis van de zeilclub.

De erfenis van Scholten met de klok mee: de Paalkoepel, het grafmonument van de familie Scholten, het Stadspark (met een optreden van Sting) en Villa Gelria (DvhN 2023)

Tussendoor schonk hij de Stadjers, in 1913, een grote lap grond van 140 hectare met als doel: een openbaar park waar iedereen terecht kon voor sport, plezier en ontspanning. De ontwikkeling van het park heeft daarna toch nog heel wat voeten in de aarde gehad. Landschapsarchitect Leonard Springer (Springervijver in het park) werd ingevlogen om het geheel vorm te geven. Samen bedachten ze een plan om het braakliggende terrein om te toveren tot bijzonder natuurpark, geheel in Engelse landschapstijl. 

De toegang tot……. (IK)
De toegangstunnel is verrassend (RK)
Beide kanten van de toegangstunnel zijn bijzonder (IK)
Verderop veel graffiti (IK)
Oefening baart kunst, maar het wil nog niet zo lukken 🥴 (RK)

Aan de westkant kwam een gedeelte met een grote vijver en een paviljoen, wat ook dienst kon doen als tentoonstellingsruimte en/of een ruimte voor openbare bijeenkomsten. In het midden kwam een renbaan met een grasveld en aan de oostzijde een gedeelte met sportvelden en een ijsbaan. Uiteindelijk zijn alle ideeën gerealiseerd en kon de officiële opening in 1926 plaatsvinden.

Een moeder met kind in het gras bij het splinternieuwe Stadsparkpaviljoen, ca 1926 (Groninger Archieven)

Als eerbetoon is er in 1931 een monument voor Scholten geplaatst aan de Concourslaan, een prominente plek in het park. Boven op een kalkstenen muur staat een bronzen buste van Jan Evert Scholten die met een trotse het Stadspark inkijkt. Uit de muur waarop de sculptuur staat, zijn twee kinderfiguren in sportkleding gehouwen: een meisje met knotsen en een jongen met een discus. De bronzen plaquettes ernaast tonen een paard met een veulen en een paard met kar en wagen. Deze verwijzen naar de paardenfokkerij en de drafsport, twee liefhebberijen van Scholten. Op de hoeken van het monument zijn de wapens van Stad en Ommelanden aangegeven.

Het Scholten monument (RK)
Om de details wat beter te zien 😉 (IK)

Grappig genoeg lijkt de vlag van de Ommelanden veel op de Friese vlag. Dat blijkt ook wel te kloppen! Als gevolg van een gemeenschappelijk verleden lijken de vlaggen inderdaad op elkaar. Even nalezen leert dat de vlag van de Ommelanden gebaseerd is op het Ommelander wapen uit het laatste kwart van de 16e eeuw. De Ommelanders waren in die tijd in oorlog tegen de Spaanse koning Filips II (80-jarige oorlog). Mogelijk hebben ze daarom willen verwijzen naar de legendarische ‘Friese Vrijheid’, want de Friezen bestuurden zichzelf gedurende een groot deel van de Middeleeuwen en horigheid (dienstbaarheid aan een heer) kwam er niet voor. Het is wel goed om je daarbij te realiseren dat Friesland toen groter was dan de huidige provincie nu. Het hele Noord-Nederlandse en Noord-Duitse kustgebied werd aangeduid als Frisia, de Groninger Ommelanden dus ook. In wapenboeken verschenen vanaf de 15e eeuw afbeeldingen van wapenschilden van legendarische Friese koningen, zoals Redbad (Radboud) die waarschijnlijk leefde van 680 – 719. Hij stond in de vroege middeleeuwen bekend om zijn bijdrage aan het in leven houden van ‘de vurige Friese cultuur’.

De oudste afbeelding van het Ommelanden wapen ca 1590 (internet)

De Ommelander heren kozen voor een variant met drie blauwe schuine balken en elf rode harten, ook wel ‘waterroosplomben’ genoemd. De drie balken staan voor de drie Ommelanden Hunsingo, Fivelingo en Westerkwartier, de elf harten symboliseren de elf deelgebieden van de Ommelanden. De Friezen, dat wil zeggen de bewoners van de huidige provincie Friesland, hadden ondertussen voor een geheel ander wapen gekozen: twee gouden leeuwen op een blauw veld. Pas in 1830 werd het oude wapen van Redbad herontdekt en aan het eind van de 19e eeuw wapperde voor het eerst de hierop gebaseerde Friese vlag met de 7 rode ‘pompeblêden’ (een verwijzing naar de 7 historische gebieden waar de Friezen leefden). De Friese vlag is inmiddels veel bekender  geworden dan de Ommelander vlag, want tegen het veelvuldig gebruik in reclames kan een meer dan driehonderd jaar oudere geschiedenis niet op.

De provinciewapens van Friesland, Groningen en Drenthe op het voormalig onderkomen van het Nieuwsblad van het Noorden aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen (internet)

Leuk om zo lopend en genietend weer meer te leren over een stukje Groninger geschiedenis. Genieten is het zeker, want het is alweer lang geleden dat we zo in het Stadspark zijn geweest. 

Bijna vanaf het terras van het paviljoen (RK)
Wat is het aanzicht van het paviljoen veranderd…… (IK)

Aan de andere kant van de A7 ligt het Piccardthof, een volgende groene oase. Omstreeks 1938 werd in Groningen de Bond van Volkstuinders opgericht, die het gemeentebestuur vroegen een volkstuincomplex mogelijk te maken. In 1942 resulteerde dit in de oprichting van het complex door enkele stad-Groninger notabelen, waaronder Jan Hendrik Herman Piccardt, naar wie het volkstuincomplex is vernoemd. Piccardt vond het belangrijk dat mensen uit de stad een plek hadden waar ze hun eigen groente konden verbouwen en tussen het groen konden verblijven. De vereniging is ooit begonnen als moestuinen complex en later zijn daar de siertuinen bijgekomen. De nadruk ligt op tuinieren met respect voor de natuur. Zo bevinden zich op het terrein o.a. ook een vlindertuin, een bloementuin, een bloemenweide, een paddenpoel en een bijenstal. In 2009 ontving de Piccardthof de hoogste onderscheiding voor natuurlijk tuinieren. Het ruim 18 hectare grote gebied met meer dan 300 tuinen wordt beheerd door een Amateur Tuinders Vereniging.

