DIAMONDS & DESTINY

Ongeveer in het midden van Zuid Afrika ligt de ‘Diamond Capital of the World’, een stadje wat wij kennen onder de naam Kimberley. Waarom naar Kimberley? De aanbevelingen zijn niet om naar huis te schrijven……alhoewel…… ‘Under the remorseless sun, vehicles share park roads with lions….’ We hebben het echt geprobeerd, maar kwamen niet verder dan een aantal giraffen in de verte. Majestueus dat wel en zeker ook een vermelding waard! Zulke gevaarten zien we immers niet dagelijks vanuit de auto?

IMG_3608.JPG

De beschrijving gaat verder met ‘it’s raw, elemental land where gnarly camel-thorn quiver,

_DSF2647.JPG

but where Kimberley’s pubs have been serving since the 19th century diamond rush.’ Kijk dat lijkt er meer op! ‘A diamond is forever.’

IMG_3606.JPG

Dit van oorsprong voornamelijk agrarische gebied onderging een enorme verandering toen hier in 1871 de eerste hele diamant van 83 karaat werd gevonden. Een vondst die een diamant rush veroorzaakte. Binnen twee jaar was ‘New Rush’, het latere Kimberley, uitgegroeid tot een enorme tentenstad met zeker 50.000 mijnwerkers, want van heinde en verre kwamen mensen (zowel zwart als blank) naar hier om hun geluk te beproeven. De stad veranderde in rap tempo in de eerste grote moderne stad van Zuid Afrika. Nog voor New York was hier elektriciteit!!

_DSF2606.JPG

Hoewel er van de moderne stad niet veel meer over is, is er in het stratenpatroon van de stad nog steeds te zien dat Kimberley ooit begonnen is als een tentenstad. De straten lijken door elkaar te lopen en huizen lijken willekeurig gebouwd. Belgravia is hier een goed voorbeeld van. In de zeventiger jaren reflecteerde deze wijk het oude (welvarende) Kimberley het best, maar de oude huizen werden of slecht onderhouden of tegen de vlakte gegooid om plaats te maken voor iets nieuws. Een groep mensen met verschillende achtergronden (historicus, architect etc) besloot wandelingen door de wijk te organiseren om bewustwording te creëren en tegelijkertijd de onverschilligheid ten aanzien van het verleden op te heffen. Dit alles in een poging het erfgoed in stand te houden. Als resultaat zien wij nu gelukkig nog heel wat moois. Prachtige gebouwen waar je de ‘diamant-top’ in gedachten echt in ziet wonen :).

17239767_1853478264939637_5180357966172100398_o.jpg

Over het waarom van de diamanten in dit gebied bestaan verschillende ‘theorieën’. De Hindoes geloven dat diamanten de tranen van de Goden zijn en er was kennelijk veel om over te huilen in deze contreien. Een andere gedachte is dat de veelheid aan goden gezien moet worden als vlakjes van een diamant. Valt een lichtstraal op de verschillende vlakjes dan zal er iedere keer een ander facet van de diamant oplichten, maar het blijft dezelfde diamant. Een interessante gedachte, toch? Lokaal wordt echter verteld dat de geesten (goden?) medelijden kregen met het arme beproefde land (Zuid Afrika), waarop een vriendelijke welwillende geest met een enorme mand vol diamanten vanuit de hemel afdaalde. Zij strooide rijkelijk diamanten uit over het land waarover ze vloog. Toen ze echter bij Kimberley arriveerde, raakte ze verstrikt in de takken van een lokale doornstruik (camel-thorn tree) en liet ze verschrikt de mand uit haar handen vallen. Alle diamanten vielen daarop naar beneden ‘showering the ground with glittering gems.’ Zo is het gekomen, zo zijn de diamantvelden van Kimberley ontstaan! Je moet er alleen in geloven. 🙂

_DSF2627.JPG

Hoewel de rush allang voorbij is staat Kimberley ook tegenwoordig nog steeds synoniem voor de mijnindustrie en worden er ook nu nog steeds diamanten gedolven. Het diamantbedrijf De Beers haalt jaarlijks nog steeds 1,5 miljoen karaat aan diamanten alleen uit de resten van de stortbergen. Een bezoekje aan de ‘Big Hole’, het grootste gat op aarde door mensen gemaakt, mag dan ook niet ontbreken.