Hier wonen veel ‘liefhebbers’ (IK)

Wij lopen er even binnen om een indruk te krijgen. Het is hier heerlijk rustig met overal bloeiende bloemen en veel groen. Haast jammer dat ons pad niet dwars door dit gebied gaat, maar er net langs. Alhoewel ook ‘onze’ weg is zeker de moeite waard met  hoge bomen aan beide kanten en een zandpad in het midden. We lopen eigenlijk, midden in de natuur en tegelijkertijd vlak langs Eelderwolde.

Het wordt al een beetje herfstig (IK)
Terwijl wij het zandpad oplopen, slaan zij af (RK)

Over de brug buigen we af naar de Madijk, de begrenzing van de Onlanden. De term onland wordt gebruikt voor woeste grond die vrijwel onbruikbaar is of was voor agrarisch gebruik. Het gebied wat we nu betreden, was oorspronkelijk een laaggelegen binnendelta tussen het Drentse zand en de Groningse zeeklei, waar vanaf het Drentse zandplateau de Drentse Aa en het Eelder- en Peizerdiep het gebied in stroomden. Nadat er in 1998 veel wateroverlast was en een aantal stadswijken van de stad Groningen dreigden te overstromen, is er besloten om het gebied om te vormen tot een waterberging. Hierdoor ontstond een natuurgebied van zo’n 2500 hectare. Het project kreeg de mooie en veelzeggende naam: ‘natte natuur voor droge voeten’. We komen hier al jaren en zien het ook elk jaar mooier, wilder, ruiger (welke term je ook wilt gebruiken) worden met een grote en toenemende diversiteit.

Een blik vanaf de Madijk (RK)

We sluiten onze wandeling van vandaag af bij de Onlanderij; de poort tot de Onlanden. De volgende keer lopen we verder door deze oase. Misschien ook met een gedachte zoals die van Jacco Evers: ‘de tocht geeft me alles wat ik nodig heb, vooral de stilte laat me dieper en dieper ademen.’

Het regent….zonnestralen

Jacobspad: ‘photo walk’ Groningen (stad)

Het is deze dagen erg wisselvallig weer, waarbij enorme regenbuien afgewisseld worden met haast letterlijk ‘een regen van zonnestralen’. Het refrein van het nummer ‘het regent zonnestralen’ (Acda en De Munnik) betekent eigenlijk heel wat anders, maar het doet mij denken aan het weer van vandaag als ik om me heen kijk en de zonnestralen door de dikke donkere wolken in banen omlaag zie stralen.

We besluiten een ‘photo walk’ door de stad Groningen te maken. Dit onderdeel van het Jacobspad is tenslotte te leuk om over te slaan en bovendien staat de stad bekend om haar bijzondere historische kerken, die al eeuwenlang de skyline van de stad bepalen. Daarnaast zijn er nog de vele hofjes en gasthuizen, zoals b.v. het Jacob en Annagasthuis uit 1494, genoemd naar de heilige Anna (moeder van Maria) en de heilige Jacobus.

Een gasthuis is het Groningse equivalent van wat in andere steden vaak een hofje of een convent wordt genoemd. In de Middeleeuwen was een gasthuis vooral een huis waar zieken (pestlijders), armen en pelgrims werden opgevangen. De verhalen over de pelgrims van vroeger zijn bekend. Waarom ze op reis gingen, was vaak wel duidelijk, waarbij boetedoening één van de belangrijke redenen was. Wanneer je iets verkeerds had gedaan en je bleef daarmee doorlopen, dan kon je zomaar (na je dood) in het hellevuur komen en gemarteld worden door allerlei afgrijselijke duivels. Je kon dit echter als het ware afkopen door een pelgrimsreis te maken en onderweg alle mogelijke heiligen aan te roepen. Eenmaal in Santiago kon je je dan tenslotte rechtstreeks tot Jacobus te wenden en daar had je heel veel voor over. Je kon natuurlijk ook op (pelgrims)reis gaan, wanneer je iets heel graag wilde, zoals b.v. een genezing of een kind. Je hoorde toen zoveel wonderverhalen, dat een pelgrimstocht absoluut tot de mogelijkheden behoorde in een poging om zo’n diepe wens te vervullen. Tenslotte had je nog die pelgrims die bij een veroordeling als straf naar Santiago werden gestuurd. Ik heb gehoord dat er voor verschillende misdrijven bijbehorende straffen stonden. Voor diefstal, voor overspel en voor moord respectievelijk 1, 2 of 3 jaar op pelgrimage. Dan waren ze er in ieder geval mooi een tijdje vanaf. Zowel een biechtvader kon een bedevaart als boetedoening opleggen, de uitvoering was dan een voorwaarde voor vergeving, als ook een wereldlijke rechter. Er zat wel altijd een element van fysieke beproeving in; een lange afstand, blote voeten etc. Hoe het ook zij, in de stad was het voor een pelgrim vast en zeker geen probleem om een goede slaapplaats te vinden.

De wandeling voert ons van de Reitdiepskade, over de Visserbrug (waar nu tijdelijk een noodbrug ligt) naar de Noorderhaven en via de Vijfde Drift, het Gasthuisstraatje, De Laan, de Uurwerkersgang naar het Academiegebouw, waar we bij Mr Mofongo op het terras genieten van een cappuccino met iets lekkers erbij. Hoewel de lucht steeds donkerder wordt, blijft het (voorlopig) droog.

Aan de Visserbrug wordt gewerkt! (IK)
Vanaf de noodbrug een kijkje richting de A-Kerk (RK)
Noorderhaven (RK)
Een eerbetoon aan de vrouwen die het beeld van het A-kwartier bepaalden – en nog steeds bepalen – maar die niet met hun naam de geschiedenis in gaan.’ (IK)
Gasthuisstraatje met Jacob en Annagasthuis (IK)
Academiegebouw RUG (IK)
Een traktatie (RK)

We lopen verder door de Rode Weeshuisstraat, via de Oude Ebbingestraat naar de Jacobijnerstraat en Kattenhage om uit te komen in de Prinsentuin. Net op tijd want de hemelsluizen openen zich fel en krachtig. Hoewel de loofbogen (of berceaus) niet echt afdoende zijn als bescherming, vangen ze voor ons wel de ergste regen op.

Op de binnenplaats ven het Rode- of Burgerweeshuis (IK)
Mooie gevels Oude Ebbingestraat (IK)
Ingang Prinsentuin (IK)
Loofboog of berceau om te schuilen (RK)

Het is gelukkig snel weer droog en we vervolgen onze wandeling via de Turfstraat naar de Gardepoort van het Martinikerkhof. Tot nu toe is het echt genieten van mooie stukjes stad.
Het wordt tijd om de nieuwste aanwinst van Groningen, het Forum, in de wandeling op te nemen. Overal om ons heen zien we mensen die familie of vrienden ‘hun’ stad van bovenaf laten zien. Ook voor ons is het telkens weer verrassend, helemaal als we d’Olle Grieze’ in de wolken weerspiegeld zien. Een uniek plaatje!

Duidelijke sporen uit het verleden (RK)
Het hart van de stad (RK)
Panorama over de stad vanaf het Forum dak (RK)
Weerspiegeling in het glas (RK)

We zijn alweer op de helft van onze ‘foto-loop’ en tot zover gaat het goed zowel met mijn knie als met mijn fototoestel. Allebei belangrijk nietwaar? In de Oosterstraat doen we even snel een paar boodschappen voor onze diverse projecten en slaan dan af naar de Papengang waar aan weerszijden van de smalle steegje prachtige muurschilderingen zijn aangebracht. ’s Avonds wordt het straatje tegenwoordig ook goed verlicht, waarmee het een echte aandachtstrekker is geworden; van smoezelig steegje tot aantrekkelijke achterafstraat. We komen uit in de Peperstraat, waar zich het oudste gasthuis van de stad bevindt: het Pepergasthuis (of Geertruidsgasthuis) gesticht in 1405. Het werd genoemd naar Sint Geertruid, de beschermheilige van pelgrims en reizigers. Een verstilde plek midden in het drukke centrum. 

Kunst in de Papengang (IK)
Vlakbij de Peperstraat (IK)
Binnen de poort van het Pepergasthuis (RK)

Via de Steentilstraat komen we uit op de Rademarkt en de daarbij behorende Radesingel. Hier ook weer een gasthuis (Anthony gasthuis) met daar tegenover de st. Jozefkerk. De officiële naam van de kerk is overigens de Kathedrale kerk van de H.H. Martinus en Jozef. Voor de ligging van deze katholieke kerk werd gekozen voor de zuidoostkant van de stad omdat hier net een wijk in aanbouw was (de Oosterpoort), speciaal voor arbeiders. Vandaar dat de kerk werd genoemd naar St. Jozef, timmerman en patroon van de werklieden. De bijnaam van de toren is dronkemanstoren omdat door de zeshoekige vorm vanuit elke positie twee klokken zichtbaar zijn.

De dronkemanstoren (IK)

Via de singels lopen we naar het Groninger museum voor een lunch en passen we onze wandeling nadien weer een beetje aan om langs en door het verbouwde station te lopen. Het wordt beslist grootsteeds al is het nog niet helemaal klaar.

Bekend o.a. om het kleurrijke gebouw (IK)
Stukje geschiedenis in de centrale hal van het station (IK)
Het peerd van Ome Loeks’ mag natuurlijk niet ontbreken (RK)

Rest ons nog de Ganzevoortsingel en de Museumbrug, waarmee we aan het einde zijn gekomen van een foto loopje door de ons al zo bekende stad. Grappige ontdekking (voor ons) is dat er aan het begin van de Ganzevoortsingel een Russisch-Orthodoxe kerk staat. Deze parochie in Groningen is in ons land een van de zes Russisch-Orthodoxe kerken (inclusief twee kloosters) onder de Moskouse jurisdictie. Deze kerk is gevestigd in een historisch pakhuis uit 1896 dat gebruikt werd voor de opslag van pinda’s. De voorgevel valt op door drie mozaïeken: rechts een afbeelding van Christus, links de Moeder Gods en boven de ingang een kruismozaïek met twee duiven en de Griekse letters Alfa en Omega, de eerste en de laatste letter van het klassieke Griekse alfabet. In bijbelboek Openbaring zeggen zowel God als Christus ‘Ik ben de Alfa en de Omega.’ Oftewel: ik ben het begin en het einde. Bijzonder toch?

Russisch-Orthodoxe kerk

Toelichting bij de titel:
‘Oh, oh, oh, even rustig ademhalen
Oh, oh, oh, lijkt of het regent als altijd
Maar het regent en het regent zonnestralen’
(Refrein ‘het regent zonnestralen’ van Acda en De Munnik)

In dit nummer blijkt dat Herman heeft besloten zijn hart te volgen. Dezelfde Herman zit een paar dagen later op een terras in Frankrijk. Iedereen denkt dat hij overleden is doordat de man die zijn auto gekocht heeft een ongeluk heeft gekregen. Herman kan eindelijk toch zijn dromen achterna.



Groen onderweg

Jacobspad: Garmerwolde – Noorddijk – Groningen Noorderplantsoen

Groen is, zoals we allemaal weten, de meest voorkomende kleur in de natuur. Groen wordt daarnaast ook vaak gekoppeld aan leven, gezondheid, jeugd, lente, hoop en afgunst. De Romeinen versierde hun huizen al in de winter met groene takken als de kleur van hoop. Het idee voor de kerstboom is hetzelfde. Het oud Germaanse woord ‘grōniz’ betekent zoiets als groeien. Groen heeft dus zeker een verband met nieuw leven en frisheid. Daarom worden nieuwe mensen (beginners) ook wel groentjes genoemd. Leuk om te weten, toch?