_DSF2608.JPG

Even wat feitjes……zoals gezegd was een enorme volksverhuizing van gelukzoekers en dromers van het grote geld het gevolg van de diamantkoorts. Mijnwerkers groeven met weinig meer dan een schop en een houweel, maar uiteindelijk resulteerde dat wel in een gat van 215 meter diep en een doorsnede van 1,6 kilometer (in 1889).

_DSF2630.JPG

Geen ongevaarlijk werk, de kans op instortingen was behoorlijk aanwezig. Maar goed al dat gegraaf was niet voor niets, er zijn hier bijna drie ton diamanten opgegraven. Om dat te bewerkstelligen was wel 22,5 miljoen ton aarde en stenen verplaatst! In 1914 werd de mijn officieel gesloten en nu kent het een nieuw leven als toeristentrekpleister.

_DSF2622.JPG

Terwijl we over het terrein en het museumdorp lopen kunnen we ons bijna een voorstelling maken hoe het leven hier vroeger geweest moet zijn. Helemaal met de film erbij waarin we bijgepraat worden over de grote mannen die hier een rol gespeeld hebben: Barney Barnato en Cecil Rhodes. De eerste een boxer en een acteur, de tweede een ‘meedogenloze financier’.

_DSF2623.JPG

Jarenlang vochten beide mannen om de heerschappij in de diamantindustrie door zoveel mogelijk andere bedrijven, concessies en claims op te kopen. Barnato was op zijn 25e al miljonair en dat terwijl hij in 1873 als gelukszoeker naar Afrika was gereisd en zijn carrière aldaar begonnen was met de verkoop van sigaren aan mijnwerkers. Hij stichtte uiteindelijk de Kimberley Central Mining Company wat een serieuze rivaal werd van De Beers Mining Company onder leiding van Cecil Rhodes. In 1888 fuseerden hun bedrijven onder de naam De Beers Consolidated Mines. Barney verkocht zijn rechten voor het enorme bedrag van 5,3 miljoen pond Sterling aan zijn tegenstander. Markant detail: ‘de destijds 35 jarige Rhodes hing deze cheque, een recordbedrag, in zijn kantoor van gegolfd plaatijzer ten toon. Tegenwoordig hangt de ingelijste cheque, het fundament van het wereldomspannende diamantkartel, in de chique bestuursvergaderzaal van De Beers.’ Cecil Rhodes was met de aankoop in het bezit gekomen van negentig procent van de hele diamantindustrie wereldwijd en ‘the rest is history’.

17239892_1853920014895462_186563552777614786_o.jpg

Een onverwacht uitje in dit (nu) onbeduidende stadje, waar we luierend op het gras van onze fantastische B&B (jawel, dit staat ook voor Barney Barnato ;)) mijmeren over het diamantsprookje van weleer en alle kanten die daarbij horen.

17192249_10209329818706693_5848358792382361393_o.jpg

GOLDEN TREE

Eén van de meest merkwaardige ontdekkingen is wel dat de chocola, tenminste de chocola die hier verkocht wordt op straat, niet schijnt te smelten. Hoe warm het ook is en hoe lang ze er ook mee lopen te leuren, de chocola blijft haar vorm behouden.

Ghana is, op Ivoorkust na, de grootste cacao producent van de wereld. Al in 1879 heeft Tetteh Quarshie van buiten Ghana cacao zaden meegenomen en geprobeerd deze te laten ontkiemen in Accra. Helaas bleek het in Accra zelf te warm, waarop hij zijn geluk beproefde in het iets hoger gelegen Mampong. Mampong is een plaatsje in het Akwapim gebergte, waar de omstandigheden ideaal bleken te zijn voor cacao. Hiermee was de eerste Ghanese ‘cacao boerderij’  een feit.

Met gemengde gevoelens (zou deze eerste plantage nog wel bestaan?) gaan we op stap naar de plaats waar het allemaal begonnen is en waar nog steeds bomen – in elke geval eentje – moet staan uit de begintijd. We worden verwelkomd door Theophilus (just call me Theo), die ons meteen laat plaatsnemen op een wiebelig bankje onder een grote poster van Tetteh himself. We zijn op de juiste plaats!