Groen onderweg (RK)

Hoewel groen dus een kleur is die veel mensen associëren met natuur, rust en positiviteit is de psychologie achter deze kleur dieper dan dat. De verschillende tinten hebben elk hun eigen betekenis. Donkergroen staat voor luxe, waarde en ervaring. Lichter groen symboliseert gezondheid, vitaliteit en jonge energie. Een natuurlijke mix van lichter en donkerder groen staat voor evenwicht, stabiliteit, vertrouwen, vrede en energie en een olijfgroene tint symboliseert authenticiteit en genegenheid. Ik ben benieuwd welke ‘groenen’ we vandaag gaan ontdekken en welke associaties dat bij ons zal oproepen!

Ons startpunt is de Schoolkerk in Garmerwolde. We kijken nog even snel in de kerk en proberen deze keer of we de toren kunnen bezichtigen. Helaas! Voor de expositie is een toegangskaartje vereist en is niet op ieder (door ons) gewenst moment te bezoeken. 

Mooi licht op het reliëf van een grafsteen (RK)
De toren in Garmerwolde (RK)

We slaan af op het fietspad richting Noorddijk met mooie bloeiende bloemen aan weerszijden. Dit doorfietspad Van Ten Boer naar Groningen verruilen we echter al snel voor een slingerend pad door het groene Bevrijdingsbos, een uniek stukje bos, waarvan ik nog nooit had gehoord.

Wilde cichorei langs de kant van het fietspad (IK)
De luzerne valt ook op (IK)

Het bos schijnt in Canada wel bekend te zijn. Hoe zit dat dan? Aan het einde van WOII had de Britse veldmaarschalk Montgomery aan Canadese soldaten de opdracht gegeven Oost- en Noord-Nederland te bevrijden. Op deze wijze zouden de Duitse troepen in het westen van het land worden afgesneden, wat de overgave ongetwijfeld zou versnellen. Generaal Matthews, commandant van de Tweede Canadese Infanteriedivisie die Groningen bevrijdde, werd enkele dagen na de Duitse overgave op het stadhuis ontvangen door de toenmalige burgemeester. De generaal kreeg de hoogste onderscheiding die de gemeente kan verlenen: zijn naam werd ingeschreven in het Gulden Boek van de stad en aan hem werd de Bronzen Erepenning toegekend. Het Bevrijdingsbos is eigenlijk een eerbetoon en een dankbetuiging aan de Canadese veteranen van de Tweede Canadese Infanteriedivisie, die tussen 13 en 16 april 1945 de stad hebben bevrijd. Het gemeentebestuur van Groningen stelde in 1992 negen hectare grond beschikbaar, waar vervolgens meer dan 30.000 esdoorns, in 5 soorten, zijn aangeplant. Het esdoornblad (‘maple leaf’) is het nationale symbool van Canada. De eerste boom werd geplant op 5 mei 1992 en op 5 mei 1995 werd het Bevrijdingsbos, in aanwezigheid van meer dan 200 Canadese bevrijders en verzetsmensen, geopend. 

Eerbetoon (RK)

Waar wij het Bevrijdingsbos inlopen, is eerder dit jaar een kunstwerk geplaatst in de vorm van een schilderijlijst met uitzicht op Vrijheid. Stichting Het Bevrijdingsbos stelt zich ten doel om het begrip vrijheid steeds opnieuw centraal te stellen en duidelijk te maken dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, onder het motto: ‘vrijheid maak je met elkaar.’

Vrijheid is niet vanzelfsprekend (IK)

Langs beide zijden van het zogenaamde educatieve pad (het Kinderrechtenpad) staan grote stukken natuursteen die afkomstig zijn uit verschillende landen en waarop je de ‘Tien Rechten van het Kind’ kunt lezen. Deze rechten zijn vastgelegd in een internationaal verdrag, dat in 1989 door de Verenigde Naties is aangenomen. Met het aanbrengen van de ‘Tien Rechten van het Kind’ wordt de gedachte dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn en dat de jeugd bij het instandhouden hiervan een belangrijke rol speelt, telkens weer benadrukt. Een bijzonder stukje geschiedenis. Mooi symbolisch in een combinatie van deze licht en donker groene omgeving. Groen staat hier voor vrede, stabiliteit en vertrouwen?

Het ‘educatieve pad’ (RK)
‘Gelijke kansen’ (IK)
Even het bos ‘googelen’ (RK)

Verderop zien we de kerktoren van Noorddijk al opdoemen. Deze Stephanus kerk is gebouwd omstreeks 1250 en is gewijd aan de heilige Stephanus. Stefanus wordt beschouwd als de eerste martelaar van het christendom.

Stephanuskerk Noorddijk (RK)

Hij was de eerste diaken (geestelijk dienaar) van de zeven die werden aangesteld door de apostelen om de aalmoezen eerlijk te verdelen onder de weduwen. Hierdoor konden de apostelen zich concentreren op preken en lesgeven. Hij werd later gestenigd omdat hij de hogepriester en de ouderen in Jeruzalem had beschuldigd van de moord op de Messias. Na de Reductie van Groningen (de inname van de stad door de troepen van stadhouder Maurits tijdens de Nederlandse Opstand) veranderde deze katholieke kerk in een protestantse. Jammer voor ons is de kerk gesloten en kunnen we de ‘prachtige gebrandschilderde ramen’ niet echt naar behoren bewonderen. Wel zien we naast de kerk een hertje door het frisgroene gras (energie, vitaliteit?) springen en misschien is dat nog wel bijzonderder?! 

Zomaar een hertje naast de kerk (RK)
Detail op een graf bij de hoofdingang (RK)
Een zandloper met aan weerszijden een adelaars- en een vleermuis vleugel geeft de overgang van de dag naar de nacht aan (IK)

We lopen verder langs een lange groene laan, met links van ons de (Groningse) wijk Lewenborg, richting (sportcentrum) Kardinge. Hoewel ons pad in eerste instantie lang en recht is, is het natuurgebied Kardinge om ons heen zeker mooi en verrassend. Zo vlak bij de stad en toch zo midden in de natuur met ook hier weer prachtige bloeiende bermen.

Prachtige bloeiende bermen (RK)
Lange groene weg (RK)
Even checken of we goed lopen 😉 (RK)

Het weer is prima vandaag, erg bewolkt dat wel, maar met een temperatuur van rond de 22 graden. Verder zien we vooral dreigende luchten waar slechts af en toe een drupje regen valt.

Soms dreigende luchten (RK)

Kennelijk ook een ideale dag voor schoolreisjes. We zien grote groepen schoolkinderen op de fiets om ze even later druk bezig te zien op de ‘survival baan’. Even verderop zien we de klimtoren van Kardinge, de niet te missen hoogste vrijstaande klimtoren van de wereld. De omschrijving: ‘luchtig en ‘designed to impress’, klimtoren Excalibur staat garant voor een indringend avontuur’, zegt genoeg. In totaal kun je 37 meter ‘richting de hemel’ klimmen en daarnaast heeft de toren een overhang van 11 meter (’36 feet curve’). Volgens kenners geeft dit de toren niet alleen een hele toffe look, maar kunnen klimmers ook oefenen op de overhang, want zo’n overhang kun je ook vinden op de ‘echte’ piek. In de klimtoren met uitzicht op het Zilvermeer (of Kardingeplas) genieten we van een tosti en een kop koffie als snelle lunch.

Excalibur wordt ook geassocieerd met onoverwinnelijkheid (IK)

We laten Kardinge achter ons en lopen via een fietspad over het viaduct naar de Hunzeboord, letterlijk de rand van de Hunze. De rivier de Hunze stroomde van oudsher vanaf Drenthe via de stad Groningen naar het Wad. Door de komst van kanalen en de groei van de stad, verloor de Hunze haar betekenis. Er zijn slechts restanten van de Hunze overgebleven. Het Groninger Landschap wil nu, samen met de Gemeente Groningen en waterschap Noorderzijlvest, een stuk van het oude beekdallandschap van de Hunze meer zichtbaar maken. Landschapsvisie Hunzeboord is één van die projecten.

We lopen verder over de Gerrit Krolbrug. Tot 2005 stond de brug bekend als de Korrebrug of de Korrewegbrug, vanwege zijn ligging aan het einde van de Korreweg. Nadat bekend werd dat de schrijver Gerrit Krol, geboren en overleden in Groningen, weer in de stad kwam wonen en bovendien weer aan de Korreweg, is besloten de brug naar hem te vernoemen. Dit besluit was geïnspireerd op de opening van zijn boek ‘de oudste jongen’: ‘Na een lange fietstocht was ik pas terug in de stad wanneer ik het ronde bord ’50 km’ passeerde met daarboven de naam GRONINGEN, die mij zo vertrouwd was dat daar ook net zo goed GERRIT KROL kon staan, vond ik.’ Deze tekst is te lezen op een plaquette aan het brugwachtershuis op de noordoever.

De Gerrit Krolbrug is een belangrijke verbinding. Per dag maken zo’n 16.000 fietsers en 3000 auto’s er gebruik van. Sinds de brug onbruikbaar raakte door een aanvaring in 2021, hebben ondernemers in het gebied daar dagelijks last van. Voor fietsers is er een tijdelijke hellingbaan, maar auto’s moeten omrijden.

Plannen voor een nieuwe Gerrit Krolbrug (RK)

We lopen de Korreweg uit waar de Sionskerk halverwege nu deels een moskee blijkt te zijn (toch mooi dat zoiets ook kan) en besluiten onze trip van vandaag midden in het groen in hartje Noorderplantsoen met een drankje bij paviljoen ‘Zondag’.

Bekend beeld (RK)
Het groene hart (IK)
De derde generatie geniet van deze plek….. (IK)

Al dat groen om ons heen symboliseert nu vooral rust, voldoening, ontspanning en misschien waardering voor onze ‘prestatie’ en de omgeving rondom? Groen is kalm en sereen! 

Kalm, rustig, ongestoord, vreedzaam (IK)

Kerken in beeld

Jacobspad: Ten Boer – Thesinge – Garmerwolde

We starten weer in Ten Boer, bij de Kloosterkerk. Deze kerk werd in de 13e eeuw gebouwd als kloosterkerk bij het benedictinessenklooster. Na opheffing in 1485 werd het klooster afgebroken, maar bleef de kerk bestaan als parochiekerk.

Kloosterkerk Ten Boer (RK)

Helaas is de kerk ook deze keer gesloten. Op een gedenksteen in de noordwand zien we dat de kerk in 1565 is hersteld onder de laatste abt van het Benedictijner klooster Germania in Thesinge, Gerardus Ahues. In 1594 wordt de kerk na de Reductie van Groningen protestants. De Reductie van Groningen is de capitulatie van stad Groningen voor het leger van Maurits, graaf van Nassau (de latere prins van Oranje) en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg op 22 juli 1594. Dit betekende het einde van de Spaanse overheersing en tegelijk de aansluiting van de stad bij de Republiek, waarbij de stad werd samengevoegd met de Ommelanden. Het woord reductie komt uit het Latijnse woord reductio en betekent het terugbrengen, dus de terugkeer naar de Republiek. 

Hoewel deze kerk kennelijk nog een ‘werkende’ kerk is, waardoor deze niet toegankelijk is (toch een beetje een tegenstrijdigheid als je het mij vraagt), blijken steeds meer kerken tegenwoordig hun deuren geopend te hebben voor geïnteresseerden. Even een klein stukje geschiedenis over het leeglopen van de kerken. Tot in de jaren zestig kent Nederland een sterk verzuilde samenleving. Op basis van levensbeschouwelijke of sociaal-economische kenmerken zijn mensen in groepen verdeeld en leven we vrij gescheiden van elkaar. Grofweg zijn er vier zuilen: de protestanten, de rooms katholieken, de socialisten en de liberalen. Iedere zuil heeft haar een eigen politieke partij, omroep, vakbond, krant, kruisvereniging en school. Tegen het einde van de jaren zestig zet in Nederland de ontzuiling in. Mensen maken hun keuzes niet langer op basis van de ‘eigen’ groep, maar denken steeds meer vanuit het individu. Deze ontzuiling heeft als gevolg dat mensen zich gaan afkeren van de kerk, we ontkerkelijken. ‘We kennen een beeldenstorm uit 1566 en we kennen een tweede beeldenstorm in 1966’, aldus een een rooms katholieke priester, waarbij hij refereert aan de sloop van een aantal katholieke kerken in die periode. Ontkerkelijking blijkt trouwens een West-Europees verschijnsel te zijn, want wereldwijd neemt het aantal christenen en moslims nog steeds toe.