DSC_3839.jpg

Cacao planten gedijen het best te midden van een wildernis aan andere planten, zoals bananenbomen en papaja’s vanwege hun bladerdak en yam soorten en ander kruipgoed vanwege het ‘beschermen’ van de grond. Het resultaat geeft een wat oerwoudachtig effect. Slechts hier en daar zien we de typische, nog groene, cacao vrucht hangen. We zijn hier niet in het hoogseizoen van de cacao opbrengst.

DSC_3862.jpg

Theo lacht ons bemoedigend toe, hij kan ons altijd genoeg vertellen! Onderweg wijst hij ons op alle kleine bloemetjes en de piepkleine vruchtbeginsels aan de bomen. De opbrengst later dit jaar zal ongetwijfeld een goede zijn! Er blijken op de plantage niet één maar wel twee oorspronkelijke ‘Tetteh bomen’ te staan, uiteraard voorzien van een groot bord ter identificatie. Ik ben haast wat teleurgesteld in de grootte van deze bomen. Na meer dan 100 jaar moet zo’n boom toch wel immens geworden zijn? Theo haast zich te verklaren waarom en laat zien waar de boom is afgestorven en waar hij zich weer heeft hersteld. Bovendien dragen deze bomen nog steeds elk jaar vruchten en zijn alle overige bomen hier op de plantage rechtstreekse afstammelingen van. Een beetje meer respect is dus wel op zijn plaats!

DSC_3853.jpg

Dan ontdekt Theo een rijpe vrucht. Geduldig wacht hij tot de foto- en filmcamera’s weer tot rust zijn gekomen, waarop hij met een snelle vakkundige beweging de gele vrucht naar beneden haalt. De vrucht wordt overlangs geopend en een holte gevuld met witte zaden wordt zichtbaar. Met de waarschuwing ‘don’t chew, just suck’ stoppen wij zo’n wit zaadje in onze mond. Een zoete, beetje weeïge smaak lijkt (nog) helemaal niet op die van chocola!

DSC_3854.jpg

De volgende stap is het fermentatie proces. Dit hele proces gebeurt handmatig en op een zeer primitieve wijze. Als eerste worden de witte zaden tussen bananenbladeren gelegd, waarop ze, geloof ik, een week moeten liggen. Af en toe (vast volgens een systeem) moet er even gehusseld en gedraaid worden, maar verder is het kwestie van de natuur haar gang laten gaan. Het resultaat is een gedroogd, rimpelig bruin vliesje met daarin, jawel, een echt naar pure chocola smakende kern. Volgens Theo super gezond voor lichaam en geest. Hij eet minstens tien van deze ‘cacao pillen’ per dag en voila…… Hij spreidt zijn armen uit, blaast zijn longen op en toont zich al draaiend aan ons als een wandelende reclame voor cacao.

DSC_3857.jpg

Vanuit de plantage wordt de opbrengst naar havenstad Tema gebracht, waar het of verscheept wordt naar Amsterdam voor distributie in Europa of verwerkt wordt in de ‘Golden Tree factory’. Hier claimen ze de uitvinders te zijn van ‘chocolate able to withstand the African sun’. Helaas  mogen we de fabriek niet in voor een rondleiding. Wegens verbouwingen zijn ze hier drie jaar geleden al mee gestopt.  Alles kost tijd!

Onderweg terug kopen we vanuit het autoraam zo’n Ghanese, niet smeltende reep. Chauffeur Seth bedankt beleefd. Lust hij geen chocola of weet hij misschien wat hem te wachten staat………?

DUTCH GIN

Hoe vaak moet je een bepaalde route rijden voordat je echt alle ‘geheimen’ van die weg hebt kunnen ontdekken? Op de zoveelste terugweg van Elmina horen we, tot onze verbazing, dat er zich verschillende jenever brouwerijtjes langs deze weg bevinden. Reken je hierbij in eerste instantie nog op een bezoek aan een ‘echte’ brouwerij compleet met de benodigde machines, dan kom je toch bedrogen uit! Wanneer we aangeven graag zo’n fabriekje te willen bezoeken, draait onze auto onmiddellijk een smal stoffig weggetje in. Een gammele pick-up truck blijkt het stilzwijgende symbool te zijn voor een brouwerij in productie. De baas snelt ons tegemoet. ‘Akwaaba’, de universele begroeting in Ghana, glimlacht hij vriendelijk. Gelukkig spreekt onze chauffeur een mondje ‘Fante’, waarop de rondleiding kan beginnen.