Onderweg (IK)

Net buiten Ten Boer lopen we over het doorfietspad richting Groningen en slaan we het Ten Boersterbos in, een divers stukje bos waar ‘de vele begroeiing het een robuuste uitstraling geeft’. Er schijnt zelfs een verborgen pluktuin te zijn, waarin veel verschillende appel-, peren- en pruimenbomen van oude rassen staan. Wij lopen echter parallel aan het fietspad en missen daarmee de pluktuin. Even verderop slaan we rechtsaf richting Thesinge. Het is heerlijk weer vandaag. Weliswaar warm met zo’n 24 graden, maar met af en toe bewolking en een zacht briesje. Ideaal wandelweer!

De ‘Germania’ (RK)

In de verte zien we de molen van Thesinge al liggen. Thesinge is een klein dorpje, maar het is wel erg oud en was vroeger een belangrijke plaats. Hier stond eens het grote nonnenklooster Germania, waar de huidige kloosterkerk nog het enige overblijfsel van is. De naam van het klooster leeft voort in de korenmolen uit 1825. De Germania is een achtkante stellingmolen. De stelling is de houten omloop bovenop een (meestal) stenen onderbouw. Stellingmolens zijn daardoor tot wel 12 meter hoger dan grondzeilers (molens waarvan de wieken bijna de grond raken). Uit recent onderzoek blijkt dat de molen waarschijnlijk (ruim) honderd jaar ouder is dan gedacht. Volgens het Groninger Landschap (eigenaar van de molen) werd tot nu toe altijd aangenomen dat de stellingmolen uit 1825 kwam. Bakker Roelf Cornelis Mulder bouwde de molen ter vervanging van een oudere standerdmolen. Drie decennia later werd de molen verbouwd tot stellingmolen. Zo kan de molen, hoog boven de huizen uit, meer wind vangen. Nieuw, zogenaamd ‘dendrochronologisch’, onderzoek wijst uit dat de molen een langere geschiedenis kent, althans het hout waar de molen mee is gebouwd. Simpel gezegd komt het er op neer dat er monsters zijn genomen uit het hout, waarna de jaarringen zijn geteld en gemeten. Door dit te vergelijken met hout, waarvan bekend is wanneer dit nog een onderdeel was van een boom, blijkt het grenenhout te zijn, afkomstig uit Noorwegen, van een boom die daar is gekapt in 1728. Dit hout werd vervolgens gebruikt voor de bouw van de molen in 1729-1730, bijna honderd jaar eerder dan gedacht. Bijzonder! 

‘Zand erover’ bij het hoogholtje (IK)
Het verhaal bij het beeld in Thesinge (IK)

De Kloosterkerk in Thesinge is, je raadt het al, het laatste restant van een klooster dat hier ooit stond, klooster Germania. De huidige Kloosterkerk is zelfs niet de hele kerk van het klooster van destijds, maar slechts het koor van de oorspronkelijke kloosterkerk, die dus veel groter was. Waar de naam Germania precies vandaan komt, is onduidelijk. Lange tijd is gedacht dat deze naam was ontleend aan de heilige Germanus, die de beschermheilige van het klooster zou zijn geweest. Uit aantekeningen blijkt echter dat niet Germanus, maar ‘Felicitas met haar zeven zonen’ de oorspronkelijke beschermheiligen van het klooster waren. Felicitas, een adellijke Romeinse dame, had zich samen met haar zeven zonen bekeerd tot het Christendom. Omdat ze weigerde de heidense godenbeelden te vereren, werd ze in 165 n.C. gestraft. Felicitas moest toekijken hoe haar zeven zonen één voor één werden onthoofd. Bij elke zoon werd haar gevraagd of ze haar geloof wilde afzweren. Toen ze bleef weigeren, werd ook haar hoofd met een zwaard afgehakt. Felicitas werd de beschermheilige voor moeders, vruchtbaarheid en zwangere vrouwen. Ook werd ze vaak aangeroepen door vrouwen die graag een zoon wilden.

De kerk van Felicitas (RK)
Mooi verscholen tussen de bomen (IK)

Klooster Germania was een dubbelklooster: een klooster waar zowel monniken als nonnen konden wonen. In de praktijk woonden er echter bijna alleen maar nonnen. Waarschijnlijk bleef het klooster om strategische redenen officieel een dubbelklooster, want vrouwenkloosters kregen geen toegang tot belangrijke provinciale vergaderingen. Dit klooster bezat een eigen schrijfatelier, waar boeken werden (af)geschreven. Afschrijven betekent overschrijven of met de hand kopiëren van een bestaande tekst. In Thesinge is een beroemd getijdenboekje, een boek met een verzameling gebeden, uit 1515 bewaard gebleven. De verschillende gebeden werden op vaste (ge)tijden van de dag gelezen, vandaar de naam.

Spreekt voor zich (IK)

Buiten op het kerkhof staat een baarhuisje. Het lijkenhuisje was oorspronkelijk bedoeld om er mensen gestorven aan een besmettelijke ziekte in op te baren. Ook schijndood kwam regelmatig voor. Daarom werden deze mensen in het baarhuisje gelegd, totdat iedereen er zeker van was dat ze echt waren overleden. Nu is het een soort mini museum met een informatiepaneel over het scriptorium: over het versieren, de getijdenboeken en over de benedictijner non Stine Dutmers van wie we zeker weten dat zij in het scriptorium werkte.

Kerk met ‘baarhuisje’ (IK)
Stine Dutmers was werkzaam in het scriptorium (IK)
Een piepklein museumpje (IK)

Het andere onderwerp gaat over grote fragmenten van 12e eeuwse sarcofaagdeksels die net buiten Thesinge zijn opgegraven. Op het tweede informatiepaneel is dan ook meer te lezen over deze zogenaamde Thesinger Sarcofagen: over de opgravingen, de motieven en symboliek op de deksels. 

Het is nog een heel eind ;-D (RK)

Onze laatste kerk en tevens eindpunt van vandaag is de Schoolkerk in Garmerwolde, de eerste Schoolkerk van Nederland. In een Schoolkerk staan geschiedenis, cultuur en levensbeschouwing centraal, het is ‘een educatieve plek die mensen en gedachten in beweging brengt’.

Een educatieve plek (IK)
In volle glorie (RK)
Oud vertrouwd (RK)

Wij lopen de kerk binnen en zien, tot onze verrassing, verschillende VR-brillen hangen om de gewelf schilderingen van heel dichtbij te kunnen bekijken. Ik ben blij dat ik ben gaan zitten, want met de bril op kijk je van grote hoogte naar beneden en zie je de beschilderingen op het plafond, waaronder het ‘hemelgat’ echt van heel dichtbij. Zeker de moeite waard, helemaal omdat er ook nog eens een korte uitleg bij staat geschreven. Je weet dus waarnaar je kijkt.

Met een VR-bril op, zit als het ware boven in de kerk (IK)
Het hemelgat hoog boven ons (IK)
Onder het witsel prachtige schilderingen (RK)

Voor vandaag zit het erop, maar de volgende keer moeten we ook nog maar eens de losstaande toren bezoeken waar de interactieve tentoonstelling ‘Feest! In Oost en West’ te zien is. Ik ben benieuwd! We hebben de kerken op onze route, waar mogelijk, goed in beeld!

Het zijn echt 7 jonkies zonen? (RK)


De kracht van stilte

Jacobspad: Wittewierum – Woltersum – Ten Boer

Stilte heeft soms een negatieve bijklank, het kan ongemak of angst veroorzaken, maar stilte kan ook zeker als iets positiefs gezien worden. Goed voor zowel lichaam als geest. Ik vind de volgende omschrijving: ‘Stilte is niet slechts de afwezigheid van geluid, maar het is bovenal een ruimte waarin gedachten kunnen ademen, emoties zich kunnen ontvouwen en creativiteit kan bloeien. Het is in de stiltes dat inzichten ontstaan, beslissingen rijpen en innerlijke rust zich aandient. Stilte nodigt uit tot verbinding met het hier en nu.’

De natuur ontvouwt zich (IK)

Het gebied waar we vandaag gaan lopen, zorgt in ieder geval voor stilte om ons heen. Af en toe voeren we een kort onderling gesprekje of maken we een opmerking over iets wat we zien of over iets wat ons bezig houdt en (natuurlijk) is er een enkele auto die ons passeert, maar over het algemeen voert de stilte de boventoon hier op het Groninger platteland.

‘Jong en oud’ (IK)

We starten bij de kerk in Wittewierum, het thuis van abt Emo. Zijn beroemde verhaal over klooster Bloemhof vertelt uitgebreid over het kerkje en de gebeurtenissen in de regio. Het kerkje van Wittewierum doet niet vermoeden dat hier ooit één van de grootste kloosters van Groningen heeft gestaan. De stichting van dit klooster (Bloemhof) is vooral te danken aan de wilskracht van abt Emo. In het najaar van 1211 vertrok deze abt te voet naar Rome om een conflict met de bisschop van Münster persoonlijk voor te leggen aan paus Innocentius III. Dagen later (253 dagen om precies te zijn) kwam hij na een tocht van 5000 kilometer weer thuis met het gelijk van de paus aan zijn zijde. Hiermee was het bestaansrecht van het klooster Bloemhof een feit. In november 2011 was het precies achthonderd jaar geleden dat abt Emo zijn pelgrimsreis naar Rome begon. Dertig herinneringsstenen bij het kerkje laten de namen zien van de steden die abt Emo tijdens zijn pelgrimstocht naar Rome aandeed. We zien bekende namen als o.a. Coevorden, Troyes, Soissons, Lucca en uiteraard eindpunt Rome.

Als je goed kijkt, zie je ‘Lucca’ op de steen gebeiteld staan (IK)

De huidige kerk uit 1863 (kerk nr 4 op deze plek) werd gebouwd onder toezicht van Rijkswaterstaat, naar ontwerp van de architect en opzichter van Waterstaat P.B. Nienhuis, die onder andere ook de kerk van Den Horn ontwierp. Het is daarmee een echte waterstaatskerk te noemen. Op het kerkhof rond de kerk werd in de middeleeuwen al begraven.Het oudste graf stamt uit 1669. Tussen de graven staat het kunstwerk ‘Optima Philosophia Sapient est Meditatio Mortis’ van Jan Kuipers. De Latijnse tekst betekent: de hoogste vorm van wijsheid en filosofie is de contemplatie op de dood. Dit kunstwerk werd geplaatst in kader van het kunstproject ‘Op Hoogte Gedacht’, waarbij kunst op kerkhoven wordt geplaatst met als doel historische Groninger kerkhoven op een bijzondere manier onder de aandacht te brengen. Het kunstwerk is een gedenkteken voor het klooster Bloemhof dat hier in 1213 werd gesticht. Op het hoogtepunt leefden hier meer dan duizend monniken. De bronzen sculptuur bestaat uit een soort nest van menselijke ‘botten en schedels’. De opwaarts en neerwaarts gerichte beenderen symboliseren respectievelijk geboorte (groei) en dood (ontbinding). Ze verwijzen bovendien naar de traditie binnen de rooms-katholieke kerk om overblijfselen van heiligen te vereren. Aan hun stoffelijke resten worden genezende en beschermende krachten toegeschreven. Ondanks dat we hier de vorige keer geëindigd zijn, ontdekken we vandaag toch weer een aantal nieuwe (interessante) dingen!