DSC_3783

De pick-up brengt lange stengels suikerriet binnen, die vervolgens handmatig door een soort wringer worden geduwd. De stengels worden geplet en het sap komt vrij. Helaas ligt dit deel van de productie vandaag stil. Er ligt nog teveel ‘pulpsap’ te wachten op verdere verwerking.

DSC_3782

Al pratend en gebarend loopt de man naar grote drums die verderop in de brandende zon staan. Hij trekt een tipje van het afdek plastic omhoog, waarop een enorme walm onze neusgaten binnendringt. Het bruine schuimende drap ziet er niet alleen erg vies uit (er drijven allerlei vreemde onbestendigheden bovenop), het ruikt bovendien naar….. tja naar wat? In elk geval niet naar iets wat je graag zou willen drinken, zelfs niet met de nodige alcohol erin! De baas grijnst meewarig om onze gezichten. Stadjers! Hij ruikt het waarschijnlijk zelf al niet meer. ‘Dit fermentatieproces is belangrijk’, vervolgt hij zijn uitleg, ‘want zonder fermentatie geen alcohol en daarmee geen eindproduct.’ Duidelijk!

De rest van de familie heeft zich ondertussen opgesteld rond het distillatie proces. Vast het belangrijkste onderdeel, want hoe beter het resultaat, des te meer er verkocht zal worden, toch? Terwijl de baas verder gaat met zijn uitleg draaien de grotere kinderen langzaam om ons heen. Hoe vaak zouden hier potentiële blanke klanten (obroni) langskomen?

DSC_3784.jpg

Voor de distillatie is het mengsel uit een van de grote plastic drums overgegoten in eentje van aluminium. Dit geheel staat nu te pruttelen bovenop een klei-oventje. Een geweldige constructie van transportpijpen, ontluchtingsventielen, afdekmaterialen en een heus koelvat resulteren uiteindelijk in een gestage drup aan de andere kant van het stenen vat. Een heldere, op het oog zuivere, druppel valt in een trechter rustend in de hals van een kleine fles. De baas kijkt trots om zich heen. Dit is een helder product! Misschien willen wij ook even proeven? We lijken of kijken kennelijk nog niet erg overtuigd van de kwaliteit en zo wil hij ons niet laten gaan. Goede reclame gaat van mond tot mond!

DSC_3788.jpg

Vooruit, de hoeveelheid alcohol in deze drank moet ons toch zeker kunnen beschermen tegen evt. ziektekiemen? Enkele momenten later komt de man, breed lachend en met een roestig blikje tot de rand toe gevuld met pure drank, terug. ‘Double distillation’, roept hij al van verre. Is het daarmee extra lekker, extra zuiver, extra sterk of juist minder van smaak? Zulke vragen laten zich kennelijk niet vertalen, want een antwoord blijft uit.

Alle aandacht van de omstanders ligt op dit moment bij de proefceremonie, een gebeurtenis voorzien van een eigen ‘charme’. Een korte discussie tussen baas en chauffeur doen de baas besluiten om zelf een vlotte demonstratie te geven. Hij doopt zijn wijsvinger in de drank, trekt deze vinger langzaam door het vocht en brengt dezelfde vinger vervolgens vliegensvlug naar zijn mond. Hierop knikt hij ons gelukzalig toe alsof hij wil zeggen dat dit een niet te missen ervaring is. Natuurlijk kunnen we nu niet meer achterblijven. ‘Het lijkt inderdaad wel jenever’, roepen we verrast naar elkaar. ‘Yes, yes, Dutch Gin, very good and only five cedis per bottle’, is de enthousiaste reactie. Hij is blij met onze centen, maar begrijpt totaal niet waarom wij de fles drank zelf niet mee willen nemen. Zeg nou zelf waar koop je vandaag de dag nog een fles jenever voor iets meer dan twee euro?

PRESIDENT

Kwame Nkrumah is een naam die je nog steeds vaak hoort in Ghana. Als eerste president van het land wordt hij gezien als het symbool van onafhankelijkheid. Midden in Accra is een speciaal museum aan zijn leven gewijd met daar vlakbij een groot standbeeld precies op de plek waar hij in 1957 zijn ‘independence speech’ moet hebben gehouden. Kaarsrecht met de rechterhand uitgestrekt naar voren staat hij hier symbool voor zijn eigen uitspraak: ‘always forward, never look backwards’.

200901 Tjerk Greet Ghana103.jpg

Nkrumah is echter geboren in een klein plaatsje in het westen van Ghana, Nkroful. Hier, in de buurt van Axim, kwam jij in 1909 ter wereld als zoon van een goudsmid. Hier heeft hij zijn eerste jeugdjaren doorgebracht en hier is hij na zijn dood in 1972 in eerste instantie ook begraven. Tijdelijk, want zijn lichaam schijnt later bijgezet te zijn in het grote mausoleum (bij zijn standbeeld) in Accra. Nkroful ligt praktisch op onze route en aangezien we all bijzonderheden over Nkrumah hebben bekeken, ervaren en meegemaakt in Accra zelf, trekt ons dit uitstapje naar de plaats waar het allemaal begonnen is, zeker aan.

CIMG2957.jpg

Bij het monument (de toiletten worden hier van harte aanbevolen) neemt onze gids, Raymond Boateng, de touwtjes in handen. Hij laat ons zien waar Kwame met zijn moeder heeft gewoond. Vader komt in het verhaal niet voor. Helaas is het originele bouwwerk totaal vernietigd in de tijd van de coup, het moment dat Kwame werd afgezet. Hoewel er moeite is gedaan m een goed beeld te geven van de tijden van weleer, laten zowel het geld als de verbeelding duidelijk verstek gaan. Raymond trekt zich hier niets van aan. Dit terrein is van zijn grote held en hij doet alle mogelijke moeite om ons door de karige facade heen te laten kijken. Daartoe worden we meegenomen naar de rivier de Subre op loopafstand van Kwame’s ouderlijk huis. ‘Het water in de rivier heeft bijzondere krachten’, vertelt Raymond gepassioneerd. ‘Vroeger stond de rivierbedding n.l. droog, hetgeen een ramp was voor de directe omgeving. Op het moment dat Nkrumah zijn wandelstok met kracht en overtuiging op de gebarsten bodem wierp, spleet de grond open en is de rivier nooit meer droog gevallen.’ Om ons heen springen de kinderen van het dorp luid plonzend in het water. Gillend van plezier proberen ze onze aandacht te vangen, maar Raymond is nog niet bereid zijn moment te laten verstoren. ‘Ja’, vervolgt hij geheimzinnig, ‘het is zelfs zo dat elke nieuwe president zich hier laat dopen. For good luck!’ Hij buigt zijn hoofd voorover boven het water, schept een hand vol rivierwater op en laat het vervolgens langzaam over zijn hoofd stromen. ‘Haha’, lacht hij triomfantelijk, ‘mark my words, ziehier de toekomstige president van Ghana!’

DSC_3724.jpg

Onze chauffeur begint steeds bedenkelijker te kijken, is hij misschien geen Nkrumah fan? Onderweg terug naar het monument informeert hij eens naar de uitbreiding van de rivier richting zee. Is er even geleden geen extra kanaaltje aangelegd juist om deze rivier van water te blijven voorzien? Raymond wuift nonchalant met zijn hand. Ja, je kunt nu wel voor alles een rationele verklaring bedenken, maar waar blijven dan het geloof, de charme, de ongekende mogelijkheden?

DSC_3725.jpg

Raymond gaat ongestoord verder met zijn opzienbaarlijke verhalen. Op de exacte plaats van het monument, wat wel wat lijkt op de Olympische vlam, is Nkrumah geboren. Zijn moeder was druk bezig met koken in het schuurtje links, voelde de weeën opkomen en probeerde nog snel haar eigen bed te bereiken in het huisje rechts. Halverwege heeft de geboorte plaatsgevonden, gewoon op de keien in de brandende zon. Nog een wonder dat het allemaal goed gegaan is! De vlam staat symbool voor Nkrumah’s laatste speech, net voor zijn dood, waarin hij o.a. zegt: ‘death can never  extinguish the torch I have lit in Ghana. Long after I’m dead the light will continue to burn giving light and guidance to all people.’ Misschien niet aan allemaal, maar zeker wel aan Raymond Boateng, voor wie de geest van Kwame Nkrumah op deze plek nog zo duidelijk voelbaar is!