Kunstwerk op het kerkhof in Wittewierum (IK)
Detail van ‘botten en schedels’ (IK)

We vervolgen onze weg naar Woltersum. Boven ons zware donkere wolken die het landschap om ons heen dramatisch kleuren. Gelukkig verwaaien de meeste buien en worden we slechts af en toe een beetje nat.

In zwart-wit om de dreigende lucht goed uit te laten komen (RK)

Woltersum vergelijkt zichzelf graag met het Gallische dorpje uit de stripboeken Asterix & Obelix. Waarom die vergelijking? Misschien omdat de inwoners hun dorp ook zien als ‘een betoverende plek waar geschiedenis en gastronomie samenkomen’? Meer realistisch is de verklaring dat het dorp deze bijnaam heeft omarmd omdat een Gallisch dorp in verband wordt gebracht met verzet. In de strips het verzet tegen de ‘Romeinen’, in Woltersum wil de dorpsgemeenschap hiermee hun eigen identiteit en het verzet tegen de buitenwereld benadrukken. Vandaar dat de titel van een film over het dorp ook is geworden: ‘Woltersum: mijn dorp en de wereld’. Er is geen doorgaande weg door Woltersum, waardoor de inwoners echt het gevoel hebben apart te liggen van de rest van de wereld. Daarbij komt het feit dat Woltersum altijd een vrijgevochten gemeente was (er kon vaak net wat meer), terwijl de dorpen eromheen behoorlijk gelovig waren. De vergelijking is duidelijk ;).

We lopen het dorp binnen (IK)
Het kan niet aldoor droog blijven (RK)

De kerk van Woltersum lijkt middeleeuws, maar is pas in 1837 gebouwd. Daarbij is wel gebruik gemaakt van stenen die waren overgebleven van de sloop van de veel grotere kerk uit de middeleeuwen. Bijzonder aan deze kerk is dat hij ten opzichte van de middeleeuwse kerk een halve slag gedraaid is. Op het kerkhof zien we twee verschillende kunst objecten als onderdeel van het eerder genoemde project ‘Op hoogte gedacht’.

Kerkje in Woltersum (IK)
Ook hier kun je een stempel halen (EJK)

Vlak naast de ingang zien we een grote bronzen grafsteen waaruit een zwaard steekt. Het geheel roept meteen een associatie op met het ‘zwaard in de steen’ en Arthur Pendragon. ‘The Last Will and Testament of Stoffer Jan Reinders’, gemaakt door Paul Perry, sluit aan bij een grafsteen op het kerkhof, waarvan het opschrift met geboorte- en sterftedata van twee broers duidelijk maakt dat de jongste broer kort na het overlijden van zijn oudere broer werd verwekt. Ze kregen van hun ouders dezelfde voornaam: Stoffer Jan. Geraakt door dit gegeven ontwierp Paul Perry een bronzen zerk met de tekst van het testament van een nog-niet bestaande Stoffer Jan. Hij liet deze bewust onaf, als teken van de nog ongeboren en nog niet gestorven Stoffer Jan. Boven in de zerk is een zwaard met de naam ‘Widdershins’ gestoken. Het betekent zoiets als ‘bewegend tegen de richting van de zon in’. Pas als de toekomstige Stoffer Jan Reinders sterft, zal een wilsverklaring de erfgenaam aanwijzen die het zwaard zal krijgen.

‘The last will and testament’ (IK)

Het andere kunstwerk, ‘Poort en bank’ van J.C.J Vanderheyden, staat achter de kerk op de rand van de wierde. Zittend op de bank verandert de poort tot ‘een omlijst schilderij van het Groninger land, waarbij de blik op subtiele wijze richting de einder wordt gestuurd.’ Zowel de verstilde plek als het beeld zelf roepen op tot overpeinzing en beschouwing. Ook hier ontdek je opnieuw dat stilte krachtig is, want stilte heeft het vermogen om ruimte te creëren, aandacht af te dwingen en diepe reflectie mogelijk te maken.

‘Poort en bank’ op de rand van de wierde (IK)
‘Omlijst schilderij van het Groninger landschap’ (internet)

Met deze wijsheden in mijn hoofd loop ik (we) verder richting Ten Boer. De naam Ten Boer is afgeleid van het oud-Friese Bûr, dat ‘woning’ betekent. ‘Ten Bûr’ betekent dan ook ‘bij huis’. Ten Boer is een oude plaats of beter een groep oude plaatsen. Vanaf het allereerste begin zijn hier bewoners geweest die wierden bouwden tegen het opdringende zeewater, die ze als vluchtplaatsen gebruikten voor zichzelf en hun vee. Op het grondgebied van de gemeente Ten Boer hebben ooit vier kloosters gestaan. In Thesinge ontstond rond 1183 één van de eerste kloosters van Groningen, het Benedictijner nonnenklooster Germania. Het klooster van Wittewierum uit 1213, Bloemhof, is het meest bekend door de abten Emo en Menko die beiden een kroniek (soort dagboek) bijgehouden hebben. In Ten Boer zelf is in 1295 een Benedictijner nonnenklooster gesticht bij een al bestaande nederzetting (enige tijd ook een dubbelklooster met zowel mannen als vrouwen). Sint Annen was het laatst gestichte klooster in 1345, dit klooster was van de Cisterciënzer orde. Ons eindpunt van vandaag is de Kloosterkerk in Ten Boer, een overblijfsel van een Benedictinessen-klooster. Helaas is de deur afgesloten en kunnen we er dus niet in. Jammer. Grappig feitje is dat er, naar het schijnt, klachten van de omwonenden zijn geuit over het (harde) klokgelui zowel overdag als ’s nachts. Vorig jaar zijn er daarom geluidsmetingen uitgevoerd, waaruit bleek dat deze klokken inderdaad te hard luiden en de geluidsnormen overschreden.

De Kloosterkerk in Ten Boer (IK)
Ook de achterkant valt op (IK)

Juist in een tijd waarin snelheid en lawaai de norm zijn, wordt de kracht om de stilte te omarmen een vorm van mentale kracht. Het leert je om aanwezig te zijn, aandachtig te luisteren en bewuster te leven. Dat willen we toch allemaal?