DORP OP STELTEN

Nzulezo is een dorp met een bijzondere reputatie. Gelegen in het zuid-westen van Ghana, dicht tegen de grens met Ivoorkust, ligt dit dorp haast afgesloten van de buitenwereld. De lange zandweg naar het laatste dorp nog per auto bereikbaar, is slecht begaanbaar. Bovendien kunnen we hier vandaag vanwege de droogte niet ter plekke in de kano stappen. Dit maakt de tocht, althans voor ons!, alleen maar avontuurlijker.

CIMG2937.jpg

Over lange smalle planken lopen we nu boven een zeer uitgestrekt grasachtig landschap. Onvoorstelbaar dat dit allemaal onder water staat gedurende het regenseizoen. Aan het eind van de ‘bruggen’ komt de ‘verzamelplaats’ van alle kano’s in zicht. Zo’n haventje is nodig, want Nzulezo is alleen bereikbaar per boot. Dit betekent voor de vrouwen dat ze boodschappen moeten doen per boot, voor de (oudere) kinderen dat ze naar school gaan per boot en voor de mannen dat ze naar hun werk reizen per boot, tenminste als ze niet in het dorp zelf werkzaam zijn. Zwaar werk, want gemotoriseerd verkeer is (nog) niet aanwezig.

DSC_3710.jpg

Onze roeiers, twee flink gespierde mannen, lopen voor ons uit het water in. Oei, we hebben geen andere keuze dan hen te volgen, maar gedachten aan ‘bilharzia’ flitsen wel even door mijn hoofd. Het water is warm en de grond slijmerig zacht onder onze voeten. Al wadend mogen we tenslotte één voor één plaatsnemen op de aangewezen plekken in de smalle kano. Gelukkig dat er geen golven staan in dit natuurgebied, want elke kleine beweging of slingering van ons doet het water over de rand van ons, nu wel zeer diep gelegen, bootje gulpen. We blijven muisstil zitten, terwijl de roeiers vaart maken en onze chauffeur met een plastic schepje de ergste waterpartijen in onze boot probeert weg te werken.

DSC_3713.jpg

De tocht naar het dorp voert ons door smalle kanaaltjes in ‘ruig’ natuurgebied, langs visgronden, waar primitieve visfuiken goede opbrengsten binnenhalen en over een groot meer waar de stilte en uitgestrektheid je nietig doen voelen.

DSC_3717.jpg

Drie kwartier later klimmen we stijfjes omhoog langs een houten ladder, waarmee we ‘voet aan wal’ zetten in een toeristendorp bij uitstek. Op sommige dagen schijnen hier wel meer dan 400 toeristen tegelijk te vertoeven, hetgeen verklaart waarom de mensen totaal niet geïnteresseerd zijn in ons als ‘gasten’. Het dorp bestaat uit een lange hoofdstraat waaraan drie schooltje staan (niet meer dan een lokaaltje elk), een kerk, wat winkeltjes en een paar gemeenschappelijke ruimtes. Alle zijstraatjes zijn bedoeld voor één hele familie. Aan de ene kant van zo’n straatje bevindt zich vaak de familiekeuken, aan de andere kant (je straat wordt onderbroken door de hoofdstraat) ligt je kano vastgebonden. Je moet wel een beetje lenig zijn, want hier zijn geen glooiende trapjes. Je klautert gewoon recht naar beneden langs de palen waarop de huizen rusten.

DSC_3722.jpg

Als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van het dorp word je geacht een fles jenever  aan het dorpshoofd aan te bieden. We zijn zeker belangstellend, maar hebben uiteraard geen fles sterke drank op zak. Betaling van het equivalent (zeven cedis)  blijkt echter een uitstekend compromis. Verwachtingsvol nemen we plaats. Wat volgt is een geweldig verhaal over oorlog, vluchten, geestverschijningen en tenslotte de splitsing van het water in het meer opdat de ‘goede’ mensen door het meer naar de overkant konden vluchten, terwijl de vijand door het water werd verzwolgen. Klinkt het al bekend?

DSC_3719.jpg

Het onderhoud eindigt met de vraag voor een donatie voor de lagere school. Om het allemaal wat makkelijker te maken is het bedrag alvast voor mij ingevuld……. Samen met de entreeprijs, de kanotocht en de jeneverdonatie zijn we tenslotte een kleine 15 euro de man kwijt. Niet gek voor een toch wel heel speciaal dagje, maar natuurlijk buiten proporties gezien de leefomstandigheden hier. Ze komen er wel, die Nzulezo-ers!